Home

Rechtbank Limburg, 19-07-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:6887, C/03/217776 / HA ZA 16-134

Rechtbank Limburg, 19-07-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:6887, C/03/217776 / HA ZA 16-134

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19 juli 2017
Datum publicatie
21 juli 2017
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2017:6887
Zaaknummer
C/03/217776 / HA ZA 16-134
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 457

Inhoudsindicatie

Inzage medisch dossier afgewezen. Beroepsgeheim. Geen veronderstelde toestemming.

Ouders van door zelfdoding overleden dochter willen inzage in medisch dossier. In dit geval mag geen veronderstelde toestemming worden aangenomen. Opheffing beroepsgeheim betekent bovendien niet zonder meer een verplichting tot inzageverlening.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/217776 / HA ZA 16-134

Vonnis van 19 juli 2017

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats eisers] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers,

advocaat mr. E.H.J.M. Dohmen te Roermond,

tegen

de stichting

STICHTING MET GGZ,

gevestigd te Roermond,

gedaagde,

advocaat mr. J. Cox-Brinkman te Maastricht-Airport.

Partijen zullen hierna eisers en Met ggz genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding;

-

de conclusie van antwoord;

-

de brief van mr. Dohmen van 3 maart 2017 met bijlage;

-

het proces-verbaal van comparitie van 9 juni 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisers zijn de ouders van [de dochter] , geboren op [geboortedag dochter] 1967 (hierna: de dochter).

2.2.

Met ggz biedt ambulante geestelijke gezondheidszorg in Noord- en Midden Limburg. Voor cliënten met ernstige psychische problemen biedt Met ggz onder meer een vorm van intensieve thuisbehandeling (Intensive Home Treatment, hierna: IHT).

2.3.

De dochter leed aan een depressie. De klachten zijn ontstaan in 2012. Sinds 19 december 2014 ontving de dochter behandeling en begeleiding vanuit Met ggz op grond van het IHT programma. Deze zorg was extramuraal. De dochter woonde zelfstandig.

2.4.

Op 7 januari 2015 heeft de dochter in depressieve toestand langs het spoor gewandeld. Dit heeft zij kort daarna aan haar vriend verteld, die daarop hierover heeft gebeld met Met ggz. Met ggz heeft op 8 januari de situatie van de dochter besproken, waarbij onder andere de mogelijkheid van een verplichte opname is overwogen. De behandelend psychiater heeft de situatie beoordeeld. Daarnaast is op dezelfde dag het oordeel gevraagd van een onafhankelijk psychiater, welk oordeel in ieder geval een wettelijk vereiste is voor een eventuele rechterlijke machtiging (voor een gedwongen opname) op grond van de Wet bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen. Zowel de behandelend psychiater als de onafhankelijke psychiater concludeerden - ieder voor zich en na afloop van zelfstandig onderzoek - dat een gedwongen opname niet noodzakelijk was. Bovendien werden voldoende waarborgen aanwezig geacht om de veiligheid van de dochter te waarborgen, waaronder de omstandigheid dat zij feitelijk onder toezicht van haar vriend stond.

2.5.

De dochter heeft zich op de avond van 9 januari 2015 met een smoes aan het toezicht van haar vriend onttrokken, is naar het spoor gegaan en heeft zich daar laten overrijden door de trein als gevolg waarvan zij is overleden.

2.6.

Eisers hebben daarna bij Met ggz hun twijfels geuit omtrent de vraag of Met ggz medisch adequaat heeft gehandeld. In dat verband hebben zij gevraagd te mogen beschikken over het medisch dossier van hun dochter. Met ggz heeft dit geweigerd.

2.7.

Bij leven heeft de dochter geen toestemming verleend voor inzage in haar medisch dossier. De dochter heeft aan haar behandelend psychiater bij Met ggz meermalen en uitdrukkelijk gezegd dat zij haar ouders niet bij haar behandeling wilde betrekken.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing