Rechtbank Limburg, 24-04-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:3763, C/03/233762 / KG ZA 17-161
Rechtbank Limburg, 24-04-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:3763, C/03/233762 / KG ZA 17-161
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 24 april 2017
- Datum publicatie
- 9 mei 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2017:3763
- Zaaknummer
- C/03/233762 / KG ZA 17-161
Inhoudsindicatie
Kort geding. Verbintenissenrecht. Aanbestedingsrecht. Uitleg nota van inlichtingen met betrekking tot niet-toestaan negatieve bedragen. RAW-systematiek. Ongeldigverklaring inschrijving.
Uitspraak
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/233762 / KG ZA 17-161
Vonnis in kort geding van 24 april 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CT-PLUS B.V.,
gevestigd te Waalre, met kantoor te Oirschot,
eiseres,
advocaten: mr. B. Nijhof en mr. M.E. Riewald,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ECHT-SUSTEREN,
met zetel te Echt, gemeente Echt-Susteren,
gedaagde,
advocaat: mr. J.B.Th. van 't Grunewold,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLM WEGENBOUW B.V.,
gevestigd te Wessem, gemeente Maasgouw,
gevoegde partij,
advocaat: mr. C.M. van der Corput.
Partijen zullen hierna CT-Plus, de Gemeente en BLM worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 31 maart 2017, met de producties 1 tot en met 13,
- -
-
de brief van BLM van 12 april 2017, met onder meer een verzoek tot tussenkomst, althans voeging, met de producties 1 tot en met 4,
- -
-
de brief van de Gemeente van 13 april 2017, met de producties 1 tot en met 3,
- -
-
de producties 14 tot en met 27 van CT-Plus,
- -
-
de mondelinge behandeling van 20 april 2017,
- -
-
de pleitnota van CT-Plus,
- -
-
de pleitnota van de Gemeente,
- -
-
de pleitnota van BLM, tevens incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging.
Op de mondelinge behandeling hebben CT-Plus en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst of voeging van BLM.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het incident
De voorzieningenrechter staat voeging van BLM toe, nu wel is gebleken dat BLM nadelige gevolgen kan ondervinden indien CT-Plus in het gelijk wordt gesteld, maar niet dat BLM een belang heeft om in dit geding een eigen vordering in te stellen.
3 De feiten
De Gemeente heeft op 19 januari 2017 op TenderNed een opdracht aangekondigd. De opdracht betreft ‘Herinrichting Dieteren’. De werkzaamheden hebben betrekking op de reconstructie van enkele straten en een plein in Dieteren. De aanbesteding wordt begeleid door Adviesbureau Brouwers B.V. te Roermond (hierna: Brouwers).
De aanbestedingsstukken bestaan uit de Inschrijvingsleidraad Bestek 16-013b ‘Herinrichting Dieteren’ en het Bestek 16-013b Herinrichting Dieteren, beide van 16 januari 2017. Blijkens de Inschrijvingsleidraad zijn op de aanbesteding het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016), de Standaard RAW Bepalingen 2015 en het Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) van toepassing. In de Inschrijvingsleidraad is vermeld dat het een nationale aanbesteding betreft volgens de openbare procedure overeenkomstig de ARW 2016 op basis van de laagste prijs.
Artikel 01.01.03 Standaard RAW Bepalingen 2015 luidt, voor zover hier van belang:
1. Het eindtotaal van de op de inschrijvingsstaat te verstrekken ontleding van de aannemingssom dient overeen te stemmen met het op het inschrijvingsbiljet voorkomende bedrag van de inschrijvingssom.
2. In elke op te geven prijs per eenheid respectievelijk in elk totaalbedrag van een resultaatsverplichting met de eenheid ‘EUR’ (vóór het subtotaal) dienen te zijn begrepen alle kosten die voor het tot stand brengen van de resultaatsverplichting moeten worden gemaakt, met inbegrip van de tot die resultaatsverplichting behorende (gebundelde) bestekspost(en), doch met uitzondering van de in het navolgende lid bedoelde kosten. Tenzij hiervoor een afzonderlijke voorziening in de overeenkomst is opgenomen, dienen in de op te geven prijs per eenheid of in het op te geven totaalbedrag tevens te zijn begrepen de eventuele opbrengsten die aan de aannemer verblijven en die voortkomen uit het voldoen aan de desbetreffende resultaatsverplichting.
3. In een prijs per eenheid respectievelijk in een totaalbedrag van een resultaatsverplichting met de eenheid ‘EUR’ (vóór het subtotaal) mogen geen eenmalige kosten, uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico en korting zijn begrepen; deze moeten na het subtotaal worden opgenomen in de desbetreffende posten van de ontleding van de inschrijvingssom.
Artikel 01.01.04 Standaard RAW Bepalingen 2015 luidt, voor zover hier van belang:
(..)
Als de aanbesteder (..) vermoedt dat de ontleding van de inschrijvingssom niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 01.01.03 is, motiveert de aanbesteder schriftelijk de redenen van zijn vermoeden en verzoekt daarbij schriftelijk aan de desbetreffende inschrijver om een schriftelijke toelichting op de ingediende ontleding van de inschrijvingssom. (..)
(..)
Als uit de toelichting van de inschrijver als bedoeld in lid 02 blijkt dat aan het bepaalde in artikel 01.01.03 is voldaan of als sprake is van een onvolkomenheid die zich leent voor herstel, deelt de aanbesteder schriftelijk mee dat hij de ontleding van de inschrijvingssom van de desbetreffende inschrijving niet als ongeldig afwijst; de door de inschrijver verschafte toelichting wordt dan geacht een onverbrekelijk onderdeel van die inschrijving te zijn.
De Standaard RAW Bepalingen 2015 worden vastgesteld door het CROW.
Het CROW heeft op haar website zogenoemde RAWeetjes gepubliceerd.
Een van de RAWeetjes luidt:
‘Kan de inschrijver een korting opnemen in de inschrijvingsstaat?’
Daaronder is onder meer vermeld:
‘Een waarschuwing aan de aanbesteder is op zijn plaats. Het komt voor dat een inschrijver (te) hoge prijzen per eenheid hanteert. De hogere bedragen vóór het subtotaal compenseert de inschrijver mogelijk door een korting op te nemen in de staartkosten. De inschrijvingssom is op deze wijze lager en de kans op het werk is voor de inschrijver groter. (..) Bovendien zal dit leiden tot extra hoge kosten in geval van meer werk, immers de prijs per eenheid is hoger.’
Een ander RAWeetje luidt:
‘De beoordeling van de inschrijvingsstaat’
Daaronder is onder meer vermeld:
‘Inschrijvers moeten extra alert zijn
Inschrijvers moeten de inschrijvingsstaat invullen overeenkomstig de eisen die daaraan zijn gesteld. Bij een vermoeden van ‘niet-conform’ door de aanbesteder, zal deze dit vermoeden schriftelijk motiveren en de inschrijver om een nadere schriftelijke toelichting vragen. Zo’n toelichting mag in beginsel niet zien op een wijziging van de inschrijvingsstaat, laat staan van de inschrijvingssom.’
Er zijn vier nota’s van inlichtingen uitgebracht. De derde nota van inlichtingen van 13 februari 2017 luidt onder meer:
‘Inschrijvingsstaat
Vraag: Zijn min bedragen toegestaan in de inschrijvingsstaat?
Antwoord: Min bedragen zijn niet toegestaan.’
CT-Plus heeft op 17 februari 2017 ingeschreven voor de inschrijvingssom van
€ 2.300.000,00. Op de inschrijvingsstaat heeft zij onder ‘9. Staartposten’ bij post ‘918870 Korting’ een bedrag van ‘-142.138,25 EUR’ ingevuld. De inschrijvingstermijn sloot op 20 februari 2017 om 11:00 uur.
Volgens het proces-verbaal van aanbesteding van 20 februari 2017 zijn acht inschrijvingen ingekomen. CT-Plus heeft voor het laagste bedrag ingeschreven. BLM heeft ingeschreven voor € 2.483.000,- en was daarmee de op twee na laagste inschrijver.
Bij brief van 3 maart 2017 heeft Brouwers de Gemeente geadviseerd de inschrijvingen van CT-Plus en de op een na laagste inschrijver ongeldig te verklaren en het werk te gunnen aan BLM.
Op 14 maart 2017 heeft Brouwers aan CT-Plus onder meer meegedeeld dat de Gemeente voornemens was het werk te gunnen aan BLM en dat de inschrijving van CT-Plus ongeldig was verklaard omdat een negatief bedrag op de inschrijvingsstaat was opgenomen.