Rechtbank Limburg, 07-07-2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:4891, C/03/278020 / KG ZA 20-183
Rechtbank Limburg, 07-07-2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:4891, C/03/278020 / KG ZA 20-183
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2020
- Datum publicatie
- 15 juli 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2020:4891
- Zaaknummer
- C/03/278020 / KG ZA 20-183
Inhoudsindicatie
Bestuurder van onderneming treedt een jaar terug. Herbenoeming als bestuurder van de onderneming vastgelegd in echtscheidingsconvenant. Afspraak over herbenoeming in het echtscheidingsconvenant tussen ex-echtelieden die tevens elk voor 50% aandeelhouder zijn van een onderneming moet op grond van de Statuten van die onderneming beschouwd worden als besluit van de AVA.
Uitspraak
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/278020 / KG ZA 20-183
Vonnis in kort geding van 7 juli 2020
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. J.W.H. Kempen,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. J.O.I. Leliveld.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 11 juni 2020 met producties 1 tot en met 7,
- -
-
de brief van 18 juni 2020 van [gedaagde] met producties 1 tot en met 29,
- -
-
de brieven van 19 en 22 juni 2020 van [eiser] met producties 8 tot en met 11 en 12 tot en met 17,
- -
-
de brief van 22 juni 2020 van [gedaagde] met producties 30 en 31,
- -
-
de mondelinge behandeling van 23 juni 2020 met de pleitnota van [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] en [gedaagde] zijn gehuwd geweest op huwelijkse voorwaarden, te weten met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen. Ter afwikkeling van hun echtscheiding hebben zij op 1 mei 2019 een echtscheidingsconvenant (hierna: het convenant) gesloten.
[eiser] en [gedaagde] waren op het moment van het sluiten van het convenant tevens beiden voor 50% aandeelhouder van [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ). Tevens waren zij beiden bestuurder van [bedrijf] en via [bedrijf] getrapt bestuurder van een werkmaatschappij [werkmaatschappij] (hierna: [werkmaatschappij] ).
[eiser] wilde na het stranden van het huwelijk een sabbatical nemen en gedurende die periode van een jaar tijdelijk een stap terug doen als bestuurder van [bedrijf] .
In het convenant van 1 mei 2019 hebben partijen naast afspraken over partneralimentatie, de gezamenlijke echtelijke woning en opgebouwd pensioen, het volgende opgenomen ter zake het bestuur van de ondernemingen van partijen:
“(...) ‘partijen’,
NEMEN IN AANMERKING:
(...)
- Ten aanzien van de (...) aspecten met betrekking tot het bestuur van de ondernemingen van partijen, hebben de regelingen in dit convenant het karakter van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW, nu als gevolg van de beëindiging van het huwelijk tussen partijen onzekerheid en geschillen bestonden, die zij door middel van deze overeenkomst willen opheffen en beslechten.
Ter beëindiging en/of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen dan tussen partijen geldt,
(...)
Artikel 3 Ten aanzien van de vennootschappen
Ieder der partijen behoudt de eigen aandelen in de bestaande vennootschappen.
De man en de vrouw zijn thans beide voor 50% aandeelhouder, tevens bestuurder, in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] . [bedrijf] is op haar beurt 100% aandeelhouder en bestuurder van de werkmaatschappij [werkmaatschappij] , ook wel bekend onder de handelsnaam “ [naam] ”. [bedrijf] vervult de functie van een holding terwijl de activiteiten worden uitgevoerd door [holding] .
Partijen zijn overeengekomen dat de man met ingang van ondertekening van het convenant voor de in 3.4 genoemde duur zal terugtreden als bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] . De man zal zich uitschrijven bij de Kamer van Koophandel als bestuurder van [bedrijf] . en de verklaring van de ING Bank inzake toegang tot de bankrekeningen van beide voornoemde besloten vennootschappen ondertekenen.
Na één jaar vanaf ondertekening van het convenant, zal de man weer bestuurder worden en fulltime beschikbaar zijn en werken in de onderneming van partijen. Als de man fulltime beschikbaar is en werkt in de onderneming van partijen, heeft hij recht op de managementvergoeding en herleven zijn bevoegdheden als bestuurder.
De man ontvangt vanaf ondertekening van het convenant voor de duur van één jaar een netto dividenduitkering van [bedrijf] . van € 3.500,-- per maand welk bedrag bij vooruitbetaling aan de man zal worden voldaan.
De man blijft gedurende het jaar dat de man geen bestuurder is van de vennootschap, het recht op inzage in het online boekhoudingsprogramma houden, dat gedurende dat jaar wordt gehandhaafd en niet door een ander programma mag worden vervangen. Partijen hebben niet de bevoegdheid in dat programma wijzigingen te brengen.”
Bij beschikking van de rechtbank van 19 juni 2019 is niet afgeweken van het convenant en is de echtscheiding uitgesproken. Deze is ingeschreven op 4 juli 2019.
Vanaf januari 2020 is tussen partijen gesproken over de manier van samenwerken binnen [bedrijf] en [werkmaatschappij] . Tot overeenstemming over een directiereglement of aandeelhoudersovereenkomst is het niet gekomen.
[eiser] heeft gedurende de periode 1 mei 2019 tot op heden meermaals werkzaamheden uitgevoerd binnen [werkmaatschappij] .
[eiser] is niet per 1 mei 2020 heringeschreven als bestuurder van [bedrijf] .
In de statuten van [bedrijf] is, voor zover relevant, het volgende bepaald:
“Bestuur
Artikel 16
(...)
2. Bestuurders worden door de algemene vergadering van aandeelhouders benoemd (...).
Algemene vergadering
Artikel 22
(...)
4. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls daartoe door het bestuur wordt opgeroepen. Het bestuur is tot zodanige oproeping verplicht wanneer één of meer vergadergerechtigden (...) onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen het verzoek richten een algemene vergadering bijeen te roepen. (...) Indien het bestuur niet binnen vier weken tot oproeping is overgegaan, zodanig dat de vergadering binnen zes weken na het verzoek kan worden gehouden, zijn de verzoekers zelf tot bijeenroeping bevoegd.
(...)
Besluitvorming buiten de algemene vergadering
Artikel 26
1. Besluitvorming van aandeelhouders kan op andere wijze dan in een vergadering geschieden, mits alle vergadergerechtigden met deze wijze van besluitvorming (...) hebben ingestemd.
(...)”
3 Het geschil
[eiser] vordert, nadat ter zitting de vordering onder C van het petitum is ingetrokken, bij vonnis zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, - verkort weergegeven - te bepalen
A. dat [gedaagde] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zal overgaan tot ondertekening van het formulier dat door de kamer van koophandel wordt gebruikt voor herinschrijving van [eiser] als bestuurder van de besloten vennootschap [bedrijf]
B. dat [gedaagde] [eiser] op dwangsom van € 100,00 per dag toegang dient te geven tot de volledige administratie en bankafschriften van de onderneming.
D. dat indien [gedaagde] niet binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zal meewerken aan de ondertekening van het formulier bedoeld onder A. dit kort gedingvonnis in de plaats treedt van de ondertekening van het formulier door [gedaagde] .
E. dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
[eiser] legt kort gezegd aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] moet uitvoeren wat is afgesproken omtrent het herintreden als bestuurder in artikel 3 van het convenant. [eiser] stelt dat deze overeenkomst ongeclausuleerd is ter zake hoe en onder welke voorwaarden de onderneming bestuurd zal moeten worden ná het jaar van zijn afwezigheid en dat hij na een jaar zonder meer recht heeft op het gevorderde; hij stelt immers zijn tijd en arbeidskracht onverkort ter beschikking.
[eiser] stelt zich voorts op het standpunt dat ieder 50% van de aandelen houdt en dat de beide aandeelhouders van de onderneming het herintreden van [eiser] als bestuurder aldus reeds besloten hebben. De aandeelhoudersvergadering was het er dus over eens en heeft dit besluit destijds al genomen. [gedaagde] moet als bestuurder van [bedrijf] haar medewerking nu verlenen aan de herinschrijving.
Ter kort gedingzitting heeft [eiser] tot slot aangegeven dat als de vordering onder A wordt toegewezen, de vordering onder B komt te vervallen.
[eiser] stelt spoedeisend belang bij en recht op de gevraagde voorzieningen te hebben.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. In de kern komt haar verweer erop neer dat zij niet wil meewerken aan herinschrijving, omdat voorafgaand een aandeelhoudersovereenkomst moet worden gesloten. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat partijen de noodzaak van een dergelijke aanvullende afspraak overeengekomen zijn volgend op het convenant en dat [eiser] ter zake in schuldeisersverzuim verkeert, zodat [eiser] zelf in de weg staat aan nakoming door [gedaagde] van artikel 3 van het convenant. Daarnaast betoogt [gedaagde] , kort gezegd, dat de voorwaarden uit artikel 3 van het convenant niet zijn vervuld en dat herinschrijving op de wijze die [eiser] voorstaat in strijd is met de statuten van de onderneming.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.