Home

Rechtbank Gelderland, 15-08-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6832, C/05/401999 / HA RK 22-59

Rechtbank Gelderland, 15-08-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6832, C/05/401999 / HA RK 22-59

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15 augustus 2022
Datum publicatie
19 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:6832
Zaaknummer
C/05/401999 / HA RK 22-59

Inhoudsindicatie

AVG; BKR moet als verwerkingsverantwoordelijke de rechten van betrokkenen faciliteren; verwijderingsverzoek deels toegewezen en deels afgewezen.

Uitspraak

beschikking

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rekestnummer: C/05/401999 / HA RK 22-59

Beschikking van 15 augustus 2022

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [plaats] ,

verzoekster,

tegen

de stichting

STICHTING BUREAU KREDIET REGISTRATIE,

gevestigd te Tiel,

verweerster,

advocaat mr. H.H. de Vries te Amsterdam.

Partijen worden hierna [verzoekster] en BKR genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift met producties;

-

het verweerschrift met producties;

-

reactie op verweerschrift met producties;

-

de pleitaantekeningen van BKR,

-

de mondelinge behandeling op 23 mei 2022 waarvan proces-verbaal is opgemaakt en de voortzetting op 4 juli 2022, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden. Verschenen zijn [verzoekster] en namens BKR de heren [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , bijgestaan door mr. De Vries, voornoemd.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2 Waar gaat het in deze zaak om?

2.1.

In deze procedure gaat het om de vraag of BKR de bijzonderheidscoderingen van de registratie van de Volksbank op naam van [verzoekster] uit het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) moet verwijderen. De achtergrond van deze zaak is als volgt.

2.2.

In mei 2000 is [verzoekster] een overeenkomst van geldlening met hypotheekstelling aangegaan met DBV Levensverzekeringsmaatschappij N.V. (hierna: DBV). Het offertenummer dat vermeld staat in de offerte voor het DBV Hypotheekplan is 258.948.000.

2.3.

Op 9 januari 2019 is een brief gestuurd naar [verzoekster] die is ondertekend namens de Volksbank en Reaal. In deze brief staat onder meer:

Leningnummer

[nummer]

(...)

U heeft een DBV Finance hypotheek. Zoals u gewend bent, regelt [betrokkene 3] alle praktische zaken rondom uw huidige hypotheek. [betrokkene 3] voerde deze werkzaamheden uit samen met Reaal. Inmiddels heeft de Volksbank de activiteiten (vorderingen, rechten en verplichtingen) van Reaal met betrekking tot uw hypotheek overgenomen.

(...)

2.4.

In het CKI staat op naam van [verzoekster] de volgende registratie:

____________________________________________________

Aanbieder de Volksbank N.V. h.o.d.n. DBV Finance

Bedrag € 0

Overeenkomstnummer [nummer]

Kredietsoort Hypotheek eigen woning

Registratiedatum 03-07-2017

Eerste aflossing 01-07-2017

Verwachte einddatum

Werkelijke einddatum 04-01-2019

Bijzonderheden

01-07-2017 A Achterstand

31-07-2018 2 Opeising

(...)

2.5.

Op 24 januari 2022 heeft [verzoekster] per e-mail aan BKR informatie gevraagd, waarin zij onder meer schrijft:

In opgemelde zaak heeft u een kredietoverzicht toegezonden (...) waar op pg 2 een overeenkomstnummer [nummer] wordt gemeld van de Volksbank NV, met een bedrag van € 0,- en een codering A2, maar dat is volstrekt onmogelijk. Ik heb nog NOOIT een overeenkomst afgesloten met de Volksbank NV., noch op andere wijze ben ik klant geweest van de Volksbank NV

Ik heb de afdeling privacy van de Volksbank NV reeds verzocht onderzoek te doen naar de verwerking van mijn persoonsgegevens en daaruit blijkt dat ik niet bekend ben (geweest) bij de Volksbank NV, bij geen enkel merk (...) Mijn vraag aan BKR is nu, hoe komt u aan deze melding in de BKR?

Op grond van bovenstaande verzoek ik u mij nader te informeren terzake de melding van deze overeenkomst in de BKR (...)

2.6.

Op 25 januari 2022 stuurt een medewerker van Customer Service van BKR een reactie, waarin onder meer staat:

Je geeft aan dat je registratie niet juist is omdat je nooit klant bent geweest bij de Volksbank. (...) Daarnaast verzoek je om het recht om vergeten te worden.

Ik leg beide verzoeken graag uit.

Wij kunnen zelf de registratie niet aanpassen, dat kan alleen de Volksbank zelf.

(...)

Je geeft aan dat je op basis van de AVG Wet per direct uit het systeem gehaald wilt worden en verwijst naar het recht om vergeten te worden. Het recht om vergeten te worden (wissen van gegevens) geldt niet voor het wettelijk stelsel van kredietregistraties. Hiervoor geldt het zogeheten gerechtvaardigd belang. (...)

Mochten er nog vragen zijn over de bemiddeling of het recht om vergeten te worden, verneem ik dit graag.

2.7.

Op diezelfde dag stuurt [verzoekster] een e-mail die zij richt aan de afdeling Privacy van BKR, waarin zij eindigt met:

Ik verzoek u derhalve een beslissing op het verwijderingsverzoek ex art 17 lid 1d AVG te nemen

2.8.

Per e-mail van 2 februari 2022 schrijft de klachtencoördinator van Customer Service van BKR aan [verzoekster] :

Wij hebben inmiddels contact gehad met de Volksbank en zij geven bijgaande uitleg;

Het contractnummer [nummer] is een hypotheeknummer van de DBV Finance portefeuille. Deze portefeuille wordt extern geadministreerd bij hypotheekservicer [betrokkene 3] (...)

Verzekeraar DBV is in het verleden overgenomen door de SNS Reaal groep. Toen is DBV Finance een handelsnaam van SNS Bank geworden, waarvan later de naam is gewijzigd in de Volksbank.

Deze hypotheek is in mei 2000 verstrekt en in januari 2019 afgelost. Begin 2019 is er een brief mede namens de Volksbank naar de DBV klanten verstuurd. [betrokkene 3] zal de klantgegevens na de wettelijke bewaarplicht wissen/anonimiseren.

Dit betekent dat er wel degelijk een contract is, waardoor de registratie terecht is en niet verwijderd kan worden. Deze wordt automatisch verwijderd 5 jaar na het sluiten van de registratie. In dit geval wordt deze verwijderd op 04-01-2024.

Als je nog vragen hebt over de afgeloste hypotheek, kan je hiervoor bij [betrokkene 3] terecht. (...)

2.9.

Als reactie op dit bericht stuurt [verzoekster] op dezelfde dag een e-mail aan de afdeling Privacy waarin zij verzoekt om een jurist naar haar verwijderingsverzoek te laten kijken.

2.10.

Op 4 februari 2022 stuurt een medewerker van de Customer Service van BKR een e-mail aan [verzoekster] , waarin onder meer staat:

(...)

Naar aanleiding tot uw verzoek tot verwijdering van uw persoonsgegevens op grond van artikel 17 lid 1 sub d Algemene Verordening Gegevensbescherming heb ik contact opgenomen met onze Afdeling Legal. Tevens heb ik contact opgenomen met de Volksbank. Ik kan u hierover het volgende berichten.

Reactietermijn

Het is goed eerst te vermelden dat de Stichting BKR op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming binnen 1 maand op uw verzoek moet. U heeft uw verzoek ingediend op 25 januari jl. en daarmee is de reactietermijn voor Stichting BKR nog niet verstreken.

(...)

Volksbank

(...) De Volksbank heeft aangegeven dat er een hypotheekovereenkomst tussen haar rechtsvoorganger DBV Hypotheek en u is gesloten. U betwist dit echter. Ik heb daarom (...) verzocht om toezending van een kopie van de hypotheekovereenkomst. (...) Helaas moet ik u meedelen, dat de Volksbank heeft aangegeven dat zij om privacyoverwegingen de overeenkomst met Stichting BKR mag delen en dat u deze zelf moet opvragen.

Dat betekent dat Stichting BKR op dit moment geen beoordeling van uw verzoek kan doen, omdat zij niet beschikt over de onderliggende stukken. Indien u een beoordeling van uw verzoek toch door ons wil laten doen, dan dient u ons schriftelijk te machtigen om uw dossier bij de Volksbank op te vragen. (...)

2.11.

[verzoekster] geeft als reactie dat de zaak bij de juridische afdeling ligt en dat zij niet meer reageert op berichten van Customer Service van BKR. Daarop stuurt een medewerker van Customer Service op 8 februari 2022 een e-mail waarin onder meer staat:

In uw bericht geeft u aan dat uw zaak bij de juridische afdeling ligt. Wellicht is hier sprake van verwarring (...) Maar om dit helder te krijgen benadruk ik dat op dit moment er geen beoordeling bij de juridische afdeling binnen BKR van uw zaak in behandeling is.

Bij deze verwijs ik u en herhaal ik hieronder een gedeelte uit de eerdere email:

Dat betekent dat Stichting BKR op dit moment geen beoordeling van uw verzoek kan doen, omdat zij niet beschikt over de onderliggende stukken. Indien u een beoordeling van uw verzoek toch door ons wil laten doen, dan dient u ons schriftelijk te machtigen om uw dossier bij de Volksbank op te vragen. (...)

2.12.

Per e-mail van 8 februari 2022 reageert [verzoekster] op deze mail en schrijft zij onder meer:

(...) maar ik moet BKR alleen nog de gelegenheid te reageren op het verzoekschrift ex art 17 lid 2 AVG. (...)

2.13.

Op 18 februari 2022 stuurt een medewerker van Customer Service van BKR een e-mail aan [verzoekster] , waarin onder meer staat:

Bij deze een laatste bevestiging dat wij niet kunnen voldoen aan uw verzoek om de registratie te verwijderen.

BKR is er slechts verantwoordelijk voor dat de gegevens in het CKI een accurate weerspiegeling zijn van hetgeen door de kredietaanbieders is aangeleverd. BKR kan de accuraatheid van kredietovereenkomsten en bijzonderheidscoderingen niet controleren, BKR is namelijk niet betrokken bij de totstandkoming en afhandeling van de kredietovereenkomsten en beschikt niet over de dossiers.

Geconcludeerd roep BKR u op om het verzoek aan BKR te staken en u tot de kredietaanbieder te richten.

2.14.

Op 16 maart 2022 stuurt [verzoekster] een e-mail gericht aan de juridische afdeling van BKR, waarin zij onder meer schrijft:

In opgemelde zaak heb ik gecorrespondeerd met een aantal medewerkers van Customer Services, maar dat heeft tot niets geleid. Ten behoeve van de verzoekschrift procedure ex art 17 lid 1d jo 21 AVG (...) en het gegeven dat de medewerkers eerder een volstrekt onjuist toetsingskader gehanteerd hebben, wil ik u nog de gelegenheid bieden zelf op het verzoek te reageren.

(...)

Op grond van bovenstaande stel ik u nog tot en met vrijdag a.s. in de gelegenheid specifiek op de gronden van het verzoekschrift te reageren, dan kan ik dat verweer meenemen in het verzoekschrift (...)

2.15.

Op 17 maart 2022 stuurt een medewerker van Customer Service van BKR een e-mail waarin onder meer staat:

Bij deze moet ik wederom bevestigen dat wij niet akkoord gaan met jouw verzoek tot verwijderen van de registratie van de Volksbank.

Op 27 januari hebben wij bijgaande mail ontvangen van de Volksbank. Zij bevestigen dat er wel degelijk een contract is.

(...)

De inhoud van deze mail is in samenspraak gegaan met onze juridische afdeling.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoekster] verzoekt de rechtbank primair om BKR te bevelen om de kredietregistratie van 3 juli 2017 per 3 juli 2022 te verwijderen. Dit verzoek heeft [verzoekster] op de mondelinge behandeling van 4 juli 2022 ingetrokken. Subsidiair verzoekt zij om BKR te bevelen de bijzonderheidscoderingen van deze registratie (hierna: de bijzonderheidscoderingen) onverwijld te verwijderen op straffe van een dwangsom en met veroordeling van BKR in de proceskosten.

3.2.

[verzoekster] legt aan haar verzoek ten grondslag dat de registratie van de bijzonderheidscoderingen onrechtmatig is en daarom op grond van artikel 17 lid 1 onder d AVG verwijderd dient te worden door BKR. Volgens [verzoekster] is zij niet bekend met de overeenkomst die staat geregistreerd en is zij geen klant bij de Volksbank en is er geen sprake van een achterstand, waardoor de registratie onrechtmatig is. Daarnaast maakt [verzoekster] bezwaar tegen deze verwerking van haar persoonsgegevens op grond van artikel 21 AVG en het recht op verwijdering op grond van artikel 17 lid 1 onder c AVG.

3.3.

Volgens BKR is [verzoekster] niet ontvankelijk in haar verzoek, omdat het verzoekschrift niet binnen de termijn van artikel 35 Uitvoeringswet op de AVG (UAVG) is ingediend. BKR voert daarnaast aan dat zij verwijderverzoeken niet in behandeling hoeft te nemen, dan wel mag afwijzen, omdat de rechtmatigheid van bijzonderheidscoderingen niet onder de verwerkingsverantwoordelijkheid valt van BKR, maar onder die van de kredietaanbieder die de gegevens in het CKI heeft geregistreerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing