Home

Rechtbank Limburg, 08-03-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:1676, C/03/300003 / HA ZA 21-629

Rechtbank Limburg, 08-03-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:1676, C/03/300003 / HA ZA 21-629

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
8 maart 2023
Datum publicatie
9 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:1676
Zaaknummer
C/03/300003 / HA ZA 21-629

Inhoudsindicatie

Uittreding/uitstoting aandeelhouder in besloten vennootschap. Uitleg artikel 2:336 BW. Eiswijziging in reconventie of alsnog instellen van eis in reconventie?

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/300003 / HA ZA 21-629

Vonnis van 8 maart 2023

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANTH&M B.V.,

gevestigd te Weert,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M. Goorts te Eindhoven,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRO-HEALTH B.V.,

gevestigd te Nederweert,

gedaagde in conventie,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LABORATORIUM PRO HEALTH B.V.,

gevestigd te Nederweert,

gedaagde in conventie,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAXUNAC B.V.,

gevestigd te Weert,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.W.P. Tulfer te Eindhoven.

Partijen zullen hierna aan de ene zijde Anth&m en aan de andere zijde gezamenlijk Pro-Health c.s. dan wel afzonderlijk PH, LPH en Maxunac genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties (1 t/m 108) houdende vorderingen in de hoofdzaak en in het incident

-

de conclusie van antwoord in het incident met producties

-

het vonnis in incident van 9 februari 2022 waarbij de incidentele vorderingen van Anth&m alle zijn afgewezen

-

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties (1 t/m 83)

-

de conclusie van antwoord in reconventie met producties (109 t/m 121)

-

de akte houdende vermeerdering van eis alsmede overlegging producties (122 t/m 162) van Anth&m

-

de antwoordakte van Pro-Health c.s.

-

de akte eisvermeerdering van Pro-Health c.s.

-

de akte nadere producties (84 t/m 99) van Pro-Health c.s.

-

de brief van mr. Goorts van 12 januari 2023 houdende bezwaren tegen de akte eisvermeerdering van Pro-Health c.s.

-

de brief van mr. Mandigers van 13 januari 2023 houdende een reactie op de brief van mr. Goorts van 12 januari 2023

-

de mondelinge behandeling op 16 januari 2023 en de daar overgelegde spreekaantekeningen van mr. Goorts en de pleitnota van mrs. Tulfer en Mandigers

-

de akte van Pro-Health c.s. van 23 januari 2023 houdende producties (100 en 101).

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Anth&m is een houdstermaatschappij. Haar enig bestuurder en aandeelhouder is [bestuurder Anth&m] (hierna: [bestuurder Anth&m] ). Anth&m houdt 45% van de aandelen in Pro-Health B.V. (PH; gedaagde sub 1). PH is enig aandeelhouder van Laboratorium Pro Health B.V. (LPH; gedaagde sub 2).

2.2.

Maxunac B.V. (Maxunac; gedaagde sub 3) houdt 55% van de aandelen in PH sinds 1 juli 2020. Enig bestuurder van Maxunac is [bestuurder Maxunac] (hierna: [bestuurder Maxunac] ).

2.3.

Maxunac is onderdeel van een groep vennootschappen van de [bestuurders van Kona en Maxunac] . Maxunac heeft de aandelen in PH verkregen van een andere groepsvennootschap, Kona Investments B.V. (hierna: Kona). Deze vennootschap wordt bestuurd door de heer [bestuurder Kona] (hierna: [bestuurder Kona] ), de vader van [bestuurder Maxunac]

2.4.

[bestuurder Kona] was bestuurder van PH en LPH tot 22 december 2006. [bestuurder Anth&m] was bestuurder van PH en LPH van 22 december 2006 tot 1 september 2021.

Daarvoor was [bestuurder Anth&m] al sinds 1990 werkzaam in LPH als laboratoriumanalist. In LPH wordt een medisch laboratorium geëxploiteerd. [bestuurder Anth&m] is gedurende de tijd dat hij werkzaam is geweest in LPH feitelijk de inhoudelijke man die de onderneming heeft opgezet en gedreven.

Maxunac is bestuurder van PH en LPH vanaf 26 mei 2021 (en na vertrek [bestuurder Anth&m] per 1 september 2021 enig bestuurder).

2.5.

De bedrijfsresultaten (na belasting) van PH en LPH lagen in de periode 2017 tot en met 2019 (dat zijn de drie boekjaren voorafgaande aan de jaren 2020/2021 waarin onderhavig geschil zich afspeelt) in de orde van gemiddeld circa € 65.000,- (PH) respectievelijk € 82.000,- (LPH) per jaar.

2.6.

De uitbraak van het coronavirus heeft in de jaren 2020 en 2021 geleid tot een omvangrijke omzet- en winststijging voor LPH doordat zij - kort samengevat - van overheidswege opdrachten verwierf om PCR-testen uit te voeren (hierna: de testen). Deze opdrachten hebben geleid tot aanmerkelijk hogere winsten dan de onderneming voordien genoot, namelijk circa 3,25 miljoen euro in 2020 en circa 4,3 miljoen euro in 2021 (tegenover € 84.000,- over 2019).

2.7.

[bestuurder Anth&m] heeft als bestuurder van LPH al in een vroeg stadium voor de uitvoering van de testen de samenwerking gezocht met derden, te weten [zakenpartner 1] (hierna: [zakenpartner 1] ) en [zakenpartner 2] (hierna: [zakenpartner 2] ). [zakenpartner 1] en [zakenpartner 2] hebben in dat verband een besloten vennootschap opgericht, Healthcare International Group B.V. (hierna: HCIG). Tussen HCIG (toen nog: in oprichting) en LPH is op 18 september 2020 een samenwerkingsovereenkomst gesloten gericht op de uitvoering van de testen (hierna: de samenwerkingsovereenkomst). De samenwerkingsovereenkomst is daarna een aantal malen aangevuld met een zogenaamde allonge, waarbij - kort samengevat - afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de winsten tussen LPH en HCIG. Hierbij is telkens het winstaandeel van HCIG vergroot.

Bij overeenkomst van 19 oktober 2020 hebben LPH en HCIG de vorm van samenwerking aangepast door de oprichting van een vennootschap onder firma, namelijk de V.O.F. Pro Health Medical (hierna: de VOF).

2.8.

Op 16 maart 2021 heeft een aandeelhoudersvergadering (AVA) plaatsgevonden (van PH en LPH), waar onder anderen aanwezig waren [bestuurder Anth&m] , [bestuurder Maxunac] en [bestuurder Kona] Op deze vergadering stond onder meer op de agenda de goedkeuring van de jaarrekeningen (van beide vennootschappen) over 2020 en de bestemming van de winst (dividenduitkering). Nadat op de vergadering was gesproken over de jaarrekeningen (welke zijn goedgekeurd) en de winstbestemming (waarover een geschil bestaat of wel of niet definitief tot dividenduitkering is besloten), heeft [bestuurder Anth&m] de vergadering medegedeeld dat hij – nu dit door de gemaakte winst voor hem financieel mogelijk was geworden – in ieder geval zelfstandig verder wilde gaan en daartoe liefst de door Maxunac gehouden aandelen wenste over te nemen. Maxunac dan wel de [bestuurders van Kona en Maxunac] was hierdoor verrast en wenste antwoorden op vragen, die naar hun mening evenwel niet werden gegeven.

2.9.

Tussen partijen – dat wil zeggen: als door de vennootschapsrechtelijke verhoudingen wordt heen gekeken: tussen [bestuurder Anth&m] en de [bestuurders van Kona en Maxunac] – is vervolgens een veelomvattend conflict ontstaan, dat heeft geleid tot onder andere deze procedure (hoofdzakelijk gericht op uittreding respectievelijk uitstoting van Anth&m als aandeelhouder) en een door LPH geëntameerde bodemprocedure bij de rechtbank Oost-Brabant tegen o.a. [bestuurder Anth&m] , Anth&m, HCIG, [zakenpartner 1] en [zakenpartner 2] (hoofdzakelijk gericht op schadevergoeding in zowel conventie als reconventie).

2.10.

De AVA van 14 oktober 2021 heeft besloten (a) het voorstel van Anth&m strekkende tot uitkering van interim-dividend over (een deel van) 2021 te verwerpen en (b) geen besluit meer te nemen over de uitkering van (interim)dividend tot aan de vaststelling van de jaarstukken over 2021 (hierna: besluit I).

2.11.

De AVA van 8 november 2022 heeft de jaarstukken over 2021 vastgesteld en besloten om de winst over 2021 – afgerond 4,3 miljoen euro – te reserveren (hierna: besluit II); het besluit II is genomen bij meerderheid van stemmen (Maxunac voor; Anth&m tegen).

3 Het geschil

3.1.

Anth&m vordert na eisvermeerdering:

( a) met betrekking tot de uittreding:

I. Maxunac, althans PH te veroordelen om de aandelen van Anth&m over te nemen, tegen gelijktijdige betaling van een conform het navolgende nader te bepalen prijs;

II. één of meer deskundigen te benoemen die over de prijs van de aandelen schriftelijk bericht moeten uitbrengen; en voorts, nadat de deskundigen hun bericht hebben uitgebracht

III. de prijs van de aandelen vast te stellen, met inachtneming van een billijke verhoging;

IV. Maxunac, althans PH te veroordelen om aan Anth&m de vastgestelde prijs te betalen, te vermeerderen met een billijke verhoging, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf twee weken na de datum van het vonnis waarbij de prijs wordt vastgesteld;

V. Maxunac te veroordelen tot betaling van de kosten van de deskundige(n);

( b) met betrekking tot besluit I

VI. te verklaren voor recht dat besluit I nietig is, althans besluit I te vernietigen;

( c) met betrekking tot besluit II

VII. besluit II te vernietigen;

( d) met betrekking tot het dividend over 2021:

VIII. primair om de vennootschappen te veroordelen om de volledige winst (100%) uit te keren aan de aandeelhouders, althans tot uitkering aan Anth&m van een bedrag ad € 1.913.829,= althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag of percentage, althans subsidiair Maxunac te veroordelen om, zowel in haar hoedanigheid van bestuurder als in haar hoedanigheid van aandeelhouder mee te werken aan de uitkering van de volledige winst (100%) als dividend, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag of percentage, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,= voor elke dag of elk dagdeel dat Maxunac niet aan een veroordeling voldoet, met een maximum van € 1.000.000,-

( e) met betrekking tot de proceskosten in de hoofdzaak:

IX. Pro-Health c.s. hoofdelijk (des dat de één betaalt de anderen zullen zijn gekweten), althans Maxunac, PH en/of LPH te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2.

Pro-Health c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Maxunac vordert (1) Anth&m te veroordelen tot overdracht van de door haar gehouden aandelen in het kapitaal van PH tegen gelijktijdige overname van die aandelen en betaling door Maxunac van de door de rechtbank vast te stellen waarde; (2) een deskundige te benoemen tot vaststelling van de waarde van de aandelen, met veroordeling van Anth&m in de kosten van de deskundige; (3) alsmede - samengevat - veroordeling van Anth&m in de kosten.

3.5.

Bij akte eisvermeerdering heeft Pro-Health c.s. verklaard de eis in reconventie te willen wijzigen door - naast de reeds bij de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie ingestelde vordering van Maxunac - tevens in te willen stellen een uit zes onderdelen bestaande vordering van LPH en PH op Anth&m.

De rechter heeft op de mondelinge behandeling van 16 januari 2023 deze eisvermeerdering ambtshalve afgewezen, omdat hier niet aan de orde is een vermeerdering van een reeds ingestelde eis in reconventie maar het alsnog instellen van een eis in reconventie door LPH en PH. Deze beide partijen hebben immers niet al bij de bovengenoemde conclusie van antwoord tevens eis in reconventie een vordering ingesteld; dat heeft alleen Maxunac gedaan. De omstandigheid dat sprake is van subjectieve cumulatie aan de zijde van de gedaagden in conventie, maakt niet dat een vordering in reconventie van Maxunac tevens zou hebben te gelden als een vordering van LPH en PH. Uit een en ander volgt dat de vorderingen in reconventie van LPH en PH eerst zijn ingesteld nadat de conclusie van antwoord van deze partijen al was genomen en daarmee te laat (artikel 137 Rv) en op die grond is de eiswijziging ambtshalve geweigerd (artikel 130 Rv).

3.6.

Anth&m voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing