Home

Rechtbank Gelderland, 01-02-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:479, 399314

Rechtbank Gelderland, 01-02-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:479, 399314

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
1 februari 2023
Datum publicatie
8 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2023:479
Zaaknummer
399314

Inhoudsindicatie

erfrecht

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: C/05/399314 / HZ ZA 22-42

Vonnis van 1 februari 2023

in de zaak van

[eis.conv/verw.reconv.] ,

wonende te [plaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [eis.conv/verw.reconv.] ,

advocaat: mr. T. Proper te Alkmaar,

tegen

[ged.conv./eis.reconv.] ,

wonende [plaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

hierna te noemen: [ged.conv./eis.reconv.] ,

advocaat: mr. J. van Berk te Nijmegen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 september 2022 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 november 2022.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn de kinderen van [naam vader] (hierna te noemen: vader) en [naam moeder] (hierna te noemen: moeder).

2.2.

Vader is op [overlijdensdatum vader] overleden. Bij testament van 16 maart 1978 (productie 1 van [ged.conv./eis.reconv.] ) heeft vader over zijn nalatenschap beschikt, op grond waarvan moeder alle tot zijn nalatenschap behorende activa en passiva verkreeg en partijen in verband met overbedeling van moeder recht kregen op een uitkering in contanten ten laste van moeder ten bedrage van het aan hen toekomende erfdeel. Daarnaast is aan moeder een levenslang vruchtgebruik gelegateerd van de erfdelen van partijen.

2.3.

Op 6 maart 2018 heeft de belastingdienst in de uitspraak op bezwaar (productie 4B van [eis.conv/verw.reconv.] ) opgenomen dat het totaal te verdelen saldo in de nalatenschap van vader € 290.885,00 bedraagt en dat het erfdeel van [eis.conv/verw.reconv.] , [ged.conv./eis.reconv.] en moeder een derde daarvan bedraagt, zijnde € 96.962,00.

2.4.

Moeder is op [overlijdensdatum moeder] overleden. Moeder heeft bij testament van 16 maart 1978 over haar nalatenschap beschikt. Op grond van haar testament zijn partijen de erfgenamen van moeder, ieder voor de helft. Partijen hebben de nalatenschap van moeder zuiver aanvaard (productie 1B van [eis.conv/verw.reconv.] ).

2.5.

Door (en namens) partijen is na het overlijden van moeder in 2018 en 2019 overleg gevoerd over de verdeling van de nalatenschap van moeder (hierna: de nalatenschap). De advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] heeft veelvuldig gecorrespondeerd met [ged.conv./eis.reconv.] over onder meer de verkoop van de tot de nalatenschap behorende woning (hierna: de woning) en verdeling van de inboedel (onder meer producties 6 t/m 15 van [eis.conv/verw.reconv.] ).

2.6.

In het voorjaar van 2020 is de woning verkocht. Bij brieven van 6 en 28 april, 31 mei en 24 juni 2020 heeft [eis.conv/verw.reconv.] [ged.conv./eis.reconv.] onder meer verzocht om te overleggen over de datum van overdracht en het leeghalen van de woning en verdeling van sieraden (productie 16 van [eis.conv/verw.reconv.] ). Op 31 mei 2020 heeft [eis.conv/verw.reconv.] [ged.conv./eis.reconv.] onder meer bericht dat zij van de kopers heeft begrepen dat [ged.conv./eis.reconv.] niet meewerkt aan een overdracht begin juli en dat zij dat treurig en onbegrijpelijk vindt en dat zij door gebrek aan antwoorden van [ged.conv./eis.reconv.] op de door haar gestelde vragen geen afspraken met hem kan maken om de afwikkeling van de nalatenschap te bevorderen. Op 24 juni 2020 heeft [eis.conv/verw.reconv.] onder meer het volgende aan [ged.conv./eis.reconv.] geschreven:

“(...)

Tot u toe herhaal je in de contacten slechts jouw eis “er mogen geen spullen uit het ouderlijk huis worden verplaatst”. Dit kan ik niet accepteren. De tijd schrijdt voort en mijn agenda vraagt het om zaken te plannen. Ik kan niet pas in augustus met het leegmaken van het huis beginnen.

(... opsomming van door [eis.conv/verw.reconv.] ondernomen acties om de woning leeg en schoon te maken, rb)

Als mede-erfgenaam roep ik jou op om actie te ondernemen in het leegmaken van het huis en over de voortgang duidelijkheid te verschaffen.

(...)”

2.7.

In augustus 2020 is de woning overgedragen aan de kopers. [eis.conv/verw.reconv.] heeft bij brief van 11 september 2020 (productie 44 van [eis.conv/verw.reconv.] ) aan [ged.conv./eis.reconv.] bericht dat bij de eindinspectie van de woning is gebleken dat de CV-ketel defect was, dat de kopers daarna een reparatie-offerte hebben laten opmaken die uitkomt op € 1.115,87 maar dat zij met de kopers tot de afspraak is gekomen om hen € 400,00 te betalen als tegemoetkoming in de kosten van een nieuwe ketel. Bij brief van 18 oktober 2020 heeft [eis.conv/verw.reconv.] aan [ged.conv./eis.reconv.] bericht dat zij, bij gebrek aan reactie van [ged.conv./eis.reconv.] op haar vraag en die van de makelaar, het bedrag van € 400,00 heeft voorgeschoten en dat het bedrag verrekend dient te worden bij de verdeling. Daarnaast heeft [eis.conv/verw.reconv.] voorgesteld om over te gaan tot verdeling van het saldo op de ervenrekening op basis van 50%-50% en [ged.conv./eis.reconv.] verzocht met zijn verdelingsvoorstel te komen.

2.8.

Bij brief van 14 februari 2021 heeft [eis.conv/verw.reconv.] [ged.conv./eis.reconv.] bericht dat vanaf 1 maart 2021 negatieve rente aan de bank dient te worden betaald over het saldo op de ervenrekening en dat het ook om die reden goed is om tot verdeling over te gaan (productie 17 van [eis.conv/verw.reconv.] ).

2.9.

Bij brief van 27 februari 2021 (productie 8 van [ged.conv./eis.reconv.] ) heeft [eis.conv/verw.reconv.] [ged.conv./eis.reconv.] bericht:

“(...)

Via de bank heb ik jouw verzoek gekregen om een deel van de nalatenschap te verdelen en verder beide rekeningen met max 250.000 euro te laten staan.

Mijn standpunt rondom de verdeling blijft onveranderd:

1. We verdelen in 1 keer alles en gaan dus niet in partjes de nalatenschap verdelen. (...)

2. We verdelen op basis van gelijkwaardigheid.

(...)

Ik zie jouw voorstel tegemoet (...)”

2.10.

Bij brief van 22 juni 2021 (productie 19 van [eis.conv/verw.reconv.] ) heeft de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] als volgt aan [ged.conv./eis.reconv.] bericht:

“(...)

Na een lang traject is de tot de nalatenschap behorende woning te [plaats] uiteindelijk verkocht en op 28 augustus 2020 geleverd. Omdat u niet tot overeenstemming kon komen over de verdeling van het saldo van de nalatenschap, is de verkoopopbrengst gestort op de ervenrekening. Op die ervenrekening (...) staat per 9 juni 2021 een bedrag van in totaal € 618.739,39 geparkeerd. In dat bedrag zijn u en uw zus gerechtigd.

Voorafgaande aan de levering heeft cliënte u via de notaris voorgesteld het na overdracht totaal beschikbare bedrag te delen door twee. U bent daarmee niet akkoord gegaan en heeft richting cliënte in het geheel niet gereageerd.

(...)

Hierbij stel ik namens cliënte andermaal voor het beschikbare saldo 50-50 te verdelen (...), onder de voorwaarde dat de kosten van uw uitvaartpolis die na het overlijden blijvend van de rekening van moeder zijn voldaan, door u op die rekening zijn teruggestort en u het fotoboek van cliënte met haar babyfoto’s ter hand stelt voor het dupliceren daarvan. Na duplicatie ontvang u het boek terug. Indien en voor zover u de kosten van uw eigen uitvaartverzekering niet zelf zou hebben gedragen, dient dit te worden verrekend met het saldo van de verdeling.

Hoewel cliënte eerder aanspraak heeft gemaakt op verrekening van kosten en betaalde lasten, zoals ten behoeve van u gemaakte (gebruiks)kosten van de woning, een gebruiksvergoeding als zodanig, vergoeding van onnodig gemaakte kosten et cetera, komt cliënte een 50-50 verdeling – mede van uit proceseconomische redenen – nog altijd constructief voor. (...)

Ik verzoek u – en voor zover nodig sommeer ik u – om mij binnen tien dagen na dagtekening dezes te berichten of u zich met het hierboven geformuleerde voorstel kunt verenigen. (...)”

2.11.

Bij brief van 26 juni 2021 (productie 20 van [eis.conv/verw.reconv.] ) heeft [ged.conv./eis.reconv.] aan [eis.conv/verw.reconv.] gereageerd. Hij heeft – kort samengevat – beschreven hoe hij verschillende fases in zijn leven heeft ervaren en medegedeeld dat hij door zijn leven en gezondheid niet bestand is tegen de harde opstelling van [eis.conv/verw.reconv.] en niet in staat is de nalatenschap af te wikkelen op de manier waarop het tot dan toe gaat. Hij heeft meer tijd verzocht voor het doen van een verdelingsvoorstel.

2.12.

Bij brief van 6 juli 2021 (productie 21 van [eis.conv/verw.reconv.] ) heeft de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] [ged.conv./eis.reconv.] bericht dat [eis.conv/verw.reconv.] niet met hem over het verleden wil praten, dat de nalatenschap drie jaar ervoor is opengevallen en juridisch overzichtelijk is. [ged.conv./eis.reconv.] is verzocht binnen 5 dagen te reageren op het eerder gedane voorstel. Ten slotte is aangekondigd dat bij gebreke van een toereikende reactie van [ged.conv./eis.reconv.] een verdelingsprocedure aanhangig zal worden gemaakt.

2.13.

Na verdere correspondentie tussen [ged.conv./eis.reconv.] en de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] in juli 2021 (producties 22 t/m 24 van [eis.conv/verw.reconv.] ) heeft [ged.conv./eis.reconv.] bij brief van 14 augustus 2021 een voorstel gedaan (productie 25 van [eis.conv/verw.reconv.] ), naar aanleiding waarvan tussen de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] en [ged.conv./eis.reconv.] in de periode september 2021 tot en met januari 2022 veelvuldig is gecorrespondeerd (productie 26 tot en met 32 van [eis.conv/verw.reconv.] ). Omdat partijen niet tot overeenstemming over de verdeling zijn gekomen heeft de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] bij brief van 12 januari 2022 aan [ged.conv./eis.reconv.] bericht dat [eis.conv/verw.reconv.] akkoord gaat met betaling van de vordering van partijen in de nalatenschap als gevolg van het overlijden van vader en dat zij opdracht aan de bank zal geven tot die betaling. Ten slotte heeft de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] op 12 januari 2022 bericht dat zij, gelet op de correspondentie, geen andere mogelijkheid ziet dan een procedure aanhangig te maken.

2.14.

Bij brief van 26 januari 2022 (productie 6 van [ged.conv./eis.reconv.] ) heeft [ged.conv./eis.reconv.] de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] verzocht de dagvaarding nog niet aan te brengen of in te trekken omdat hij wil overleggen over een minnelijk voorstel. Bij brief van 27 januari 2022 (productie 7 van [ged.conv./eis.reconv.] ) heeft de advocaat van [eis.conv/verw.reconv.] daarop gereageerd dat de dagvaarding zal worden aangebracht maar dat het [ged.conv./eis.reconv.] vrij staat een schriftelijk voorstel te doen waarop gereageerd zal worden als dat de indruk wekt dat er alsnog tot een vergelijk kan worden gekomen.

2.15.

Op 14 februari 2022 heeft [eis.conv/verw.reconv.] op haar vraag aan mevrouw [naam adviseur] , adviseur bij de Regiobank, of [ged.conv./eis.reconv.] gehoor heeft gegeven aan haar verzoek om het erfdeel van vader te laten uitbetalen, een e-mailbericht ontvangen van Van Geel (productie 34 van [eis.conv/verw.reconv.] ) met de mededeling dat [ged.conv./eis.reconv.] zich tot dat moment nog niet bij de bank heeft gemeld met een verzoek tot uitbetaling daarvan aan partijen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eis.conv/verw.reconv.] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat de vordering die is ontstaan als gevolg van het overlijden van vader uit de beschikbare banksaldi wordt betaald, aldus dat aan zowel [eis.conv/verw.reconv.] als [ged.conv./eis.reconv.] een bedrag toekomt van € 96.962,00;

II. de verdeling vast te stellen aldus dat de – na uitbetaling van de onder I genoemde vorderingen – totaal resterende banksaldi gelijk tussen partijen worden verdeeld/betaald onder verrekening van de bedragen zoals onder punt 56 tot en met 62 van de dagvaarding genoemd, althans door de rechtbank te bepalen bedragen, althans de verdeling vast te stellen op een door de rechtbank te bepalen wijze;

III. [ged.conv./eis.reconv.] te veroordelen om zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van hetgeen door de rechtbank op de vorderingen onder I en II is beslist en om het nadien resterende saldo op de rekeningen conform de vastgestelde verdeling uit te betalen, althans om hem te veroordelen zijn medewerking te verlenen aan de feitelijke uitvoering van de verdeling van de nalatenschap, althans de feitelijke uitvoering van de opdracht tot betalingen, door het verrichten van alle daartoe benodigde rechtshandelingen;

IV. [ged.conv./eis.reconv.] te veroordelen het fotoboek met de babyfoto’s van [eis.conv/verw.reconv.] voor duplicatie ter hand te stellen;

V. een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor elke dag of dagdeel dat [ged.conv./eis.reconv.] niet of niet volledig meewerkt aan de door hem in het kader van de veroordelingen onder III en IV noodzakelijk te verrichten (rechts)handelingen, met een maximum van € 25.000,00, en daarbij te bepalen dat – voor het geval het maximum aan dwangsommen is bereikt en [ged.conv./eis.reconv.] alsdan nog steeds geheel of gedeeltelijk in gebreke is – dit vonnis in de plaats treedt van die vereiste medewerking en/of – voor zover nodig – in de plaats treedt van (het gedeelte van) de akte(n) c.q. geschriften die de handtekening van [ged.conv./eis.reconv.] betreft;

VI. te bepalen dat de dwangsommen – als die zijn verbeurd – ten behoeve van [eis.conv/verw.reconv.] direct in mindering zullen strekken op hetgeen aan haar toekomt als gevolg van de verdeling;

VII. [ged.conv./eis.reconv.] te veroordelen in de kosten van dit geding, de nakosten – waaronder begrepen eventuele betekeningskosten ten aanzien van de dwangsom – daaronder begrepen, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis, en – voor het geval de voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

[eis.conv/verw.reconv.] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij de tussen haar en [ged.conv./eis.reconv.] bestaande gemeenschap wil opheffen en dat zij daartoe op grond van artikel 3:178 BW het recht heeft. Omdat zij en [ged.conv./eis.reconv.] ieder voor de helft gerechtigd zijn tot de nalatenschap dient het saldo op de ervenrekening bij helfte te worden verdeeld, met dien verstande dat de door haar voorgeschoten bedragen ten behoeve van de nalatenschap moeten worden verrekend, evenals de kosten van de uitvaarverzekering bij DELA van [ged.conv./eis.reconv.] en de negatieve rente die de bank in rekening heeft gebracht omdat [ged.conv./eis.reconv.] niet bereid was tot verdeling over te gaan.

3.3.

[ged.conv./eis.reconv.] voert geen verweer tegen het door [eis.conv/verw.reconv.] onder I gevorderde maar stelt dat hij eveneens recht heeft op bedrag van € 96.962,00 uit de nalatenschap van vader. [ged.conv./eis.reconv.] kan zich voorts vinden in verrekening van een bedrag van € 242,34 in verband met ten behoeve van hem betaalde premies van de DELA-verzekering. Voor het overige concludeert [ged.conv./eis.reconv.] om [eis.conv/verw.reconv.] niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eis.conv/verw.reconv.] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eis.conv/verw.reconv.] in de werkelijke kosten die hij in deze procedure heeft gemaakt.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

[ged.conv./eis.reconv.] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat de vordering van [eis.conv/verw.reconv.] , ontstaan als gevolg van het overlijden van vader, € 96.962,00 is en dient te worden betaald uit het beschikbare banksaldo van de nalatenschap van moeder;

II. te bepalen dat de vordering van [ged.conv./eis.reconv.] , ontstaan als gevolg van het overlijden van vader, € 96.962,00 is en dient te worden betaald uit het beschikbare banksaldo van de nalatenschap van moeder;

III. de verdeling aldus vast te stellen dat – na uitbetaling van de onder I en II genoemde vorderingen – het totaal resterende banksaldo tussen partijen wordt verdeeld en uitbetaald, onder verrekening van de bedragen zoals onder punt 22 tot en met 29 van de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie, althans door de rechtbank te bepalen bedragen, althans de verdeling vast te stellen op een door de rechtbank te bepalen wijze;

IV. [eis.conv/verw.reconv.] te veroordelen tot afgifte, binnen 14 dagen na dit vonnis, aan [ged.conv./eis.reconv.] van de ingelijste zeefdruk “Molenakkers” door P. Holman, het zwart-wit dubbelportret van moeder en [naam?] en de kleurenfoto van vader en moeder met in het midden [naam tante] ;

V. [eis.conv/verw.reconv.] te veroordelen om binnen 14 dagen na het wijzen van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan de uitvoering van hetgeen de rechtbank beslist op de vorderingen onder I tot en met IV;

VI. [eis.conv/verw.reconv.] te veroordelen in de integrale kosten van dit geding en de nakosten, een en ander binnen 14 dagen na het wijzen van dit vonnis aan [ged.conv./eis.reconv.] te betalen.

3.6.

[eis.conv/verw.reconv.] voert verweer. Zij stelt onder meer dat de vordering onnodig is ingesteld. Het betreft geen afzonderlijke vordering omdat partijen beiden verdeling wensen maar slechts van mening verschillen over de wijze waarop die verdeling moet geschieden. [eis.conv/verw.reconv.] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [ged.conv./eis.reconv.] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [ged.conv./eis.reconv.] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [ged.conv./eis.reconv.] in de kosten van deze procedure.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing