Rechtbank Gelderland, 05-07-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:4716, 436760 HO RK 24/523 ea
Rechtbank Gelderland, 05-07-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:4716, 436760 HO RK 24/523 ea
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 5 juli 2024
- Datum publicatie
- 22 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:4716
- Zaaknummer
- 436760 HO RK 24/523 ea
Inhoudsindicatie
WHOA; homologatievonnis; afwijzingsgronden; rangorde van schuldeisers
Uitspraak
Team insolventie
homologatieverzoek ex artikel 383 Fw
rekestnummer: C/05/436760 / HO RK 24/523 e.a.
uitspraakdatum: 5 juli 2024
Vonnis op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure buiten faillissement, van:
I. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 1] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 1] ”,
II. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 2] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 2] ”,
III. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 3] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 3] ”,
IV. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 4] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 4] ”,
V. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 5] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 5] ”,
VI. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 6] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 6] ”,
VII. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 7] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 7] ”,
VIII. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 8] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 8] ”,
IX. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 9] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 9] ”,
X. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 10] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 10] ”,
XI. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 11] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 11] ”,
XII. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 12] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 12] ”,
XIII. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 13] B.V., statutair gevestigd te [plaats 2] , hierna te noemen: “ [onderneming 13] ”,
XIV. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 14] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 14] ”,
XV. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 15] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 15] ”,
XVI. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 16] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 16] ”,
XVII. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 17] B.V., statutair gevestigd te [plaats 2] , hierna te noemen: “ [onderneming 17] ”,
XVIII. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 18] B.V., statutair gevestigd te [plaats 2] , hierna te noemen: “ [onderneming 18] ”,
XIX. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 19] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 19] ”,
XX. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [onderneming 20] B.V., statutair gevestigd te [plaats 1] , hierna te noemen: “ [onderneming 20] ”,
hierna te noemen: Verzoeksters,
advocaten: mr. K.C. Mensink, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage en mr. J. van den Dolder, kantoorhoudende te Oud-Beijerland.
belanghebbenden:
1 DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde],
hierna te noemen: de “Belastingdienst”;
en
2. de naamloze vennootschap
[schuldeiser] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: ‘ [schuldeiser] ’
advocaten: mr. B. Poort te Eindhoven en mr. drs. F.P.G. Dix te Best.
1 Kern van de beslissing
De rechtbank is tegemoetgekomen aan de wens van Verzoeksters om op korte termijn een beslissing te geven. De motivering van deze beslissing is in deze nadere beslissing uitgewerkt.
De rechtbank stelt vast dat de informatie in en bij het akkoord gebrekkig is, met name ten aanzien van de voor het akkoord aangetrokken nieuwe financiering, de gevolgen van het akkoord voor de aandeelhouder en de financiële positie van de besloten vennootschap [gelieerde vennootschap] B.V. (hierna: “ [gelieerde vennootschap] ”). Hoewel niet aannemelijk is dat dit een andere uitslag van de stemming tot gevolg heeft, is van belang dit vast te stellen voor beoordeling van de bezwaren van [schuldeiser] en de Belastingdienst.
De Belastingdienst en [schuldeiser] maken bezwaar tegen goedkeuring van de door Verzoeksters aangeboden akkoorden. Zij doen dit onder meer met een beroep op een schending van de rangorde. De rechtbank oordeelt dat de akkoorden deze regel inderdaad schenden, aangezien de aandeelhouder van Verzoeksters een waarde behoudt, terwijl hoger gerangschikte schuldeisers niet volledig worden voldaan. De rechtbank oordeelt ook dat Verzoeksters geen redelijke grond hebben aangevoerd voor deze schending. Het gevolg is dat de verzoeken tot goedkeuring van de akkoorden worden afgewezen.
2 De procedure
Verzoeksters hebben op 17 juli 2023 startverklaringen ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd. Zij hebben daarbij gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
Op 18 juli 2023 hebben verzoeksters ter griffie een verzoekschrift ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw voor een periode van vier maanden.
Bij beschikking van 19 juli 2023 van deze rechtbank is bij wijze van tijdelijke voorziening een afkoelingsperiode afgekondigd. De rechtbank heeft bij beschikking van 28 juli 2023 een afkoelingsperiode van twee maanden afgekondigd, ingaande op 28 juli 2023, en heeft mr. C.G. Klomp (hierna ook: de ‘observator’) aangesteld tot observator.
Op 25 september 2023 hebben verzoeksters ter griffie een verzoekschrift ingediend tot het verlengen van de afkoelingsperiode jegens de Belastingdienst en het afkondigen van een afkoelingsperiode jegens alle (andere) schuldeisers voor de duur van vier maanden.
Bij beschikking van 27 september 2023, en de gecorrigeerde versie van 2 oktober 2023, heeft de rechtbank bij wijze van tijdelijke voorziening een afkoelingsperiode jegens de Belastingdienst afgekondigd. Bij beschikking van 19 oktober 2023 heeft de rechtbank een afkoelingsperiode van vier maanden afgekondigd, ingaande op 19 oktober 2023 en bepaald dat de observator maandelijks verslag aan de rechtbank dient uit te brengen omtrent de voortgang en transparantie van de akkoordtrajecten en realiteitswaarde van de door verzoekers opgestelde tijdslijn.
Op 19 februari 2024 hebben verzoeksters ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend strekkende tot het bij wijze van tijdelijke voorziening verlengen van de huidige afkoelingsperiode en het verlengen van de afkoelingsperiode, jegens alle schuldeisers behoudens de Belastingdienst, voor een additionele periode van twee maanden.
Bij beschikking van 8 maart 2024 heeft de rechtbank een afkoelingsperiode van twee maanden afgekondigd jegens de crediteuren, behoudens de Belastingdienst, ingaande op 19 februari 2024 en daarbij bepaald dat de observator de rechtbank onmiddellijk dient te berichten zodra het akkoord onhaalbaar blijkt en/of de schuldenaren niet langer aan de lopende verplichtingen kunnen voldoen.
Op 7 november 2023, 6 december 2023, 11 januari 2024 en 7 maart 2024 heeft de observator verslag aan de rechtbank uitgebracht.
Verzoeksters hebben op 21 mei 2024 de stemverslagen als bedoeld in artikel 382 Fw ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd.
Op 3 juni 2024 hebben verzoeksters een verzoek tot homologatie van de door verzoeksters aangeboden akkoorden, met bijlagen, ingediend.
De volgende belanghebbenden hebben een afwijzingsverzoek ingediend en daarbij hun zienswijze gegeven:
a. de Belastingdienst, door de rechtbank ontvangen op 20 juni 2024 en 26 juni 2024;
b. [schuldeiser] , door de rechtbank ontvangen op 21 juni 2024;
De observator heeft bij schrijven van 21 juni 2024 zijn zienswijze gegeven.
Het verzoek is op 28 juni 2024 in raadkamer behandeld. Bij de behandeling waren diverse schuldeisers en belanghebbenden aanwezig. Door middel van videoverbinding zijn gehoord:
- -
-
de heer [bestuurder] , (indirect) bestuurder van verzoeksters;
- -
-
mevrouw mr. J. van den Dolder en de heer mr. C. Mensink, voornoemd;
- -
-
mevrouw [medewerkster adviseur] , namens [adviseur] ;
- -
-
de heer mr. C.G. Klomp en mr. M.H. Boersen;
- -
-
de heer mr. drs. F.P.G. Dix, de heer mr. L. van der Heijden en de heer mr. B. Poort, namens [schuldeiser] ;
- -
-
mevrouw [gemachtigde] en mevrouw [medewerkster] , namens de Belastingdienst.
Het verzoek is ter zitting nader toegelicht, vragen van de rechtbank zijn beantwoord en inlichtingen werden verstrekt. Namens verzoeksters is ook gereageerd op de ingediende afwijzingsverzoeken.
Bij e-mailbericht met bijlagen van 28 juni 2024 heeft mevrouw mr. M.H. Boersen, namens de observator, verzocht om het salaris van de observator en de door hem ingeschakelde derde vast te stellen.
Op 3 juli 2024 heeft de rechtbank Verzoeksters, bij e-mailbericht aan mr. J. van den Dolder en mr. C. Mensink, verzocht om het standpunt van Verzoeksters met betrekking tot het verzoek om vaststelling van het salaris van de observator aan de rechtbank kenbaar te maken.
De rechtbank heeft, op verzoek en gelet de spoedeisendheid van de beslissing, een kop/staart vonnis gewezen op 5 juli 2024.