Rechtbank Limburg, 12-05-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:4422, 5884514 AZ VERZ 17-50
Rechtbank Limburg, 12-05-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:4422, 5884514 AZ VERZ 17-50
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2017
- Datum publicatie
- 15 mei 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2017:4422
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:5900
- Zaaknummer
- 5884514 AZ VERZ 17-50
Inhoudsindicatie
Wwz. UWV heeft toestemming geweigerd om arbeidsovereenkomst met werkneemster op de ‘a-grond’ in art. 7:669 lid 3 BW (bedrijfseconomische redenen) op te zeggen. Kantonrechter wijst verzoek tot ontbinding van arbeidsovereenkomst af, omdat er sprake is van een valse grond voor ontslag: beweerd disfunctioneren van werkneemster (en dus niet bedrijfseconomische redenen) liggen aan het verzoek ten grondslag. Voor ambtshalve aanvulling van het verzoek (bijvoorbeeld met de ‘g-grond’, de verstoorde arbeidsverhouding) is in dit geval geen plaats. Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en verzoek tot wedertewerkstelling werkneemster wordt toegewezen. Daarnaast beslecht de kantonrechter een geschil over de leaseauto die aan werkneemster ter beschikking is gesteld.
Uitspraak
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 5884514 AZ VERZ 17-50
Beschikking van de kantonrechter van 12 mei 2017
MD
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
phidec vastgoed beheer b.v.,
gevestigd te Heerlen,
verzoekende partij, tevens verwerende partij in de tegenverzoeken,
gemachtigde mr. drs. A.L. van den Bergh,
tegen:
[verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] ,
wonend aan de [adres] ,
[woonplaats] ,
verwerende partij, tevens verzoekende partij in de tegenverzoeken,
gemachtigde mr. A. Ombre.
Partijen zullen hierna Phidec en [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- een op 10 april 2017 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties;
- een op 24 april 2017 ter griffie ontvangen verweerschrift met producties;
- de aanvullende producties 1 tot en met 11 van de zijde van [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] , waarbij zij tevens zelfstandige tegenverzoeken heeft gedaan;
- de aanvullende producties 11 tot en met 19 van de zijde van Phidec, tevens vermeerdering van verzoek;
- de mondelinge behandeling d.d. 2 mei 2017.
Ten slotte is beschikking bepaald.
2 De feiten
Phidec verleent (administratieve) diensten op het gebied van huur- en verhuur van registergoederen. Dhr. [naam directeur verzoekster, verweester in de tegenverzoeken] (hierna: [naam directeur verzoekster, verweester in de tegenverzoeken] ) is directeur van Phidec.
[verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] , geboren op [geboortedatum] en de zus van [naam directeur verzoekster, verweester in de tegenverzoeken] , is op 11 mei 2015 krachtens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Phidec in dienst getreden als receptioniste/kantoormanager tegen een maandloon van laatstelijk € 1.380,00 bruto, exclusief 8% vakantiebijslag.
In afwijking van hetgeen in de arbeidsovereenkomst is bepaald (‘leaseprijs van maximaal € 300,00 per maand’), staat vast dat partijen nader zijn overeengekomen dat door Phidec aan [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] een leaseauto ter beschikking wordt gesteld met een leaseprijs van maximaal € 600,00 per maand, zulks met een maximum van 20.000 km op jaarbasis.
Voor 1 augustus 2016 reed [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] in een door Phidec aan haar ter beschikking gestelde leaseauto: een Audi A4. Vanaf 1 augustus 2016 heeft [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] de beschikking gehad over een door Phidec ter beschikking gestelde Peugeot 3008 als leaseauto. De leaseprijs van deze Peugeot bedroeg € 766,58 per maand. Deze Peugeot werd als voorloopauto geleased totdat een VW Tiguan, met een leaseprijs van € 864,00 per maand, voor [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] beschikbaar zou zijn. Phidec heeft deze laatste leaseauto uiteindelijk geannuleerd, waardoor [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] nimmer in die VW Tiguan heeft gereden. Tot de datum van de mondelinge behandeling heeft zij de beschikking over de Peugeot gehouden.
Op 30 december 2016 heeft [naam directeur verzoekster, verweester in de tegenverzoeken] het navolgende e-mailbericht aan [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] gestuurd:
“(...)
Het spijt me te lezen dat je het ontslag als een overval hebt ervaren. We hebben hier voor het eerst uitgebreid over gesproken bij mij thuis op 20 oktober jl., waarbij je me hebt gevraagd voor een tweede kans om verbetering en waarbij je me beterschap hebt beloofd. Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen en confronteringen van fouten tijdens de kantooruren is geen enkele verbetering gekomen. De dinsdag 20 december jl. is het hele verhaal nogmaals doorgesproken met je man [naam man] , waarbij ik sterk de indruk kreeg dat deze van de hele situatie niet op de hoogte was. In hetzelfde gesprek met [naam man] is ook inhoudelijk gesproken over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke een gevolg heeft gekregen op 23 december.
