Home

Rechtbank Limburg, 21-06-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:3763, C/03/293699 / HA ZA 21-333

Rechtbank Limburg, 21-06-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:3763, C/03/293699 / HA ZA 21-333

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21 juni 2023
Datum publicatie
30 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:3763
Formele relaties
Zaaknummer
C/03/293699 / HA ZA 21-333

Inhoudsindicatie

Paulianeuze handelwijze failliete rechtspersoon. Bestuurder aansprakelijk alsmede de rechtspersoon, indirect bestuurd door diezelfde bestuurder, nu deze heeft meegewerkt aan het verhangen van de activiteiten van de failliet, zodat er geen verhaal meer was voor de schuldeisers c.q. eiseres. Mede in aanmerking is genomen dat de failliet en de bestuurder niet alle stukken hebben overgelegd waartoe zij bij tussenvonnissen op grond van art. 843a Rv waren veroordeeld

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/293699 / HA ZA 21-333

Vonnis van 21 juni 2023

in de zaak van

de rechtspersoon naar Belgisch recht

ESMA N.V.,

gevestigd te Maasmechelen (België),

eiseres,

advocaat mr. M.M. van den Boomen te Herten,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPECIAL PLATINGS B.V.,

gevestigd te Valkenswaard,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

METAL SURFACE TREATMENT B.V.,

gevestigd te Stein,

advocaat mr. G.A.M.F. Spera te Maastricht-Airport,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. G.A.M.F. Spera te Maastricht-Airport,

wonende te [woonplaats] ,

niet verschenen,

alle gedaagden.

Partijen zullen hierna Esma, SP, MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] genoemd worden.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

-

het vonnis van 27 oktober 2021 in het bevoegdheidsincident en het incident ex artikel 223 Rv jegens (enkel) [gedaagde sub 3] , alsmede het herstelvonnis van 24 november 2021,

-

het vonnis van 8 december 2021 ten aanzien van het verzoek van (enkel) [gedaagde sub 3] om hoger beroep van voormeld vonnis in het bevoegdheidsincident van 27 oktober 2021 toe te staan,

-

bericht van mr. Beune van 11 mei 2022 dat hij zich onttrekt als advocaat van MST en [gedaagde sub 3] ,

-

bericht van mr. Spera van 15 juni 2022 dat hij zich stelt als advocaat voor MST, [gedaagde sub 3] en (de tot dan toe niet verschenen) [gedaagde sub 4] ,

-

de akte van MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] van 4 juli 2022 met 26 producties,

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 4 juli 2022 (inclusief spreekaantekeningen) en de brieven van de advocaten van partijen van 19 respectievelijk 21 juli 2022 met opmerkingen over de weergave in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Voor de feiten verwijst de rechtbank kortheidshalve naar de reeds in deze zaak gewezen (tussen)vonnissen.

2.2.

Herhaald zij dat Esma beschikt over twee executoriale titels jegens SP die beide kracht van gewijsde hebben, te weten:

-

het proces-verbaal van comparitie van 9 januari 2020 van deze rechtbank, waarbij partijen zijn overeengekomen dat SP gehouden is € 26.870,85 aan hoofdsom aan Esma te voldoen, zulks in vijf termijnen.

-

het vonnis van de ondernemingsrechtbank Antwerpen (België) van 5 februari 2020, waarin SP is veroordeeld om aan Esma te voldoen een bedrag van € 36.741,73 in hoofdsom, te vermeerderen met verwijlinteresten, gerechtelijke interesten en de kosten van de procedure, zijnde in totaal € 48.941,25 met rente p.m.

2.3.

Beide titels kwamen hieruit voort dat SP had verzuimd om de aan haar betaalde subsidiegelden van een derde, genaamd Stimulus, waarvan een deel aan Esma toekwam, aan Esma te voldoen, zulks uit hoofde van de door partijen op 19 juli 2017 gesloten samenwerkingsovereenkomst van partijen voor de ontwikkeling van metalen 3D geprinte brillen op maat (titel 1) en uit hoofde van door Esma voor SP verrichte werkzaamheden (titel 2).

2.4.

Wat betreft de eerste titel heeft SP geen enkele termijn voldaan. Aan de veroordelingen die aan de tweede titel ten grondslag ligt heeft SP evenmin gevolg gegeven. Op sommaties en betekeningen met aanzegging executie volgde geen reactie. Uiteindelijk bleken bij SP geen verhaalsmogelijkheden te zijn.

2.5.

Hoewel daartoe veroordeeld, zijn niet alle stukken afgegeven, noch door SP zoals (vóór haar faillissement) bepaald bij vonnis van 25 augustus 2021 noch door [gedaagde sub 3] zoals bepaald bij vonnis van 27 oktober 2021 en bij (herstel)vonnis van 24 november 2021.

2.6.

SP is op 26 augustus 2021 in staat van faillissement verklaard.

3 Het geschil

3.1.

Het standpunt van Esma komt er kort gezegd op neer dat gedaagden de omstandigheid dat SP geen verhaal biedt, bewust hebben gecreëerd. Daarmee hebben ze Esma als schuldeiser van SP benadeeld. Meer in het bijzonder heeft SP, aldus Esma, paulianeus gehandeld. Door hieraan mee te werken heeft MST, de vennootschap waarvan [gedaagde sub 3] via MST Holding indirect bestuurder is, onrechtmatig gehandeld jegens Esma. Dat geldt ook voor [gedaagde sub 3] als bestuurder van SP en indirect bestuurder van MST, alsmede voor [gedaagde sub 4] als feitelijk leidinggever; zij hebben immers als zodanig bewerkstelligd dat SP haar verplichtingen jegens Esma welbewust niet nakomt. Dit standpunt zal hierna bij de beoordeling nader worden uitgewerkt.

3.2.

Op grond van het voorgaande heeft Esma gevorderd – over het gevorderde sub I in het petitum van de dagvaarding heeft de rechtbank reeds beslist bij voormeld vonnis van 25 augustus 2021 – dat de rechtbank:

(1) voor recht verklaart dat MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] conform artikel 6:162 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door Esma geleden schade als gevolg van hun onbehoorlijk en onrechtmatig handelen,

-

MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk zal veroordelen tot vergoeding van de door Esma geleden schade, te weten een bedrag van € 75.812,10, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke (handels)rente en kosten, een en ander conform de executoriale titel 1 en de executoriale titel 2,

-

SP, MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Esma te voldoen een bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 1.533,12, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening,

-

SP, MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk zal veroordelen in de nakosten van dit geding ten bedrag van € 131,00 zonder betekening, dan wel € 199,00 indien betekening van het vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening,

-

SP, MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder mede begrepen de kosten van het salaris van de advocaat van Esma, de verplichte verschotten en alle kosten op de tenuitvoerlegging vallende, te vermeerderen met de wettelijke rente

3.3.

MST, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hebben verweer gevoerd. Dit zal hierna bij de beoordeling worden besproken.

4 De beoordeling

5 De beslissing