Home

Rechtbank Limburg, 04-03-2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:1792, C/03/182429 / HA ZA 13-293

Rechtbank Limburg, 04-03-2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:1792, C/03/182429 / HA ZA 13-293

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
4 maart 2015
Datum publicatie
4 maart 2015
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2015:1792
Formele relaties
Zaaknummer
C/03/182429 / HA ZA 13-293
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 162

Inhoudsindicatie

Instorting winkelcentrum “t Loon te Heerlen door verzakking als gevolg van bodemveranderingen in onderliggende niet langer gebruikte steenkolenmijn (sinkhole).

Aansprakelijkstelling van de gemeente Heerlen voor schade als gevolg van niet tijdig handhaven, feitelijke ontruiming en het niet nakomen van toezeggingen aan getroffen ondernemer(s) wordt door de rechtbank niet gehonoreerd.

“... de Gemeente [heeft] voortvarend gehandeld in het kader van haar taken inzake het toezicht en controle op de veiligheid van het bouwwerk en [heeft] eveneens adequaat opgetreden inzake het risicomanagement, waarbij de Gemeente niet alleen voldoende deskundigen heeft inge¬schakeld en geraadpleegd, maar volgens TNO terecht steeds is uitgegaan van het “worst case scenario”.”

“... aan de ontruiming [ligt] geen besluit of handelen van de Gemeente ter uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid ten grond¬slag. Hoewel de Gemeente wel vanuit haar rol van toezichthouder en controleur invloed heeft gehad op de besluitvorming van de VvE en voorts hulp heeft geboden bij de ont¬ruiming door de VvE is de schade als gevolg van de ontruiming naar het oordeel van de rechtbank met andere woorden niet het gevolg van acties die binnen de overheidssfeer liggen.”

“Niet is komen vast te staan dat van de zijde van de Gemeente uitlatingen zijn gedaan die zodanig concreet en specifiek waren dat Koops haar gedrag daar op heeft mogen afstemmen en als gevolg waarvan zij in een nadelige(r) positie is komen te verkeren.”

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/182429 / HA ZA 13-293

Vonnis van 4 maart 2015

in de zaak van

[eiseres] , in hoedanigheid van eigenaresse van de eenmanszaak [naam eenmanszaak],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HEERLEN,

zetelend te Heerlen,

gedaagde,

advocaat mr. R.D. Boesveld.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Gemeente worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 15 juli 2013, tevens houdende een provisionele vordering,

-

de incidentele conclusie van antwoord,

-

het vonnis in incident van 16 oktober 2013,

-

de conclusie van antwoord,

-

de akte wijziging van eis,

-

de rolbeslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald,

-

de brief van 27 februari 2014 met productie van [eiseres],

-

het proces-verbaal van comparitie op 7 maart 2014,

-

de conclusie van repliek,

-

de conclusie van dupliek,

-

de akte uitlating producties van [eiseres].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Het winkelcentrum ’t Loon te Heerlen, de bovengelegen appartementen en de parkeergarage zijn het eigendom van NSI te Hoofddorp, 3W Vastgoed te Maastricht alsmede van enkele kleine beleggers en eigenaren respectievelijk Q-Park te Maastricht. De eigenaren zijn verenigd in een vereniging van eigenaren (hierna: de VvE). Het winkelcentrum alsmede de VvE worden beheerd door MVGM te Maastricht.

Chronologische samenvatting van de meest relevante feiten

2.2.

Op 30 augustus 2011 wordt in de parkeergarage van Q-Park in winkelcentrum’t Loon te Heerlen scheurvorming geconstateerd in de kolommen. De afdeling Bouw- en woningtoezicht van de Gemeente is door de eigenaren terstond geïnformeerd en betrokken bij toezicht en inspectie.

De dag daarop is geconcludeerd dat gelet op de afmetingen van de kolommen in relatie tot de belasting het verantwoord was de bovengelegen winkels open te laten gaan. De burgemeester is op 31 augustus 2011 geïnformeerd over de bevindingen.

