Home

Rechtbank Limburg, 03-03-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:2037, C/03/267827 / HA ZA 19-430

Rechtbank Limburg, 03-03-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:2037, C/03/267827 / HA ZA 19-430

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
3 maart 2021
Datum publicatie
12 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:2037
Zaaknummer
C/03/267827 / HA ZA 19-430

Inhoudsindicatie

Artikel 2:203 BW, artikel 6:32 BW, bestuurders B.V. in oprichting in privé aansprakelijk of niet, stilzwijgende bekrachtiging, rechtsopvolger B.V. L aansprakelijk of niet?

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/267827 / HA ZA 19-430

Vonnis van 3 maart 2021

in de zaak van

[eiser] ,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap Maastrichtse Autobus Combinatie B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiser,

advocaat mr. J.M. Wolfs,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. de besloten vennootschap LMDM HOLDING B.V.,

statutair gevestigd te Maastricht,

gedaagden,

advocaat mr. Ph.W. Schreurs.

Partijen zullen hierna de curator en (gezamenlijk) [gedaagden] dan wel gedaagden en (afzonderlijk) [gedaagde sub 1] dan wel gedaagde sub 1, [gedaagde sub 2] dan wel gedaagde sub 2 en LMDM dan wel gedaagde sub 3 genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 8 van de curator

-

de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8

-

de brief van de rechtbank van 4 december 2019 waarbij de comparitiedatum is bepaald

-

het proces-verbaal van comparitie van 16 juni 2020

-

de brief van de curator van 22 juni 2020 naar aanleiding van het proces-verbaal

-

de brief van de griffie van de rechtbank van 6 juli 2020 aan partijen

-

de akte uitlating van de curator

-

de akte van gedaagden met producties 9 tot en met 13

-

de antwoordakte van de curator

-

het formulier B7 van gedaagden met het verzoek om bij akte te mogen reageren op de

antwoordakte van de curator. Het verzoek is als ongemotiveerd afgewezen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 12 augustus 2004 is Taxi Combinatie Maastricht B.V. i.o. (hierna: TCMio) ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 14081645. Op diezelfde dag is [gedaagde sub 1] ingeschreven als bevoegd functionaris van TCMio (productie 10 akte gedaagden).

2.2.

Op 13 augustus 2004 heeft [gedaagde sub 1] , mede handelend voor TCMio met Maastrichtse Autobus Combinatie B.V. (hierna: MAC) een geldleningsovereenkomst gesloten (productie 7 conclusie van antwoord). Op grond van die overeenkomst heeft MAC van [gedaagde sub 1] , mede handelend voor TCMio, € 15.000,00 geleend. Overeengekomen is dat MAC met dat geleende geld twee auto’s met kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] zal kopen. Ook heeft MAC de verplichting op zich genomen op het moment dat de “Overeenkomst tot koop van activa en passiva van Maastrichtse Autobus Combinatie BV” getekend wordt, om de auto’s te verkopen voor een prijs niet hoger dan € 15.000,00. De koopprijs voor de twee auto’s zal dan verrekend worden met de geleende geldsom (productie 7 conclusie van antwoord).

2.3.

Op 17 augustus 2004 hebben TCMio als koper en MAC als verkoper, een “Overeenkomst tot koop van activa en passiva van Maastrichtse Autobus Combinatie BV” gesloten (productie 1 dagvaarding, hierna: de overeenkomst). Deze overeenkomst is zijdens TCMio ondertekend door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (productie 1 dagvaarding).

2.3.1.

In de overeenkomst is onder “overwegende” vermeld dat MAC onder de naam Taxi Combinatie Maastricht een taxibedrijf exploiteert, dat in het handelsregister is geregistreerd onder nummer 14038345. Verder staat daar vermeld dat de activa en passiva worden overgenomen per 1 september 2004 en dat de bepalingen in de geldleningovereenkomst van 13 augustus 2004 een onlosmakelijk onderdeel vormen van de gemaakte afspraken.

2.3.2.

In de overeenkomst hebben TCMio en MAC in artikel 1 de over te dragen activa en passiva omschreven. In artikel 2.1 van de overeenkomst staat dat de koopsom voor de overname van de in artikel 1 omschreven onderdelen € 50.000,00 bedraagt. In artikel 2.2. is opgenomen dat de koopsom in contanten wordt voldaan bij ondertekening van de overeenkomst.

2.4.

Op 9 september 2004 is TCMio uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (productie 2 conclusie van antwoord).

2.5.

Op 9 september 2004 is opgericht [naam bv] B.V. (hierna ook: [naam bv] ). Ook zijn toen de handelsnamen T.S.M. en Taxi Service Maastricht ingeschreven. [naam bv] is in het handelsregister geregistreerd onder het nummer 14081645 (productie 2 conclusie van antwoord). [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn toen ingeschreven als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [naam bv] .

2.6.

Bij vonnis van 20 september 2006 van de Rechtbank Limburg is MAC in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. Wolfs tot curator.

2.7.

Op 20 april 2007 is de statutaire naam van [naam bv] gewijzigd in LMDM Holding B.V. (gedaagde sub 3) en is [gedaagde sub 1] uitgespreven als alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder. Een van de handelsnamen is Taxi Combinatie Maastricht. LMDM is in het handelsregister geregistreerd onder nummer 14081645 (productie 7 dagvaarding).

2.8.

Bij brief van 18 september 2009, geadresseerd aan Taxi Combinatie Maastricht B.V. i.o., t.a.v. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , heeft de curator – kort gezegd – laten weten dat de koopsom van € 50.000,00 niet is betaald. Voorts meldt de curator dat hem niet gebleken is dat de beoogde vennootschap TCM B.V. bestaat en moet hij het ervoor houden dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in privé de overeenkomst zijn aangegaan en derhalve hoofdelijk gehouden zijn daarvoor in te staan. Ten slotte sommeert de curator hen € 50.000,00 binnen vijf dagen na dagtekening te voldoen en stuit de curator de verjaring van de rechten van failliet, haar boedel en de curator (productie 2 dagvaarding).

2.9.

Bij brief van 23 september 2009 heeft [gedaagde sub 2] – kort gezegd – aan de curator laten weten dat MAC € 26.730,00 per bank en € 20.000,00 per kas heeft ontvangen en dat het restantbedrag van € 3.270,00 is verrekend met een schuld van MAC aan [gedaagde sub 2] (productie 3 dagvaarding). De brief vervolgt aldus:

“(...) [naam bv] B.V. i.o. sloot eind 2004 de verkoopovereenkomst met Maastrichtse Autobus Combinatie BV. Aanvang 2005 was [naam bv] BV definitief opgericht. Een van de handelsnamen die vanaf 2005 werd gevoerd was Taxi Service Maastricht (ook wel TSM) genoemd. Op aangegeven van Maastrichtse Autobus Combinatie BV (verkoper) diende het bedrag ad € 26.730,- per bank te worden betaald op de rekening van Coachtracs BV. Op die manier werd bevrijdend betaald. (...) Deze post betrof een normale verrekening in RC welke bestond tussen Maastrichtse Autobus Combinatie BV en TSM. (...)”

2.10.

Op 1 augustus 2011 heeft de curator een machtiging van de rechter-commissaris gekregen om een procedure jegens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aanhangig te maken.

2.11.

Bij brief van 21 augustus 2014 heeft de curator aan Taxi Combinatie Maastricht B.V. i.o., [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] – kort gezegd – (nogmaals) laten weten dat er op 17 augustus 2004 of later geen € 50.000,00 is betaald (productie 4 dagvaarding). De brief vervolgt aldus:

“(...) Naast het feit dat de boedel deze betalingen nog altijd niet heeft kunnen verifiëren, ziet de boedel nog steeds niet in hoe een betaling aan een derde als bevrijdend kan worden gekwalificeerd. Ten slotte kan ik nog steeds niet traceren dat de beoogde vennootschap Taxi Combinatie Maastricht B.V. bestaat. Ik moet het er dus voor houden dat u beiden in privé de overeenkomst bent aangegaan. U bent derhalve hoofdelijk gehouden daarvoor in te staan. U bent reeds gesommeerd om de koopsom ad € 50.000,- alsnog te voldoen. Betaling is tot op heden echter uitgebleven.”

2.12.

Op 13 juni 2018 heeft de curator een machtiging gekregen om jegens LMDM een procedure aanhangig te maken.

2.13.

Op 7 augustus 2019 heeft de curator van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, verlof gekregen tot het leggen van beslag ten laste van [gedaagde sub 1] en ten laste van [gedaagde sub 2] op de (onverdeelde helft van) hun respectievelijke woningen (productie 8.1 dagvaarding).

2.14.

Bij afzonderlijke exploten van 8 augustus 2019 is ten laste van [gedaagde sub 1] conservatoir beslag gelegd op zijn aandeel in zijn woning te Maastricht en ten laste van [gedaagde sub 2] conservatoir beslag gelegd op zijn aandeel in zijn woning te Maastricht (productie 8.2. resp. 8.4. dagvaarding).

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing