Rechtbank Limburg, 23-02-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:1533, C/03/282781 / HA ZA 20-475
Rechtbank Limburg, 23-02-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:1533, C/03/282781 / HA ZA 20-475
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2022
- Datum publicatie
- 11 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2022:1533
- Zaaknummer
- C/03/282781 / HA ZA 20-475
Inhoudsindicatie
Uitleg van een overeenkomst die tot stand is gekomen na een Europese aanbestedingsprocedure. De overeenkomst ziet onder meer op het vermarkten van kunststof verpakkingsafval. Partijen verschillen van mening of de opdrachtnemer aanspraak kan maken op meer dan het bedrag dat het Afvalfonds aan de aanbestedende dienst betaalt. Verder is brand ontstaan in een sorteerinstallatie die door de opdrachtnemer was gecontracteerd. De aanbestedende dienst stelt schade te hebben geleden als gevolg van die brand en vordert schadevergoeding.
Uitspraak
vonnis
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/282781 / HA ZA 20-475
Vonnis van 23 februari 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VEOLIA PAPIER & PLASTICS RECYCLING NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE BEEK,
zetelend te Beek,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE BEEKDAELEN,
zetelend te Nuth, gemeente Beekdaelen,
3. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE BEESEL,
zetelend te Reuver, gemeente Beesel,
4. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE BERGEN (L),
zetelend te Bergen (L),
5. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE BRUNSSUM,
zetelend te Brunssum,
6. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ECHT-SUSTEREN,
zetelend te Echt, gemeente Echt-Susteren,
7. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE EIJSDEN- MARGRATEN,
zetelend te Margraten, gemeente Eijsden-Margraten,
8. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE GENNEP,
zetelend te Gennep,
9. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE GULPEN-WITTEM,
zetelend te Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem,
10. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE HEERLEN,
zetelend te Heerlen,
11. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE HORST AAN DE MAAS,
zetelend te Horst, gemeente Horst aan de Maas,
12. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE KERKRADE,
zetelend te Kerkrade,
13. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE LANDGRAAF,
zetelend te Landgraaf,
14. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE LEUDAL,
zetelend te Heythuysen, gemeente Leudal,
15. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE MAASGOUW,
zetelend te Maasbracht, gemeente Maasgouw,
16. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE MAASTRICHT,
zetelend te Maastricht,
17. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE MEERSSEN,
zetelend te Meerssen,
18. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE NEDERWEERT,
zetelend te Nederweert,
19. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE PEEL EN MAAS,
zetelend te Panningen, gemeente Peel en Maas,
20. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROERDALEN,
zetelend te Sint Odiliënberg, gemeente Roerdalen,
21. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROERMOND,
zetelend te Roermond,
22. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SIMPELVELD,
zetelend te Simpelveld,
23. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SITTARD-GELEEN,
zetelend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
24. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE STEIN,
zetelend te Stein,
25. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VAALS,
zetelend te Vaals,
26. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VALKENBURG AAN DE GEUL,
zetelend te Valkenburg aan de Geul,
27. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VENLO,
zetelend te Venlo,
28. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VENRAY,
zetelend te Venray,
29. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
30. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE WEERT,
zetelend te Weert,
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
advocaat mr. M.B.J. Thijssen te Nijmegen.
Partijen worden hierna Veolia en de Gemeenten genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding,
- -
-
de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 30 zijdens Veolia van 23 september 2020,
- -
-
de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 33,
- -
-
de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 31 tot en met 34,
- -
-
de akte wijziging (vermeerdering) van eis, tevens houdende overlegging productie 35 zijdens Veolia,
- -
-
de spreekaantekeningen van partijen ten behoeve van de mondelinge behandeling,
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 25 november 2021,
- -
-
de opmerkingen van Veolia op het proces-verbaal, ontvangen op 16 december 2021,
- -
-
de brief van de rechtbank van 22 december 2021.
Tot slot is vonnis bepaald.
2 De feiten
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, het verpakkende bedrijfsleven en alle Nederlandse gemeenten hebben medio 2012 een overeenkomst (hierna: de Raamovereenkomst) gesloten om op hoofdlijnen invulling te geven aan de verplichtingen uit het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton voor de jaren 2013 tot en met 2022.
De Raamovereenkomst bevat onder andere de volgende bepaling:
“Artikel 6. Vergoeding voor inzameling van kunststof
1. Gemeenten krijgen een vergoeding vanuit het fonds, als bedoeld in artikel 2, voor alle benodigde kosten die ze moeten maken voor de uitvoering van deze overeenkomst.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, zal alleen gegeven worden voor kunststof verpakkingsafval dat voldoet aan hergebruiksnormen als bedoeld in artikel 9, zesde en zevende lid.
[...]”
De praktische uitwerking van de Raamovereenkomst wordt onder meer vastgelegd in zogeheten Uitvoerings- en monitoringsprotocollen (hierna: UMP). Ten tijde van de hierna nog te noemen overeenkomsten tussen Veolia en de Gemeenten gold UMP versie 2.0.
In de Werkgroep Vergoedingen, Kwaliteit en Ketenregie hebben de partijen bij de Raamovereenkomst afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in de bijlage ‘vergoeding voor inzameling en sortering en vergoeding voor vermarkting van huishoudelijk kunststofverpakkingsafval’ (hierna: de Bijlage vergoedingen) bij UMP 2.0.
De Gemeenten hebben medio 2014 een opdracht voor het op- en overslaan, transporteren, sorteren en vermarkten van bij huishoudens ingezameld (kunststof) verpakkingsmateriaal aanbesteed. Het betrof een openbare aanbesteding waarvoor een aanbestedingsleidraad (hierna de Aanbestedingsleidraad) is opgesteld.
Bij de Aanbestedingsleidraad is een modelovereenkomst gevoegd, met daarin onder meer de volgende bepalingen:
“Artikel 1. Definities
[...]
Begrip: Raamovereenkomst verpakkingen (ook ‘Raamovereenkomst’)
De Raamovereenkomst verpakkingen 2013 – 2022, d.d. 27 juni 2012, inclusief bijhorende Addenda en de uit de Raamovereenkomst voortvloeiende (Uitvoerings) protocollen, (Deelnemers-)overeenkomsten en vervolg- en/of werkafspraken zoals de uitkomsten van de werkgroep(en) zoals bedoeld in artikel 7.9, artikel 8.3, artikel 9.7, artikel 13 en artikel 15 van de Raamovereenkomst en voor zover van toepassing op verpakkingsmateriaal.
[...]
Artikel 19. Prijzen en indexering
[...]
De door opdrachtgever verschuldigde vergoedingen voor het vermarkten van gesorteerde kunststoffen volgens DKR-specificaties bedragen gedurende de looptijd van deze overeenkomst:
voor kunststoffen (per ton output kunststoffen volgens DKR-specificaties): de vergoeding voor het vermarkten van kunststoffen zoals deze wordt vastgesteld conform de Raamovereenkomst. In het geval een negatieve vergoeding wordt vastgesteld, dient de opdrachtnemer de vergoeding aan opdrachtgever te voldoen.
[....]”
Tijdens de aanbestedingsprocedure zijn vragen gesteld door de potentiële inschrijvers, waarop is geantwoord in een tweetal nota’s van inlichtingen.
De rechtsvoorganger van) Veolia heeft uiteindelijk de economisch meest voordelige inschrijving gedaan. Zij heeft met iedere gedaagde afzonderlijk een overeenkomst gesloten. Deze overeenkomsten zijn inhoudelijk gelijkluidend aan elkaar en (voor zover voor dit geschil relevant) aan de bij de Aanbestedingsleidraad gevoegde modelovereenkomst.
In april 2019 is brand ontstaan in een door Veolia gecontracteerde sorteerinstallatie. In november 2019 heeft Veolia een alternatieve sorteerlocatie gecontracteerd.
3 Het geschil
Sinds 1 januari 2015 voert Veolia de overeenkomsten met de Gemeenten uit door onder meer kunststof te vermarkten. Veolia heeft voor dat vermarkten facturen gestuurd aan de Gemeenten. De Gemeenten hebben deze facturen niet betaald en in plaats daarvan de door het Afvalfonds aan de Gemeenten betaalde vergoeding, die lager is dan het door Veolia gefactureerde bedrag, (door)betaald aan Veolia. Veolia maakt aanspraak op betaling van de volledige gefactureerde bedragen.
De aanspraak tot betaling van de volledige facturen vloeit volgens Veolia voort uit de overeenkomsten. Veolia stelt dat zij de overeenkomst redelijkerwijs zo heeft mogen opvatten dat alle (redelijke) kosten die zij zou factureren ook vergoed zouden worden. Die kosten kunnen de Gemeenten namelijk van het Afvalfonds terugvragen, omdat in artikel 6 lid 1 van de Raamovereenkomst is bepaald dat alle benodigde kosten voor de uitvoering van de Raamovereenkomst worden vergoed door het Afvalfonds. Bovendien hebben de Gemeenten het in de aanbestedingsprocedure doen voorkomen alsof de vergoeding uit het Afvalfonds kostendekkend is zolang Veolia gemiddeld of bovengemiddeld presteert en dat doet zij. De Gemeenten hebben Veolia nooit laten weten dat de (door haar ook aan de Gemeenten geuite) veronderstelling ten aanzien van de vermarktingsvergoeding onjuist zou zijn en de Gemeenten hebben ook naar de door Veolia veronderstelde bedoeling gehandeld door de vermarktingskosten in 2017 volledig te vergoeden.
Voor zover de Gemeenten na het sluiten van de tussen partijen geldende overeenkomsten andere afspraken hebben gemaakt in het kader van de Raamovereenkomst, als gevolg waarvan de vergoeding uit het Afvalfonds voor het vermarkten van afvalstoffen lager is dan de facturen van Veolia, moet dat voor rekening en risico van de Gemeenten blijven volgens Veolia. Veolia heeft namelijk geen invloed gehad op die onderhandelingen en dergelijke afspraken zijn nadeliger dan de oorspronkelijk in de Raamovereenkomst opgenomen regeling.
De Gemeenten hebben de overeenkomsten bovendien eenzijdig verlengd, wat alleen kon bij ongewijzigde omstandigheden. Daaruit volgt volgens Veolia dat de oorspronkelijke vergoedingsregeling gehandhaafd moet blijven. Subsidiair hadden de Gemeenten, vanwege gewijzigde omstandigheden, de overeenkomst met Veolia moeten heronderhandelen. Dat geldt specifiek ten aanzien van de te betalen vergoeding voor het vermarkten van kunststof.
Veolia had ook niet hoeven te verwachten dat de oorspronkelijke regeling gewijzigd zou worden. Door de verwachtingen die de Gemeenten tijdens de aanbestedingsprocedure hebben gewekt, mocht Veolia er redelijkerwijs van uitgaan dat zij winst zou maken met de vermarkting van kunststof. Als Veolia had geweten dat dit niet het geval zou zijn of dat de Gemeenten de oorspronkelijke vergoedingsregeling zouden wijzigen, zou Veolia de overeenkomsten niet hebben gesloten; in ieder geval niet onder dezelfde voorwaarden als nu. Daarom is volgens Veolia (meer subsidiair) sprake van dwaling en moet het als gevolg van die dwaling geleden nadeel opgeheven worden.
Veolia vordert daarom na eisvermeerdering - kort samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (primair en meer subsidiair) voor recht verklaart dat de Gemeenten gehouden zijn om de door Veolia geleverde vermarktingsdiensten volledig te vergoeden, (primair) dat zij geen andersluidende afspraken met derden mogen maken die een nadelige invloed hebben op de vergoeding van de vermarktingsdiensten die Veolia levert en (primair) dat de Gemeenten gevolgen van eventuele andersluidende afspraken niet op Veolia mogen afwentelen. Daarnaast vordert Veolia (primair en meer subsidiair) (hoofdelijke) veroordeling van de Gemeenten tot betaling van concrete bedragen zoals genoemd in de akte wijziging (vermeerdering) van eis. Subsidiair vordert Veolia dat de Gemeenten worden veroordeeld om de bepalingen in de overeenkomsten die zien op de vermarkting van kunststof verpakkingsafval en de daar tegenover staande vergoeding te heronderhandelen.
De Gemeenten voeren verweer. Daarop wordt hierna bij de beoordeling nader ingegaan.
in reconventie
Door de brand in een door Veolia gecontracteerde sorteerinstallatie heeft in die sorteerinstallatie het sorteerproces gedurende meer dan een half jaar stilgelegen. Daardoor is een lager totaalvolume kunststofafval gesorteerd en hebben de Gemeenten een lagere inzamelingsvergoeding ontvangen van het Afvalfonds. Die inzamelingsvergoeding is namelijk afhankelijk van het volume gesorteerd afval. Bovendien is de kwaliteit van de opgeslagen kunststof afgenomen, waardoor een lager percentage aan monostromen en hergebruikt materiaal kon worden gerealiseerd. De Gemeenten konden hierdoor in het jaar 2019 niet voldoen aan hun verplichting op grond van de Raamovereenkomst om minimaal een bepaald percentage aan monostromen en hergebruikt materiaal te leveren. Dit leidt tot een lagere vergoeding van het Afvalfonds voor zowel het vermarkten als het inzamelen. Die lagere vergoeding voor inzameling is schade van de Gemeenten waarvoor Veolia volgens hen aansprakelijk is. Veolia had namelijk op grond van de overeenkomst moeten zorgen voor een calamiteitenplan en had maatregelen moeten nemen waar zij op kon terugvallen in het geval van brand.
Verder willen de Gemeenten duidelijkheid krijgen ten aanzien van de omvang van hun betalingsverplichting voor het vermarkten van kunststof. Uit hun verweer in conventie vloeit voort dat zij slechts gehouden zijn om de vergoeding die het Afvalfonds voor het vermarkten betaalt, door te betalen aan Veolia. Hieruit volgt volgens de Gemeenten ook dat zij in de afgelopen jaren een groter bedrag hebben voorgeschoten aan Veolia dan zij verschuldigd zijn. Dit meerdere is volgens de Gemeenten onverschuldigd betaald.
De Gemeenten vorderen daarom samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voorwaardelijk, in het geval de rechtbank in conventie afwijst de vordering voor recht te verklaren dat de Gemeenten verplicht zijn om Veolia volledig te vergoeden voor de vermarketingsdiensten, voor recht verklaart dat de vergoeding die de Gemeenten aan Veolia voor de vermarkting van kunststof verpakkingsafval zijn verschuldigd, niet hoger is dan de vergoeding die de Gemeenten van het Afvalfonds ontvangen en dat op Veolia een terugbetalingsverplichting rust voor teveel betaalde bedragen die de Gemeenten als voorschot hebben uitgekeerd. Verder vorderen de Gemeenten onvoorwaardelijk dat de rechtbank voor recht verklaart dat Veolia gehouden is de schade te vergoeden die de Gemeenten lijden als gevolg van de in april 2019 ontstane brand in een door Veolia gecontracteerde sorteerinstallatie, met veroordeling van Veolia tot vergoeding van die schade op te maken bij staat.
Veolia voert verweer. Daarop wordt hierna bij de beoordeling nader ingegaan.