In de dagen daarop is de scheurvorming toegenomen, waarop stutten en stempels zijn gezet, is geïnjecteerd en kolommen zijn vervangen en delen van de parkeergarage zijn afgezet voor publiek. De burgemeester is steeds geïnformeerd over de stand van zaken en de noodzaak om al dan niet maatregelen te treffen.

2.3.

Op 15 september 2011 is met alle betrokken partijen overleg gepleegd inzake de aanpak onderzoek, herstel en communicatie.

Bij brief, gedateerd 14 september 2011, zijn door de VvE de ondernemers en bewoners geïnformeerd over de werkzaamheden aan de parkeergarage ([eiseres] heeft betwist deze brief te hebben ontvangen).

2.4.

Op 10 oktober 2011 is overleg gepleegd met betrokken partijen en Staatstoezicht op de mijnen, omdat de oorzaak wordt vermoed te zijn gelegen in veranderingen in de bodem mogelijk gerelateerd aan een mijnschacht of pijler. Op 12 oktober 2011 berichtdr.ir. I. de Vent, senior inspecteur Geo-Engineering van Staatstoezicht op de mijnen aan Bouw - en woningtoezicht dat zij – anders dan een expert van de VvE – monitoring noodzakelijk acht en dat snel een expertadvies moet worden uitgebracht. Bouw- en woningtoezicht wint daarop extern advies in bij het door De Vent aangeraden ingenieursbureau Heitfeld-Schetelig uit Aken. Op 13 oktober 2011 is wederom overleg geweest en is geconcludeerd dat er voldoende controle is en dat veiligheid gewaarborgd is. Er worden dagelijks inspectierondes gehouden en er worden geregeld metingen gedaan. Op 17 oktober 2011 wordt nieuwe scheurvorming geconstateerd en zijn stutmaatregelen genomen. Tijdens een bijeenkomst met betrokken experts op 28 oktober 2011 is geconcludeerd dat er geen wijziging in het veiligheidsniveau is ten opzichte van de situatie van twee weken daarvoor. Het onderzoek naar de (geologische) oorzaak is op dat moment nog in volle gang.

2.5.

Op 7 november 2011 voerden alle betrokkenen overleg over de voortgang. Besproken is onder meer de oplossing voor de meest waarschijnlijke oorzaak. Afgesproken is dat Heitfeld een eerste bestek en planning (aanvang werkzaamheden in januari 2012) zal opstellen. Bouw- en woningtoezicht heeft tijdens het gesprek bij de VvE aangedrongen op spoedige besluitvorming omtrent de elektronische monitoring, die de Gemeente als voorwaarde heeft gesteld voor het openhouden van ’t Loon.

Op 10 november 2011 heeft de VvE de afdeling Bouw- en woningtoezicht toegezegd dat in de week van (en uiterlijk op) 27 november 2011 het meet- en signaleringssysteem operationeel zal zijn.

2.6.

Op 22 november 2011 is door Bouw- en woningtoezicht de burgemeester geïnformeerd dat weliswaar niet meer wordt voldaan aan het bouwbesluit gezien de verzakkingen, maar dat gelet op de genomen maatregelen en de controle op de veiligheid niet hard is te maken dat er direct gevaar voor de veiligheid is.

2.7.

Op 29 november 2011 worden tijdens de dagelijkse inspectie nieuwe scheuren geconstateerd en wordt door bovengelegen winkel Promiss gemeld dat er scheuren in de wanden zijn ontstaan. Ook worden door de meet- signaleringsapparatuur vervormingen en spanningen gemeten die blijven oplopen. De betrokken medewerkers van de VvE en van Bouw- en woningtoezicht zijn daarop gezamenlijk op grond van deze drie aanwijzingen tot de conclusie gekomen dat het bovengelegen gedeelte van ’t Loon moet worden gesloten. Het bestuur van de VvE en de burgemeester zijn vervolgens ingelicht.

2.8.

Op 29 november 2011 heeft [eiseres] de door haar gehuurde bedrijfsruimte in winkelcentrum ’t Loon te Heerlen, waar zij haar kapsalon en beautycentrum “[naam eenmanszaak]” dreef, hals over kop moeten ontruimen vanwege instortingsgevaar zonder op dat moment in de gelegenheid te zijn gesteld voorraden of inventaris te beredden.

2.9.

Over de ontruiming op 29 november 2011 hebben [medewerker Gemeente 1] en [medewerker Gemeente 2], medewerkers van de afdeling Bouw- en woningtoezicht van de Gemeente op 5 januari 2012 schriftelijk verklaard:

“Na deze inspectie van de scheuren en de bestudering van de grafische weergave van de monitoring, welke [naam constructeur][Bedoeld is [naam constructeur], werkzaam bij W&N, constructeur en handelend namens de VvE. Opmerking van de rechtbank] had meegenomen, hebben we gezamenlijk geconstateerd dat de veiligheid niet meer was gegarandeerd en zijn we vervolgens samen tot feitelijke ontruiming over gegaan. Gelukkig hadden wij van te voren al eens bekeken welke winkels binnen het betreffende gebied lagen en eventueel ontruimd zouden moeten worden in geval van een calamiteit. Om paniek te voorkomen hadden we met elkaar afgesproken dat we de winkeliers zouden informeren de klanten in de winkel af te helpen maar geen nieuwe klanten meer binnen te laten. We zijn elk een paar winkels binnen gegaan met deze mededeling. Om de winkeliers te overtuigen hadden we allemaal wat visitekaartjes van [naam beheerder VvE] meegenomen. [naam beheerder VvE] is namelijk als beheerder namens de VvE bij de winkeliers bekend. Daarna zijn de overige collega’s van de gemeente en de brandweer gekomen, hekken geplaatst enz..”

2.10.

Op 2 december 2011 is vanaf 07.00 uur een noodverordening van kracht geworden op grond waarvan het een ieder verboden is zich in het winkelgebied, waarin [naam eenmanszaak] is gevestigd, op te houden. Op 3 december 2011 is de verordening uitgebreid tot het wooncomplex boven het winkelcentrum.

2.11.

Op 5 december 2011 is de eigenaren van het complex een last onder bestuursdwang opgelegd strekkende tot sloop van het complex. De daadwerkelijke sloopwerkzaamheden dienden op 7 december 2011 aan te vangen.

Het college van burgemeester en wethouders overweegt in het besluit uitdrukkelijk dat de gemeente zich bewust is dat het opleggen van de lastgeving leidt tot het verloren gaan inventaris van de getroffen winkels, maar “dat de belangen bij handhaving van de veiligheid zwaarder wegen dan welk ander belang dan ook.”

2.12.

Bij besluit van 6 december 2011 is de “Vergoedingsregeling ondernemers winkelcentrum ’t Loon” vastgesteld. In de ambtelijke oplegnota staat vermeld:

“De gemeente wil [ ...] zich de belangen van de ondernemers aantrekken door hen te compenseren. [...] Met deze regeling kunnen ondernemers een financiële vergoeding ontvangen voor diverse kosten. De regeling vormt een aanvulling op de inspanningen van de gemeente om de ondernemers zo goed als mogelijk in feitelijke sfeer te faciliteren. [...]”

en

”Voor de specifieke categorie van tien ondernemers die niet meer in het winkelcentrum kunnen terugkeren, wordt voorzien in vergoeding van redelijke kosten vanwege hervestiging elders in Heerlen. [...] Per ondernemer is een bedrag van maximaal € 50.000,- beschikbaar. [...] Bovendien neemt de gemeente met de regeling niet de verantwoordelijkheid en evenmin de mogelijke aansprakelijkheid van derden over. [...] Te honoreren claims die (bij uitzondering) het bedrag van € 50.000,- overstijgen worden ter besluitvorming aan uw college voorgelegd.”

[eiseres] is een van de tien getroffen ondernemers die niet meer kunnen terugkeren in hun bedrijfsruimte in ‘t Loon, omdat deze gesloopt zal worden.

2.13.

De noodverordening is op 7 december 2011 vervangen door een aangepaste noodverordening, waarin onder meer is opgenomen: Artikel 2 “... Personen die het gebied willen betreden, dienen zich bij een van de controleposten te melden.”

De noodverordening is per 15 december 2011 ingetrokken, omdat de sloop zodanig was gevorderd dat van instortingsgevaar geen sprake meer is.

2.14.

[eiseres], die haar bedrijf voorlopig heeft gevestigd te Kerkrade, doet op 14 december 2011 een (eerste) aanvraag in het kader van de Vergoedingsregeling. Aan [eiseres] wordt op grond van de Vergoedingsregeling een bedrag van in totaal € 38.474,30 uitgekeerd.

Het op 9 oktober 2012 door [eiseres] ingediende verzoek tot nadeelcompensatie wordt bij besluit van 23 januari 2013 deels afgewezen voor zover het de ontruiming en de noodverordening en deels aangehouden voor zover het de last onder bestuursdwang betreft. Een tegen dit besluit gericht bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en voor zover het een civielrechtelijke aansprakelijkstelling betreft doorgezonden aan de verzekeraar van de Gemeente. Het beroep tegen deze beslissing is ongegrond verklaard bij uitspraak van de rechtbank Limburg (zaaknummer 13/2339). De verzekeraar wijst iedere aansprakelijkheid bij brief van 20 juni 2013 af.

2.15.

Op 1 november 2012 brengt TNO het rapport “review besluitvormingsproces gemeente Heerlen inzake ’t Loon” uit. Geconcludeerd wordt – voor zover hier relevant – dat ”In de periode tot aan de melding van de scheurvorming in augustus 2011 was de heersende opvatting dat verzakkingen zoals onder ’t Loon zich zouden stabiliseren. In kringen van deskundigen was geen aanleiding om van mogelijke sinkhole vorming uit te gaan. De verticale dynamiek van de bodem is doordoor niet als acute dreiging van de constructieve veiligheid beschouwd. [...].

Na de melding van de scheurvorming in augustus 2011, toen de gemeente besefte dat er sprake was van een andere bodemdynamiek en risico’s voor de constructieve veiligheid van de parkeergarage en bovenliggende winkels, heeft de gemeente haar taken in het kader van de veiligheid van het bouwwerk met voortvarendheid aangepakt. In die periode is de risicobeoordeling door de gemeente over het algemeen gezien goed ingevuld, zowel de statische als dynamische aspecten zijn daarbij aan de orde gekomen en hebben de nodige urgentie verkregen. Die invulling kwam voornamelijk vanuit het onderzoeksteam, waarin deskundigen participeerden met specifieke kennis over de van toepassing zijnde vakgebieden, naast afgevaardigden van de VvE. Vanwege het tamelijk unieke karakter van het project is het voor de betrokkenen evenwel moeilijk geweest om een gefundeerde inschatting te maken van de optredende processen en de oorzaken daarvan. Om die reden is in de risicobeoordeling, op de verschillende beslismomenten, veelal terecht uitgegaan van de meest ongunstige situatie, een worst case scenario. Dit resulteerde terecht in besluitvorming gericht op de meest veilige benadering voor de gebruikers/bewoners.” (pagina 70-71)

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert veroordeling van de Gemeente tot betaling van € 723.134,40, vermeerderd met rente en kosten.

Aan deze vordering legt [eiseres] – samengevat – ten grondslag dat zij schade heeft als gevolg van feitelijke handelen van de Gemeente waardoor zij haar kapperszaak heeft moeten ontruimen, zonder dat tijdig handhavend is opgetreden en tijdig (juiste) informatie is verstrekt, en zonder dat zij in de gelegenheid is gesteld voorraden of inventaris te beredden, en waarna zij niet adequaat is gecompenseerd, waardoor zij kosten en schulden heeft gemaakt en haar nering niet direct op een nieuwe locatie heeft kunnen voortzetten. Voorts legt [eiseres] aan de vordering ten grondslag dat de Gemeente het vertrouwen heeft gewekt dat zij als getroffen ondernemer adequaat zou worden geholpen en dat zij schade heeft, omdat dit niet is geschied.

3.2.

De Gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing