Rechtbank Limburg, 05-09-2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:10535, C.03 / 267203 / KGZA 19-356
Rechtbank Limburg, 05-09-2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:10535, C.03 / 267203 / KGZA 19-356
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 5 september 2019
- Datum publicatie
- 22 november 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2019:10535
- Zaaknummer
- C.03 / 267203 / KGZA 19-356
Inhoudsindicatie
Veelschrijver. Misbruik van bevoegdheid: verzoeken op grond van de WOB en AVG ingediend voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven.
Uitspraak
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rolnummer: C/03/267203 / KG ZA 19-356
Vonnis in kort geding van 5 september 2019
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE NEDERWEERT,
zetelend te Nederweert,
eiseres,
advocaat mr. S.M. Schipper te Breda,
tegen
[gedaagde] ,
wonend te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna de Gemeente en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding met productie 1 tot en met 117;
- -
-
de akte houdende eiswijziging tevens akte overlegging producties (productie 118 tot en met 120);
- -
-
de brief aan de voorzieningenrechter van 14 augustus 2019 van [gedaagde] met producties;
- -
-
de twee brieven aan de voorzieningenrechter van 20 augustus 2019 van [gedaagde] met producties;
- -
-
de mondelinge behandeling van 22 augustus 2019;
- -
-
de pleitnota van de Gemeente;
- -
-
de pleitnota van [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De Gemeente heeft ongeveer 17.000 inwoners. [gedaagde] is niet woonachtig in de Gemeente. Bij de Gemeente werken ongeveer 135 mensen (112 fte).
[gedaagde] is op 1 maart 1978 in dienst getreden bij de Gemeente en heeft daar verschillende functies vervuld. De laatste functie van [gedaagde] betrof de functie van beleidsmedewerker. Op 27 oktober 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college van B&W) [gedaagde] eervol ontslag verleend (productie 11 bij dagvaarding).
Hierop volgden verschillende (bestuursrechtelijke) procedures (productie 13 tot en met 14 bij dagvaarding) betreffende het ontslagbesluit en de gronden van het ontslag (hierna: het arbeidsconflict). Na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de CRvB) van 2 augustus 2012 (productie 16 bij dagvaarding) waarin - kort gezegd - is geoordeeld dat [gedaagde] mocht worden ontslagen vanwege ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhoudingen, is het ontslag van [gedaagde] onherroepelijk komen vast te staan.
[gedaagde] heeft nadien diverse procedures gevoerd om het ontslag opnieuw ter beoordeling/toetsing voor te leggen.
Zo heeft hij een tweetal herzieningsverzoeken ingediend, die de CRvB bij uitspraken van 18 juli 2013 en 16 juni 2015 heeft afgewezen (productie 17 en 18).
Daarnaast heeft hij het college van B&W verzocht om op het ontslagbesluit terug te komen. Dit heeft geresulteerd in een uitspraak van 10 december 2015 van de rechtbank Limburg waarbij het beroep van [gedaagde] tegen de weigering van het college van B&W om terug te komen op het ontslagbesluit ongegrond is verklaard (productie 19 bij dagvaarding). Het door [gedaagde] daartegen ingestelde hoger beroep is door de CRvB bij uitspraak van 20 oktober 2016 ongegrond verklaard.
Verder heeft [gedaagde] procedures gevoerd om de grondslagen van het onherroepelijk ontslagbesluit (nogmaals) tot onderwerp van debat te kunnen maken.
Dit leidde tot een uitspraak van de Rechtbank Limburg van 17 juli 2014 waarbij het rechtstreeks beroep tegen de weigering van het college van B&W om de onherroepelijke personeelsbeoordeling van 26 februari 2008 in te trekken ongegrond is verklaard (productie 21 bij dagvaarding). De CRvB heeft met haar uitspraak van 18 juni 2015 de uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd (productie 22 bij dagvaarding).
Daarna heeft [gedaagde] nog diverse andere procedures aanhangig gemaakt, te weten:
- klachtprocedures bij de Gemeente en diverse andere instanties;
- een (handhavings)procedure bij de Autoriteit Persoonsgegevens;
- tuchtrechtelijke procedures tegen personen die betrokken waren bij het ontslag (ook is tegen diverse personen die betrokken waren bij het ontslag aangifte gedaan);
- civielrechtelijke procedures tegen de Gemeente en individuele ambtenaren ter vergoeding van geleden schade.
Op 1 juli 2016 heeft [gedaagde] een verzoekschrift ingediend bij het Huis voor Klokkenluiders (hierna: HvK) strekkend tot het uitvoeren van een bejegeningsonderzoek.
Op 1 mei 2019 heeft het HvK haar onderzoek gepubliceerd. Het HvK heeft geconcludeerd dat de rapportage van [gedaagde] over illegale stortingen van gemeentelijke groenafval niet is aan te merken als een interne melding in de zin van de Wet Huis voor Klokkenluiders, aangezien het opstellen daarvan deel uitmaakte van de normale werkzaamheden als beleidswerker. Ook was de rapportage van [gedaagde] volgens het HvK niet de oorzaak van de verstoorde arbeidsrelatie en het ontslag van [gedaagde] in 2009.
De rechtbank Limburg heeft in haar uitspraken van 15 oktober 2018 (productie 115) en 14 februari 2019 (productie 116) geoordeeld dat [gedaagde] ten aanzien van zijn verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur hierna: de Wob-verzoeken) van 6 september 2016, 4, 10 en 11 juli 2017 misbruik van zijn recht heeft gemaakt.
De Gemeente heeft [gedaagde] meerdere malen verzocht niet meer met (organen van en/of personen werkzaam binnen) de gemeente te communiceren over het ontslag. Daarnaast heeft de Gemeente gemeld dat zij klachten en meldingen van misstanden niet in behandeling zal nemen.
Op 6 september 2012 heeft de burgemeester [gedaagde] verzocht om geen brieven over het ontslag aan de gemeenteraad te sturen (productie 104 bij dagvaarding).
Op 31 januari 2013 heeft mr. Kerkhof (advocaat van de Gemeente) bij brief aan [gedaagde] verzocht om in zijn brieven niet meer in te gaan op het ontslag en aangegeven dat het college van B&W niet meer zal reageren op brieven en e-mails over de arbeidsrechtelijke kwestie (productie 108). Deze boodschap is bij brieven van 13 en 27 november 2013 herhaald (productie 109).
Bij brief van 16 augustus 2016 is aan [gedaagde] medegedeeld dat zijn klachten die direct of indirect in verband staan met het ontslag niet meer in behandeling worden genomen (productie 10 bij dagvaarding).
Bij brief van 18 februari 2019 heeft de gemeentesecretaris aan [gedaagde] bericht dat zijn meldingen van (een vermoeden van) misstanden niet meer in behandeling werden genomen.
Sinds 2 oktober 2012 heeft [gedaagde] (tot het moment van dagvaarden in dit kort geding) 96 verzoeken ingediend bij de gemeente op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (hierna: Wob) (productie 3 bij dagvaarding).
|
Jaar |
Wob-verzoeken [gedaagde] |
|
2012 |
1 |
|
2013 |
4 |
|
2014 |
11 |
|
2015 |
9 |
|
2016 |
31 |
|
2017 |
18 |
|
2018 |
15 |
|
2019 |
7 |
Naast de Wob-verzoeken heeft [gedaagde] verzoeken ingediend op grond van de Wet Bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG).
|
Jaar |
AVG-verzoeken [gedaagde] |
|
2008 |
1 |
|
2009 |
1 |
|
2015 |
2 |
|
2016 |
15 |
|
2017 |
15 |
|
2018 |
8 |
|
2019 |
12 |
In totaal heeft [gedaagde] (tot het moment van dagvaarden in dit kort geding) 54 verzoeken ingediend op grond van de Wbp en AVG (productie 4 bij dagvaarding).
Van 16 juni 2009 tot eind 2018 heeft [gedaagde] (tot het moment van dagvaarden in dit kort geding) 771 brieven, e-mailberichten, klachten en verzoeken verzonden aan bestuursorganen en personen werkzaam bij de gemeente (productie 2 bij dagvaarding). Van deze brieven waren er 239 gericht aan de gemeenteraad. Ook zijn er door [gedaagde] brieven gestuurd naar de burgemeester, de gemeentesecretaris, wethouders, de raadsvoorzitter en diverse ambtenaren. Sinds 2019 heeft [gedaagde] 100 brieven, klachten en verzoeken aan de Gemeente verstuurd.
3 Het geschil
De Gemeente vordert, na wijziging van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij vonnis [gedaagde] :
te verbieden om zich gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, met brieven, faxen, e-mails, andere vormen van communicatie(sms, telefonisch, contact aan de balie etc.), of door betreding van het gemeentehuis tot organen binnen en/of personen die werkzaam zijn (geweest) bij de gemeente Nederweert, te richten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
subsidiair:
te verbieden om zich gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, met brieven, faxen e-mails, andere vormen van communicatie (sms, telefonisch, contact aan de balie etc.) of door betreding van het gemeentehuis tot organen binnen en/ of personen die werkzaam zijn (geweest) bij de gemeente Nederweert, te richten voor zover deze brieven, faxen, e-mails of andere communicatievormen betrekking hebben op het arbeidsconflict en/of het bejegeningsonderzoek zoals gedefinieerd in randnummer 9 van deze dagvaarding en/of andere procedures tussen [gedaagde] en de gemeente die zijn afgerond en waarin geen rechtsmiddelen meer kunnen worden aangewend zoals opgenomen in productie 1, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
2.
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van dit vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, vaker dan eens per twee (2) maanden een verzoek op grond van de Wob bij de gemeente Nederweert in te dienen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van €1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
subsidiair:
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, vaker dan eens per twee (2) maanden een verzoek op grond van de Wob bij de gemeente Nederweert in te dienen dat betrekking heeft op het arbeidsconflict en/of het bejegeningsonderzoek zoals gedefinieerd in randnummer 9 van deze dagvaarding en/of andere procedures tussen [gedaagde] en de gemeente die zijn afgerond en waarin geen rechtsmiddelen meer kunnen worden aangewend zoals opgenomen in productie 1, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
meer subsidiair:
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, vaker dan eens per twee (2) maanden een verzoek op grond van de Wob bij de gemeente in te dienen, dat naast het eigenlijke verzoek één of meerdere passages bevat die betrekking hebben op het arbeidsconflict en/of het bejegeningsonderzoek zoals gedefinieerd in randnummer 9 van deze dagvaarding en/of andere procedures tussen [gedaagde] en de gemeente die zijn afgerond en waarin geen rechtsmiddelen meer kunnen worden aangewend zoals opgenomen in productie 1., op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
3.
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, vaker dan eens per twee (2) maanden een verzoek op grond van de AVG bij de gemeente Nederweert in te dienen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
subsidiair:
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, vaker dan eens per twee (2) maanden een verzoek op grond van de AVG bij de gemeente Nederweert in te dienen, dat betrekking heeft op het arbeidsconflict en/of het bejegeningsonderzoek zoals gedefinieerd in randnummer 9 van deze dagvaarding en/of andere procedures tussen [gedaagde] en de gemeente die zijn afgerond en waarin geen rechtsmiddelen meer kunnen worden aangewend zoals opgenomen in productie 1, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
meer subsidiair:
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, vaker dan eens per twee (2) maanden een verzoek op grond van de AVG bij de gemeente in te dienen, dat naast het eigenlijke verzoek één of meerdere passages bevat die betrekking hebben op het arbeidsconflict en/of het bejegeningsonderzoek zoals gedefinieerd in randnummer 9 van deze dagvaarding en/of andere procedures tussen [gedaagde] en de gemeente die zijn afgerond en waarin geen rechtsmiddelen meer kunnen worden aangewend zoals opgenomen in productie 1, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
4.
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, een klacht of melding van vermoeden van een misstand bij de gemeen te Nederweert in te dienen die betrekking heeft op personen die betrokken zijn gewest bij het arbeidsconflict en/of het bejegeningsonderzoek zoals gedefinieerd in randnummer 9 en/of andere procedures tussen [gedaagde] en de gemeente die zijn afgerond en waarin geen rechtsmiddelen meer kunnen worden aangewend zoals opgenomen zoals opgenomen in productie 1, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
5.
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, in brieven, e-mails, verzoeken, klachten en/of meldingen naar de gemeente en/of derden beledigend, dan wel beschuldigend uit te laten over personen werkzaam (geweest) bij of voor de gemeente Nederweert op straffe van verbeurte van een dwangsom van €1.000,- of een bedrag in goede justitie te bepalen, per overtreding met een maximum van €100.000,-;
subsidiair:
te verbieden om gedurende vijf (5) jaar na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, in brieven, e-mails, verzoeken, klachten en/of meningen na de gemeente en/of derden beledigingen of beschuldigingen te uiten zoals genoemd in randnummer 115 over personen werkzaam (geweest) bij of voor de gemeente Nederweert op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per overtreding met een maximum van € 100.000,00, dan wel een door u voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.
6.
te veroordelen in de kosten van het geding, onder bepaling dat [gedaagde] de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over deze kosten verschuldigd zal zijn als hij deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis zal hebben voldaan, en
7.
te veroordelen in de nakosten, begroot op € 157,00 (zonder betekening) respectievelijk € 239,00 (met betekening), onder bepaling dat [gedaagde] de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over deze kosten verschuldigd zal zijn wanneer zij deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis zal hebben voldaan.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.