Rechtbank Gelderland, 07-05-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3216, 438811
Rechtbank Gelderland, 07-05-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3216, 438811
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 7 mei 2025
- Datum publicatie
- 14 mei 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:3216
- Zaaknummer
- 438811
Inhoudsindicatie
Positieve saldi rekeningen dochtervennootschappen werden door de bank op grond van zero balancing (een vorm van cash pooling) automatisch overgeboekt naar rekening moedervennootschap en in r-c verwerkt. Curator vordert de in de laatste 3 weken voor het faillissement gedane zero balancing-overboekingen terug van de moedervennootschap, op de grond dat moedervennootschap ingevolge artikel 54 Fw niet bevoegd was tot verrekening. Rechtbank oordeelt dat dit geen schuldoverneming in de zin van artikel 54 Fw is. De overboekingen zijn ook geen onrechtmatige selectieve betalingen. Curator spreekt bestuurder aan op grond van artikel 2:248 lid 1 BW. Naar oordeel rechtbank geen sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/438811 / HA ZA 24-372
Vonnis van 7 mei 2025
in de zaak van
[eiser in conv] , in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2],
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: [eiser in conv] ,
tegen
1 [gedaagde in conv 1] ,
te [woonplaats] ,2. [gedaagde in conv 2],
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagden in conv] ,
advocaat: mr. C.W. Houtman.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 november 2024
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 april 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De zaak in het kort
Op 19 mei 2020 zijn [bedrijf 1] en [bedrijf 2] (hierna: [bedrijven 1 en 2] ) op eigen aangifte failliet verklaard. Grootaandeelhouder van beide vennootschappen is [gedaagde in conv 2] . [gedaagde in conv 1] is enig bestuurder van [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [gedaagde in conv 2] .
Op grond van het zero balancing-arrangement dat onderdeel was van de financieringsovereenkomst met Rabobank, zijn saldi van de rekeningen van [bedrijven 1 en 2] overgeboekt naar de rekening van [gedaagde in conv 2] . Die betalingen werden in de rekening-courant tussen [gedaagde in conv 2] en [bedrijf 1] respectievelijk [bedrijf 2] verrekend met de vorderingen van [gedaagde in conv 2] op deze vennootschappen.
In deze procedure stelt de curator zich op het standpunt dat [gedaagde in conv 2] op grond van artikel 54 Faillissementswet (Fw) geen beroep op verrekening toekomt ten aanzien van de overboekingen die zij door zero balancing in mei 2020 tot aan de datum van het faillissement heeft ontvangen. De curator vordert die overboekingen op grond van onverschuldigde betaling terug. Die overboekingen kunnen volgens de curator ook als onrechtmatig selectieve betalingen worden gekwalificeerd. Ook op die grondslag vordert de curator, bij wege van schadevergoeding, betaling van de in mei 2020 gedane overboekingen, zowel van [gedaagde in conv 2] als van [gedaagde in conv 1] .
Daarnaast spreekt de curator in deze procedure [gedaagde in conv 1] aan op grond van bestuurdersaansprakelijkheid (primair op grond van artikel 2:248 lid 1 BW en subsidiair op grond van artikel 2:9 BW). Volgens hem heeft [gedaagde in conv 1] , als bestuurder van [bedrijven 1 en 2] , kostenstijgingen geaccepteerd, die geen redelijk denkend bestuurder zou hebben geaccepteerd en die een belangrijke oorzaak van de faillissementen vormen. De curator vordert van [gedaagde in conv 1] het faillissementstekort inzake de faillissementen van [bedrijven 1 en 2] .
[gedaagden in conv] betwisten gemotiveerd dat sprake is van schuldoverneming in de zin van artikel 54 Fw en van bestuurdersaansprakelijkheid. In reconventie vorderen zij opheffing van het door de curator gelegde conservatoire beslag.
De rechtbank zal de vorderingen van de curator afwijzen en de reconventionele vordering tot opheffing van het beslag toewijzen. Hierna (onder 4) zal de rechtbank uitleggen waarom zij tot deze beslissingen komt. Eerst zal (onder 3) een overzicht van de feiten worden gegeven.