Rechtbank Gelderland, 01-02-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:494, C/05/400332 / HA ZA 22-90
Rechtbank Gelderland, 01-02-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:494, C/05/400332 / HA ZA 22-90
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 1 februari 2023
- Datum publicatie
- 8 februari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2023:494
- Zaaknummer
- C/05/400332 / HA ZA 22-90
Inhoudsindicatie
Bank beëindigt relatie met vennootschap en haar bestuurders op grond van artikel 35 ABV en artikel 5 lid 3 Wwft. Artikel 2 lid 2 ABV en artikel 3 ABV zijn niet onredelijk bezwarend; vordering tot vernietiging afgewezen. Opzegging bankrelatie op grond van artikel 5 lid 3 Wwft en/of op grond van grove uitlating bestuurder jegens de bank en op grond van belangenafweging niet gerechtvaardigd. Bank heeft opzeggingsbevoegdheid redelijkerwijs niet kunnen en mogen uitoefenen. Vordering tot herstel en continuering bankrelatie toegewezen. Vordering tot opnieuw opzeggen bankrelatie en/of verdere bevraging afgewezen.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/400332 / HA ZA 22-90
Vonnis van 1 februari 2023
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eisende partij 1] .,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,
2. [eisende partij 2],
wonende te [plaats] ,
3. [eisende partij 3],
wonende te [plaats] ,
eisers,
advocaat mr. R.H.J.M. Silvertand te Waalwijk,
tegen
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
statutair gevestigd te Amsterdam en mede kantoorhoudende te Utrecht,
gedaagde,
advocaat mr. A.F. van Ingen te Utrecht.
Eisers zullen hierna gezamenlijk [eisende partijen] . en afzonderlijk [eisende partij 1] , [eisende partij 2] respectievelijk [eisende partij 3] worden genoemd. Gedaagde zal hierna Rabobank worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 4 oktober 2022.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eisende partij 3] en [eisende partij 2] zijn de bestuurders van [eisende partij 1]
[eisende partij 1] exploiteert een onderneming in het verhandelen van airco’s en de daarbij behorende onderdelen en accessoires. Zij levert aan zowel consumenten als installateurs. Van elke levering wordt een factuur opgemaakt, die contant kan worden betaald. Op facturen worden de NAW-gegevens van de afnemer vermeld, tenzij sprake is van een transactie met relatief beperkte waarde. Van de contante betalingen wordt een kasboek bijgehouden.
[eisende partij 1] is op grond van een op 20 maart 2007 met Rabobank gesloten overeenkomst houdster van een betaalrekening / rekening-courant en een spaarrekening, ten name van Handelsonderneming [eisende partij 3] ( [eisende partij 1] ). In de overeenkomst is onder meer vermeld:
‘(...) Afstorten van contanten
De bank stelt de rekeninghouder in de gelegenheid eurobiljetten (...) via afstortapparatuur van de bank door middel van een door of namens de bank ter beschikking gesteld afstortmiddel af te storten ten gunste van de rekening met nummer: [rekeningnummer 1] (...).
(...)
Wijzigingen De bank is altijd bevoegd producten en/of bankdiensten (...) te beëindigen (...). De bank stelt de rekeninghouder - zo mogelijk tevoren - in kennis van een dergelijke (...) beëindiging (...).
(...)
Ingeval van strijdigheid tussen de bepalingen in deze overeenkomst (...) en (...) de algemene voorwaarden (...) prevaleert het bepaalde in deze overeenkomst boven het bepaalde in (...) de Algemene Bankvoorwaarden. (...)’
[eisende partij 3] en [eisende partij 2] zijn op grond van een op 18 april 2007 met Rabobank gesloten overeenkomst houders van een betaalrekening en een spaarrekening. Aan de betaalrekening is onder meer een creditcard en een kredietfaciliteit gekoppeld. In de overeenkomst is onder meer vermeld:
‘(...) Wijziging of beëindiging De bank (...) is (...) bevoegd (één van) de/het (bank)dienst(en) en/of product(en) te beëindigen (...). De rekeninghouder/kredietnemer wordt - zo mogelijk tevoren - in kennis gesteld van een dergelijke beëindiging (...).’
Op de hiervoor genoemde overeenkomsten zijn onder meer de Algemene Bankvoorwaarden 2017 (hierna: ABV) van toepassing. Daarin is, voor zover van belang, vermeld:
‘(...)
Artikel 2 - Zorgplicht
Wij hebben een zorgplicht. U bent ook zorgvuldig tegenover ons en u mag van onze dienstverlening geen misbruik maken.
1. Wij zijn bij onze dienstverlening zorgvuldig en houden hierbij zo goed mogelijk rekening met uw belangen. Dit doen wij op een manier die aansluit bij de aard van de dienstverlening. Deze belangrijke regel geldt altijd. Andere regels in de ABV of in de voor producten of diensten geldende overeenkomsten en de daarbij behorende bijzondere voorwaarden kunnen dit niet veranderen. Wij streven naar begrijpelijke producten en diensten. Ook streven wij naar begrijpelijke informatie over die producten en diensten en de risico’s ervan.
2. U bent zorgvuldig tegenover ons en houdt zo goed mogelijk rekening met onze belangen. U werkt eraan mee dat wij onze dienstverlening correct kunnen uitvoeren en aan onze verplichtingen kunnen voldoen. Hiermee bedoelen wij niet alleen onze verplichtingen tegenover u, maar bijvoorbeeld ook verplichtingen die wij in verband met onze dienstverlening aan u hebben tegenover toezichthouders of fiscale of andere (nationale, internationale of supranationale) autoriteiten. U geeft ons, als wij daarom vragen, de informatie en documentatie die wij daarvoor nodig hebben. Als het u duidelijk moet zijn dat wij die informatie of documentatie nodig hebben, geeft u die uit uzelf. U mag onze diensten of producten alleen gebruiken waarvoor ze zijn bedoeld en hiervan geen misbruik (laten) maken. Denkt u bij misbruik bijvoorbeeld aan strafbare feiten of activiteiten die schadelijk zijn voor ons of onze reputatie of die de werking en betrouwbaarheid van het financiële stelsel kunnen schaden.
Artikel 3 - Activiteiten en doeleinden
Wij vragen u om informatie om misbruik te voorkomen en risico’s te beoordelen.
1. Banken hebben een sleutelrol in het nationale en internationale financiële stelsel. Helaas wordt onze dienstverlening soms misbruikt, bijvoorbeeld voor het witwassen van geld. Wij willen misbruik voorkomen en moeten dit volgens de wet ook doen. Wij hebben hiervoor informatie van u nodig. De informatie kan bijvoorbeeld ook nodig zijn voor de beoordeling van onze risico’s of het goede verloop van onze dienstverlening. Daarom informeert u ons, als wij dat vragen, in ieder geval over:
a. uw activiteiten en doelen
b. waarom u een product of dienst van ons afneemt of wilt afnemen
c. hoe u bent gekomen aan geld, waardepapieren of andere zaken die u bij of via ons onderbrengt.
Ook verstrekt u ons alle informatie die wij nodig hebben om te bepalen in welk(e) land(en) u fiscaal inwoner bent.
2. U werkt eraan mee dat wij de informatie kunnen controleren. Bij het gebruik van de informatie houden wij ons aan de geldende privacyregelgeving.
(...)
Artikel 35 - Opzegging van de relatie
U kunt de relatie opzeggen. Wij kunnen dit ook. Opzegging betekent dat de relatie eindigt en alle lopende overeenkomsten zo snel mogelijk worden afgewikkeld.
1. U kunt de relatie tussen u en ons opzeggen. Wij kunnen dit ook. Het is daarvoor niet nodig dat u in verzuim bent met de nakoming van een verplichting. Wij houden ons bij opzegging aan onze zorgplicht als genoemd in artikel 2 lid 1 ABV. Als u ons vraagt waarom wij de relatie opzeggen, dan laten wij u dat weten.
2. Opzegging betekent dat de relatie en alle lopende overeenkomsten worden beëindigd. Gedeeltelijke opzegging kan ook. In dat geval kunnen er bijvoorbeeld bepaalde overeenkomsten blijven bestaan.
3. Als er voor de beëindiging van een overeenkomst voorwaarden gelden, zoals een opzegtermijn, worden die nageleefd. Tijdens de afwikkeling van de relatie en de beëindigde overeenkomsten blijven alle toepasselijke voorwaarden van kracht.
(...)’
[eisende partijen] . beschikken over een bankrekening bij ING Bank N.V. (hierna: ING).
In oktober 2020 heeft Rabobank met [eisende partijen] . contact opgenomen naar aanleiding van het accepteren door [eisende partij 1] van contant geld, waaronder coupures van € 200,00 en € 500,00. Rabobank heeft in een e-mail aan [eisende partijen] . onder meer het volgende vermeld:
‘(...) Wat mij overigens is opgevallen is dat u op de nota’s die contant betaald zijn, geen aantekening staan dat dit ook op die wijze is gedaan. Mijn advies aan u is om dit wel te doen. Wellicht kunt u in uw administratie, die u keurig in mappen bewaart, dit alsnog met terugwerkende kracht doen. Een juiste administratie is immers voor u van belang. (...).’
Naar aanleiding van een door [eisende partij 2] en Rabobank op 3 mei 2021 gevoerd telefoongesprek, heeft Rabobank bij e-mail van 7 mei 2021 aan [eisende partij 2] onder meer meegedeeld dat het aannemen en afstorten van coupures van € 200,00 en € 500,00 leidt tot een verhoogde kans op (betrokkenheid bij) witwassen. Verder constateerde Rabobank dat bij [eisende partij 1] , ook in het coronajaar 2020, sprake was van een hoger percentage contant betalingsverkeer dan gebruikelijk in de detailhandel en is [eisende partij 2] verzocht aan de hand van de jaarrekening, een kasboek of andere documentatie, zichtbaar te maken wat de verhouding was tussen de girale en contante gelden. Rabobank heeft geadviseerd om aan klanten duidelijk te maken dat [eisende partij 1] coupures van € 200,00 en € 500,00 niet wil accepteren.
Bij e-mail van 7 mei 2021 heeft [eisende partij 2] aan Rabobank, onder bijvoeging van het meest recente jaarverslag, meegedeeld dat [eisende partij 1] geen biljetten van € 200,00 en € 500,00 meer accepteert.
Bij brief van 17 augustus 2021 heeft Rabobank [eisende partij 1] verzocht een aantal specifieke afstortingen van contant geld te verklaren en aan de hand van documentatie (bijvoorbeeld facturen) te onderbouwen. Ook verzocht Rabobank inzichtelijk te maken van wie [eisende partij 1] de coupures van € 200,00 en € 500,00 had ontvangen en te verklaren hoe een klant bij [eisende partij 1] contant kon betalen, waarom de omzet fors was gestegen en waarom de contante betalingen waren toegenomen. Daarbij vermeldde Rabobank dat zij de verhouding tussen de girale en contante inkomsten van [eisende partij 1] in haar branche ongebruikelijk achtte, mede gelet op de trend om meer digitaal te betalen. Tenslotte schreef Rabobank dat indien [eisende partij 1] niet tijdig of afdoende reageerde, dat gevolgen kon hebben voor bancaire relatie, waaronder beëindiging van de relatie.
Bij e-mail van 17 augustus 2021 berichtte [eisende partij 3] aan Rabobank dat de verkoop van airco’s de laatste jaren een enorme vlucht had genomen, dat klanten, zoals in elke winkel, konden kiezen uit verschillende betaalmogelijkheden en dat Rabobank welkom was om de ordners met in- en verkoopfacturen in te zien.
Bij e-mail van 18 augustus 2021 schreef Rabobank aan [eisende partij 3] en [eisende partij 2] dat hun eerdere verklaringen over de herkomst van de contante stortingen onvoldoende duidelijk en niet verifieerbaar aan de hand van documentatie waren. Volgens Rabobank waren de transacties niet transparant en kon zij daardoor niet voldoen aan haar wettelijke plicht.
Bij e-mail van 23 augustus 2021 heeft [eisende partij 2] een nadere toelichting gegeven op de bedrijfsvoering in het algemeen en de contante betalingen, afstortingen en de gestegen omzet (thuiswerken, steeds warmere zomers en mogelijkheid van verwarmen zonder gas) in het bijzonder. Daarnaast heeft [eisende partij 2] het kasboek bijgevoegd en daarbij vermeld dat niet is bijgehouden wie met welke coupures heeft betaald en dat de coupures van € 200,00 en € 500,00 niet meer werden geaccepteerd.
Bij e-mail van 25 augustus 2021 heeft Rabobank [eisende partij 3] en [eisende partij 2] onder meer meegedeeld dat wanneer de herkomst van transacties niet met documentatie wordt onderbouwd, Rabobank haar onderzoek niet kan afronden en niet kan voldoen aan wet- en regelgeving. Naar aanleiding van het ontvangen kasboek heeft Rabobank aanvullende vragen gesteld over de verhouding tussen contante inkomsten in een bepaalde periode (€ 65.275,18) en afstortingen gedurende die periode (€ 2.159.000,00), de hoeveelheid facturen in verhouding tot bepaalde afstortingen en de reden van het niet digitaal bewaren van facturen. Rabobank heeft vermeld dat zij slechts vraagt om een klein gedeelte (circa € 325.000,00 / 4,2%) van de contante stortingen te onderbouwen.
Bij e-mail van 30 augustus 2021 heeft Rabobank [eisende partij 3] en [eisende partij 2] verzocht om op het kasboek, de stijging van het aandeel contante stortingen en de specifieke afstortingen (circa € 325.000,00) een nadere toelichting te geven en de jaarcijfers 2020 aan te leveren, bij gebreke waarvan het wettelijk verplichte klantonderzoek niet kan worden afgerond en Rabobank mogelijk de relatie moet beëindigen.
In een e-mail van 30 augustus 2021 heeft [eisende partij 1] aan Rabobank een (summiere) nadere toelichting gegeven op het kasboek 2021 (dat volgens haar alleen en alle contante transacties bevat), betaling en facturatie (niet alle op naam), afstortingen (greep uit de kas, bundeling van verkooptransacties), de hoge omzet en contante betalingen (ondanks corona), het samenstellen van de jaarcijfers 2020 en het ontbreken van digitale facturen. Volgens [eisende partij 1] is het doel van Rabobank om te proberen haar te lozen, wat volgens [eisende partij 1] niet gaat lukken.
Bij brief van 14 september 2021 heeft Rabobank - onder verwijzing naar e-mails van 2 en 6 september 2021, waarmee [eisende partijen] . aan Rabobank een groot aantal administratieve bescheiden heeft verstrekt in een door Rabobank niet te openen bestandsformaat - nog ‘een laatste keer’ verzocht om alsnog documentatie ter onderbouwing van de specifieke contante stortingen (circa € 325.000,00) aan te leveren in een voor Rabobank leesbaar bestandsformaat.
Bij e-mail van 14 september 2021 heeft [eisende partij 2] - in grove bewoordingen - haar frustratie geuit over de verplichting van Rabobank dat zij en [eisende partij 3] , ‘senioren die al naar de 60 lopen’, documentatie digitaal aan moeten leveren, waartoe zij meerdere pogingen heeft gedaan en wat haar zeer veel moeite heeft gekost. Op een later moment heeft [eisende partij 2] voor haar grove bewoordingen aan Rabobank haar excuses aangeboden.
Bij e-mail van 23 september 2021 heeft Rabobank aan [eisende partij 2] onder meer bericht dat zij de facturen heeft geraadpleegd, waarbij is opgevallen dat op de nota’s die contant betaald zijn geen aantekening staat dat dit ook op die wijze is gedaan. Rabobank geeft het advies om dit wel te doen, wat in de administratie - die (door [eisende partijen] .) keurig in mappen wordt bewaard - wellicht alsnog met terugwerkende kracht kan worden gedaan.
Bij e-mail van 23 september 2021 heeft [eisende partij 3] aan Rabobank onder meer bericht dat op alle facturen die in mappen worden bewaard de wijze van betaling staat, dat in geval van pinnen het pinbonnetje eraan vast zit en dat in eerste instantie ook is aangeboden de mappen met facturen te brengen omdat daar dus alles op staat.
Op 28 september 2021 kreeg [eisende partij 1] van Rabobank een brief waarin haar werd meegedeeld dat zij naar de afdeling Offboarding werd verplaatst, omdat Rabobank het cliëntonderzoek niet kon uitvoeren.
Op 3 oktober 2021 hebben [eisende partijen] . bij Rabobank een klacht ingediend. In reactie daarop heeft Rabobank op 7 oktober 2021 aan [eisende partijen] . onder meer het volgende bericht:
‘(...) Uit een analyse van het rekeninggebruik blijkt dat in de periode van 17-01-2014 t/m 09-03-2021 op de rekening van Handelsonderneming Ledden B.V. een totaalbedrag van € 5.980.265,- aan contanten gestort. Deze stortingen bevatten onder andere 460 coupures van € 500 en 950 van € 200. Daarnaast wordt er in de periode 15-03-2021 t/m 09-08-2021 een bedrag van € 1.695.835,-contant gestort. Op 17 augustus 2021 zijn er vragen gesteld over het rekeninggebruik (waaronder o.a. de herkomst van de eerder genoemde contante stortingen, de herkomst van de genoemde coupures, het feit dat op uw website contant betalen geen mogelijkheid lijkt, een verklaring voor het fors stijgen van uw omzet, (...)). (...) De contante stortingen konden niet verklaard worden aan de hand van de door u geleverde documentatie. Er werd informatie door u aangeleverd in bestanden die Rabobank uit veiligheidsoverweging niet kon openen. Dit is u meerdere malen aangegeven. Ook bleef de juiste informatie uit. Door u gegeven antwoorden riepen weer wedervragen op. Het klantonderzoek kon niet afgerond worden. De toonzetting van de berichten toont van weinig respect richting medewerkers van Rabobank. Uiteindelijk heeft u 4.791 facturen aangeleverd. Uit deze facturen blijkt niet duidelijk of er met contante gelden is betaald. Onderaan de facturen staat namelijk: “Gaarne de betaling binnen 8 dagen met vermelding van: (factuurnummer)”. Dit lijkt de contante stortingen dus niet te verklaringen. (...) U heeft aangegeven geen gegevens te noteren van klanten die met of zonder afspraak binnen lopen en aankopen doen. Dit doet u enkel bij airconditioners. Dit brengt een hoog risico met zich mee dat u (in)direct meewerkt aan witwassen. Ook dit is voor Rabobank een onacceptabel risico. (...)’
Bij brief van 14 oktober 2021 heeft Rabobank aan [eisende partij 1] onder meer het volgende bericht:
‘(...) Per 6 november 2021 beëindigen wij de particuliere en zakelijke klantrelatie met u. Dit betekent dat u vanaf deze datum geen gebruik meer kunt maken van uw rekeningen en andere producten of diensten bij Rabobank. In deze brief leest u hoe wij tot dit besluit zijn gekomen en wat dit voor u betekent.
Waarom beëindigen wij de relatie met u?
Wij hebben meerdere malen contact met u gezocht om u vragen te stellen over uw bankactiviteiten en de herkomst van de bedragen op uw rekening. Wij hebben ondanks de herinneringen die wij u hebben gestuurd naar onze mening onvoldoende antwoord op onze vragen van u ontvangen.
Wij mogen u vragen naar uw bankactiviteiten en de herkomst van de gelden op uw rekening. In onze Algemene Bankvoorwaarden en in de Voorwaarden voor betalen en online diensten van de Rabobank/Voorwaarden Rekening-courant staat dat u zorgvuldig moet zijn tegenover de bank en ons bepaalde informatie en documentatie moet verstrekken als wij die nodig hebben en daarom vragen. (...)
Tevens is er door mevrouw [eisende partij 2] een onacceptabele uitlating naar een van onze medewerkers gedaan. Dit is voor de Rabobank niet acceptabel. Derhalve zien wij ons genoodzaakt gebruik te maken van onze opzeggingsbevoegdheid zoals omschreven in artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden en eveneens op grond van art. 5 lid 3 WWFT. In de mail van 6 oktober 2021 bent u hier reeds op gewezen.
Opzegging
Gelet op het bovenstaande zien wij ons genoodzaakt gebruik te maken van onze opzeggingsbevoegdheid zoals omschreven in artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden. Dat betekent dat wij alle overeenkomsten die wij met u hebben opzeggen.
Opzegtermijn
Voor de opzegging hanteren wij een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van deze brief. Dat betekent dat de overeenkomsten per 6 november 2021 eindigen.
Het gaat om de volgende rekeningen en producten:
(...)
Gevolgen opzegging
Deze opzegging heeft de volgende gevolgen:
Uw bankrekeningen worden per 6 november 2021 gesloten voor al het betalingsverkeer en houden vanaf dat moment op te bestaan.
U kunt uw bankpassen vanaf 6 november 2021 niet meer gebruiken.
Uw creditcards zijn per direct geblokkeerd.
(...)’
Rabobank heeft de beëindiging van de relatie met [eisende partijen] . geëffectueerd op 6 november 2021.
Bij brief van 26 november 2021 aan Rabobank heeft mr. Silvertand namens [eisende partijen] . uitvoerig bezwaar gemaakt tegen de opzegging en verzocht om herstel van de relatie.
3 Het geschil
[eisende partijen] . vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
artikel 2 lid 2 ABV vernietigt, omdat dit artikel onredelijk bezwarend is, dan wel, subsidiair, vanwege conversie van het vernietigde beding een als geldig aan te merken beding formuleert op grond van artikel 3:41 en 3:42 BW dat in overeenstemming is met overweging 21 van de Richtlijn 2016/1673;
-
artikel 3 ABV vernietigt, omdat dit artikel onredelijk bezwarend is, dan wel, subsidiair, vanwege conversie van het vernietigde beding een als geldig aan te merken beding formuleert op grond van artikel 3:41 en 3:42 BW dat in overeenstemming is met overweging 21 van de Richtlijn 2016/1673;
-
Rabobank beveelt de bankrelatie met [eisende partijen] . te herstellen en te continueren door het aanbieden van de diensten die vóór de opzegging werden verleend door middel van de volgende producten:
- a. Rekening Courant met rekeningnummer [rekeningnummer 2] ;
- b. Rabo InternetSparen met rekeningnummer [rekeningnummer 3] ;
- c. Volmachtovereenkomsten;
- d. Rabo PinBox met overeenkomstnummer [nummer 1] ;
- e. Elektronische Distributieovereenkomst;
- f. Rabo BedrijfsSpaarRekening met rekeningnummer [rekeningnummer 4] ;
- g. Rabo TotaalRekening met rekeningnummer [rekeningnummer 5] ;
althans voor recht verklaart dat de opzegging van de bankrelatie onrechtmatig was omdat die opzegging van de bankrelatie in strijd was met een of meer van de volgende normen: de artikelen 7, 48 lid 1 en 49 van het Europees Handvest en de artikelen 6 en 8 van het EVRM en artikel 2 lid 1 ABV;
4. voor recht verklaart dat Rabobank verplicht is de bankrelatie met [eisende partijen] . te herstellen en te continueren op de wijze als genoemd onder 3, omdat die opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was;
5. Rabobank verbiedt om de bankrelatie opnieuw op te zeggen, tenzij Rabobank nieuwe feiten en omstandigheden stelt waardoor er ten aanzien van [eisende partij 1] en/of [eisende partij 3] en [eisende partij 2] een zwaardere verdenking met betrekking tot witwassen bestaat dan een redelijk vermoeden van schuld, althans Rabobank genoegzaam stelt dat [eisende partij 1] en/of haar bestuurders een reëel risico vormen met betrekking tot witwassen en/of het financieren van terrorisme;
6. Rabobank verbiedt:
a. om [eisende partijen] . verder te bevragen over de transacties waarover Rabobank [eisende partijen] . tot aan datum opzegging al heeft bevraagd, tenzij Rabobank nieuwe feiten stelt waardoor er ten aanzien van [eisende partijen] . een zwaardere verdenking met betrekking tot witwassen en/of het financieren van terrorisme bestaat dan een redelijk vermoeden van schuld;
b. om [eisende partijen] . te vragen nadere documenten te verschaffen met betrekking tot de transacties waarover Rabobank [eisende partijen] . vóór datum opzegging al heeft bevraagd, tenzij Rabobank nieuwe feiten stelt waardoor er ten aanzien van [eisende partijen] . een zwaardere verdenking met betrekking tot witwassen en/of het financieren van terrorisme bestaat dan een redelijk vermoeden van schuld;
7. Rabobank veroordeelt in de kosten van deze procedure.
Rabobank voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.