Home

Rechtbank Limburg, 28-02-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:1622, C/03/313496 / KG ZA 23-7

Rechtbank Limburg, 28-02-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:1622, C/03/313496 / KG ZA 23-7

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28 februari 2023
Datum publicatie
2 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:1622
Zaaknummer
C/03/313496 / KG ZA 23-7

Inhoudsindicatie

Retentierecht (artikel 3:294 BW). Door de reparateur van een trekker wordt tegenover de nieuwe eigenaar van de trekker onterecht een beroep gedaan op het retentierecht: ten aanzien van een aantal als “oude facturen” bestempelde vorderingen komt de reparateur geen beroep op het retentierecht toe, omdat hij de trekker steeds na de niet met elkaar verband houdende reparaties heeft afgestaan zonder dat de factuur was betaald. Daardoor is op grond van artikel 3:294 BW telkens het retentierecht tenietgegaan.

Ten aanzien van de als “nieuwe factuur” aangeduide vordering komt de reparateur geen beroep op het retentierecht toe, omdat op het moment dat de reparateur zich op het retentierecht beriep, diens vordering nog niet opeisbaar was.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/313496 / KG ZA 23-7

Vonnis in kort geding van 28 februari 2023

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] .,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. R. Bijlsma;

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. W. Meijs.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 t/m 5;

-

de mondelinge behandeling;

-

de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In opdracht van de onderneming naar buitenlands recht [bedrijfsnaam] (verder te noemen: [bedrijfsnaam] ) heeft [gedaagde] in de jaren 2014, 2015 en 2016 reparatiewerkzaamheden uitgevoerd aan een trekker (New Holland T7030, kenteken [kenteken] ). Onbetwist staat vast dat de trekker in die periode eigendom was van [bedrijfsnaam] .

2.2.

De in verband daarmee ten naam van [bedrijfsnaam] opgestelde facturen – zes in totaal – tot een totaalbedrag van € 4.169,16, waarvan de oudste is gedateerd op 30 april 2014 en de jongste op 26 oktober 2016, zijn niet betaald. De bedoelde facturen zullen hierna gezamenlijk ook wel worden aangeduid als “de oude facturen.” [gedaagde] heeft de trekker telkens, nadat de reparatie was uitgevoerd, teruggegeven aan [bedrijfsnaam] zonder dat de op de uitgevoerde werkzaamheden betrekking hebbende factuur was betaald.

2.3.

De betreffende trekker is op 11 november 2022 door [naam] bij [gedaagde] ter reparatie aangeboden. De in verband daarmee verschuldigde factuur van 25 november 2022, die ten naam is gesteld van [bedrijfsnaam] en die € 1.187,30 bedraagt, is niet betaald. Deze factuur zal hierna ook wel worden aangeduid als “de nieuwe factuur.”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] stelt dat zij de trekker, die volgens haar, sedert 2021 haar eigendom is, op 21 november 2022 ter reparatie heeft aangeboden aan [gedaagde] . Toen zij op 25 november 2022 de trekker, volgens haar overeenkomstig de afspraak met [gedaagde] , wilde ophalen, weigerde [gedaagde] de trekker af te geven met een beroep op het retentierecht. Dat retentierecht vond volgens [gedaagde] haar grond in het feit dat zij nog een vordering had op de vorige eigenaar van de trekker, [bedrijfsnaam] .

3.2.

Volgens [eiseres] staat vast dat [gedaagde] geen vordering op haar heeft en stelt [gedaagde] ook dat zij enkel een opvorderbare vordering heeft op [bedrijfsnaam] .

3.3.

Omdat volgens [eiseres] op grond van de feiten vast staat dat [gedaagde] (jegens [eiseres] ) geen retentierecht toekomt, is [gedaagde] volgens [eiseres] gehouden om de trekker af te geven.

3.4.

Volgens [eiseres] staat vast dat [gedaagde] geen vordering heeft op [eiseres] . Door de trekker niet af te geven schiet [gedaagde] tekort in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst de trekker te repareren. Door de aan [eiseres] in eigendom toebehorende trekker zonder rechtsgrond onder zich te houden, maakt [gedaagde] volgens [eiseres] ongeoorloofd inbreuk op haar eigendomsrecht.

3.5.

[eiseres] vordert op grond van het vorenstaande dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:

  1. om binnen twee dagen na het wijzen vonnis de trekker New Holland T7030, kenteken [kenteken] aan haar af te geven door deze feitelijk aan [eiseres] over te dragen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat [gedaagde] dit ondanks een verzoek daartoe nalaat;

  2. tot betaling van de kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen, en te vermeerderen met de wettelijke rente, indien deze niet binnen veertien dagen na het te wijzen algeheel zijn voldaan.

3.6.

De stellingen en vorderingen van [eiseres] worden door [gedaagde] weersproken. De verweren en betwistingen zullen, voor zover van belang, hieronder worden weergegeven en beoordeeld.

4 De beoordeling

5 De beslissing