Home

Rechtbank Gelderland, 25-03-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:1756, 10867499 \ HA VERZ 24-2

Rechtbank Gelderland, 25-03-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:1756, 10867499 \ HA VERZ 24-2

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25 maart 2024
Datum publicatie
8 april 2024
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2024:1756
Zaaknummer
10867499 \ HA VERZ 24-2

Inhoudsindicatie

Verzoek van werknemer tot toekenning van een billijke vergoeding, transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding met nevenvorderingen na ontslag op staande voet. Werkgever is na het geven van het ontslag op staande voet failliet verklaard. Het verzoek is gericht tegen de curator. Werknemer is ontvankelijk in het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding. De overige verzoeken moeten ter verificatie aan de curator worden voorgelegd. Toepassing van artikel 25 en 26 Faillissementswet. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven, zodat een billijke vergoeding wordt toegekend.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 10867499 \ HA VERZ 24-2 \ 498 \ 918

uitspraak van 25 maart 2024

beschikking

in de zaak van

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. A. Dragt

procederende krachtens toevoegingsnummer [nummer]

en

[curator] , in zijn hoedanigheid als curator van de failliet [naam 1] h.o.d.n.. [bedrijf 1]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [verzoeker] en de curator genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenbeschikking van 19 januari 2024;

- de brief van 24 januari 2024 van de gemachtigde van [verzoeker] ;

- de brieven van 5 en 12 februari 2024 van de curator;

- de mondelinge behandeling van 12 maart 2024, waar [verzoeker] , bijgestaan door zijn gemachtigde, is verschenen. De curator is, zoals vooraf door hem is medegedeeld is, niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] , geboren op [datum] 1986, is op 1 februari 2015 in dienst getreden van de heer [naam 1] , handelend onder de naam [bedrijf 1] (verder: [naam 1] ) in de functie van algemeen medewerker. Zijn salaris bedroeg € 698,25 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag op basis van een arbeidsduur van 14 uur per week.

2.2.

Op 5 oktober 2023 hebben [naam 1] en [verzoeker] een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden met ingang van 1 januari 2023.

2.3.

Op 25 oktober 2023 heeft in een groeps-WhatsApp van het bedrijf van [naam 1] communicatie plaatsgevonden over de verkoop van 2 CVaults aan een (voormalig) werknemer van [naam 1] , [naam 2] . Werknemer [naam 3] laat [naam 1] weten dat [naam 2] 2 CVaults wil kopen, die normaal € 34,95 per stuk kosten en vraagt of [naam 1] er ‘iets leuks van kan maken’.

Daarop reageert [naam 1] : ‘Maar natuurlijk, 29,50 per stuk?’

Werknemer [naam 4] schrijft daarop:

‘Ze zijn met personeelskorting goedkoper vgm. Zou 20-25 doen.’

Vervolgens schrijft [naam 1] :: ‘ [naam 2] hoort personeelskorting te krijgen. Het is dus wel zo netjes om die gewoon uit te rekenen voor hem! Geen hogere prijzen.’ In het volgende bericht schrijft [naam 1] : ’ [naam 2] blij.’

2.4.

[verzoeker] verkoopt op 25 oktober 2023 de 2 CVaults aan [naam 2] voor een bedrag van € 20,00 per stuk.

2.5.

In die periode vond bij [naam 1] een complete leegverkoop plaats.

2.6.

Op 31 oktober 20231 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de op die datum gedateerde ontslagbrief wordt als reden gegeven: ‘Niet opvolgen van orders, fraude, verwijtbaar handelen en diefstal. Op 31 oktober 2023 heb ik met u gesproken over deze omstandigheden.’

2.7.

Op 12 december 2023 is het faillissement van [naam 1] uitgesproken.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt na wijziging van zijn verzoek bij brief van 24 januari 2024 en samengevat weergegeven, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

Primair:

De curator te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen een billijke vergoeding van

€ 15.000,00, de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 1.508,22 en de transitievergoeding van € 2.199,00 bruto.

Subsidiair:

Voor het geval de arbeidsovereenkomst wel rechtsgeldig is geëindigd door het gegeven ontslag op staande voet, de curator te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 2.199,00 bruto.

Primair en subsidiair:

De curator te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van vakantiegeld, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen, buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten inclusief nakosten, een en ander zoals gespecificeerd in het verzoekschrift.

[verzoeker] stelt onder meer en voor zover van belang dat het gegeven ontslag niet rechtsgeldig is, dat hij in de opzegging berust en daarom de primair verzochte vergoedingen vordert.

3.2.

De curator heeft bij e-mail van 5 januari 2024 verzocht [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken omdat de in het verzoekschrift ingestelde vorderingen op grond van artikel 26 jo 110 Faillissementswet (Fw) ingediend moeten worden ter verificatie. Hooguit het oordeel over de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet kan beoordeeld worden, aldus de curator.

4 De verdere beoordeling van het geschil