Home

Rechtbank Limburg, 09-01-2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:120, C/03/271045 / KG ZA 19-526

Rechtbank Limburg, 09-01-2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:120, C/03/271045 / KG ZA 19-526

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
9 januari 2020
Datum publicatie
9 januari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2020:120
Zaaknummer
C/03/271045 / KG ZA 19-526

Inhoudsindicatie

Inkoop jeugdhulp door open house-procedure. Declaratieprotocol in strijd met artikel 2:12 Jeugdwet en artikel 2:15 Jeugdwet juncto artikel 6c.1 Regeling Jeugdwet. Geen reële prijs.

Gebruikte benchmarkgegevens berusten niet op consensus. Strijd met zorgvuldigheid.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/271045 / KG ZA 19-526

Vonnis in kort geding van 9 januari 2020

in de zaak van

1 de stichting STICHTING MONDRIAAN, gevestigd te Heerlen,

2. de stichting STICHTING KORAAL, gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

3. de stichting MUTSAERSSTICHTING, gevestigd te Venlo,

4. de stichting STICHTING ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM, gevestigd te Heerlen,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CARE 4 KIDZ GGZ B.V., gevestigd te Schimmert, gemeente Beekdaelen,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LIONARONS GGZ JEUGD B.V., gevestigd te Heerlen,

eiseressen,

advocaat mr. J.J. Rijken en mr. M.E. Jannink,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersonen

1. GEMEENTE MAASTRICHT, zetelend te Maastricht,

2. GEMEENTE SITTARD-GELEEN, zetelend te Sittard,

3. GEMEENTE STEIN, zetelend te Stein,

4. GEMEENTE BEEK, zetelend te Beek,

5. GEMEENTE BEEKDAELEN, zetelend te Nuth,

6. GEMEENTE BRUNSSUM, zetelend te Brunssum,

7. GEMEENTE HEERLEN, zetelend te Heerlen,

8. GEMEENTE LANDGRAAF, zetelend te Landgraaf,

9. GEMEENTE KERKRADE, zetelend te Kerkrade,

10. GEMEENTE MEERSSEN, zetelend te Meerssen,

11. GEMEENTE EIJSDEN-MARGRATEN, zetelend te Margraten,

12. GEMEENTE GULPEN-WITTEM, zetelend te Gulpen,

13. GEMEENTE SIMPELVELD, zetelend te Simpelveld,

14. GEMEENTE VAALS, zetelend te Vaals,

15. GEMEENTE VALKENBURG AAN DE GEUL, zetelend te Valkenburg,

16. GEMEENTE VOERENDAAL, zetelend te Voerendaal,

gedaagden,

advocaat mr. H.C. Lejeune en mr. K.M.J.A. Smitsmans.

Partijen zullen hierna Zorgaanbieders en Gemeentes genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 14 november 2019, met producties1 tot en met 21,

-

de op voorhand gezonden incidentele conclusie tot voeging van Parnassia Groep B.V., met producties met mededeling dat deze ter zitting van 19 december 2019 zal worden ingediend,

-

de brief van 13 december 2019 van de Zorgaanbieders, met productie 22,

-

de brief van 13 december 2019 van de Gemeentes, met productie 1,

-

de akte houdende nadere onderbouwing vorderingen en aankondiging eiswijziging, met productie 23 tot en met 26,

-

de brief van 17 december 2019 van Parnassia Groep B.V. waarbij wordt meegedeeld dat geen incidentele conclusie tot voeging zal worden ingediend,

-

de brief van 17 december 2019 van de gemeentes, met producties 2 tot en met 13,

-

de brief van 18 december 2019 van de gemeentes, met productie 14,

-

de mondelinge behandeling van 19 december 2019, met de pleitaantekeningen tevens akte houdende eiswijziging van de Zorgaanbieders en de pleitnota van de Gemeentes.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeentes financieren sinds 2015 de jeugdhulp op basis van outputgerichte bekostiging. De output wordt gedefinieerd door arrangementen. Deze zijn gebaseerd op profielen van cliënten in combinatie met intensiteitsniveaus van behandelingen en de te behalen resultaten. Hoe een aanbieder de zorgdoelen uitvoert, wordt niet dwingend voorgeschreven.

2.2.

Vanaf 2019 kopen de Gemeentes jeugdhulp in via een zogenoemde “open house”-procedure. Met aanbieders die voldoen aan de kwaliteitseisen, wordt een Dienstverleningsovereenkomst Sociaal Domein Jeugd (hierna: DVO) gesloten. Tevens is er een Samenwerkingsovereenkomst Inkoop Sociaal Domein Zuid-Limburg (hierna: SOK). Deze twee overeenkomsten hebben een looptijd van vier jaar. Voor nieuwe aanbieders per 2020 geldt een looptijd van drie jaar. De DVO kent bijlagen met een looptijd van een jaar en deze kunnen jaarlijks worden aangepast. Het Declaratieprotocol is een van de bijlagen.

2.3.

De Zorgaanbieders en de Gemeentes hebben gemeenschappelijk overleg met elkaar over de tarieven en de contracten. Dit overleg vindt plaats in/aan de Ontwikkeltafel. De werkwijze van de Ontwikkeltafel is beschreven in de SOK. Doel van de Ontwikkeltafel, waar alle aanbieders al dan niet virtueel kunnen aanzitten, is het verbeteren van de arrangementsystematiek en het oplossen van knelpunten.

De Werkgroep Bekostiging Jeugd (hierna: Werkgroep bekostiging), die is ingericht in 2018 om de tarieven in de regio Zuid-Limburg te herijken en die bestaat uit een deel van de jeugdhulpaanbieders en vertegenwoordigers van de gemeente Maastricht1, heeft input geleverd voor het vaststellen van tarieven en er zijn werkbezoeken en onderzoeken uitgevoerd door de Gemeentes. De Gemeentes zijn bevoegd de arrangementstarieven vast te stellen.

2.4.

De Gemeentes hebben op 7 juni 2019 en 21 juni 2019 de voorgenomen arrangementstarieven voor 2020 gepresenteerd in de Ontwikkeltafel. Op 13 september 2019 zijn in de Ontwikkeltafel de herziene arrangementstarieven voor 2020 gepresenteerd: voor 2020 gelden geïndexeerde tarieven 2019.

2.5.

In september 2019 is de open house-procedure voor Jeugdhulp 2020 en Begeleiding Jeugdhulp 2020 gestart. Voor 2020 zijn de bijlagen bij de DVO opnieuw vastgesteld, behalve bijlage 3, het Declaratieprotocol. Bijlage 1 bij de DVO betreft de arrangementen en tarieven voor 2020.

2.6.

Op 25 oktober 2019 is het nieuwe Declaratieprotocol als bijlage 3 gepubliceerd. In dat protocol is voor het eerst als hoofdstuk 6 opgenomen “Tarieven minimale levering”. Naar aanleiding van vragen is een Nota van Inlichtingen gepubliceerd op 8 november 2019. Onder meer Mondriaan en Koraal hebben (daarnaast) bezwaren ingediend.

2.7.

Inschrijfdatum is gesteld 15 november 2019.

2.8.

De Gemeentes hebben ten behoeve van alle inschrijvers op 12 december 2019 een gewijzigd hoofdstuk 6 “Minimaal gemiddelde inzet bij materiële controle” gepubliceerd (productie 22 eisers). Aangegeven is dat definitieve gunning wordt aangehouden in afwachting van het vonnis in dit kort geding.

2.9.

Hoofdstuk 6 Minimaal gemiddelde inzet bij materiële controle luidt als volgt:

6 Minimaal gemiddelde inzet bij materiële controle

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing