Home

Rechtbank Limburg, 30-10-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:10444, 6195954/AZ/17-161 30102017

Rechtbank Limburg, 30-10-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:10444, 6195954/AZ/17-161 30102017

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30 oktober 2017
Datum publicatie
1 november 2017
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2017:10444
Zaaknummer
6195954/AZ/17-161 30102017

Inhoudsindicatie

Werkneemster heeft een dienstverband met een omvang van 25 uur per week. Voor de duur van een half jaar, ingaande 1 november 2014 tot 1 mei 2015, zijn partijen een tweede arbeidsovereenkomst aangegaan met een omvang van 11 uur per week. Werkneemster is met ingang van 29 januari 2015 arbeidsongeschikt en ontvangt met ingang van 27 januari 2017 een WGA-uitkering. Bij beslissing van 28 maart 2017 heeft het UWV AJD toestemming verleend de arbeidsovereenkomst op te zeggen en werkgeefster heeft met ingang van 1 september de arbeidsovereenkomst opgezegd. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat de transitievergoeding berekend moet worden over het salaris gebaseerd op 36 uur omdat er feitelijk sprake is van urenuitbreiding van haar eigenlijke functie. De kantonrechter oordeelt dat de tweede arbeidsovereenkomst niet meetelt bij de berekening van de transitievergoeding omdat er geen sprake is van urenuitbreiding van de eigen functie, maar dat de urenuitbreiding is ingegeven door een reorganisatie en dat er sprake is van projectmatige werkzaamheden van tijdelijke aard en duur.

Uitspraak

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 6195954 \ AZ VERZ 17-161

Beschikking van de kantonrechter van 30 oktober 2017

in de zaak van:

[de werkneemster] ,

wonend [adres werkneemster] ,

[woonplaats werkneemster] ,

werkneemster

gemachtigde mr. E.G.M.G. Huntjens, Arag Rechtsbijstand Roermond,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

de stichting STICHTING ZORGGROEP NOORD- EN MIDDEN-LIMBURG,

gevestigd te Venlo,

werkgever

gemachtigde mr. E.S.T.H. Houtakkers,

verwerende partij in het verzoek,

Partijen zullen hierna [de werkneemster] en de Zorggroep worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 27 juli 2017 ter griffie ontvangen verzoekschrift,

- het verweerschrift,

- de mondelinge behandeling d.d. 2 oktober 2017,

- de pleitnota’s van partijen.

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

[de werkneemster] , geboren op [geboortedag werkneemster] 1971, is op 1 september 1997 bij de Zorggroep in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van stafteamleider facilitaire techniek. Deze arbeidsovereenkomst wordt verder arbeidsovereenkomst I genoemd.

2.2.

Partijen zijn verder een nieuwe arbeidsovereenkomst met een omvang van gemiddeld 11 uur per week aangegaan voor de duur van een half jaar, te weten van 1 november 2014 tot 1 mei 2015. Deze arbeidsovereenkomst wordt arbeidsovereenkomst II genoemd.

2.3.

[de werkneemster] is per 29 januari 2015 wegens arbeidsongeschiktheid uitgevallen. Met ingang van 26 januari 2017 ontvangt [de werkneemster] een WGA-uitkering, omdat zij volledig arbeidsongeschikt is geworden.

2.4.

Bij beslissing van 28 maart 2017 heeft het UWV AJD de Zorggroep toestemming verleend om arbeidsovereenkomst I met [de werkneemster] op te mogen zeggen.

2.5.

Bij brief van 6 april 2017 heeft de Zorggroep gebruik gemaakt van de toestemming en arbeidsovereenkomst I opgezegd met ingang van 1 september 2017.

2.6.

Aan [de werkneemster] is een transitievergoeding ter hoogte van € 24.674,34 bruto betaald.

3 Het geschil

3.1.

[de werkneemster] verzoekt – kort weergegeven – veroordeling van de Zorggroep tot betaling van een transitievergoeding van bruto € 35.531,01 althans bruto € 27.388,52 (onder aftrek van de reeds betaalde transitievergoeding van € 24.674,34 bruto, vermeerderd met rente en kosten.

Hieraan legt [de werkneemster] ten grondslag dat haar een lager bedrag aan transitievergoeding is betaald dan waarop zij rechtens aanspraak heeft. Er is ten onrechte geen rekening gehouden met de urenuitbreiding in de periode van 1 november 2014 tot 1 mei 2015. Er moet voorverlengd worden naar de periode voorafgaand aan de ziekte. Bovendien kan en mag de arbeidsongeschiktheid niet leiden tot een negatief resultaat. Dit leidt tot ongelijkheid.

Bij arbeidsovereenkomst II betrof het geen nieuwe/andere functie. Het ging om dezelfde functie en het opstellen van een schriftelijke arbeidsovereenkomst betrof enkel de formalisering van de feitelijke situatie. Verder stelt [de werkneemster] dat de vergelijking moet worden gemaakt met de situatie waarin in de laatste 12 maanden met een wisselende arbeidsomvang is gewerkt. De transitievergoeding dient daarom berekend te worden aan de hand van een arbeidsomvang van 36 uur per week.

3.2.

De Zorggroep heeft verweer gevoerd en voert aan dat het vast overeengekomen aantal arbeidsuren het uitgangspunt is bij de berekening van de transitievergoeding. Periodes met afwezigheid in verband met – onder meer – ziekte zijn daarop niet van invloed. Van voorverlenging kan daarom geen sprake zijn.

Verder is geen sprake van een wisselende arbeidsomvang. Er was immers een vast aantal arbeidsuren per week overeengekomen. Arbeidsovereenkomst II betrof de functie van medewerker in interne samenwerkingsprojecten en deze dient bij de berekening van de transitievergoeding buiten beschouwing te blijven omdat deze slechts een half jaar heeft geduurd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover relevant – nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing