Home

Rechtbank Limburg, 11-10-2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:8763, 03/721122-15 en 03/134189-15

Rechtbank Limburg, 11-10-2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:8763, 03/721122-15 en 03/134189-15

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11 oktober 2016
Datum publicatie
11 oktober 2016
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2016:8763
Formele relaties
Zaaknummer
03/721122-15 en 03/134189-15

Inhoudsindicatie

Een 35-jarige man uit Heerlen is vandaag veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Hij heeft zijn dochter en 2 andere kinderen seksueel misbruikt. Ook is hij veroordeeld voor het bezit van een paar gram harddrugs. Van een vierde ontuchtfeit is de man vrijgesproken, omdat niet bewezen kon worden dat de ontucht plaatsvond in de periode die de officier van justitie ten laste had gelegd.

Uitspraak

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/721122-15 en 03/134189-15 (ttz gev)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

gedetineerd in de P.I. H.v.B. Grave (Unit A + B) te Grave.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.M.A. Kok-Verheijde, advocaat, kantoorhoudende te Tegelen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 september 2016. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Ook zijn de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] toegelicht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Zaak met parketnummer 03/721122-15:

Feiten 1 en 4: ontuchtige handelingen heeft gepleegd met meisjes die nog geen 16 jaar waren;

Feit 2: zijn dochter seksueel heeft misbruikt (seksueel binnendringen in het lichaam), toen zij nog geen 12 jaar was en/of ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd, terwijl zij nog geen 16 jaar was;

Feit 3: een ander kind seksueel heeft misbruikt (seksueel binnendringen in het lichaam), toen hij nog geen 12 jaar was en/of seksueel heeft misbruikt en/of ontuchtige handelingen met hem heeft gepleegd, terwijl hij nog geen 16 jaar was.

Zaak met parketnummer 03/134189-15:

8,3 gram MDMA in bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard ten aanzien van de feiten 2 en 3 met parketnummer 03/721122-15, omdat deze onvoldoende specifiek zou zijn. De periode die bij feit 2 (het verwijt van het seksueel misbruik van [slachtoffer 1] ) in de tenlastelegging is opgenomen is zo lang, dat het verwijt niet concreet genoeg is. Verder staan de omstandigheden niet vermeld waaronder het feit zou zijn begaan. Het ten laste gelegde seksueel binnendringen is ook onvoldoende nader beschreven. Daarom voldoet de tenlastelegging niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding aan de wettelijke vereisten voldoet. Uitgangspunt voor de beoordeling is of een verdachte uit de tenlastelegging moet kunnen opmaken waar het verwijt betrekking op heeft. Het enkele gegeven dat er een zeer lange periode is opgenomen in de tenlastelegging brengt niet mee dat de verdachte niet zou kunnen weten waar het over gaat en dat dus een verdediging niet mogelijk is. Bij de dagvaarding wordt immers ook een dossier verstrekt aan de hand waarvan de verwijten nader kunnen worden begrepen. Verder is ter terechtzitting niet gebleken dat de verwijten onduidelijk waren, omdat de verdachte en de raadsvrouw uitgebreid zijn ingegaan op die verwijten.

Niet vereist is dus dat altijd alle specifieke omstandigheden in de tenlastelegging worden opgenomen waaronder het feit zou zijn begaan. De tenlastelegging moet voldoende feitelijk zijn en dat is het geval volgens de rechtbank. Ook is niet vereist dat de woorden “seksueel binnendringen” nader worden gespecificeerd: zij zijn voldoende feitelijk volgens de Hoge Raad.

Dezelfde redenering gaat op voor het verweer ten aanzien van feit 3. Ook dat verwerpt de rechtbank op dezelfde gronden.

4 De beoordeling van het bewijs

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

6 De strafbaarheid van de verdachte

7 De straf en/of de maatregel

8 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

9 De wettelijke voorschriften

10 De beslissing