Rechtbank Limburg, 28-04-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3797, C/03/267824 / HA ZA 19-428
Rechtbank Limburg, 28-04-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3797, C/03/267824 / HA ZA 19-428
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 28 april 2021
- Datum publicatie
- 7 mei 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3797
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2021:3026
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2022:34
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2022:2099
- Zaaknummer
- C/03/267824 / HA ZA 19-428
Inhoudsindicatie
Onbehoorlijke taakvervulling bestuurder (art. 2:248). Aandeelhouder wordt als medebeleidsbepaler in de zin van lid 7 van art. 2:248 BW aangemerkt.
Uitspraak
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/267824 / HA ZA 19-428
Vonnis van 28 april 2021
in de zaak van
[eiser]
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap Maastrichtse Autobus Combinatie B.V.,
domicilie kiezende te Maastricht,
eiser,
advocaat [eiser] te Maastricht,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat mr. Ph.W. Schreurs te Eindhoven.
Partijen worden hierna de curator, [gedaagden] genoemd.
Gedaagden worden ieder afzonderlijk [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 augustus 2019,
- de akte houdende overlegging producties dagvaarding met twaalf producties,
- de conclusie van antwoord met zestien producties,
- de akte houdende wijziging van eis en overleggen productie, met productie 13,
- de rolbeslissing van 13 mei 2020,
- het B-16 formulier van de curator, ter griffie ontvangen op 25 mei 2020,
- het B-3 formulier van [gedaagden] , ter griffie ontvangen op 26 mei 2020,
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 19 januari 2021,
- -
-
het B-16 formulier van [gedaagden] ,
- -
-
het B-16 formulier van de curator,
- -
-
de brief van deze rechtbank van 2 februari 2021.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
De Maastrichtse Autobus Combinatie B.V. (hierna: MAC) is bij vonnis van de Rechtbank Maastricht van 20 september 2006 in staat van faillissement verklaard met aanstelling van [eiser] tot curator. De bedrijfsactiviteiten van MAC bestaan uit taxi- en rouwvervoer en andere vervoersbemiddelingsactiviteiten. [gedaagde sub 2] is aandeelhouder en [gedaagde sub 1] bestuurder van MAC.
In de brief van 20 april 2007 stelt de heer [naam] van [naam bv] te [vestigingsplaats] (hierna: [naam bv] ) in opdracht van de curator, vijftien vragen aan [gedaagde sub 1] over de financiële administratie van MAC (boekjaar 2002 tot en met 2006). [gedaagde sub 1] heeft die vragen schriftelijk beantwoord.
[naam bv] heeft bij brief van 15 juni 2007 [gedaagde sub 1] aanvullende vragen gesteld. Ook wordt verzocht om de rittenstaten vanaf mei 2004. [gedaagde sub 1] heeft schriftelijk geantwoord (productie 4 bij de conclusie van antwoord).
In de e-mail van 22 november 2007 van [naam bv] aan [gedaagde sub 1] staat, geciteerd voor zover hier van belang (productie 4 bij de conclusie van antwoord):
“ (...)
Ik heb bericht ontvangen van de curator inzake MAC.
Op 3 december dien ik de bevindingen op basis van de ontvangen bescheiden te rapporteren.
Verder uitstel is onder geen enkel beding meer mogelijk.
Dit betekent dat indien u nog stukken heeft die van belang kunnen zijn (ook ter onderbouwing van aansluitingsverschillen), c.q. die reeds toegezegd zijn om te worden aangeleverd, u deze vóór 1
december mij dient toe te komen.
Ik zal mij vervolgens op het standpunt stellen dat ik dan over de complete beschikbare administratie,
inclusief alle van belangzijnde overeenkomsten, notulen e.d. beschik.
Onder andere zou nog worden aangeleverd:
• Sluitende kasadministratie met onderliggende stukken inclusief rittenstaten
• Onderbouwing aansluitingsverschillen 2003
• Overzicht pensioenpremies.
(...)”.
[gedaagde sub 1] laat bij brief [rechtbank: ongedateerd] aan [naam bv] weten, geciteerd voor zover hier van belang (productie 4 bij conclusie van antwoord):
“ (...)
Sluitende kasadministratie
Bijgaand treft U alle kasstukken aan behorende bij de administratie van MAC,
die U nu eenvoudig kunt linken met het bijgevoegde (eveneens genummerde) kasoverzicht.
Zoals reeds eerder vermeld heeft Coachtracs BV namens MAC BV betalingen verricht aan
crediteuren van MAC. Deze betalingen vonden plaats per kas en per bank.
Het overzicht van de betalingen per bank treft u aan in klapper A.
Dit overzicht correspondeert uiteraard met grootboek 1700 uit de financiële administratie.
In het bijgevoegde overzicht (Grootboek 1700, R/C Coachtracs) zijn de geel gearceerde
bedragen per kas betaald door Coachtracs namens MAC aan crediteuren en werknemers van
MAC.
De kasbetalingen door Coachtracs namens MAC aan de werknemers van MAC BV zijn
verdicht geboekt in de financiële administratie op 1 oktober 2005.
In 2004 en 2005 is er in totaal € 177.740 aan kasgeld afkomstig van MAC gestort op de
rekening van Coachtracs.
Dit bedrag werd in zijn geheel aangewend om crediteuren en werknemers van MAC te
betalen.
Dit saldo is overigens in R/C MAC/Coachtracs in een keer tegen geboekt in de kas van MAC
op 4 april 2005.
Daarnaast heeft Coachtracs uit eigen middelen namens MAC crediteuren en werknemers van
MAC betaald.
Per saldo heeft Coachtracs momenteel ca € 230.000 te vorderen van MAC.
Aansluitingsverschillen 2003
Omdat ik nog steeds geen afschrift heb ontvangen van de aangifte vennootschapsbelasting
2003, kan ik U nog steeds niet melden welke post in de jaarrekening 2003 onjuist is.
Ik heb hieromtrent diverse malen contact gezocht met de belastingdienst.
Ik zal nogmaals een poging doen.
Overzicht Pensioenpremies
Het overzicht van de pensioenpremies treft u aan in een van de bijlagen.
Meer informatie hieromtrent kunt U navragen bij Adactio deurwaarders te Kerkrade.
De contactgegevens staan op de bijlage vermeld. (...) ”
[naam bv] heeft de curator, bij brief van 24 mei 2008, op de hoogte gesteld van het onderzoek naar de administratieve en financiële verslaglegging van MAC. In deze brief staat, geciteerd voor zover hier van belang (productie 2 bij dagvaarding):
“ (...)
Conclusie
De conclusie op basis van het onderzoek is dat de financiële administratie niet aansluit
op de jaarverslagen. De vereiste aansluiting tussen de financiële administratie en de jaarverslagen kan door gefailleerde niet worden overgelegd en de verschillen kunnen niet c.q. onvoldoende worden verklaard.
De jaarverslagen voldoen niet aan de eisen zoals deze door de wet worden gesteld.
De opbrengsten, die veelal uit contante ontvangsten bestaan, kunnen niet met rittenstaten worden
onderbouwd en het kasverloop is niet te volgen.
De afwijkingen zijn van dien aard dat zeer sterke twijfels moeten worden getrokken bij de juistheid
van de verslaglegging op basis van de jaarverslagen.
Bevindingen op hoofdpunten
Formele eisen:
- -
-
De jaarrekeningen over de jaren 1999 tot en met 2003 zijn te laat gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel;
- -
-
Er zijn geen notulen aangetroffen met betrekking tot het verzoek tot uitstel voor het samenstellen van de jaarstukken;
- -
-
Notulen tegenstrijdig belang ontbreken (van belang?)
- -
-
De jaarverslagen voldoen niet aan de eisen zoals gesteld in het BW. Zo ontbreken toelichtingen met betrekking tot de activa, passiva en de posten van de winst- en verliesrekening, waardoor onvoldoende zicht bestaat met betrekking tot de opbouw en het verloop van de diverse posten.
Jaarverslag 2003:
Het resultaat volgens de winst- en verliesrekening (-/- € 135.915) sluit niet aan bij de mutatie van het eigen vermogen (-/- € 123.637). De conclusie is dat er een hiaat bestaat tussen de resultatenrekening en balansposten.
Door de directie wordt dit aansluitingsverschil erkend, maar er bestaat geen verklaring voor deze afwijking.
Jaarverslag 2004:
In het betreffende jaar sluit de financiële administratie met betrekking tot diverse balansposten en posten uit de winst- en verliesrekening niet met het jaarverslag.
Zo wijkt het onder andere het resultaat af, zijn de omzetten, kassaldi etc. verschillend.
Een afdoende verklaring hiervoor kan niet worden gegeven.
Cruciale bescheiden zoals de rittenadministratie zijn verloren gegaan.
Een aantal kostenposten, zoals de personeelskosten, staan in geen verhouding tot de omzet.
Per 1 september 2004 wordt personeel overgedragen naar TCM, als onderdeel van overdracht van een deel van de onderneming (activa/passiva transactie). Desalniettemin blijven de loonkosten van overgedragen personen drukken op M.A.C. BV.
Vanaf circa oktober worden deze kosten doorbelast via een andere vennootschap zijnde Coachtracs BV.
Jaar 2005:
Met betrekking tot het jaar 2005 is geen jaarverslag opgesteld. Wel blijkt de jaarrekening over het betreffende jaar te zijn gedeponeerd.
Ook hier kan geconstateerd worden dat er geen aansluiting is terug te vinden tussen de administratie en de publicatiestukken.
De personeelskosten volgens de financiële administratie zijn erg hoog ten opzichte van de omzet. Ook worden nog steeds personeelskosten verantwoord van personeelsleden die overgedragen zijn naar TCM door verrekening in rekening-courant met Coachtracs BV.
Er zijn geen facturen of contracten aangetroffen op grond waarvan deze doorbelastingen worden verantwoord.
De rittenstaten ontbreken. Gefailleerde heeft deze aan een externe instantie ter beschikking gesteld, maar kan zich niet herinneren welke instantie dit is geweest. (...)”
In de brief van 3 september 2009 van de curator aan [gedaagde sub 1] staat, geciteerd voor zover hier van belang (productie 7 bij dagvaarding):
“(...)
Alles overziende is de curator tot de slotsom gekomen dat u als bestuurder van Maastrichtse Autobus Combinatie B.V. aansprakelijk bent voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet voor vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan. De curator is namelijk van mening dat u uw taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. (...)
In de brief van de curator aan [gedaagde sub 2] van 21 september 2009 staat, geciteerd voor zover hier van belang (productie 5 bij conclusie van antwoord):“(...)
Het voorgaande brengt met zich dat u door mij wordt beschouwd als (mede) feitelijk leidinggevende. Daarnaast heeft u een bepaald curieuze rol gespeeld, onder meer door als aandeelhouder transacties aan te gaan en te accorderen die uitdrukkelijk niet in het belang van de vennootschap waren, een onjuist (fiscaal) salaris van uw echtgenoot te bepalen e.d. (...) Ik ontkom er niet aan ook tegen u alsdan aangifte te doen. Ik verzoek u hier goede nota van te nemen.
[gedaagden] hebben, ieder afzonderlijk, bij respectieve brieven aan de curator van 23 september 2009, 12 november 2009 en 28 december 2009 gereageerd (producties 6 en 7 bij conclusie van antwoord).
De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft de curator op 7 augustus 2019 verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van [gedaagde sub 2] , op - kort gezegd - gelden van [gedaagde sub 2] onder ABN AMRO Bank N.V. (productie 12 bij dagvaarding). De curator heeft op 9 augustus 2019 het conservatoir beslag laten leggen.