Home

Rechtbank Gelderland, 15-04-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2151, C/05/428376

Rechtbank Gelderland, 15-04-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2151, C/05/428376

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15 april 2024
Datum publicatie
15 april 2024
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2024:2151
Zaaknummer
C/05/428376

Inhoudsindicatie

Ontbinding besloten vennootschap ex art. 2:185 BW. Ontbinding na overtreding Sanctiewet 1977 voor uitvoeren van verboden goederen naar Rusland.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer / rekestnummer: C/05/428376 / HA RK 23-230 1319 / 1496

Beschikking van 15 april 2024

in de zaak van

HET OPENBAAR MINISTERIE, FUNCTIONEEL PARKET, HANDHAVINGSEENHEID AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

verzoeker,

hierna te noemen: het OM,

vertegenwoordigd door mr. O.J.M. van der Bijl, Officier van Justitie bij het Functioneel Parket en mr. W. van den Bent, civiel juridisch adviseur bij het Functioneel Parket,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[belanghebbende sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna: [belanghebbende sub 1] , 2. [belanghebbende sub 2],

wonende te [woonplaats] , hierna: [belanghebbende sub 2] ,

belanghebbenden,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 13 november 2023,

- de brief van 6 februari 2024 met bijgevoegd bijlage 9 van het OM,

- de spreekaantekeningen van het OM,

- de mondelinge behandeling van 18 maart 2024. Verschenen zijn namens het OM mrs. Van der Bijl en W. van den Bent, voornoemd. De belanghebbenden zijn niet verschenen, hoewel zij daartoe behoorlijk zijn opgeroepen.

1.2.

Tenslotte is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[belanghebbende sub 1] is opgericht op 26 mei 2016 met de statutaire naam [naam bedrijf 1] Tot 24 mei 2022 heeft [naam bedrijf 1] een onderneming geëxploiteerd in de import en export van radio-elektronische onderdelen, de handel in staal- en metaalproducten en groothandel in kabel en bedradingen. Bij statutenwijziging van 24 mei 2022 is de statutaire naam veranderd van [naam bedrijf 1] in [belanghebbende sub 1] Daarbij zijn de bedrijfsactiviteiten gewijzigd in – kort gezegd – een groothandel in overige consumentenartikelen, specifiek het importeren en exporteren van kantoorartikelen en toebehoren.

2.2.

Enig aandeelhouder en statutair bestuurder van [belanghebbende sub 1] is [belanghebbende sub 2] .

2.3.

Tegen [belanghebbende sub 1] en [belanghebbende sub 2] is een strafrechtelijk onderzoek gestart door het OM. [belanghebbende sub 1] en [belanghebbende sub 2] werden verdacht van (het feitelijk leiding geven aan) bepaalde verboden gedragingen, zijnde:

a. Het overtreden en omzeilen van sancties tegen Rusland;

b. Het niet melden van export van goederen die zowel voor normaal als militair gebruik geschikt zijn (dual use goederen);

c. Het plegen van valsheid in geschrifte;

d. Het doen van valse Douane uitvoeraangiften;

e. Het deelnemen aan een criminele organisatie.

Kort gezegd, worden [belanghebbende sub 1] en [belanghebbende sub 2] ervan verdacht sinds de inval van Rusland in Oekraïne in strijd met Europese sancties tegen Rusland dual use goederen te blijven verkopen en leveren aan (partijen in) Rusland. Daarbij is geprobeerd om die handelswijze te verdoezelen door valse facturen en andere documenten op te stellen en een fictieve eindbestemming van de goederen (de Malediven) en een fictief bedrijf als eindgebruiker op te geven. [belanghebbende sub 1] is betalingen uit Rusland blijven ontvangen.

2.4.

In 2022 is strafvorderlijk beslag gelegd op vorderingen van [belanghebbende sub 1] op

ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN). De beslagen hebben doel getroffen voor bedragen van € 146.567,24 en USD 67.508,26.

2.5.

Het OM is voor de hiervoor onder a. en c. genoemde strafbare feiten tot vervolging overgegaan van [belanghebbende sub 1] .

2.6.

Op 31 oktober 2023 heeft de rechtbank Rotterdam [belanghebbende sub 1] veroordeeld op grond van overtreding van de Sanctiewet 1977 en valsheid in geschrifte en haar een geldboete van € 200.000,00 opgelegd.1

2.7.

[belanghebbende sub 2] is op enig moment naar het buitenland vertrokken.

3 Het geschil

3.1.

Het OM verzoekt dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

I. [belanghebbende sub 1] met onmiddellijk ingang ontbindt;

II. een vereffenaar benoemt van het vermogen van [belanghebbende sub 1] ;

III. bepaalt dat de beloning van de vereffenaar zal zijn conform de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling en dat deze beloning ten laste komt van [belanghebbende sub 1] ;

IV. de vereffenaar een aanwijzing te geven in dier voege dat zij afstand doet van de strafrechtelijk beslagen banksaldi op de voet van artikel 116 lid 2 aanhef en sub c Sv door te verklaren dat de banksaldi aan [belanghebbende sub 1] toebehoren en deze over te maken naar de Staat.

3.2.

Het OM grondt haar verzoek onder I op artikel 2:185 BW. Hij betoogt dat [belanghebbende sub 1] kan worden ontbonden, omdat zij haar statutaire doel niet meer kan bereiken door een gebrek aan baten en daarnaast omdat de werkzaamheden die tot verwezenlijking van het doel van [belanghebbende sub 1] moeten leiden zijn gestaakt. Er zijn volgens het OM geen vrij te besteden middelen meer aanwezig. De gelegde bankbeslagen zullen niet worden opgeheven nu het geld uit een misdrijf is verkregen en derhalve vatbaar is voor verbeurdverklaring en/of onttrekking aan het verkeer. Er zijn geen andere baten van [belanghebbende sub 1] bekend, behalve een vordering op [belanghebbende sub 2] . Die vordering dient echter als oninbaar te worden beschouwd nu [belanghebbende sub 2] volgens zijn advocaat naar Rusland is verhuisd. De inkomsten van [belanghebbende sub 1] kwamen voornamelijk uit Rusland. Als gevolg van de sancties tegen Rusland en de strafrechtelijke veroordeling is het onwaarschijnlijk dat [belanghebbende sub 1] nog inkomsten kan verwerven. Dit alles heeft tot gevolg dat [belanghebbende sub 1] door een gebrek aan baten haar statutaire doel niet meer kan bereiken. Daarom dient zij te worden ontbonden. Verder hebben er sinds het vertrek van [belanghebbende sub 2] naar Rusland geen activiteiten meer plaatsgevonden in de onderneming van [belanghebbende sub 1] . [belanghebbende sub 2] is ook de enige bij [belanghebbende sub 1] werkzame persoon. In 2023 is geen omzet meer gegenereerd, wat blijkt uit het feit dat er geen aangifte omzetbelasting is gedaan bij de Belastingdienst en er geen betalingen meer op de bankrekeningen zijn gedaan. Daarom moet worden aangenomen dat [belanghebbende sub 1] haar werkzaamheden tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt, zodat ook op deze grond tot ontbinding van [belanghebbende sub 1] dient te worden beslist.

3.3.

Het OM verzoekt benoeming van een onafhankelijk vereffenaar. Diens beloning kan geschieden overeenkomstig de Recofa-richtlijnen en dient ten laste van het vermogen van [belanghebbende sub 1] te worden gebracht. Tevens verzoekt het OM de vereffenaar een aanwijzing te geven op grond van artikel 2:23a lid 3 BW inhoudende dat de vereffenaar afstand doet van de banksaldi in de zin van artikel 116 lid 2 en sub b Sv door te verklaren dat de banksaldi aan [belanghebbende sub 1] toebehoren en vervolgens opdracht te geven aan ABN om de banksaldi over te boeken naar de Staat. Daarna kan de officier van justitie gelasten dat met de banksaldi – onder aftrek van de beloning voor de vereffenaar – wordt gehandeld als ware het verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.

4 De beoordeling

5 De beslissing