Home

Rechtbank Limburg, 17-08-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:6330, C/03/299368 / HA RK 21-376

Rechtbank Limburg, 17-08-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:6330, C/03/299368 / HA RK 21-376

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17 augustus 2022
Datum publicatie
23 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2022:6330
Zaaknummer
C/03/299368 / HA RK 21-376

Inhoudsindicatie

Bescherming persoonsgegevens. Verzoek tot verwijdering zoekresultaten uit de zoekmachine Google Search: het recht om vergeten te worden. Artikelen 17 en 21 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en artikel 35 uitvoeringswet AVG.

Uitspraak

beschikking

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rekestnummer: C/03/299368/ HA RK 21-376

Beschikking van 17 augustus 2022

in de zaak van

[verzoeker] wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. G.M.P. Strang,

tegen

de rechtspersoon naar vreemd recht

GOOGLE LLC,gevestigd te Mountain View, Californië (Verenigde Staten)

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. D. Verhulst en mr. J.M. Eck.

Partijen worden hierna [verzoeker] en Google genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift met (nagezonden) producties 1 tot en met 10

-

het verweerschrift met producties 1 tot en met 28

-

de mondelinge behandeling op 13 juli 2022, waarbij zijn verschenen: - [verzoeker] , bijgestaan door mr. Strang - namens Google: mw. M.M.E. Antic, senior legal counsel Google Netherlands, bijgestaan door mr. Verhulst en mr. Eck. Tevens zijn aanwezig dhr. [legal trainee] , legal trainee en mw. [stagiaire] , stagiaire.

-

de spreekaantekeningen van [verzoeker]

-

de spreekaantekeningen van Google

-

het e-mailbericht van mr. Eck, waarin wordt medegedeeld dat geen gebruik wordt gemaakt

van de op de mondelinge behandeling geboden mogelijkheid te reageren op de door verzoekers toegezonden productie 10.

1.2.

Vervolgens is de beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] heeft omstreeks 2001 een bedrijf gestart genaamd “ [bedrijf verzoeker] ”. Zijn bedrijf hield zich bezig met het verzorgen van marketing voor derden, bijvoorbeeld door het trainen van verkooppersoneel, het opzetten van marketingcampagnes, het genereren van potentiële klanten en het aantrekken van kapitaal.

2.2.

In 2015 kreeg [verzoeker] de opdracht van een in Johannesburg en Dubai gevestigd investeringsfonds genaamd “Electio Alternative Investments” (hierna Electio) om verkooptrainingen te verzorgen voor het personeel van Electio en om potentiële klanten te genereren middels zijn kennis van marketing. [verzoeker] heeft deze opdracht aanvaard. Voor de uitvoering daarvan is [verzoeker] tot medio 2016, 5x per jaar 10 tot 15 dagen werkzaam geweest in Johannesburg.

2.3.

Electio bood potentiële investeerders de optie om in bepaalde metalen te investeren die een grote rol speelden of waarvan verwacht werd dat dit in de toekomst het geval zou zijn, in technologische apparatuur (zoals zonnepanelen, smartphones, waarvan de toekomstverwachting was dat deze in waarde zouden stijgen).

2.4.

Electio heeft in 2017 haar eigen faillissement aan moeten vragen omdat vele investeerders om uitbetaling verzochten van de door hen gedane investeringen in Electio, hetgeen werd gevoed door het idee dat sprake was van fraude en oplichting.

2.5.

Vervolgens werd er een onderzoek gestart naar Electio door “the Hawks” (“Directorate for Priority Crime Investigation”), een opsporingsdienst van de Zuid Afrikaanse overheid die onderzoek doet naar onder andere fraude en oplichting. Bij dit onderzoek werd eveneens een privé detective ingeschakeld, namelijk IRS Forensic Investigations” (hierna IRS).

2.6.

Op zaterdag 16 januari 2018 plaatste “The Saturday Star”, een Zuid-Afrikaanse krant, op haar website een artikel over voornoemd onderzoek.

2.7.

Op 18 mei 2018 plaatste IRS de volgende berichten op haar twitterpagina en facebookpagina, welke berichten opduiken in de zoekresultaten van Google als men op “ [verzoeker] ” zoekt.

“ [verzoeker] , a Dutch citizen, is wanted in connection with multimillion rand Electio Fraud. Suspected to have fled SA.”

en

WANTED

[verzoeker] , a Dutch citizen, is wanted in connection with multimillion rand Electio Fraud.

He is our primary suspect in this case.

Suspected to have fled SA and presumed to be in Europe.

Please contact IRS with any information.”

2.8.

Bij dit laatste bericht werd tevens een foto van [verzoeker] geplaatst.

2.9.

Op 10 november 2018 plaatste The Saturday Star een volgend bericht over de kwestie. Dit bericht werd ook gepubliceerd op Pressreader. In het bericht stond samengevat dat er vier leidinggevenden van Electio gearresteerd waren door de Zuid Afrikaanse overheid op verdenking van fraude. In het laatste deel van het bericht werd IRS aan het woord gelaten. De volgende passages zijn relevant:

“IRS has been investigating this case since late 2016. Multiple case have been opened and several suspects have been identified in multiple jurisdictions, including Spain, Serbia, the UK, Hong Kong, Dubai, and South Africa.

Who we believe the mastermind of the fraud, [verzoeker] , is still at large. He is a Dutch citizen, who has been spotted in Spain and Serbia. We are hoping our law enforcement agencies will approach Interpol to authorize an international Red Notice.”

2.10.

Op 18 december 2018 plaatste IRS weer een bericht op haar facebookpagina, welk bericht ook werd gepubliceerd in “The Saturday Star” een (digitale) Zuid Afrikaanse krant:

WANTED

[verzoeker] , a Dutch citizen, is wanted in connection with multimillion rand Electio Fraud.

It is suspected that [verzoeker] is currently in Eastern Europe, He was previously in Spain.

Contact IRS with any information.”

2.11.

Bij dit bericht werd ook weer een foto van [verzoeker] geplaatst.

2.12.

Als in de zoekmachine van Google de naam van [verzoeker] wordt ingevoerd, wordt een aantal zoekresultaten weergegeven. Die zoekresultaten tonen onder meer koppelingen met verwijzingen naar voornoemde artikelen in The Saturday Star en voormelde berichten op de facebookpagina van IRS, bij welke berichten tevens een foto van [verzoeker] is geplaatst. De foto komt overeen met de foto op het paspoort van [verzoeker] .

2.13.

Bij brief van 26 mei 2021 heeft [verzoeker] aan Google verzocht om een aantal URL’s verbonden aan voornoemde berichten van haar zoekmachine te verwijderen. Op verzoek van Google is op 4 juni 2021 daartoe een verzoek via het online formulier van Google digitaal ingediend. Vervolgens is er tussen partijen over weer gecorrespondeerd. Google heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt om Google te bevelen de volgende (ook in het verzoekschrift genoemde) URL’s voor een zoekopdracht op de naam van [verzoeker] te verwijderen en verwijderd te houden uit de zoekresultaten, op straffe van een dwangsom en met veroordeling in de proceskosten waaronder de nakosten en rente:

  1. [URL a] ;

  2. [URL b] ;

  3. [URL c] ;

  4. [URL d] ;

  5. [URL e] ;

  6. [URL f] .

(De URL’s worden hierna met voornoemde nummers aangeduid).

3.2.

[verzoeker] grondt zijn verzoek op artikel 17 en 21 lid 1 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het verzoek ziet op het verwijderen en verwijderd houden van de met de volgende URL’s verband houdende zoekresultaten, indien men de naam van [verzoeker] ( [verzoeker] ) volledig of gedeeltelijk invoert, nu de informatie die op de website’s over [verzoeker] niet overeenkomt met de werkelijkheid en bovendien het belang van [verzoeker] bij verwijdering van de koppelingen groter is dan het belang van Google.

3.3.

Google voert verweer. Samengevat stelt Google dat het verzoek tot verwijdering van URL f moet worden afgewezen omdat [verzoeker] nooit eerder om verwijdering van die URL heeft verzocht, terwijl dat op grond van artikel 35 van de Uitvoeringswet AVG wel noodzakelijk is. Google voert aan dat [verzoeker] voor het overige zijn verzoek onvoldoende heeft onderbouwd, zo is niet toegelicht waarom de verwerking niet langer nodig zou zijn als bedoeld onder de a grond van artikel 17 lid 1 AVG (de zoekresultaten zijn actueel), is de verwerking van persoonsgegevens door Google in beginsel rechtmatig en kan geen beroep worden gedaan op de d grond van artikel 17 lid 1 AVG en heeft [verzoeker] onvoldoende “met zijn specifieke situatie verband houdende redenen” als bedoeld in artikel 21 AVG aangevoerd. Subsidiair stelt Google dat het belang van het publiek om berichten van de genoemde URL’s te kunnen raadplegen (welke gerechtvaardigde belangen zijn in de zin van artikel 6 lid 1 sub f AVG), het belang van de bron om een bepaalde uiting te doen en deze gevonden te laten worden door het publiek en het belang van google als zoekmachine-exploitant om een goede en dus succesvolle dient aan te bieden zwaarder wegen dan het belang van [verzoeker] . Verder wijst Google erop dat [verzoeker] geen duidelijkheid verschaft over wat hij precies wist over de oneerlijke handelspraktijken van Electio en wat zijn rol daarin precies was en noemt feiten en omstandigheden, verband houdende met andere vennootschappen waarvan [verzoeker] bestuurder is, die bij haar allerlei vragen oproepen. Google wijst er verder op dat de gewraakte URL’s wijzen naar berichten met een waarschuwingsfunctie over [verzoeker] zakelijke activiteiten en geen informatie bevatten over zijn privé-leven. Voorts vraagt Google zich af of [verzoeker] zich rechtstreeks tot IRS heeft gewend of gebruik heeft gemaakt van de “notice & takedown” procedure. Tot slot wijst Google erop dat [verzoeker] handelde in zijn professionele hoedanigheid, waarin hij nog steeds werkzaam is en merkt daarbij op dat toekomstige zakenpartners de mogelijkheid moeten hebben op de hoogte te zijn van de informatie over [verzoeker] en zelf een inschatting moeten kunnen maken of ze met hem in zee willen gaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing