Rechtbank Gelderland, 14-03-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:1472, 427887
Rechtbank Gelderland, 14-03-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:1472, 427887
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 14 maart 2024
- Datum publicatie
- 28 maart 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:1472
- Zaaknummer
- 427887
Inhoudsindicatie
Art. 15 AVG. Inzage in persoonsgegevens bij Stichting Bureau Kredietregistratie. Verzoek afgewezen. BKR beschikt niet over de gevraagde documenten en is niet gehouden die op te vragen bij de kredietverstrekker. Ook niet op grond van Hof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4738.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: C/05/427887 / HA RK 23-217 / 943 / 1496
Beschikking van 14 maart 2024
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [plaats]
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigden mrs. L. van Gulik en S.A. Van den Berg te Zoetermeer,
tegen
STICHTING BUREAU KREDIET REGISTRATIE,
gevestigd te Tiel,
verweerster,
hierna te noemen: BKR,
advocaat: mr. H.H. de Vries te Amsterdam.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
- de spreekaantekeningen van [verzoeker] ,
- de mondelinge behandeling van 29 januari 2024. Verschenen zijn mrs. Van Gulik en Van den Berg namens [verzoeker] en namens BKR mevrouw [betrokkene 1] , de heer [betrokkene 2] en mevrouw [betrokkene 3] bijgestaan door mr. De Vries. [verzoeker] zelf is, zonder opgave van redenen of bericht van verhindering, niet op de mondelinge behandeling verschenen.
2 Kern van de zaak
In deze zaak dient de vraag te worden beantwoord of BKR op grond van het in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) geregelde inzagerecht aan [verzoeker] inzage moet verstrekken in bepaalde documenten waarover niet BKR, maar de kredietverstrekker Santander beschikt, in verband met een registratie van een krediet van Santander Consumer Finance S.A. (hierna: Santander) op naam van [verzoeker] in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI). De registratie heeft betrekking op een krediet dat [verzoeker] bij Santander heeft afgesloten. Tijdens de looptijd van dit krediet zijn een tweetal bijzonderheidscoderingen in het CKI geplaatst, namelijk de code A die aangeeft dat [verzoeker] een betalingsachterstand heeft en een code H die betekent dat de achterstand is ingelopen. De achtergrond van deze zaak is als volgt.
3. De feiten
[verzoeker] is met Santander een overeenkomst van geldlening aangegaan (hierna: het krediet). Op 21 juni 2018 is het krediet door BKR in opdracht van Santander in het CKI geregistreerd. Het contractnummer van het krediet is [nummer] .
Op 10 juni 2022 is in het CKI bij de registratie van het krediet de bijzonderheidscodering A (Achterstand) opgenomen. Op 24 juni 2022 is bijzonderheidscodering H (Herstelde achterstand) geregistreerd. De geregistreerde werkelijke einddatum van het krediet is 20 april 2023.
Bij e-mailbericht van 11 augustus 2023 heeft de gemachtigde van [verzoeker] , werkzaam bij Dynamiet Nederland B.V., aan BKR verzocht om inzage in diens persoonsgegevens op grond van art. 15 AVG en is specifiek gevraagd om:
- een toelichting van BKR van de opbouw van de registraties en de coderingen in het CKI;
- een kopie van de kredietovereenkomst;
- een overzicht van alle betalingen die met betrekking tot de onderhavige kredietfaciliteit zijn verricht;
- een kopie van de juiste vooraankondigingen conform de reglementen van BKR voor het kunnen plaatsen van de A-codering.
Bij de betreffende e-mail is een uitdraai uit het elektronische inzageportaal van het CKI gevoegd van de daarin geregistreerde gegevens met betrekking tot het krediet.
Bij e-mailbericht van 4 september 2023 heeft BKR aan de gemachtigde van [verzoeker] geantwoord dat zij het verzoek niet in behandeling kan nemen, omdat zij niet over de informatie beschikt waarom is verzocht. Zij deelt mee dat die informatie berust bij de kredietverstrekker.
Bij e-mailbericht van 6 september 2023 heeft de gemachtigde van [verzoeker] gevraagd om een inhoudelijke reactie op zijn verzoek.
BKR heeft bij brief van 27 september 2023 aan de gemachtigde van [verzoeker] geschreven dat zij geen inzage kan geven in de door haar gevraagde documenten, omdat BKR niet over deze gegevens beschikt en niet gehouden is om die gegevens bij kredietverstrekker Santander op te vragen. In haar brief heeft BKR ook een toelichting gegeven op de coderingen A en H en heeft zij [verzoeker] geïnformeerd over het doel van de registraties in het CKI.
4 Het geschil
[verzoeker] verzoekt, na vermindering van het verzoek, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. BKR beveelt om binnen een door de rechtbank te bepalen proportionele termijn inzage te geven in de persoonsgegevens, specifiek de registratie in het CKI met contractnummer [nummer] ;
II. bepaalt dat BKR aan de onder II. genoemde veroordeling zal voldoen op straffe van een dwangsom,
III. BKR veroordeelt tot betaling van de proces- en nakosten;
IV. BKR veroordeelt tot de volledige verwijdering van de persoonsgegevens van [verzoeker] in het geval zij geen gehoor geeft aan de door de rechtbank te nemen beslissing.
[verzoeker] grondt zijn verzoek onder I op art. 15 AVG en maakt aanspraak op inzage in zijn door BKR als verwerkingsverantwoordelijke verwerkte persoonsgegevens en de informatie genoemd in art. 15 onder a-h AVG. [verzoeker] wenst onderzoek te verrichten naar de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de verwerking van zijn persoonsgegevens in het CKI en daarvoor stelt hij de bij e-mailbericht van
11 augustus 2023 opgevraagde onderbouwende stukken nodig te hebben. BKR stelt volgens [verzoeker] dat zijn persoonsgegevens terecht zijn verwerkt, maar onderbouwt en bewijst die stelling volgens hem niet. Om goed onderzoek te doen heeft [verzoeker] alle correspondentie nodig. Daarmee kan worden onderzocht of iemand langdurig een betalingsachterstand heeft gehad, is gewaarschuwd voor een aankomende BKR-registratie – zoals verplicht onder het toepasselijke algemeen reglement – en of er daadwerkelijk een dusdanige betalingsachterstand is ontstaan die rechtvaardigt dat achterstandscodering A in het CKI wordt geregistreerd. Daarnaast kan aan de hand van bijvoorbeeld het contract worden gezien of de openstaande vordering correct is en welke afspraken over aflossing zijn gemaakt. De stukken worden dus opgevraagd om een duidelijk beeld te krijgen van de gehele situatie. Ook dient [verzoeker] volgens hem te beschikken over de brief met daarin de vooraankondiging dat tot registratie zal worden overgegaan als de betalingsachterstand niet wordt ingelopen. [verzoeker] wil ook inzage in andere brieven die zijn gestuurd. Verder wil hij een afschrift van de kredietovereenkomst en inzage in de gestelde betalingsregelingen en ontvangen betalingen.
BKR verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken. Zij stelt volledig te hebben voldaan aan het verzoek van [verzoeker] om inzage te verkrijgen in de door BKR verwerkte persoonsgegevens van [verzoeker] . Zij heeft bevestigd dat er persoonsgegevens van [verzoeker] zijn verwerkt in het CKI, hem inzage gegeven in die persoonsgegevens en de aanvullende informatie verstrekt genoemd in art. 15 a-h AVG.
In het CKI worden niet meer of andere persoonsgegevens van [verzoeker] verwerkt dan die in randnummer 3.2. van deze beschikking zijn genoemd. In de brief van 27 september 2023 is een toelichting gegeven op de registraties en de coderingen. De gevraagde kopieën van documenten en het overzicht van aan Santander gedane betalingen heeft BKR niet. Daarom is zij ook niet gehouden om inzage in die documenten te verstrekken, noch om die gegevens bij Santander op te vragen, zo volgt uit de Guidelines 01/2022 van de European Data Protection Board. BKR heeft juist aan haar verplichting voldaan om zo min mogelijk persoonsgegevens te verwerken (dataminimalisatie) door die documenten niet onder zich te hebben. Zij concludeert tot afwijzing van de verzoeken, met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.