(...)”.
Vanaf 2 januari 2017 is [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] , met behoud van loon, door Phidec vrijgesteld van werkzaamheden.
Partijen zijn er niet in geslaagd om een minnelijke regeling over het einde van de arbeidsovereenkomst te bereiken.
Op 30 januari 2017 heeft Phidec voor [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] een ontslagaanvraag bij het UWV ingediend wegens bedrijfseconomische redenen (organisatorische of technologische veranderingen). Nadat het UWV diverse aanvullende vragen heeft gesteld die door Phidec zijn beantwoord, heeft [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] in die procedure verweer gevoerd. Op 20 maart 2017 heeft het UWV – na twee rondes van hoor en wederhoor – aan Phidec toestemming geweigerd om de arbeidsverhouding met Passsage op te zeggen. Het UWV heeft in zijn beslissing overwogen:
“(...)
Gelet op het voorgaande kunnen wij werknemer volgen in haar verweer ten aanzien van het niet vervallen van haar werkzaamheden en de onderbouwing van de reorganisatie. Wij zijn dan ook van mening dat u er niet in geslaagd bent om aannemelijk te maken dat de reorganisatie noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering en dat deze de efficiency binnen uw onderneming verhoogd. Het onthouden van een vergunning ligt daarom in de rede.
(...)”.
Ook bemiddelingspogingen van de vader van [naam directeur verzoekster, verweester in de tegenverzoeken] en [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] – nadat de UWV-procedure was afgerond – hebben niet tot een minnelijke regeling geleid.
3 Het verzoek, het verweer en de tegenverzoeken
Phidec verzoekt om de arbeidsovereenkomst met [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] te ontbinden, kosten rechtens.
Phidec legt aan haar verzoek ten grondslag dat het UWV ten onrechte toestemming heeft geweigerd om de arbeidsverhouding met [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] op te zeggen. Volgens Phidec is er wel degelijk sprake van een redelijke grond als bedoeld in art. 7:671b lid 1, onderdeel b, in verbinding met art. 7:669 lid 1 en 3, onderdeel a, BW (kort gezegd: bedrijfseconomische redenen), zodat de arbeidsovereenkomst tussen partijen kan worden ontbonden. Voor de verdere uitwerking daarvan wordt verwezen naar het verzoekschrift, de pleitnota en de ter zitting gegeven toelichting.
Na aanvulling van haar verzoek vraagt Phidec tevens veroordeling van [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] tot betaling aan haar van een bedrag van € 1.896,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit bedrag is als volgt samengesteld:
a. a) overschrijding leasebudget met € 166,58 per maand (Peugeot). Van 1 augustus 2016 tot en met april 2017 levert dit een vordering op van 9 maanden x € 166,58 per maand = € 1.499,22 [bruto];
b) meerkosten benzine over periode augustus 2016 tot en met maart 2016 ad € 397,62 [bruto].
[verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] voert verweer en verzoekt:
I. primair het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af te wijzen en Phidec te veroordelen om [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] toegang te verlenen tot de werkplek en haar in staat te stellen haar gebruikelijke werkzaamheden te verrichten binnen 48 uur na betekening van deze beschikking, op verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag;
II. subsidiair, indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, Phidec te veroordelen tot betaling aan haar van:
a. a) een transitievergoeding ten bedrage van € 994,00 bruto;
b) een billijke vergoeding ten bedrage van € 2.000,00 bruto;
c) de wettelijke rente over de onder a) en b) genoemde bedragen vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden tot aan de dag der algehele voldoening;
III. in alle gevallen Phidec te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten.
Bij tegenverzoek heeft [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] verzocht om:
- Phidec te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 264,00 per maand, met ingang van 13 januari 2017 tot de dag van de in dezen te wijzen beschikking, dan wel met ingang van een in goede justitie te bepalen datum;
- te verklaren voor recht dat het leasebedrag van € 264,00 [per maand] per de datum van de beschikking niet door [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] is verschuldigd en Phidec dit bedrag niet ten laste kan brengen van [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] .
[verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] legt aan haar tegenverzoek ten grondslag dat de VW Tiguan nimmer aan haar ter beschikking is gesteld door Phidec, terwijl hiervoor wel maandelijks € 264,00 aan werknemersbijdrage op haar loon wordt ingehouden.
Phidec voert verweer tegen de tegenverzoeken van [verweeerster, verzoekster in de tegenverzoeken] .
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.