Home

Rechtbank Gelderland, 19-01-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:162, C/05/386832 / HA ZA 21-189

Rechtbank Gelderland, 19-01-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:162, C/05/386832 / HA ZA 21-189

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19 januari 2022
Datum publicatie
26 januari 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:162
Zaaknummer
C/05/386832 / HA ZA 21-189

Inhoudsindicatie

Bankgarantie. Aan begunstigde onder de garantie uitgekeerd bedrag overstijgt de vordering. Opdrachtgever van de bankgarantie is inningsvbevoegd t.a.v. de restitutievordering. Bank heeft uitsluitend regres op opdrachtgever.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/386832 / HA ZA 21-189

Vonnis van 19 januari 2022

in de zaak van

[curator]

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van VAP Nederland B.V.

kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. T.M.M. Ross te Tiel,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DER VALK INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam,

Partijen zullen hierna curator en VDVI genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 30 juni 2021

-

de conclusie van antwoord in reconventie

-

een akte houdende vermeerdering van eis in reconventie

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 3 september 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij beschikking van 30 april 2020 is VAP Nederland B.V. (hierna: VAP) failliet verklaard met aanstelling van [curator] tot curator. VAP is gelieerd aan VDVI. Beide vennootschappen maken deel uit van het Van der Valk Nuland concern.

2.2.

Op faillissementsdatum huurde VAP een bedrijfsruimte van Deka. De belangen van Deka in deze huurrelatie worden behartigd door Cushman & Wakefield Property Solutions B.V. (hierna: Cushman). Na faillissementsdatum heeft curator de huurovereenkomst beëindigd. Naar aanleiding van die beëindiging heeft verhuurder een bedrag van € 125.000,-- van de ABN AMRO bank (hierna: de bank) gevorderd en uitgekeerd gekregen uit hoofde van een bankgarantie die bij aanvang van de huurovereenkomst door VAP ten behoeve van verhuurder was gesteld. Het gaat hier om het volledige bedrag dat als garantie was gesteld. Omdat de verplichtingen van VAP uit hoofde van de beëindiging van de huurovereenkomst jegens de verhuurder nadien beperkter bleken dan de door verhuurder geïncasseerde € 125.000,00 , is bij de verhuurder een creditsaldo ontstaan van € 70.023,24.

2.3.

De bank heeft het uitgekeerde bedrag ad € 125.000,-- verhaald op VDVI op grond van een door VDVI aan de bank afgegeven onafhankelijke corporate garantie. Op grond hiervan was VDVI gehouden om op verzoek van de bank een bedrag te voldoen gelijk aan de schuld die VAP aan de bank heeft.

3 Het geschil

3.1.

Het voormelde standpunt van curator resulteert, in deze procedure, na wijziging van eis, in een vordering om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

I. voor recht te verklaren dat het creditsaldo van € 70.023,74 dat zich onder Cushman bevindt, aan curator toekomt met uitsluiting van VDVI, alsmede,

II. VDVI te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de kosten vanaf 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

Curator stelt dat het creditbedrag toekomt aan VAP en dat het daarom aan hem moet worden afgedragen.

3.3.

Het standpunt van VDVI daarentegen, is dat het creditbedrag haar toekomt. Haar argumentatie daarvoor is dat zij aan de bank een garantie heeft gegeven voor betaling van alle schulden die VAP aan de bank heeft of zal hebben. Deze garantie kwalificeert volgens haar als een contragarantie voor de door de garantie die aan verhuurder is gesteld.

3.4.

Voorts beroept VDVI zich op een (stil) pandrecht dat zij zou hebben op bestaande en toekomstige debiteuren van VAP. Ook als het creditbedrag aan VAP zou toekomen zou zij zich daarom, als separatist, kunnen verhalen, zo is haar stelling.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.6.

Het standpunt van VDVI resulteert in deze procedure, na wijziging van eis, in een vordering om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat het creditsaldo van € 70.023,74 toekomt aan VDVI, alsmede curator te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van de daarover te berekenen wettelijke rente vanaf

2 november 2020 tot aan de dag van het vonnis, te vermeerderen met rente en kosten.

3.7.

Curator voert verweer.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing