Home

Rechtbank Gelderland, 30-11-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6645, C/05/404007 / HZ ZA 22-162

Rechtbank Gelderland, 30-11-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6645, C/05/404007 / HZ ZA 22-162

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30 november 2022
Datum publicatie
7 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:6645
Zaaknummer
C/05/404007 / HZ ZA 22-162

Inhoudsindicatie

Eigendomskwestie bepaalde voor faillissement gekochte (maar nog niet geleverde) c.q. verkochte (maar nog niet betaalde) zuivelproducten/melkpoeders. Verrekening. (Verlengd) eigendomsvoorbehoud (naar Duits recht). Levering traditio longa manu. Zaaksvorming

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/404007 / HZ ZA 22-162

Vonnis van 30 november 2022

in de zaak van

[eiser]

,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. W.M.J. Saes te Roermond,

tegen

[gedaagde] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [gefailleerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. E.J. Kuper te Harderwijk.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 27 juli 2022

-

de door de griffier op 24 augustus 2022 aan partijen verstuurde agenda voor de mondelinge behandeling

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 21 september 2022.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] houdt zich bezig met de productie, het vervoer en de distributie van allerhande soorten zuivelproducten. [gefailleerde] was producent van lactose- en weipoeder. [gefailleerde] is op 28 december 2021 in staat van faillissement verklaard met aanstelling van [gedaagde] in die hoedanigheid.

2.2.

[eiser] heeft in de periode van 8 april 2021 tot en met 2 december 2021 diverse partijen wei 30%, een bijproduct van kaasbereiding, verkocht aan [gefailleerde] De betreffende facturen zijn door [gefailleerde] onbetaald gelaten.

2.3.

In de Algemeine Verkaufsbedingungen (hierna: AGB) van [eiser] staat, zoals vertaald door (de advocaat van) [eiser] en voor zover in deze zaak van belang, het volgende opgenomen:

7. De levering van de goederen is onderworpen aan het eigendomsvoorbehoud overeenkomstig § 455 BGB met de volgende aanvullingen:

7.1

De goederen blijven tot volledige betaling van alle vorderingen uit de zakelijke relatie (hoofd en nevenvorderingen) eigendom van de verkoper (voorbehouden goederen). (...)

7.3

Eigendomsverkrijging van de voorbehouden goederen door de koper in overeenstemming met § 950 BGB in geval van verwerking tot een nieuwe zaak is uitgesloten. Elke verwerking van de koper, geschiedt dus ten behoeve van de verkoper. De verwerkte goederen blijven onderworpen aan het eigendomsvoorbehoud tot zekerheid van de verkoper ten belope van de waarde van de goederen waarop het eigendomsvoorbehoud rust. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de nieuwe zaak die ontstaat door verwerking of vermenging van de voorbehouden goederen met andere goederen die niet aan de verkoper toebehoren, met dien verstande dat de verkoper mede-eigenaar wordt.

Verder staat in artikel 11 van de AGB dat het Duitse recht van toepassing is op de contractuele relatie.

2.4.

[gefailleerde] heeft op 17 december 2021 17.448 ton WPC 80, een bestanddeel van wei 30%, aan [eiser] verkocht tegen een koopsom van € 171.000,00. [eiser] en [gefailleerde] zijn daarbij overeengekomen dat betaling van deze WPC 80 zou plaatsvinden door verrekening met de vorderingen van [eiser] op [gefailleerde] genoemd in 2.2. In de door [eiser] op naam van [gefailleerde] gestelde ‘Einkaufbestätigung’ staat vermeld dat respectievelijk 7,28 MTO (ton) en 10,168 MTO (ton) WPC 80 is aangekocht.

2.5.

[gefailleerde] sloeg de door haar vervaardigde WPC 80 op bij een derde partij, [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ).

2.6.

[eiser] heeft een getuigenverklaring in het geding gebracht van [naam 1] . De verklaring luidt, voor zover in deze zaak van belang, als volgt:

Op 23 december 2021, dat wil zeggen net tegen kerstmis) heb ik telefonisch contact gehad met [bedrijf 1] . Dat is rond 13.00-14.00 uur geweest. Ik heb aan [bedrijf 1] aangegeven dat wij de 17 ton WPC 80 van [gefailleerde] hadden gekocht en [bedrijf 1] verzocht deze 17 ton WPC 80 vrij te geven voor ons althans deze op te slaan voor ons bedrijf.

Daarop deelde [bedrijf 1] mee dat [bedrijf 1] nog een vordering heeft op [gefailleerde] van ca. € 30.000,00 Op dezelfde 23. december 2021 heb ik intern overleg gevoerd met [naam 2] of wij als bedrijf deze Lagerkosten konden overnemen. Dat was het geval. Daarop heb ik direct de hierbij gevoegde verklaring van 23 december 2021 gemaakt ten behoeve van [bedrijf 1] . Deze verklaring hebben wij vervolgens aan [bedrijf 1] toegezonden.

2.7.

[eiser] heeft ook een getuigenverklaring in het geding gebracht van [naam 3] , destijds werkzaam bij [gefailleerde] De verklaring luidt, voor zover in deze zaak van belang, als volgt;

Tot het faillissement was ik werkzaam voor [gefailleerde] .

In dat kader bevestig ik dat ik op 17 december 2021 namens [gefailleerde] 17 ton WPC 80 heb verkocht aan [eiser] . (...)

Deze 17 ton WPC 80 had [gefailleerde] opgeslagen bij [bedrijf 1] .

Ik heb [bedrijf 1] op 23 december 2021 in de ochtend gebeld en hen medegedeeld dat [gefailleerde] de twee betreffende partijen van in totaal 17 ton WPC 80 had verkocht aan [eiser] . Ik heb [bedrijf 1] dan ook verzocht hiervan aantekening te maken en de opslag om te zetten op naam van [eiser] .

2.8.

In een door [eiser] in het geding gebracht bericht, gedateerd op 23 december 2021, staat het volgende vermeld:

Sehr geehrte Damen und Herren,

wie vereinbart übernehmen wir die Lagerkosten für [gefailleerde] .

Bitte übersenden Sie uns die Papiere der 17 Tonnen WPC 80.

2.9.

Op 28 december 2021 heeft [eiser] naar [bedrijf 1] een e-mail gestuurd met in de bijlage een ‘Einkaufbestätigung’ met als toelichting “Enclosed you will find our purchase contract.” Deze Einkaufbestätigung is vrijwel gelijk aan de Einkaufbestätigung genoemd in 2.4, met dien verstande dat de Einkaufbestätigung in de bijlage bij de e-mail van 28 december 2021 is gedateerd op 22 december 2021 en 7 MTO respectievelijk 10 MTO vermeldt als hoeveelheid verkochte WPC 80. Later die dag heeft [eiser] opnieuw een e-mail naar [bedrijf 1] gestuurd met de boodschap “please forget my previous mail. Enclosed once the confirmation.” In de bijlage bij die laatste e-mail bevindt zich het bericht genoemd in 2.8.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt:

  1. Primair om: zorg te dragen voor de vrijgave dan wel afgifte van 17.448 ton WPC 80 aan [eiser] , zulks voor [eiser] onder bijbetaling van een bedrag van € 20.755,14;

  2. Subsidiair, voor het geval de onder 1 bedoelde 17.448 ton inmiddels is verkocht, om: opdracht te geven voor de productie van 17.448 ton WPC 80 en er vervolgens voor zorg te dragen dat die nieuw geproduceerde 17.448 ton WPC 80 in eigendom wordt overgedragen aan [eiser] , zulks voor [eiser] onder bijbetaling van een bedrag van € 20.755,14;

  3. Meer subsidiair om;

a. zorg te dragen voor de teruglevering van de door [eiser] onder eigendomsvoorbehoud geleverde wei 30%;

b. zorg te dragen voor de betaling van de door [eiser] onder eigendomsvoorbehoud geleverde wei 30% zulks inclusief de daarover verschuldigde handelsrente;

4. Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair tot:

a. betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke incassokosten;

b. betaling van de kosten van de procedure.

3.2.

[eiser] legt de volgende stellingen ten grondslag aan haar vorderingen. Op de overeenkomsten met [gefailleerde] heeft [eiser] de AGB van toepassing verklaard. Dit staat vermeld op de opdrachtbevestiging. Op de achterzijde van de opdrachtbevestiging en de facturen staan de AGB afgedrukt. De AGB bepalen dat Duits recht van toepassing is. Het Duits recht kent, anders dan het Nederlands recht, de mogelijkheid van verlengd eigendomsvoorbehoud. Hierbij blijft het eigendomsvoorbehoud ook nog van toepassing als het product is verwerkt. Artikel 7.3 (zie 2.3) van de AGB is daarvan een voorbeeld. Omdat [gefailleerde] nooit heeft betaald voor de geleverde wei 30%, is [eiser] daarvan eigenaar gebleven, ook na verwerking tot WPC 80. Bovendien is [eiser] op grond van artikel 5:16 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) eigenaar van de WPC 80 geworden. Artikel 5:16 lid 2 BW is niet van toepassing omdat [gefailleerde] de WPC 80 niet voor zichzelf, maar in opdracht van [eiser] voor [eiser] heeft gevormd. Als lid 2 al van toepassing is, geldt in dit geval de tenzij-clausule, omdat de kosten die [gefailleerde] maakt gering zijn in verhouding met de waarde van de wei 30%.

3.3.

Verder geldt dat de bestelde WPC 80 op grond van artikel 3:115 aanhef en onder c BW, de levering traditio longa manu (hierna: LM), reeds was geleverd aan [eiser] vóór het faillissement van [gefailleerde] [eiser] had de WPC 80 gekocht van [gefailleerde] , maar [bedrijf 1] deed een beroep op haar retentierecht omdat ze nog een vordering had van € 30.000,00 op [gefailleerde] [eiser] heeft toen aan [bedrijf 1] aangeboden om deze vordering te betalen, waarna de WPC 80 LM aan haar is geleverd. Uit de getuigenverklaringen (zie 2.6 en 2.7) blijkt dat op 23 december 2021 aan [bedrijf 1] zowel door [eiser] als door [gefailleerde] de overdracht is medegedeeld. [bedrijf 1] is vanaf dat moment de 17.448 ton WPC 80 gaan houden voor [eiser] in plaats van voor [gefailleerde] Voor zover de door [eiser] gekochte WPC 80 al was geproduceerd maar nog niet was opgeslagen bij [bedrijf 1] , geldt dat de WPC 80 op grond van artikel 3:115 aanhef en onder a BW constitutum possessorium (hierna: CP) was geleverd vóór faillissement van [gefailleerde]

4 Het verweer

5 De beoordeling

6 De beslissing