Rechtbank Gelderland, 03-07-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:4181, C/05/414293 / HA ZA 23-39
Rechtbank Gelderland, 03-07-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:4181, C/05/414293 / HA ZA 23-39
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 3 juli 2024
- Datum publicatie
- 25 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:4181
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2024:6463
- Zaaknummer
- C/05/414293 / HA ZA 23-39
Inhoudsindicatie
Faillissement deurwaarderskantoor. Kwaliteitsrekening (derdengeldrekening) o.g.v. artikel 19 Gdw is een gemeenschap (artikel 3:166 lid 1 BW). Wie komt het surplus toe nadat rechthebbenden (opdrachtgevers) zijn betaald? Failliete deurwaarderskantoor is deelgenoot in die gemeenschap en rechthebbende. Wegens ziekte waargenomen gerechtsdeurwaarder en waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn geen rechthebbenden en hebben geen rechtstreeks aanspraak op het surplus. Surplus op de kwaliteitsrekening komt toe aan de boedel (artikel 20 Fw). Waargenomen en waarnemend deurwaarder kunnen hun vorderingen op het deurwaarderskantoor ter verificatie indienen.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/414293 / HA ZA 23-39 / 397/871
Vonnis van 3 juli 2024
in de zaak van
mr. COENRAAD WILLEM HOUTMAN q.q. in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam gefailleerde],
kantoorhoudende te Arnhem,
eiser in de hoofdzaak,
gedaagde in conventie in tussenkomst,
eiser in reconventie in tussenkomst,
hierna te noemen: de curator,
advocaat mr. C.W. Houtman te Arnhem,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
gedaagde in conventie in tussenkomst,
eiser in reconventie in tussenkomst
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat mr. J.D. van Vlastuin te Veenendaal,
waarin is tussengekomen:
[tussenkomende] ,wonende te [woonplaats] ,
eiser in conventie in tussenkomst tegen de curator,
eiser in conventie in tussenkomst tegen [gedaagde] ,
gedaagde in reconventie in tussenkomst,
hierna te noemen: [tussenkomende] ,
advocaat mr. W. Kok te Ede.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het vonnis van 30 augustus 2023 waarbij een mondelinge behandeling is gelast,
- -
-
de conclusie van antwoord in reconventie in tussenkomst van [tussenkomende] ,
- -
-
de akte vermeerdering van eis in conventie (in de hoofdzaak) tevens akte houdende aanvullende producties van de curator,
- -
-
de aanvullende productie 22 (akte van cessie) van [tussenkomende] ,
- -
-
de conclusie van antwoord tegen vermeerderde eis van [gedaagde] ,
- -
-
het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 7 december 2023, en de daarin genoemde spreekaantekeningen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De zaak in het kort
Tussen de curator van het gefailleerde deurwaarderskantoor [naam gefailleerde] (hierna: [naam gefailleerde] ) en [tussenkomende] als deurwaarder en [gedaagde] als waarnemend deurwaarder van dat kantoor bestaat een geschil over de vraag aan wie het surplus op de kwaliteitsrekening van failliet toekomt. Daarnaast spreekt de curator [tussenkomende] aan voor de schulden van de failliet omdat [tussenkomende] zijn taken als bestuurder van de failliet volgens de curator onbehoorlijk heeft vervuld.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen toegelicht dat zij eerst een beslissing wensen op de vraag aan wie het surplus op de kwaliteitsrekening toekomt (de vordering van de curator in de hoofdzaak, de vorderingen in conventie in tussenkomst van [tussenkomende] en de vorderingen in reconventie in tussenkomst van [gedaagde] ). Daarna zullen partijen de rechtbank berichten of de reconventionele vordering in tussenkomst tussen de curator en [tussenkomende] (bestuurdersaansprakelijkheid) wordt ingetrokken dan wel dat zij ook op die vordering een beslissing wensen.
De rechtbank is van oordeel dat het surplus op de kwaliteitsrekening toekomt aan de curator. De waarnemend deurwaarder moet daarom het surplus van € 155.949,49 van de kwaliteitsrekening en een bedrag van € 8.786,93 overmaken aan de curator in het faillissement van [naam gefailleerde] . De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
3 De feiten
[tussenkomende] is (gedefungeerd) gerechtsdeurwaarder in de zin van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw). Via zijn persoonlijke holding Rentmeester B.V. en Kiennock Holding B.V., was [tussenkomende] indirect bestuurder en (mede)aandeelhouder (dga) van [naam gefailleerde] . Voor datum faillissement betaalde [naam gefailleerde] maandelijks management fee aan Rentmeester B.V. met wie [tussenkomende] een arbeidsovereenkomst had.
[tussenkomende] voerde een deurwaarderspraktijk in de praktijkvennootschap [naam gefailleerde] . [naam gefailleerde] hield een bijzondere rekening in de zin van artikel 19 van de Gdw bij de ABN AMRO (hierna: de kwaliteitsrekening). De tenaamstelling van de rekening is “ [naam gefailleerde] inzake Derdengelden”.
Op enig moment was [tussenkomende] wegens ziekte niet langer in staat zijn werkzaamheden als gerechtsdeurwaarder uit te oefenen. Op 30 april 2020 heeft de Minister van Justitie daarom op grond van artikel 23 van de Gdw [gedaagde] als waarnemend gerechtsdeurwaarder benoemd.
Na deze benoeming hebben [gedaagde] en [tussenkomende] in het licht van artikel 24 lid 6 van de Gdw (mondeling) afspraken gemaakt over de kosten van de waarneming. [gedaagde] heeft conform die afspraken de kosten van zijn werkzaamheden via zijn werkgever Syncasso Nederland B.V. (hierna: Syncasso) maandelijks in rekening gebracht bij [naam gefailleerde] die de facturen van Syncasso betaalde.
Ook de controller van [naam gefailleerde] is op enig moment arbeidsongeschikt geraakt en vervangen door een interim controller. De salariskosten van de interim controller werden eveneens door [naam gefailleerde] betaald.
Bij vonnis van 17 augustus 2020 van deze rechtbank is [naam gefailleerde] in staat van faillissement verklaard en is de curator benoemd.
Na het faillissement heeft [gedaagde] , als waarnemend deurwaarder beheer- en beschikkingsbevoegd over de kwaliteitsrekening, geen ambtshandelingen meer verricht voor de failliet. De curator heeft [gedaagde] daartoe geen opdracht gegeven. [gedaagde] , althans zijn werkgever Syncasso, heeft na datum faillissement maandelijks waarnemingskosten in rekening gebracht bij Rentmeester B.V. die, tot 1 december 20221 dan wel 1 januari 20232, de facturen van Syncasso betaalde.
De curator heeft na datum faillissement het personeel van [naam gefailleerde] gedurende de opzegtermijn laten doorwerken. Aansluitend heeft hij twee oud-medewerkers van [naam gefailleerde] in dienst genomen (vanaf 1 oktober 2020 tot 1 maart 2021) om de (12.340) lopende dossiers over te dragen aan andere deurwaarders, af te rekenen met de verschillende opdrachtgevers en de administratie daarvan te voeren. De kosten hiervan zijn als boedelschuld ten laste gekomen van de boedel.
Ook de interim controller is na het faillissement werkzaamheden blijven verrichten. De boedel en [tussenkomende] hebben de kosten van de interim controller bij helfte gedragen.
Na het faillissement zijn de rechthebbende derden van de kwaliteitsrekening voldaan. Vervolgens resteerde op de kwaliteitsrekening een bedrag van € 900.000,00 (hierna: het surplus). Tussen partijen is discussie ontstaan over de vraag aan wie dit surplus toekomt; aan de boedel, aan [tussenkomende] als gerechtsdeurwaarder of aan [gedaagde] als waarnemend gerechtsdeurwaarder.
Bij brief van 27 oktober 2022 heeft de curator [gedaagde] gesommeerd het surplus binnen een week na dagtekening van die brief over te maken naar de boedelrekening. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
Vervolgens heeft de curator de rechter-commissaris toestemming gevraagd om een procedure tegen [gedaagde] te starten om het resterende saldo op de kwaliteitsrekening voor de boedel te verkrijgen. De rechter-commissaris heeft voorafgaand aan de door hem te nemen beslissing een bespreking ingepland (30 november 2022), waarbij de curator, [gedaagde] en [tussenkomende] met hun advocaten aanwezig waren. De rechter-commissaris heeft toestemming gegeven voor het voeren van een procedure tussen de curator en [gedaagde] als niet binnen twee weken nadien tussen partijen een minnelijke regeling tot stand zou komen. Tot een regeling is het niet gekomen.
Wel heeft [gedaagde] op 13 december 2022 een bedrag van € 744.050,51 overgemaakt op de boedelrekening. Een bedrag van € 155.949,49 resteert thans op de kwaliteitsrekening. Dit bedrag heeft [gedaagde] gereserveerd voor door [tussenkomende] gemaakte kosten, te weten € 100.426,00 aan door [tussenkomende] betaalde waarnemingskosten voor [gedaagde] , € 29.001,28 aan kosten voor de interim-controller, € 6.522,21 voor advocaatkosten van [tussenkomende] en een voorschot van € 20.000,00 voor (nog) door [gedaagde] te maken juridische kosten.