Rechtbank Gelderland, 25-04-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:2660, C/05/418157 / KG ZA 23-133
Rechtbank Gelderland, 25-04-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:2660, C/05/418157 / KG ZA 23-133
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 25 april 2023
- Datum publicatie
- 22 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2023:2660
- Zaaknummer
- C/05/418157 / KG ZA 23-133
Inhoudsindicatie
Kort geding. Heeft gemeente voldaan aan voorwaarden die gelden voor uitzondering op verplichting tot doorlopen openbare selctieprocedure mbt verkoop perceel grond, zoals door de Hoge Raad geformuleerd in het Didam-arrest? Vorderingen afgewezen.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/418157 / KG ZA 23-133
Vonnis in kort geding van 25 april 2023
in de zaak van
[eis.hfdz./verw.inc.] ,
te [plaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eis.hfdz./verw.inc.] ,
advocaten: mr. P.A.J. Huijbregts en mr. R. van Rijswijk te 's-Hertogenbosch,
tegen
GEMEENTE ZALTBOMMEL,
te Zaltbommel,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Gemeente Zaltbommel,
advocaat: mr. J.P.M. van Beers,
in welke zaak zich wenst te voegen aan de zijde van Gemeente Zaltbommel:
[eis.inc.] ,
te [plaats] ,
eiseres in het incident,
hierna te noemen: [eis.inc.] ,
advocaat: mr. E.W.F. Schotanus.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot voeging ex artikel 217 Rv - de mondelinge behandeling op 25 april 2023 - de pleitnota van [eis.hfdz./verw.inc.] - de pleitnota van Gemeente Zaltbommel
- de pleitnota van [eis.inc.] .
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 25 april 2023 een kopstaartvonnis gewezen. De feiten en de motivering waarop de in dit vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd.
2 De feiten
Op 15 juli 2008 zijn [eis.hfdz./verw.inc.] en Gemeente Zaltbommel een samenwerkingsovereenkomst met elkaar aangegaan met als doel de realisatie van een bedrijventerrein [naam terrein] in [plaats] . In de samenwerkingsovereenkomst heeft [eis.hfdz./verw.inc.] zich onder andere verplicht om verschillende percelen op dat terrein bouwrijp te maken en deze ter beschikking te stellen aan Gemeente Zaltbommel.
Op 17 december 2015 hebben partijen de samenwerkingsovereenkomst gewijzigd door middel van een allonge. Daarbij zijn onder andere de percelen gewijzigd die [eis.hfdz./verw.inc.] bouwrijp aan Gemeente Zaltbommel ter beschikking zal stellen.
De considerans van de allonge luidt onder meer als volgt:
“(...)
-
Partijen stellen vast dat de uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst voor de realisatie van het bedrijventerrein [naam terrein] (...) van 15 juli 2008 (verder te noemen: de Overeenkomst) achterblijft op de verwachtingen van partijen.
-
Vanwege gewijzigde omstandigheden hebben partijen geconstateerd dat een onverkorte uitvoering van de Overeenkomst niet meer aan de orde is.
-
(...)”
Op de tweede tekening in bijlage 3 bij de allonge is weergegeven op welk perceel grond de verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst zien. De huidige kadastrale aanduiding van het perceel van circa 10.000 m2 is – na enige verkaveling – [plaats] [kad.gegevens] (hierna: het Perceel).
De overige percelen van het bedrijventerrein zijn of waren eigendom van [eis.hfdz./verw.inc.] . [eis.hfdz./verw.inc.] wilde ook het Perceel verwerven. Gemeente Zaltbommel wilde het echter aan [eis.inc.] gunnen. In verband hiermee is in artikel 13.4 van de allonge bepaald:
“Bij verkoop van de in artikel 3.2 genoemde gronden door de Gemeente anders dan aan de beide partijen bij het ondertekenen van de overeenkomst bekende gegadigde (te weten [betrokkene 1] of een gelieerde vennootschap waarin [betrokkene 1] belang heeft) of indien deze bekende gegadigde binnen één jaar na onherroepelijk worden van de bestemmingswijziging geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot aankoop, verleent de Gemeente aan [eis.hfdz./verw.inc.] een eerste recht tot aankoop. Dit recht kan worden benut gedurende drie maanden, te rekenen vanaf de datum dat de Gemeente bij aangetekend schrijven aan [eis.hfdz./verw.inc.] van de voorgenomen verkoop op de hoogte gesteld heeft. De voormelde optie vervalt op het moment dat [eis.hfdz./verw.inc.] bij aangetekend schrijven verklaart af te zien van aankoop van het gehuurde of eerdergenoemde termijn van drie maanden wordt overschreden.
(...)”
Op verzoek van Gemeente Zaltbommel heeft [eis.hfdz./verw.inc.] ermee ingestemd dat de termijn waarbinnen het voor [eis.inc.] mogelijk was om het Perceel aan te kopen, werd verlengd tot 24 april 2021.
Op 22 april 2021 heeft Gemeente Zaltbommel [eis.hfdz./verw.inc.] bericht dat [eis.inc.] het Perceel heeft aangekocht.
Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [eis.hfdz./verw.inc.] op 30 november 2021 conservatoir beslag tot levering en conservatoir verhaalsbeslag laten leggen op het Perceel.
Op 13 december 2021 heeft [eis.hfdz./verw.inc.] Gemeente Zaltbommel gedagvaard voor de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch (zaaknummer C/01/1377530 / 21-850). Primair vordert [eis.hfdz./verw.inc.] een verklaring voor recht dat zij op grond van artikel 13.4 van de allonge het eerste recht tot aankoop van het Perceel heeft verworven en dat dit recht haar toekomt. Verder vordert [eis.hfdz./verw.inc.] nakoming (door Gemeente Zaltbommel) van artikel 13.4 van de samenwerkingsovereenkomst, in die zin dat Gemeente Zaltbommel wordt veroordeeld het voornemen tot verkoop aan [eis.hfdz./verw.inc.] per aangetekend schrijven kenbaar te maken op straffe van een dwangsom. Voorts vordert [eis.hfdz./verw.inc.] om, indien Gemeente Zaltbommel het Perceel in eigendom heeft overgedragen aan een ander dan [eis.hfdz./verw.inc.] , Gemeente Zaltbommel te veroordelen tot betaling van de in artikel 13.4 onder c van de samenwerkingsovereenkomst opgenomen boete. Subsidiair vordert [eis.hfdz./verw.inc.] betaling van de boete ter hoogte van de verkoopsom van het Perceel, dan wel ter hoogte van de marktconforme koopsom van het Perceel. In deze procedure is een mondelinge behandeling gepland op 16 juni 2023.
Op 6 maart 2023 heeft [eis.inc.] [eis.hfdz./verw.inc.] gedagvaard in kort geding voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch. [eis.inc.] vorderde, kort samengevat, opheffing van de op het Perceel gelegde beslagen. Bij vonnis van 11 april 2023 heeft de voorzieningenrechter deze vordering toegewezen.
Eveneens op 6 maart 2023 is [eis.inc.] een kort geding gestart tegen Gemeente Zaltbommel. [eis.inc.] vorderde, kort samengevat, de veroordeling van Gemeente Zaltbommel tot het verlenen van medewerking aan de levering van het Perceel. Bij vonnis van 11 april 2023 heeft de voorzieningenrechter deze vordering toegewezen.
In beide kortgedingvonnissen is onder de feiten geciteerd uit correspondentie tussen Gemeente Zaltbommel en [eis.inc.] van 16, 21 en 22 april 2021, waarin Gemeente Zaltbommel [eis.inc.] twee mogelijkheden biedt tot koop van het Perceel, [eis.inc.] vervolgens aan Gemeente Zaltbommel bericht dat zij instemt met de tweede mogelijkheid en Gemeente Zaltbommel ten slotte aan [eis.inc.] laat weten het fijn te vinden dat zij tot overeenstemming zijn gekomen. In het hierboven onder 2.9 bedoelde kortgedingvonnis heeft de voorzieningenrechter overwogen dat [eis.inc.] en Gemeente Zaltbommel op 21 april 2021 overeenstemming hadden over het te (ver)kopen object en over de prijs en dat genoemde partijen tijdens de mondelinge behandeling in die procedure hebben bevestigd dat er voor 24 april 2021 een bindende koopovereenkomst tot stand is gekomen waarvan partijen over en weer tot nakoming verplicht zijn. Verder staat in beide kortgedingvonnissen onder de feiten vermeld dat op 29 november 2021 de uitgewerkte koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen met betrekking tot de verkoop door Gemeente Zaltbommel aan [eis.inc.] van het Perceel en de verkoop door [eis.inc.] aan Gemeente Zaltbommel van het terrein waarop [eis.inc.] (tot op heden) is gevestigd.
Op 18 april 2023 heeft Gemeente Zaltbommel in het Gemeenteblad haar voornemen aangekondigd het Perceel op 24 april 2023 te leveren aan [eis.inc.] . Daarbij heeft zij vermeld dat sprake is van grondruil: het door Gemeente Zaltbommel aan [eis.inc.] verkochte perceel wordt geruild tegen het huidige perceel van [eis.inc.] .
Tijdens de zitting op 25 april 2023 heeft Gemeente Zaltbommel verklaard dat de levering van het Perceel aan [eis.inc.] is gepland op 1 mei 2023.
3 Het incident tot voeging
[eis.inc.] heeft gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van Gemeente Zaltbommel. Op de zitting hebben [eis.hfdz./verw.inc.] en Gemeente Zaltbommel verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voeging. [eis.inc.] is vervolgens toegelaten als voegende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Verder is niet gebleken dat de voeging aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
In het incident is geen van partijen te beschouwen als de in het ongelijk gestelde partij. De rechtbank zal daarom de proceskosten tussen hen compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.