Home

Rechtbank Limburg, 11-10-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:10252, C/03/231564 / HA ZA 17-79

Rechtbank Limburg, 11-10-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:10252, C/03/231564 / HA ZA 17-79

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11 oktober 2017
Datum publicatie
24 oktober 2017
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2017:10252
Zaaknummer
C/03/231564 / HA ZA 17-79
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 162

Inhoudsindicatie

Vals facebookprofiel, intieme persoonlijke gegevens, oplichting, immateriële schadevergoeding, inbreuk persoonlijke levenssfeer, onrechtmatige daad.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/231564 / HA ZA 17-79

Vonnis van 11 oktober 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. A.F.J.M. Mulders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.L.E. Marchal.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 26 januari 2017

-

de incidentele conclusie van antwoord van 22 maart 2017

-

het vonnis in incident van 19 april 2017

-

de conclusie van antwoord van 19 april 2017

-

de rolbeslissing van 26 april 2017

-

de akte inbreng producties van 21 juni 2017

-

het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft in december 2015 via Facebook contact gekregen met de Facebookgebruiker met de profielnaam ‘ [profielnaam] ’. Zij is op uitnodiging van ‘ [profielnaam] ’ opgenomen in de gesloten Facebookgroep ‘Lesbische vrouwen 25+’.

Nadat ‘ [profielnaam] ’ intieme foto’s met [eiseres] had gedeeld waarvan zij meedeelde dat het foto’s van haarzelf waren, heeft [eiseres] intieme foto’s van zichzelf met ‘ [profielnaam] ’ gedeeld.

2.2.

De foto’s die ‘ [profielnaam] ’ heeft gedeeld, zijn foto’s van [naam] , en gemaakt door [fotograaf] , een fotograaf.

2.3.

In een Facebookgesprek op 29 maart 2016 waarin [eiseres] haar twijfels over de identiteit van ‘ [profielnaam] ’ uitte, hebben [eiseres] ( [eiseres] ) en ‘ [profielnaam] ’ ( [profielnaam] ) geschreven:

(...)

[eiseres] : Ach schei uit. Je hebt je kans gehad. Hoe vaak heb ik jou gevraagd jezelf te laten horen zien?

Het enige wat je hoeft te doen is je te laten zien.

[profielnaam] : en mij de groep afnemen maar pas op ik kom terug met hele andere dingen zoals filmpjes op internet etc

(...)

[eiseres] : dat is chantage.

[profielnaam] : en wat jullie dan doen niet. Oog om oog tand om tand.

(...)

[eiseres] : Jij bent gewoon een vent

[profielnaam] : ben ik niet

absoluut niet

[eiseres] : Bewijs het maar

[profielnaam] : en ik laat me niet chanteren door jullie.

[eiseres] : Ik heb mezelf laten zien in alles.

[profielnaam] : het eerste filmpje gaat binnen 5 min internet op.

(...)

[profielnaam] : Jullie stoppen nu met die leugens over mij te verspreiden anders ga ik echt maatregelen nemen tegen jullie

(...)

2.4.

Het profiel ‘ [profielnaam] ’ is op 30 maart 2016 van Facebook verwijderd.

2.5. ‘

[profielnaam] ’ heeft op soortgelijke wijze als met [eiseres] contact heeft gehad met andere vrouwen.

2.6.

Na daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland bij vonnis van 3 oktober 2016 te zijn veroordeeld, heeft Facebook op 13 oktober 2016 gegevens over het profiel ‘ [profielnaam] ’ verstrekt aan [eiseres] . Uit die gegevens blijkt onder meer dat ‘ [profielnaam] ’ vanaf 16 maart 2016 tot en met 30 maart 201 gebruik heeft gemaakt van het IP-adres [IP-adres] (KPN). De verstrekte informatie bevat verder het mailadres [profielnaam] @hotmail.nl en de “ [domeinnaam] ” ‘ [profielnaam] .509’.

2.7.

KPN heeft bij brief van 25 oktober 2016 [eiseres] meegedeeld dat het IP-adres [IP-adres] van 31 juli 2016 tot en met 30 september 2016 wijst naar een gebruiker te [woonplaats 2] , te weten [gedaagde] , met vermelding van zijn adres.

2.8.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft op 5 december 2016 [eiseres] verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag op:

  1. de in productie 3 bij het beslagrekest opgenomen intieme foto’s en/of video’s die zij gestuurd heeft aan [gedaagde] , en

  2. de WhatsApp-gesprekken die zij met ‘ [profielnaam] ’ heeft gevoerd via het WhatsApp-account van ‘ [profielnaam] ’, welk account was gekoppeld aan het telefoonnummer [telefoonnummer] ,

en voorts de gerechtelijke bewaring van het bewijs bevolen en Digitale Opsporing B.V. tot bewaarder benoemd.

2.9.

Op 22 december 2016 heeft de deurwaarder onder [gedaagde] globaal conservatoir beslag gelegd op 31 harde schijven (waaronder die van 2 laptops en een pc), een mobiele telefoon, een tablet, 850 CD-roms/DVD’s, diverse digitale fotocamera’s en diverse geheugenkaartjes en deze gegevensdragers afgegeven aan de bewaarder, die belast is met het nadere onderzoek van de in beslag genomen zaken.

2.10.

Op 28 december 2016 is het verlof uitgebreid in die zin dat ook beslag mocht worden gelegd op (a) e-mails van Facebook aan [gedaagde] betreffende het Facebookaccount ‘ [profielnaam] ’ en (b) (bewijzen) van inlogmomenten op social media onder de naam ‘ [profielnaam] ’, die zich op kopieën van gegevensdragers bevinden die reeds door de bewaarder zijn gemaakt naar aanleiding van het eerder verleende verlof.

2.11.

De bewaarder heeft op 28 december 2016 aan [eiseres] meegedeeld dat de politie op 27 december 2016 strafrechtelijk beslag had gelegd op de in conservatoir beslag genomen zaken.

2.12.

[eiseres] heeft op 28 december 2016 bij de politie aangifte van oplichting gedaan.

2.13.

De bewaarder heeft op 6 januari 2017 aan [eiseres] meegedeeld dat de onderzoeksmachines op volle capaciteit draaien en dat er vanwege de grote hoeveelheid data ongeveer acht werkdagen nodig zijn voor onderzoek.

2.14.

Bij proces-verbaal van 25 januari 2017 heeft de deurwaarder verklaard:

Heden (...) sprak ik met de heer [naam onderzoeker] , (...) belast met het digitale onderzoek van de gemaakte kopieën van de gegevensdragers (...). Het meenemen van alle gegevensdragers is een noodzakelijkheid geweest nu gerekwireerde op 22 december 2016 aan mij gerechtsdeurwaarder heeft bevestigd bekend te zijn met rekwirante en dat gerekwireerde aan mij heeft bevestigd in het verleden fotomateriaal van rekwirante te hebben ontvangen. Gerekwireerde gaf daarbij aan het betreffende materiaal reeds verwijderd te hebben. Nu controle van deze verwijdering niet kan plaatsvinden, gerekwireerde inderdaad bevestigd fotomateriaal te hebben ontvangen van rekwirante, gerekwireerde geen aanwijzing heeft kunnen doen van het specifieke materiaal (...), alsmede aangezien door mij een grote hoeveelheid aan gegevensdragers is aangetroffen is omwille hiervan globaal beslag gelegd op alle gegevensdragers opdat deze na het maken van de kopieën (...) nader onderzocht zijn (...); voornoemde medewerker heeft aangegeven dat na indexatie van de bestanden en doorzoeking er geen beeldmateriaal is aangetroffen welke overeenkomstig is aan de specificatie (...) van de beschikking; aangezien geen beeldmateriaal is aangetroffen is beslag op deze bewijsmiddelen niet mogelijk; (...).

2.15.

Op 25 januari 2017 heeft de deurwaarder conservatoir beslag gelegd op (bewijzen van) inlogmomenten op social media onder de naam ‘ [profielnaam] ’, die zich bevonden op de kopieën van de gegevensdragers die de deurwaarder op 22 december 2016 bij [gedaagde] had aangetroffen. De bewijzen zijn volgens het proces-verbaal opgeslagen op:

-

een harde schijf van het merk Toshiba, 1 TB, met kenmerk [kenmerk 1] ,

-

een harde schijf van het merk Toshiba, 500 GB, met kenmerk [kenmerk 2] ,

-

een USB-stick van het merk Kingston, 16 GB, met kenmerk [kenmerk 3] .

en afgegeven aan de bewaarder.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert - in de hoofdzaak - samengevat:

I. een verklaring voor recht dat [gedaagde] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door, onder valse voorwendselen en/of door middel van een valse hoedanigheid en/of een onjuiste weergave van de feiten, haar te bewegen intieme beelden aan hem te sturen;

II. veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding aan haar van alle door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van dat onrechtmatig handelen;

III. [gedaagde] te verbieden enige gegevens, waaronder mede begrepen foto’s van haar en/of chatgesprekken, die zijn verkregen als gevolg van dat onrechtmatig handelen, aan derden kenbaar te maken, op straffe van een dwangsom;

IV. [gedaagde] te gebieden aan haar te verstrekken een lijst met alle contactgegevens - waaronder e-mailadressen, namen, Facebookaccounts, telefoonnummer - van personen, websites en/of organisaties aan wie hij, enige (intieme) beelden of chatgesprekken, verkregen van [eiseres] heeft verstrekt, voor zover hij daarover beschikt, op straffe van een dwangsom;

V. [gedaagde] te gebieden alle medewerking te verlenen aan een door een forensisch computerexpert te verrichten onderzoek op zijn computerapparatuur naar de aanwezigheid van door haar aan hem verstrekte (intieme) beelden en/of chatgesprekken en/of aanwijzingen dat en aan wie hij deze heeft verspreid, alsmede tot medewerking aan professionele verwijdering van eventueel aangetroffen (intieme) beelden en/of chatgesprekken, betrekking hebbende op haar;

VI. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van kosten, gemoeid met dat onderzoek c.q. het verwijderen, alsook tot betaling van een voorschot op die kosten;

VII. veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan haar van de volgende door haar gemaakte kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid:

1. primair € 7.945,06, zijnde de werkelijke kosten van haar procedure tegen Facebook, subsidiair € 2.580,54, zijnde de kosten volgens het liquidatietarief;

2. € 3.006,09 aan werkelijke kosten voor juridische bijstand buiten rechte;

3. € 2.734,00, zijnde de griffierechten en salaris van de advocaat vanwege het opstellen van de beslagverloven;

4. € 3.682,22, zijnde de deurwaarderskosten voor het leggen van de beslagen;

5. € 19.012,73, zijnde de kosten van Digitale Opsporing B.V.,

6. € 2.658,04, vanwege door [eiseres] persoonlijk bestede tijd;

VIII. veroordeling van [gedaagde] te betaling aan haar van € 25.000,00, vanwege door haar geleden immateriële schade;

een en ander vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Zij stelt daartoe - kort gezegd - dat [gedaagde] de gebruiker was van het Facebookprofiel ‘ [profielnaam] ’ en dat hij, door met dit profiel haar te bewegen intieme informatie en foto’s van haarzelf te delen en vervolgens te dreigen die foto’s openbaar te maken, onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. [eiseres] stelt dat zij hierdoor materiële en immateriële schade heeft geleden.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Onder meer ontkent hij dat hij de gebruiker was van het Facebookprofiel ‘ [profielnaam] ’.

4 De beoordeling

5 De beslissing