Home

Rechtbank Gelderland, 10-11-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6303, AWB - 21 _ 3638

Rechtbank Gelderland, 10-11-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6303, AWB - 21 _ 3638

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10 november 2022
Datum publicatie
11 november 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:6303
Zaaknummer
AWB - 21 _ 3638

Inhoudsindicatie

Beroep tegen de afwijzing van een invorderingverzoek. Het college heeft het invorderingsverzoek afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de last niet is nageleefd. De rechtbank oordeelt dat het invorderingsverzoek terecht is afgewezen, zij het op basis van een onjuiste motivering. Het invorderingsverzoek had afgewezen moeten worden wegens de gedeeltelijke vernietiging en herroeping van de last onder dwangsom. Beroep gegrond, de rechtsgevolgen zijn in stand gelaten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 21/3638

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2022

in de zaak tussen

[Eiser A] & [Eiseres B] , uit [plaats C] , eisers

(gemachtigde: mr. L. Brouwers),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem (het college).

Inleiding

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft het college op aanvraag van eisers aan de buurman een last onder dwangsom opgelegd.

In navolging op de opgelegde last onder dwangsom hebben eisers een aanvraag ingediend bij het college om tot invordering van deze dwangsom over te gaan.

Het college heeft de aanvraag met het besluit van 5 januari 2021 afgewezen (het primaire besluit). Met het bestreden besluit van 14 juli 2021 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het besluit van 14 juli 2021.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2022 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door L. Mekouar, W. Renger en R. Udink.

Totstandkoming van het besluit

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep