Home

Rechtbank Limburg, 11-02-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:1190, C/03/286590 / KG ZA 20-514

Rechtbank Limburg, 11-02-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:1190, C/03/286590 / KG ZA 20-514

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11 februari 2021
Datum publicatie
24 februari 2021
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:1190
Zaaknummer
C/03/286590 / KG ZA 20-514

Inhoudsindicatie

Aanbestedingsrecht. Artikel 01.01.06 lid 3 Standaard RAW 2015, zoals gewijzigd per juni 2016. CROW-memo van 9 juni 2016 ‘RAW-inschrijvingsstaat voor RAW-bestek’. Inschrijvingsleidraad verbiedt korting en negatieve bedragen in de staartposten. Invullen van € 0,00 bij de staartposten.

Op basis van het antwoord op de verificatie kan niet anders dan geconcludeerd worden dat de inschrijver kosten voor eigen rekening heeft genomen om een concurrerende prijsaanbieding te kunnen doen en daarom € 0,00 heeft ingevuld. Elke behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver had de aanbestedingsleidraad zo moeten en kunnen begrijpen dat geen lagere kosten dan de werkelijke kosten, want dat is immers de aard van een korting, verwerkt mogen worden in de staartposten. Inschrijver heeft de gok gewaagd door kosten, waarvan vaststaat dat die wel gemaakt moeten worden, niet te berekenen door deze in de inschrijfstaat op € 0,00 te stellen, zonder vooraf te verifiëren bij de Gemeente of zij de bepaling uit de aanbestedingsleidraad wel zo mocht lezen.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/286590 / KG ZA 20-514

Vonnis in kort geding van 11 februari 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LANDHEER INFRA B.V.,

gevestigd te Dongen,

eiseres,

advocaat: mr. F.W.K. Rameau,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE STEIN,

zetelend te Stein,

gedaagde,

advocaat: mr. D.E.M.P.J. Reijnart.

Partijen zullen hierna “Landheer” en “de Gemeente” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 29 december 2020, met producties,

-

de brief van 22 januari 2021 van Landheer met producties,

-

de brief van 26 januari 2021 van de Gemeente, met producties,

-

de brief van 27 januari 2021 van Landheer met producties,

-

de mondelinge behandeling, gehouden op 28 januari 2021 met de door Landheer voorgedragen pleitaantekeningen en de door de Gemeente voorgedragen pleitnota.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente heeft een nationale openbare aanbesteding in de markt gezet voor het sluiten van een raamovereenkomst voor de duur van twee jaar (met mogelijke verlenging van maximaal tweemaal een jaar) ten behoeve van asfaltonderhoud in de Gemeente (hierna: “de aanbesteding”).

2.2.

Het gunningscriterium is de laagste prijs. Landheer heeft de laagste prijsaanbieding voor het werk ingediend. [bedrijfsnaam] (hierna: “ [bedrijfsnaam] ”) is als tweede geëindigd.

2.3.

Op de aanbesteding is hoofdstuk 2 van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (hierna: “ARW 2016”) van toepassing, alsmede de Standaard Rationalisatie en Automatisering Grond-, Water- en Wegenbouw Bepalingen 2015, met uitzondering van artikel 01.13.07 (hierna: “Standaard RAW 2015”) en de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (hierna: “UAV 2012”).

Tevens heeft te gelden dat op de raamovereenkomst de Standaard RAW 2015 van toepassing is, waarbij ook ‘de Actualisering 01.21 RAW-raamovereenkomst, juli 2016’ van toepassing is.

2.4.

In het RAW-bestek is onder 09 (pagina 4) inzake de inschrijfstaat opgenomen dat het niet is toegestaan een korting te geven in de inschrijfstaat bij bestekspost 918870.

2.5.

In § 4.8 van de aanbestedingsleidraad (pagina 15) is het volgende opgenomen:

“Voor de inschrijfstaat wordt opgemerkt dat het opnemen van een korting dan wel negatief bedrag in de staartkosten niet is toegestaan. Dus is het ook niet toegestaan om een bedrag op te nemen in bestekspost 918870. Indien een korting en/of een negatief bedrag wordt aangetroffen wordt de betreffende inschrijving als ongeldig verklaard.”

2.6.

Artikel 01.01.06 van de Standaard RAW 2015, zoals gewijzigd per juni 2016, heeft betrekking op de inschrijfstaat van een RAW-raamovereenkomst en luidt, voor zover relevant, als volgt:

02. In elke op te geven prijs per eenheid moeten zijn begrepen alle kosten die voor het tot stand brengen van de resultaatsverplichting moeten worden gemaakt, met inbegrip van de tot die resultaatsverplichting behorende (gebundelde) bestekspost(en), doch met uitzondering van de in het lid 03 van dit artikel bedoelde kosten. Tenzij hiervoor een afzonderlijke voorziening in de overeenkomst is opgenomen, moeten in de op te geven prijs per eenheid of in het op te geven totaalbedrag tevens zijn begrepen de eventuele opbrengsten die aan de aannemer verblijven en die voortkomen uit het voldoen aan de desbetreffende resultaatsverplichting.

03. In een prijs per eenheid mogen geen uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico en korting zijn begrepen. Na het subtotaal mogen geen eenmalige kosten worden opgenomen. Uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico en een eventueel door de inschrijver gegeven korting worden opgenomen na het subtotaal in de vorm van een percentage ten opzichte van het subtotaal afgerond op ééntiende en met vermelding van het daaruit volgend bedrag.”

2.7.

Artikel 01.01.07 Standaard RAW 2015, zoals gewijzigd per juni 2016, heeft betrekking op de beoordeling van de inschrijvingsstaat van een RAW-raamovereenkomst en luidt, voor zover relevant, als volgt:

01. De ontleding van de inschrijvingssom, ingediend door de inschrijver die voor het afsluiten van de raamovereenkomst in aanmerking lijkt te komen, zal voorafgaand aan de bekendmaking van de gunningsbeslissing of, als een dergelijke bekendmaking niet plaats vindt, voorafgaand aan het afsluiten van de raamovereenkomst, door de aanbesteder worden beoordeeld op het voldoen aan het bepaalde in artikel 01.01.06.

02. Als de aanbesteder aan de hand van de in het vorige lid bedoelde beoordeling vermoedt dat de ontleding van de inschrijvingssom niet conform het bepaalde in artikel 01.01.06 is, motiveert de aanbesteder schriftelijk de redenen van zijn vermoeden en verzoekt daarbij schriftelijk aan de desbetreffende inschrijver om een schriftelijke toelichting op de ingediende ontleding van de inschrijvingssom. (...)

03. Als de toelichting van de inschrijver als bedoeld in het vorige lid niet binnen de gestelde termijn is ontvangen of als uit de gegeven toelichting niet blijkt dat aan het bepaalde in artikel 01.01.06 is voldaan, deelt de aanbesteder schriftelijk mee dat de ontleding van de inschrijvingssom niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 01.01.06 is en wijst hij de desbetreffende inschrijving als ongeldig af.

04. Als uit de toelichting van de inschrijver als bedoeld in lid 02 blijkt dat aan het bepaalde in artikel 01.01.06 is voldaan of sprake is van een onvolkomenheid die zich leent voor herstel, deelt de aanbesteder schriftelijk mee dat hij de ontleding van de inschrijvingssom van de desbetreffende inschrijving niet als ongeldig afwijst; de door de inschrijver verschafte toelichting wordt dan geacht een onverbrekelijk onderdeel van die inschrijving te zijn.

2.8.

Landheer heeft bij de staartposten 918870 (korting), 929990 (uitvoeringskosten), 939990 (algemene kosten) en 949990 (winst en risico) na het subtotaal in de inschrijfstaat steeds € 0,00 opgenomen.

2.9.

In het kader van de verificatie is Landheer gevraagd om (onder meer) een toelichting op de besteksposten 929990 (uitvoeringskosten), 939990 (algemene kosten) en 949990 (winst en risico). Op basis van de gegeven toelichting bij brief van 30 november 2020 is de inschrijving van Landheer op 11 december 2020 ongeldig verklaard, omdat is geconstateerd dat geen staartkosten opgenomen zijn. De Gemeente heeft medegedeeld dat, omdat met de uitvoering van de opdracht wel degelijk kosten gemaakt worden, niet een bedrag van € 0,00 mag worden opgenomen. Voorts heeft de Gemeente medegedeeld dat gegund zal worden aan [bedrijfsnaam] .

3 Het geschil

3.1.

Landheer vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I. de Gemeente te verbieden om de opdracht definitief te gunnen aan [bedrijfsnaam] , althans aan een ander dan Landheer,

II. de Gemeente te gebieden om de inschrijving van Landheer alsnog geldig te verklaren,

III. de Gemeente te gebieden om de opdracht voor de RAW-raamovereenkomst te gunnen aan Landheer wanneer de Gemeente de opdracht alsnog wenst te verstrekken,

subsidiair

IV. de Gemeente te gebieden om de opdracht voor het asfaltonderhoud in de gemeente op grond van de RAW-raamovereenkomst wegens schending van het transparantiebeginsel opnieuw aan te besteden,

primair en subsidiair

V. de Gemeente een dwangsom op te leggen van € 10.000,00 voor iedere dag dat de Gemeente in gebreke blijft met het voldoen aan een aan haar bij vonnis opgelegd verbod of gebod,

VI. de Gemeente te veroordelen in de kosten van het geding vermeerderd met rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

Landheer legt het volgende aan de vordering ten grondslag. Landheer stelt dat uit de gegeven motivering voor de ongeldigverklaring niet blijkt waarom geen bedrag van€ 0,00 mag worden opgegeven. Landheer stelt dat niet uit de aanbestedingsleidraad blijkt dat het op straffe van ongeldigheid niet zou zijn toegestaan € 0,00 op te voeren in de bedoelde staartposten. Volgens Landheer vloeit een en ander ook niet uit de wet- en regelgeving of de jurisprudentie voort. Landheer betoogt dat een redelijk handelend en goed geïnformeerd inschrijver dit ook niet heeft kunnen en moeten begrijpen. Uit de aanbestedingsdocumenten blijkt slechts dat het een inschrijver niet is toegestaan een korting of een negatief bedrag op te nemen en dat het niet is toegestaan een bedrag in de post korting (918870) te vermelden. Landheer wijst erop dat de Gemeente bij een eerdere aanbesteding wél € 0,00 accepteerde in de staartposten in de inschrijving van Landheer, hetgeen getuigt van willekeur.

3.3.

Gemeente voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing