Home

Rechtbank Gelderland, 09-08-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4565, ARN 21-3289

Rechtbank Gelderland, 09-08-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4565, ARN 21-3289

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
9 augustus 2023
Datum publicatie
22 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2023:4565
Zaaknummer
ARN 21-3289

Inhoudsindicatie

Bestuurlijke boete op grond van de Meststoffenwet voor het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht.

Uit onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland blijkt dat in 2016 zes vrachten ‘koek na mestscheiding’ van eiser zijn geregistreerd. Een van de zes afgevoerde vrachten laat een fosfaatgehalte zien boven de absolute technische bovengrens, die is vastgesteld door Wageningen University & Research. Dit is volgens de minister niet mogelijk zonder manipulatie van het desbetreffende monster. De minister heeft daarom de analysewaarde van de afgevoerde zesde vracht mest op nihil gezet bij de beoordeling of eiser heeft voldaan aan zijn mestverwerkingsplicht. De minister baseert deze redenering op artikel 3, eerste lid, van de Meststoffenwet. De tekst of de wetsgeschiedenis van artikel 3, eerste lid, van de Meststoffenwet dwingt echter niet tot deze (alles of niets) uitleg. Een redelijke uitleg van artikel 3, eerste lid, van de Meststoffenwet brengt met zich dat na het wegdenken van de schijnconstructie wordt vastgesteld wat de werkelijke situatie is, of – indien exacte vaststelling niet (meer) mogelijk is – een beredeneerde schatting wordt gemaakt van deze werkelijkheid. Omdat de minister niet heeft vastgesteld wat de werkelijke situatie is, staat het niet vast dat bij berekening of schatting van de werkelijk afgevoerde hoeveelheid mest van de vracht ook niet is voldaan aan de mestverwerkingsplicht. Omdat niet vaststaat dat sprake is van een overtreding kan hiervoor geen boete aan eiser worden opgelegd. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 21/3289

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2023

in de zaak tussen

[Eiser A] , uit [plaats B] , eiser

(gemachtigde: mr. J.J. van Heijningen),

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

(gemachtigde: mr. A.H. Spriensma)

Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:

de Staat der Nederlanden (de minister voor Rechtsbescherming), derde partij.

Inleiding

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep