Rechtbank Gelderland, 04-12-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:7127, C/05/428114 FT RK 23/913
Rechtbank Gelderland, 04-12-2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:7127, C/05/428114 FT RK 23/913
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 4 december 2023
- Datum publicatie
- 2 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2023:7127
- Zaaknummer
- C/05/428114 FT RK 23/913
Inhoudsindicatie
WHOA; homologatievonnis.
Uitspraak
Team insolventie
homologatieverzoek ex artikel 383 Fw en verzoeken tot afwijzing van het homologatieverzoek ex artikel 383 lid 8 Fw
rekestnummer: C/05/428114 FT RK 23/913
uitspraakdatum: 4 december 2023
beschikking op het verzoekschrift ex artikel 383 van de Faillissementswet (Fw) met bijlagen van
[naam schuldenaar],
gevestigd te [vestigingsplaats],
verzoekster,
advocaat mr. Chr. Giljam, kantoorhoudende te Amsterdam,
hierna te noemen: verzoekster.
1 De procedure
Verzoekster heeft op 27 februari 2023 een startverklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd. Zij heeft daarbij gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
Verzoekster heeft bij verzoekschrift van 3 maart 2023 verzocht een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw te gelasten voor een periode van vier maanden. In het verzoekschrift heeft zij gesteld dat binnen twee maanden een akkoord zal worden aangeboden. Bij beschikking van 30 maart 2023 is het verzoek ex artikel 376 Fw toegewezen en is een afkoelingsperiode afgekondigd voor een periode van vier maanden.
Bij verzoekschrift van 21 juli 2023 heeft verzoekster op de voet van artikel 376 lid 5 Fw verzocht de verleende afkoelingsperiode te verlengen met vier maanden. Bij beschikking van 28 juli 2023 is het verzoek tot verlenging van de verleende afkoelingsperiode toegewezen en is de verleende afkoelingsperiode verlengd met een termijn van vier maanden, vanaf 30 juli 2023. Bij dezelfde beschikking heeft de rechtbank mr. F.B.A.M. van Oss aangesteld als observator (hierna: de observator).
Op 21 november 2023 heeft verzoekster een verzoek tot homologatie van een door haar aangeboden akkoord, met bijlagen, ingediend. Het stemverslag is op 20 november 2023 ter griffie gedeponeerd.
De volgende belanghebbenden hebben schriftelijke zienswijzen gegeven:
a. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: de NVWA), door de rechtbank ontvangen op 23 november 2023;
b. [schuldeiser 1], ingediend door mr. M.W. Verhoeven, advocaat te Apeldoorn, door de rechtbank ontvangen op 29 november 2023, met een aanvulling daarop van dezelfde datum;
c. [schuldeiser 2] en [schuldeiser 3], tezamen ingediend en door de rechtbank ontvangen op 30 november 2023;
d. [schuldeiser 4], [schuldeiser 5] en [schuldeiser 6], voor deze gezamenlijk ingediend door mr. M.A. Vles, advocaat te Weert, en door de rechtbank ontvangen op 30 november 2023.
De zienswijzen van de NVWA (sub a. voornoemd) en [schuldeiser 1] (sub b. voornoemd) bevatten ieder tevens een verzoek tot afwijzing van het homologatieverzoek. Bij e-mailbericht van 1 december 2023 aan de griffie van de rechtbank heeft de NVWA aangegeven zich te conformeren aan het oordeel van de rechtbank.
De observator heeft bij schrijven van 29 november 2023 zijn zienswijze gegeven.
Ter griffie van de rechtbank is nog binnengekomen:- een escrow-overeenkomst met bijbehorende betalingsbewijzen, toegezonden door (de advocaat van) verzoekster en door de rechtbank ontvangen op 29 november 2023;- een addendum bij de koopovereenkomst van 27 oktober 2023 betreffende (onder meer) de verkoop van alle geplaatste aandelen in het kapitaal van [Beheer] en gerelateerde activa aan de beoogd koper [naam koper], toegezonden door (de advocaat van) verzoekster en door de rechtbank ontvangen op 30 november 2023.
Het verzoek is op 1 december 2023 in raadkamer behandeld, met gebruik van een videoverbinding. Bij deze behandeling waren diverse schuldeisers en belanghebbenden aanwezig. Het woord werd gevoerd door mr. Giljam namens verzoekster, door de observator en diens kantoorgenoot mr. C.H. Strijkert, door de heer [medewerker adviseur] namens [adviseur] en door de [bank 1] bij monde van de heer [medewerker bank 1]. Mr. J. Baukema, advocaat te Amsterdam, voerde het woord namens de beoogd koper [naam koper] Mr. M.W. Verhoeven voornoemd sprak namens [schuldeiser 1] en mr. Chr. Symons, advocaat te Wuustwezel (België), voerde het woord namens [schuldeiser 7]
Het verzoek is nader toegelicht, vragen van de rechtbank zijn beantwoord en inlichtingen werden verstrekt. Namens verzoekster is ook gereageerd op de onder 1.5 en 1.6 bedoelde zienswijzen.
De rechtbank heeft, conform toezegging door de advocaat van de beoogd koper [naam koper] ter zitting, na afloop van de zitting nog ontvangen een zogenoemde Agent CP Bevestigingsbrief d.d. 29 november 2023 van [bank 1] en een e-mailbericht d.d. 1 december 2023 van de advocaat van (onder anderen) [Beheer] aan de advocaat van de beoogd koper [naam koper] dat (verkort weergegeven) de opschortende voorwaarden uit de overeenkomst van 27 oktober 2023 betreffende (onder meer) de verkoop van alle geplaatste aandelen in het kapitaal van [Beheer] en gerelateerde activa aan de beoogd koper [naam koper] zijn vervuld.
Ter zitting is bepaald dat een kop/staart-vonnis zal worden gewezen en de motivering van de beslissing van de rechtbank later op schrift wordt gesteld. Het kop/staart-vonnis is gewezen op 4 december 2023; de motivering volgt hierna.
2 De feiten
Verzoekster behoort tot de [groep], een familiebedrijf dat een onderneming in de slacht van varkens en runderen en een groothandel in varkens- en rundvlees heeft. Per 1 maart 2023 is de onderneming gestopt met de slacht van varkens. Enig bestuurder en aandeelhouder van verzoekster is [Beheer]
Verzoekster heeft – evenals drie aan haar in de [groep] verbonden entiteiten, te weten [Beheer] (hierna: Beheer), [groepsvennootschap 1] en [groepsvennootschap 2] – een akkoord voorbereid en ter stemming aan haar schuldeisers voorgelegd en in dat kader overeenstemming bereikt over de verkoop van (onder meer) de aandelen in het kapitaal van Beheer aan [naam koper] De schuldeisers in de door de drie aan verzoekster verbonden entiteiten aangeboden akkoorden hebben met die akkoorden unaniem ingestemd.
3 Het akkoord en het verzoek
Het aan de schuldeisers aangeboden akkoord waarvan homologatie wordt verzocht betreft een reorganisatieakkoord en houdt – verkort weergegeven – het volgende in.
De schuldeisers zijn ingedeeld in vijf klassen, te weten:
Klasse 1: [bank 1]/[bank 2] (met zekerheden);
Klasse 2: [bank 1]/[bank 2] (zonder zekerheden);
Klasse 3: De Belastingdienst;
Klasse 4: Concurrente schuldeisers (MKB en niet MKB);
Klasse 5: Indirecte aandeelhouder in hoedanigheid van crediteur en gelieerde vennootschappen.
Aan de schuldeisers in klasse 1 ([bank 1]/[bank 2] (gedekt met zekerheden)) wordt een uitkering van 100% aangeboden. De schuldeisers in klasse 2 ([bank 1]/[bank 2] (zonder zekerheden) ontvangen onder het akkoord een percentage van 20%, evenals de concurrente schuldeisers (klasse 4) en de schuldeisers in klasse 5. De Belastingdienst ontvangt ten aanzien van de vordering uit hoofde van verschuldigde omzetbelasting en loonbelasting een uitkering van 100%, aangezien die vordering bij voortzetting van de activiteiten door de Belastingdienst door verrekening volledig kan worden geïnd. Ten aanzien van de vordering uit hoofde van artikel 29 lid 7 Wet op de Omzetbelasting wordt de Belastingdienst, conform het geldende beleid van de Belastingdienst, een percentage van 20% aangeboden. Aangezien verzoekster en de hiervoor genoemde verbonden (akkoord-)entiteiten niet in staat zijn om uitkeringen in contanten direct na homologatie te voldoen, is een overeenkomst gesloten met [naam koper] (hierna: de koper), waarbij de koper (onder meer) de aandelen in Beheer en daarmee de gehele [groep] van de huidige aandeelhouders koopt tegen een koopsom van € 1,00. De koper draagt in dat kader zorg voor de herfinanciering van de volledige vordering van de [bank 1] en van de vorderingen van gelieerde vennootschappen. Voorts koopt de koper onder meer de vorderingen van (i) [groepsvennootschap 3] op Beheer, (ii) [groepsvennootschap 4] op [groepsvennootschap 1], (iii) [groepsvennootschap 5] op [naam schuldenaar] en (iv) [groepsvennootschap 6] op [naam schuldenaar], telkens tegen een koopsom gelijk aan de uitkering daarop onder de Akkoorden, alsmede (v) alle overige vorderingen van aan de verkopers gelieerde partijen (met uitzondering van de vorderingen binnen de [groep] zelf) tegen een koopsom van € 1,00. Uitbetaling aan de handelscrediteuren vindt plaats binnen twee weken na homologatie van het akkoord.
Als onderdeel van het akkoord zal de koper de door haar gekochte concurrente financiële vorderingen na homologatie van het akkoord saneren voor het bedrag van de nominale waarde daarvan minus de uitkering daarop onder de (verschillende) akkoorden, via een verplichte omzetting in agio. De [naam familie] en/of aan hen verbonden (rechts)personen behouden na totstandkoming van de akkoorden en de overdracht van de aandelen in Beheer aan de koper geen direct of indirect aandelenbelang in verzoekster en de hiervoor genoemde verbonden (akkoord-)entiteiten of de [groep].
Verzoekster heeft 1 maart 2023 als “cut-off date” gehanteerd. In totaal zijn bij het akkoord 125 schuldeisers betrokken met een totale vordering van € 41.800.163.
De volgende schuldeisers zijn buiten het akkoord gelaten:
a. Dwangcrediteuren, dat wil zeggen crediteuren i) wiens leveringen of diensten op enig moment noodzakelijk waren om de slachterij te kunnen voorzetten, ii) die zich daadwerkelijk als zodanig opstelden, door als voorwaarde voor voortzetting van levering of dienstverlening betaling te eisen van vorderingen die verband hielden met leveringen/dienstverlening vóór l maart 2023, en iii) waarvoor geen redelijk alternatief voorhanden was. Een belangrijke groep dwangcrediteuren betreft de leveranciers van rundvee, waarvoor betaling van op 1 maart 2023 nog openstaande vorderingen noodzakelijk was om de slacht van runderen te kunnen voortzetten;
b. Kleinere crediteuren, dat wil zeggen crediteuren met vorderingen van minder dan € 2.000 (inclusief btw); en
c. Crediteuren met een retentierecht of vuistpandrecht; dit betreffen in totaal zeven crediteuren, te weten koel- en vrieshuizen ten aanzien van de aldaar opgeslagen voorraad.
[adviseur] heeft een rapport uitgebracht omtrent (i) de waarde die bij een akkoord kan worden gerealiseerd en (ii) de waarde die kan worden gerealiseerd bij liquidatie van het vermogen van de onderneming.
Het akkoord is op 2 november 2023 in stemming gebracht. Stemgerechtigde schuldeisers konden via het digitale platform WHOA Workflow Systems tot uiterlijk op 16 november 2023 hun stem uitbrengen. In klassen 1 tot en met 3 en in klasse 5 heeft in iedere klasse 100% van de schuldeisers met het aanbod ingestemd. In klasse 4 – de concurrente schuldeisers – heeft 94,07% van de schuldeisers een stem uitgebracht. Van deze schuldeisers heeft 33,35% met het akkoord ingestemd. Zeven schuldeisers hebben geen stem uitgebracht en 23 schuldeisers (tezamen 63,82% van deze klasse) hebben tegen het akkoord gestemd. Klasse 4 heeft derhalve niet ingestemd met het akkoord.
Verzoekster verzoekt de rechtbank op de voet van artikel 383 lid 1 Fw het akkoord te homologeren.