Rechtbank Limburg, 27-07-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:7572, C/03/235112 / KG ZA 17-235
Rechtbank Limburg, 27-07-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:7572, C/03/235112 / KG ZA 17-235
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 27 juli 2017
- Datum publicatie
- 17 augustus 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2017:7572
- Zaaknummer
- C/03/235112 / KG ZA 17-235
Inhoudsindicatie
Aanbestedingsrecht. Primaire en alternatieve locatie. Uitleg en toepassing afstandseis.
Uitspraak
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/235112 / KG ZA 17-235
Vonnis in kort geding van 27 juli 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VAN KAATHOVEN NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eiseres,
advocaat mr. L.W.J.P.F. Einig,
tegen
naamloze vennootschap
RWM N.V.,
gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
gedaagde,
advocaat mr. A.M. Serra en mr. R.G.P. Snel,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PEUTE PAPIERRECYCLING BV,
gevestigd te Dordrecht,
tussenkomende partij,
advocaat mr. S.C. Brackmann.
Partijen zullen hierna Van Kaathoven en RWM genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 3 mei 2017, met producties,
- -
-
de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging, met producties,
- -
-
de brief van 11 juli 2017 van RWM, met producties,
- -
-
de mondelinge behandeling van 13 juli 2017, met de pleitnota van Van Kaathoven, de pleitaantekeningen van RWM en de pleitnotities van Peute.
De voorzieningenrechter heeft ter zitting in het incident beslist tot tussenkomst van Peute, omdat het verzoek voldoet aan de eis gesteld in artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en ook overigens de gedingvoerende partijen daartegen geen bezwaar hadden.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
RWM is een samenwerkingsverband van een viertal gemeentes in de Westelijke Mijnstreek en heeft tezamen met vier gemeentes in Midden Limburg de Europese openbare aanbesteding voor de inzameling en verwerking van oud papier en karton (met kenmerk PM-2016-OR-FV-001) in de markt gezet. In § 5.2 (Gunningscriterium) van het Beschrijvend document (van 1 juni 2016) wordt bepaald dat gunning plaatsvindt aan de inschrijver die voldoet aan de in het beschrijvend documenten gestelde eisen én de laagste prijs heeft geboden.
De opdracht is verdeeld in drie percelen. Perceel 3 betreft de inzameling in het werkgebied van RWM. De overeenkomst op perceel 3 heeft een looptijd van twee jaren en kan tweemaal met twee jaren worden verlengd. Het gaat om de inzameling van circa 9.800 ton oud papier en karton.
Er zijn twee inschrijvers op perceel 3: Peute en Van Kaathoven.
Volgens het Beschrijvend document beoordeelt de aanbestedende dienst na ontvangst van de inschrijving eerst de geschiktheid aan de hand van de uitsluitingsgronden en eisen inzake financieel-economische draagkracht en vakbekwaamheid, vervolgens wordt gecontroleerd of de inschrijving voldoet aan alle inhoudelijke eisen en daarna wordt de inschrijving verder beoordeeld aan de hand van de gestelde gunningscriteria. Indien een inschrijver wordt uitgesloten of niet voldoet aan de geschiktheidseisen wordt de inschrijving niet in behandeling genomen (pagina 4 van 55 Beschrijvend document).
In geval van tegenstrijdigheden in de aanbestedingsdocumenten, prevaleert de (laatste) Nota van Inlichtingen (pagina 10 van 55 Beschrijvend document).
In de Lijst van eisen (Bijlage III) die voor akkoord getekend (“dat hij zijn diensten/werkzaamheden volledig in overeenstemming met bovengenoemde eisen zal uitvoeren”) bij de inschrijving moet zijn gevoegd (pagina 19 en 45 van 55 Beschrijvend document), zijn in de paragraaf “Overslag- en/of verwerkingslocaties” – onder meer – de volgende eisen opgenomen:
98. Het oud papier en karton wordt door de opdrachtnemer afgevoerd naar een door hemzelf gekozen overslag- en/ of verwerkingslocatie. Overal waar in dit bestek wordt gesproken over overslag- en/ of verwerkingslocatie wordt deze locatie bedoeld. Op deze locatie dient de hoeveelheid ingezameld oud papier en karton gewogen te worden op een weegbrug die voldoet aan de vereisten zoals gesteld in de IJkwet.
Op het formulier dat in Bijlage IX is opgenomen dient van deze overslag- en/ of verwerkingslocatie naam, adres, postcode en plaats te worden vermeld. Op verzoek van opdrachtgever dient opdrachtnemer een (kopie van een) geldig ijkrapport te overleggen, waaruit af te leiden is dat op het moment van de betreffende weging de betreffende weegbrug geijkt was.
99. Om de afvoer van het oud papier gedurende de hele duur van de overeenkomst te garanderen zorgt opdrachtnemer voor een alternatieve overslag- en/ of verwerkingslocatie. Bij de inschrijving wordt de alternatieve locatie overlegd (naam, adres, postcode en plaats vermelden op het formulier dat in Bijlage IX is opgenomen). Daarna jaarlijks bij aanvang van het nieuwe jaar, dit voor het eerst per januari 2018.
101. Indien opdrachtnemer gebruik maakt van de alternatieve overslag- en/ of verwerkingslocatie zijn extra kosten die daardoor ontstaan voor rekening van opdrachtnemer.
104. De overslag- en/ of verwerkingslocatie, alsmede de alternatieve overslag- en/ of verwerkingslocatie, beschikken over alle voor de werkzaamheden vereiste wettelijke voorzieningen en vergunningen. Dit wordt op verzoek van opdrachtgever ter inzage gegeven. Zie ook sub 2.
In het deel Bijzondere bepalingen van het Beschrijvend document is bij perceel 3 ter zake de overslag- en/of verwerkingslocatie de volgende eis gesteld:
148. De afstand van de Markt 1 in Geleen tot aan de overslag- en / of verwerkingslocatie mag maximaal 20 kilometer bedragen (zie ook sub 27 voor boetebeding).
Bij de Nota van Inlichtingen van 1 juli 2016 wordt op de bij eis 101 gestelde vraag “Aan welke eisen dienst de alternatieve loslocatie te voldoen?” geantwoord: “Aan dezelfde eisen als de primaire locatie. We vragen een alternatieve overslaglocatie om de inzameling en verwerking van het oud papier te waarborgen in geval van calamiteiten.”
De inschrijving van Peute is aanvankelijk vanwege een gebrek in de ondertekening uitgesloten en de opdracht voor perceel 3 is gegund aan Van Kaathoven. Peute is daartegen in kort geding opgekomen. Tijdens deze procedure heeft RWM het standpunt ingenomen dat de inschrijving van Peute ook niet voldeed aan eis 148 van het Beschrijvend document. Bij vonnis van 23 november 2016 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank RWM bevolen de gunningsbeslissing in te trekken en de inschrijving van Peute opnieuw te beoordelen. Bij arrest van 21 maart 2017 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat vonnis bekrachtigd. Over het standpunt van RWM dat de inschrijving van Peute niet voldeed aan eis 148, is in die uitspraken geen beslissing gegeven.
Bij brief van 13 april 2017 deelt RWM Van Kaathoven mede dat na herbeoordeling van de inschrijving van Peute, die het gevolg is van de uitkomst van de rechterlijke procedure, aan Peute gegund moet worden, omdat zij de aanbieder met de laagste prijs is.
3 Het geschil
In de hoofdzaak
Van Kaathoven vordert
Primair
1. RWM te gebieden binnen drie dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de gunningsbeslissing in het kader van de aanbestedingsprocedure voor de inzameling en verwerking van Oud Papier en Karton in 8 Limburgse gemeenten, voor zover het perceel 3 betreft, in te trekken en ingetrokken te houden en daaraan geen (verdere) uitvoering te geven;
2. RWM te gebieden, voor zover zij de opdracht nog steeds in wenst te gunnen, de opdracht voor wat betreft perceel 3 te gunnen aan Van Kaathoven.
Subsidiair
1. RWM te gebieden binnen drie dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de aanbestedingsprocedure voor de inzameling en verwerking van Oud Papier en Karton in 8 Limburgse gemeenten, voor zover het perceel 3 betreft, te staken en gestaakt te houden en daaraan geen (verdere) uitvoering te geven;
2. RWM te gebieden, voor zover zij deze opdracht nog steeds wenst aan te besteden, tot heraanbesteding van deze opdracht.
Uiterst subsidiair
1. Elke andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en die recht doet aan de belangen van Van Kaathoven.
Primair, subsidiair en uiterst subsidiair
1. RWM te veroordelen in de kosten van deze procedure met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis, wettelijke rente is verschuldigd;
2. RWM te veroordelen in de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv tot een bedrag van EUR 131,00 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van EUR 68,00 ingeval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na betekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd;
3. een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,- (zegge: eenhonderd duizend euro), althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of per dagdeel dat RWM in gebreke blijft bij de naleving van het vonnis.
Van Kaathoven legt aan de vordering ten grondslag dat RWM in de voorgaande procedures inzake de geldigheid van de ondertekening van de inschrijving van Peute tot in hoogtse instantie – naast nog andere redenen – heeft bepleit dat Peute overigens ook ongeldig had ingeschreven omdat de alternatieve overslag- en/of verwerkingslocatie op een afstand groter dan 20 km verwijderd is, als bedoeld in eis 148 van het Beschrijvend document, terwijl RWM daarin thans geen reden ziet om de inschrijving van Peute buiten beschouwing te laten. Van Kaathoven stelt dat de inschrijving van Peute niet voldoet aan hetgeen in de aanbestedingsstukken wordt vereist ter zake de maximale afstand voor de alternatieve locatie. Van Kaathoven stelt dat het daarbij, zoals de normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver mocht begrijpen, gaat om de daadwerkelijke reisafstand over de weg.
RWM en Peute voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Peute vordert Van Kaathoven de vordering te ontzeggen en RWM te veroordelen de beslissing de opdracht te gunnen aan Peute uit te voeren, indien en voor zover RWM de opdracht nog immer wenst te verstrekken een en ander met veroordeling van Van Kaathoven en/of in de (na)kosten van het geding, vermeerderd met rente.
In het incident
Peute vordert dat haar wordt toegestaan tussen te komen in het geding tussen Van Kaathoven en RWM met veroordeling van Van Kaathoven in de (na)kosten van het incident, vermeerderd met rente.
Van Kaathoven en RWM hebben zich niet tegen tussenkomst verzet.