Rechtbank Limburg, 02-07-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:6210, C/03/250847 / KG ZA 18-291
Rechtbank Limburg, 02-07-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:6210, C/03/250847 / KG ZA 18-291
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 2 juli 2018
- Datum publicatie
- 2 juli 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2018:6210
- Zaaknummer
- C/03/250847 / KG ZA 18-291
Inhoudsindicatie
Aanbesteding. Plafondbedragen. Veiligheidsventiel.
Vordering tot staking aanbesteding basishulp jeugd afgewezen. Geen strijd met artikel 1.10 Aanbestedingswet 2012 (proportionaliteitsbeginsel), artikel 3.9A van de Gids Proportionaliteit en artikel 2.12 Jeugdwet.
Verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:260).
Uitspraak
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/250847 / KG ZA 18-291
Vonnis in kort geding van 2 juli 2018
in de zaak van
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
1. AMACURA B.V.,
gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,
2. ALTRACURA B.V.,
gevestigd te Meerssen,
3. CARE 4 KIDS GGZ B.V.,
gevestigd te Schimmert, gemeente Nuth,
4. TALENT B.V.,
gevestigd te Gronsveld, gemeente Eijsden-Margraten,
5. PARNASSIA GROEP B.V.,
gevestigd te Den Haag,
de stichting
6. STICHTING ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM,
gevestigd te Heerlen,
eiseressen, hierna: de Combinatie,
advocaat mr. T. Raats,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersonen
1. GEMEENTE HEERLEN,
zetelend te Heerlen,
2. GEMEENTE LANDGRAAF,
zetelend te Landgraaf,
3. GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
gedaagden, hierna: de Gemeentes,
advocaat mr. K.M.J.A. Smitsmans.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 5 juni 2018, met producties,
- -
-
de akte vermindering van eis,
- -
-
de brief van 15 juni 2018 van de Gemeentes, met producties,
- -
-
de brief van 18 juni 2018 van de Gemeentes, met productie,
- -
-
de mondelinge behandeling van 19 juni 2018 met de pleitnota van de Combinatie en de pleitnota van de Gemeentes.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De Gemeentes hebben op 13 maart 2018 een aanbesteding volgens de openbare procedure voor Basishulp Jeugd 2019-2022 in de markt gezet. De opdracht is verdeeld in drie percelen, te weten de basishulp jeugd voor inwoners van Heerlen, Landgraaf en Voerendaal.
De opdracht houdt in dat de opdrachtnemer de volledige (financiële) verantwoordelijkheid voor de basishulp jeugd in de gemeentes Heerlen en/of Landgraaf en/of Voerendaal heeft. Het gaat om de volgende onderdelen:
1) het bieden van de ambulante vormen van jeugdhulp die voortvloeien uit de Jeugdwet;
2) het bieden van lokale preventieve activiteiten die gericht zijn op het opgroeien en opvoeden van kinderen en jongeren;
3) het uitvoeren van de toegangstaken voor de (ambulante) jeugdhulp;
a. a) in de eerste fase van de Opdracht: het bepalen van de zorginzet (rol 6), de regie (rol 3) en monitoren van resultaten op casusniveau (rol 4) met uitzondering van hoog-risico-casussen;
b) in de tweede fase van de Opdracht alle te onderscheiden rollen van de toegang: vraagverheldering (rol 1), borgen van veiligheid (rol 2), regie (rol 3), monitoren van resultaten op casusniveau (rol 4), integraliteitsbewaking (rol 5), bepalen van de zorginzet (rol 6);
c) alle meldingen Veilig Thuis; gekoppeld aan de fasering van de overdracht van de toegangstaken;
4) het bieden van Integrale Vroeghulp (IVH);
5) het toekennen van een persoonsgebonden budget (pgb), in fase 2 van de Opdracht;
6) het verlenen van een beschikking in voorkomende gevallen, in fase 2 van de Opdracht.
Voor het uitvoeren van de toegangstaken voor de Aanvullende Hulp Jeugd geldt dat deze in de eerste fase van de Opdracht bij de Opdrachtgever ligt. In onderling overleg tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer, wordt te zijner tijd bepaald hoe dit in de tweede fase wordt ingericht.
Gunning vindt plaats aan de inschrijver die voldoet aan de in de aanbestedingsleidraad gestelde eisen én de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) heeft gedaan op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Inschrijvingen worden beoordeeld op basis van de volgende (sub)gunningscriteria:
1. Inschrijfprijs
2. Scopedocument, incl. prestatieonderbouwing
3. Risicodossier
4. Kansendossier
5. Indicatoren
6. Interview met de sleutelfunctionarissen
De Gemeentes hebben ervoor gekozen om het onderscheidend vermogen van de inschrijvers aan te spreken door een zwaar accent op kwaliteit te leggen. De Gemeentes maken bij deze aanbesteding en tijdens de uitvoering van de opdracht gebruik van de filosofie van Best Value (prestatie inkoop). Het proces van beoordeling van de inschrijvingen vindt plaats op basis van de kwalitatieve gunningscriteria. Deze beoordeling vindt plaats op basis van het principe gunnen op waarde. De waarde die per (sub)criterium kwaliteit wordt toegekend, wordt van de totaalprijs, dit is de inschrijfprijs, afgetrokken. Hierdoor ontstaat de vergelijkingsprijs. De inschrijver met de laagste vergelijkingsprijs komt in aanmerking voor (voorlopige) gunning van de Opdracht.


De volgende plafondbedragen zijn vastgesteld op basis van cijfers uit historie en potentiële inverdieneffecten. Deze plafondbedragen zijn incl. BTW:

De winnende inschrijver zal in beginsel met dit budget de opdracht moeten uitvoeren, ook nadat het budgetplafond is overschreden. Financiering vindt plaats op basis van de inschrijfprijs als lumpsumbedrag.
3 Het geschil
De Combinatie vordert na vermindering van eis:
A: primair
de Gemeentes te gebieden de aanbesteding voor de opdracht te staken en gestaakt te houden en - voor zover zij de opdracht nog wensen te vergeven - over te gaan tot heraanbesteding met inachtneming van de Aanbestedingswet, de Gids Proportionaliteit, de Jeugdwet en de inhoud van het in de onderhavige procedure te wijzen vonnis, zodat een toereikend budgetplafond wordt gehanteerd alsmede een veiligheidsventiel wordt gecreëerd voor de situatie waarin het budget wordt overschreden buiten de schuld van de opdrachtnemer,
subsidiair
de Gemeentes te gebieden de aanbesteding voor de opdracht zodanig te wijzigen dat deze in lijn wordt gebracht met de Aanbestedingswet, de Gids Proportionaliteit en de Jeugdwet en de inhoud van het in de onderhavige procedure te wijzen vonnis, zodat een toereikend budgetplafond wordt gehanteerd alsmede een veiligheidsventiel wordt gecreëerd voor de situatie waarin het budget wordt overschreden buiten de schuld van de opdrachtnemer,
meer subsidiair
iedere maatregel te treffen die in goede justitie redelijk is en recht doet aan de belangen van de Combinatie,
B: te bepalen dat de Gemeentes bij overtreding van de hiervoor genoemde veroordelingen, een dwangsom verbeuren van € 50.000 per overtreding (dan wel een bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht), en tevens voor elk dag(deel) dat die overtreding voortduurt,
een en ander met veroordeling van de Gemeentes tot vergoeding van de proceskosten en nakosten aan de zijde van de Combinatie vermeerderd met rente.
De Combinatie stelt ter onderbouwing van de vordering dat de budgetplafonds evident te laag zijn en dat een veiligheidsventiel ontbreekt. De aanbesteding is daardoor in strijd met artikel 1.10 van de Aanbestedingswet 2012 (proportionaliteitsbeginsel) in combinatie gelezen met voorschrift 3.9A van de Gids Proportionaliteit en in strijd met met artikel 2.12 van de Jeugdwet. De Combinatie beroept zich op het arrest van 14 februari 2017 van het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2017:260) inzake het kader voor de beoordeling van de proportionaliteit van budgetplafonds. In strijd met de Jeugdwet hebben de Gemeentes volgens de Combinatie onvoldoende onderzoek gedaan naar de reële kostprijs, zodat de vereiste kwaliteit niet kan worden gegarandeerd.
De Gemeentes voeren verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.