Home

Rechtbank Gelderland, 19-10-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5945, C/05/406662 HO RK 22/473

Rechtbank Gelderland, 19-10-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5945, C/05/406662 HO RK 22/473

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19 oktober 2022
Datum publicatie
26 oktober 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:5945
Zaaknummer
C/05/406662 HO RK 22/473

Inhoudsindicatie

Whoa aspectenverzoek over klassenindeling en betwiste vorderingen.

Uitspraak

Team insolventie

Aspectenverzoek ex artikel 378 Fw

rekestnummer: C/05/406662 HO RK 22/473

uitspraakdatum: 19 oktober 2022

beschikking op het verzoekschrift ex artikel 378 van de Faillissementswet (Fw) met bijlagen van

[verzoekster] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

advocaat mr. drs. M. van der Laarse, kantoorhoudende te Rotterdam,

hierna te noemen: verzoekster.

1 De procedure

1.1.

Verzoekster heeft op 9 mei 2022 een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd en bij verzoekschrift van 17 mei 2022 verzocht tot het treffen van een maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 379 Fw.

1.2.

Bij beschikking van 31 mei 2022 heeft de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorziening inhoudende – verkort weergegeven – het schorsen van lopende procedures tegen drie schuldeisers, te weten [schuldeiser 1] (hierna: [schuldeiser 1] ), [schuldeiser 2] (hierna: [schuldeiser 2] ) en [schuldeiser 3] (hierna: [schuldeiser 3] ), afgewezen.

1.3.

Bij verzoekschrift met bijlagen van 21 juli 2022 heeft verzoekster de rechtbank verzocht om een uitspraak te doen over aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand brengen van een akkoord.

1.4.

De rechtbank heeft [schuldeiser 1] , [schuldeiser 2] en [schuldeiser 3] in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de mondelinge behandeling schriftelijk hun zienswijze op het verzoek te geven.

1.5.

[schuldeiser 1] , [schuldeiser 2] en [schuldeiser 3] hebben tijdig een zienswijze, al dan niet met bijlage, uitgebracht.

1.6.

Het verzoek is op 21 september 2022 in raadkamer, met gebruik van een videoverbinding, behandeld in aanwezigheid van mr. drs. M. van der Laarse, diens kantoorgenoot mr. dr. M.A. Heilbron, alsmede de advocaten van verzoekster in de onder 1.2 bedoelde procedures, mr. A.H. de Haas van Dorsser en mr. J.M. van den Hil. Ook zijn verschenen de heer [DGA] (indirect bestuurder van verzoekster) en de heer [betrokkene] . Bij die gelegenheid hebben de aanwezigen, onder wie mr. drs. van der Laarse aan de hand van de door hem overlegde pleitaantekeningen, het verzoek nader toegelicht, vragen van de rechtbank beantwoord en inlichtingen verstrekt. Namens verzoekster is ook gereageerd op de onder 1.5 bedoelde zienswijzen.

2 De feiten

2.1.

Verzoekster heeft een onderneming in de wereldwijde handel in en distributie van levensmiddelen. In dat verband richtte zij zich – onder meer en voor zover hier van belang – op de handel in en distributie van bananen op de Russische (spot)markt. Alle aandelen in haar kapitaal worden gehouden door [holding] , die tevens enig bestuurder van verzoekster is. Enig bestuurder van [holding] is [personal holding] De heer [DGA] is enig bestuurder van [personal holding] .

2.2.

Verzoekster verkeert in financiële moeilijkheden die een oorzaak vinden in haar activiteiten op de Russische spotmarkt. Bij de zogenoemde spotmarkthandel komen de distributeur en de afnemer de prijs overeen na aflevering van de bananen in Rusland (spot prices) en niet vooraf, zoals in de reguliere handel gebruikelijk is. Verzoekster heeft bij deze handel grote verliezen geleden. Inmiddels heeft verzoekster die activiteiten gestaakt, maar de verplichtingen jegens de betrokken (zes) leveranciers zijn nog niet afgewikkeld.

2.3.

Het aan verzoekster verstrekte borgstellingskrediet en de Euribor Optimaal lening zijn per 1 april 2022 afgelost.

3 De verzoeken en zienswijzen

3.1.

Verzoekster heeft haar verzoek schriftelijk en ter zitting toegelicht en daartoe – voor zover van belang – het volgende aangevoerd.

3.2.

Verzoekster zal het aan haar schuldeisers voorgelegde concept akkoordvoorstel op een aantal elementen wijzigen. Zo is allereerst de nakoming van het akkoord nog niet gewaarborgd nu de financiering voor het akkoord nog niet rond is. Als bijlage bij het akkoordvoorstel worden daarnaast de overeenkomst met betrekking tot het rekening-courantkrediet (van € 3 miljoen) aan de groep waartoe verzoekster behoort en de pandakte gehecht. Voorts worden de jaarrekening 2021 en een actuele winst- en verliesrekening als bijlagen aan het akkoordvoorstel gehecht. Tenslotte voegt verzoekster een taxatie van de debiteurenportefeuille per 30 november 2021 als bijlage bij het akkoordvoorstel.

3.3.

Verzoekster verzoekt de rechtbank om in het kader van artikel 378 Fw uitspraak te doen over de volgende aspecten die van belang zijn in het kader van het tot stand te brengen akkoord. Samengevat verzoekt verzoekster een uitspraak over de navolgende aspecten:

I. Of verzoekster verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan, als bedoeld in art. 370 lid 1 Fw;

II. Of het akkoord alle informatie bevat die nodig is voor de stemming als bedoeld in art. 375 lid 1 Fw, waaronder de waarde die naar verwachting gerealiseerd kan worden als het akkoord tot stand komt (sub e), de opbrengst die kan worden gerealiseerd bij vereffening in faillissement (sub f) en de bij de berekening van deze waardes gehanteerde uitgangspunten en aannames (sub g). Hiermee samenhangend; of is voldaan aan de best interest of creditors-test;

III. De inhoud van de informatie die in het akkoord en de daaraan gehechte bijlagen is opgenomen, niet zijnde de door art. 375 lid 1 sub e t/m g voorgeschreven informatie en niet betrekking hebbend op informatie met betrekking tot de financiering van het akkoord;

IV. Of de klassenindeling, in het bijzonder een onderscheid tussen klasse 1 en 2, voldoet aan de vereisten van artikel 374 Fw;

V. In hoeverre de schuldeisers in klasse 3, de intercompany crediteuren, tot de stemming over het akkoord mogen worden toegelaten;

VI. Voor welke bedragen de negen betrokken schuldeisers dienen te worden toegelaten tot de stemming;

VII. Of bij de verdeling van de waarde die met het akkoord wordt gerealiseerd ten nadele van de klasse die niet heeft ingestemd, wordt afgeweken van de wettelijke rangorde bij verhaal op het vermogen van de schuldenaar.

3.4.

[schuldeiser 1] , [schuldeiser 2] en [schuldeiser 3] hebben als belanghebbenden (deels gezamenlijk) hun zienswijze gegeven op de verzoeken van verzoekster.

4 De beoordeling

5 De beslissing