Rechtbank Limburg, 02-11-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:8515, ROE 20 / 108
Rechtbank Limburg, 02-11-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:8515, ROE 20 / 108
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 2 november 2022
- Datum publicatie
- 9 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2022:8515
- Zaaknummer
- ROE 20 / 108
Inhoudsindicatie
Met het aanvullend besluit dat verweerder naar aanleiding van de bestuurlijke lus heeft genomen, heeft verweerder de gebreken in het bestreden besluit hersteld. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden vernietigd en de rechtsgevolgen van dat besluit, voor zover de gebreken in dat besluit met het aanvullend besluit zijn hersteld, in stand gelaten. Het beroep dat van rechtswege tegen het aanvullend besluit is ontstaan heeft de rechtbank ook gegrond verklaard. Dat besluit heeft zij gedeeltelijk vernietigd, namelijk voor zover verweerder de inzage van persoonsgegevens heeft beperkt. De rechtbank heeft verweerder opgedragen eisers de inzage die verweerder heeft geweigerd alsnog te geven.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 20/108
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , eiser en [eiseres], eiseres, allebei wonend in [woonplaats] , samen eisers
(gemachtigde: mr. F. Boukich),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder.
Inleiding
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Nadat eisers het beroep hebben ingesteld, heeft verweerder het besluit op bezwaar, waarvan eisers in afwachting waren, en een dwangsombesluit aan hen bekendgemaakt.
Eisers hebben het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit vervolgens ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. Tegen het alsnog genomen besluit op bezwaar (het bestreden besluit) hebben zij beroep ingesteld. Het beroep tegen het bestreden besluit is aangemerkt als een beroep van rechtswege en geregistreerd onder het zaaknummer van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2022 op zitting behandeld.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y.J.P. Pozun. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank op 5 juli 2022 een tussenuitspraak (de tussenuitspraak) gedaan.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank 1) over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit geoordeeld dat verweerder aan eisers een proceskostenvergoeding van € 379,50 moet betalen voor proceskosten die eisers voor het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit hebben gemaakt en aangekondigd dat zij verweerder in deze uitspraak zal veroordelen tot betaling van die vergoeding. 2) Over het beroep van rechtswege tegen het bestreden besluit heeft de rechtbank geoordeeld dat dit gedeeltelijk slaagt. Zij heeft uitgelegd welke gronden slagen en welke niet, dat de gronden die slagen leiden tot de vaststelling dat verweerder de besluiten op de AVG-verzoeken van eisers had moeten herroepen of dat het bestreden besluit twee gebreken heeft en welke gebreken dat zijn. Zij heeft verweerder vervolgens de gelegenheid gegeven de geconstateerde gebreken met een (aanvullend) besluit te herstellen. De rechtbank heeft ook uitgelegd 3) waarom het dwangsombesluit buiten de omvang van de beroepsprocedure valt.
Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullend besluit genomen (het aanvullend besluit).
Eisers hebben hierop schriftelijke gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.