Rechtbank Gelderland, 10-09-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8104, C/05/446215
Rechtbank Gelderland, 10-09-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8104, C/05/446215
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 10 september 2025
- Datum publicatie
- 2 oktober 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:8104
- Zaaknummer
- C/05/446215
Inhoudsindicatie
Vernietiging beslissing tuchtrechter.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/446215 / HA ZA 25-25
Vonnis van 10 september 2025
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. A.M. de Nijs,
tegen
de vereniging
NEDERLANDS INSTITUUT VAN PSYCHOLOGEN,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: het NIP,
advocaat: mr. R.J. Oudendorp.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 23 april 2025,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 juli 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of de civiele rechter een beslissing van de tuchtrechter (het College van Beroep van de vereniging NIP) kan vernietigen.
[eiseres] is psycholoog en lid van het NIP. Het College van Toezicht van het NIP heeft een tegen [eiseres] ingediende klacht op 14 maart 2022 ongegrond verklaard. Die beslissing is dezelfde dag per beveiligde e-mail verzonden. Volgens het Reglement voor het Toezicht kan gedurende twee maanden na de dag van verzending beroep worden ingesteld. De klaagster heeft op 15 mei 2022 beroep ingesteld. Volgens het College van Beroep was 15 mei 2022 de laatste dag van de beroepstermijn en is het beroep dus op tijd ingediend. Het College van Beroep heeft de klacht alsnog gegrond verklaard en [eiseres] de maatregel van berisping opgelegd. [eiseres] is het met die beslissing niet eens. Volgens [eiseres] is het beroep te laat ingesteld en had het College van Beroep het beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De rechtbank komt tot de conclusie dat het College van Beroep als tuchtrechter de bepaling in het Reglement voor het Toezicht over de beroepstermijn onjuist heeft toegepast. De laatste dag van de beroepstermijn was 14 mei 2022. Het beroep van de klaagster is op 15 mei 2022 ingediend. De tuchtrechter heeft dus in strijd met het Reglement voor het Toezicht geoordeeld dat het beroep tijdig is ingediend. De rechtbank vernietigt daarom de beslissing van de tuchtrechter, waarbij [eiseres] de maatregel van berisping is opgelegd.
3 De feiten
[eiseres] is psycholoog en als lid aangesloten bij de vereniging Nederlands Instituut van Psychologen (verder: NIP). Het NIP is een beroepsvereniging van psychologen in Nederland.
De statuten van het NIP houden voor zover hier van belang het volgende in:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN.
Artikel 1. Begripsbepalingen.
In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde betekenissen: (...)
college van beroep betekent het orgaan van de vereniging als nader omschreven in artikel 25.
college van toezicht betekent het orgaan van de vereniging als nader omschreven in artikel 24. (...)
HOOFDSTUK II. NAAM EN ZETEL. DOEL EN MIDDELEN.
(...)
Artikel 3. Doel en middelen.
De vereniging heeft tot doel:
a. het bewaken en het versterken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening en verdere professionalisering van de psychologische beroepen binnen alle werkvelden;
b. het bevorderen van de psychologie in de volle breedte zowel op het gebied van de wetenschap als op het vlak van de professionele beroepsuitoefening;
c. de samenleving gezonder en veerkrachtiger te maken;
d. de profilering en positionering van de beroepsgroep in de volle breedte.
De vereniging tracht haar doel te bereiken door:
a. het behartigen van de maatschappelijke en beroepsbelangen belangen van de beoefenaren in de psychologie;
b. het bevorderen en bewaken van de kwaliteit en professionaliteit van de beroepsuitoefening door:
i. het zorgdragen voor een passende normering;
ii. te voorzien in registratie- en accreditatieregelingen;
iii. het opstellen en handhaven van de Beroepscode;
c. het versterken van de beroepsidentiteit van de psychologische beroepsgroep; (...)
HOOFDSTUK XII. COLLEGE VAN TOEZICHT EN COLLEGE VAN BEROEP
Artikel 24. College van toezicht.
De ledenraad benoemt een college van toezicht met als taken:
a. het behandelen van ontvangen klachten ten aanzien van leden en/of ten aanzien van diegenen die zijn ingeschreven in een van de NIP-registers en geen lid zijn van de vereniging;
b. het naar aanleiding van hetgeen is bepaald in sub a. van dit artikel, toetsen van de gedragingen van die personen aan de vastgestelde regels voor de beroepsuitoefening als bedoeld in artikel 3.2 sub c. ii [de rechtbank begrijpt: sub b. iii];
c. het beslissen over het opleggen van disciplinaire maatregelen aan de hand van de uitkomst van de toetsing.
Het college van toezicht bestaat uit ten minste negen leden. De samenstelling van het college van toezicht, de wijze van benoeming van de leden, de bevoegdheid van het college van toezicht tot het treffen van disciplinaire maatregelen en de procedure voor het college van toezicht worden nader vastgelegd in een afzonderlijk door de ledenraad vast te stellen reglement voor het toezicht.
Artikel 25. College van beroep.
Van een uitspraak van het college van toezicht kunnen het betrokken lid, klager en het algemeen bestuur in beroep komen bij een eveneens door de ledenraad te benoemen college van beroep, bestaande uit ten minste zeven leden. De samenstelling van het college van beroep, de wijze van benoeming van de leden, de wijze van instellen van beroep en de procesgang voor het college van beroep, worden nader vastgelegd in het in artikel 24.2 omschreven reglement.
Het Reglement voor het Toezicht (het reglement) als bedoeld in artikel 23 (de rechtbank begrijpt: artikel 24) van de statuten houdt het volgende in, voor zover hier van belang:
Taken van het College van Toezicht en het College van Beroep
1.1.1
1 Bij het College van Toezicht en - in beroep - bij het College van Beroep kan worden geklaagd over leden van het NIP, alsmede over diegenen die zijn ingeschreven in een van de NIP-registers en geen lid zijn van het NIP.
2 De taken van het College van Toezicht en - in beroep - die van het College van Beroep bestaan uit het behandelen van ontvangen klachten ten aanzien van de in lid 1 vermelde personen, het naar aanleiding daarvan toetsen van de gedragingen van die personen aan de vastgestelde regels voor de beroepsbeoefening als in artikel 3.2 sub c. ii [de rechtbank begrijpt: sub b. iii] van de Statuten van de vereniging bedoeld, het beslissen omtrent het opleggen van disciplinaire maatregelen aan de hand van de uitkomst van de toetsing, alsmede het beslissen omtrent ontzetting en schorsing uit het lidmaatschap van leden overeenkomstig de artikelen 7.5, 7.6 en 7.7 van de Statuten. (...)
Samenstelling en wijze van benoeming der Colleges
1.2.1
1 Het College van Toezicht bestaat uit een door het Algemeen Bestuur vast te stellen aantal leden dat minimaal negen dient te zijn. Met uitzondering van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter(s) en de secretaris(sen), die tenminste de hoedanigheid van meester in de rechten dienen te bezitten, zijn de leden lid van de vereniging.
2 Het College van Beroep bestaat uit een door het Algemeen Bestuur vast te stellen aantal leden dat minimaal zeven dient te zijn. De leden van het College van Beroep dienen aan dezelfde eisen te voldoen als de leden van het College van Toezicht, zoals vermeld in lid 1 van dit artikel.
De leden van het College van Toezicht en het College van Beroep worden benoemd door de Ledenraad van de vereniging. (...)
Maatregelen
2.4.1
1 Het College van Toezicht zal de volgende disciplinaire maatregelen kunnen opleggen ten aanzien van leden bedoeld in artikel 4.2 van de Statuten van de vereniging, alsmede ten aanzien van degenen die zijn ingeschreven in een van de NIP-registers en geen lid zijn van het NIP, in geval zij zich hebben gedragen in strijd met de vastgestelde regels voor de beroepsuitoefening, als in artikel 3.2 sub c. ii [de rechtbank begrijpt: sub b. iii] van de Statuten bedoeld:
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. schorsing in het NIP-lidmaatschap en/of van de inschrijving in het/de door het College aangegeven NIP-register(s) voor een periode van ten hoogste een jaar, al dan niet gecombineerd met een van de maatregelen onder a. en b. genoemd;
d. ontzetting en schorsing uit het lidmaatschap op grond van artikel 7.5 en 7.7 van de Statuten en/of doorhaling van de inschrijving in het/de door het College aangegeven NlP-register(s).
2 In het geval een maatregel zoals vastgelegd in lid 1 onder c wordt opgelegd aan een lid van de vereniging vervalt de inschrijving in het/de door het College aangegeven NlP-register(s) van rechtswege voor de duur van de schorsing. Bij de oplegging aan een lid van de vereniging van de maatregel zoals vastgelegd onder d vervalt de inschrijving in het/de door het College aangegeven NlP-register(s) van rechtswege.
3 In geval van schorsing dan wel doorhaling van de inschrijving in het/de NIP-register(s) is het aan het College te beslissen deze maatregel tevens toe te passen op het lidmaatschap van de vereniging.
4 Het College van Toezicht kan bij een beslissing bepalen dat een klacht (gedeeltelijk) gegrond is zonder daarbij een maatregel op te leggen. (...)