Home

Rechtbank Limburg, 05-07-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4202, C/03/310809 / HA ZA 22-475

Rechtbank Limburg, 05-07-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:4202, C/03/310809 / HA ZA 22-475

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
5 juli 2023
Datum publicatie
27 juli 2023
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:4202
Zaaknummer
C/03/310809 / HA ZA 22-475

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid.

Starten met ondernemingsactiviteiten in de wetenschap dat er onvoldoende liquide middelen zijn.

Verzet tegen uitvoerbaar bij voorraad vonnis gehonoreerd na afweging van belangen.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/310809 / HA ZA 22-475

Vonnis van 5 juli 2023

in de zaak van

mr. MICHAËL MARIA HUBERT JOSEPHUS ROMPELBERG

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam failliet],

wonende te [vestigingsplaats 1] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. T.J.A. Caron te Voerendaal,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. C.A. Mascini te Breda.

Eiser in conventie, verweerder in reconventie zal hierna de curator worden genoemd. Gedaagden in conventie, eisers in reconventie zullen hierna gezamenlijk de bestuurders worden genoemd en apart [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] respectievelijk [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 tot en met 41,

-

de door de curator overgelegde beslagstukken,

-

de conclusie van antwoord tevens houdende de eis in reconventie met productie 1 tot en met 12,

-

de conclusie van antwoord in reconventie met productie 42 tot en met 45,

-

het B-formulier namens de bestuurders waarbij ten behoeve van de mondelinge behandeling producties 13 tot en met 17 zijn overgelegd,

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 11 mei 2023,

-

de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling door mrs. Caron en Mascini voorgedragen spreekaantekeningen,

-

de brief van mr. Mascini van 16 mei 2023,

-

de brief van mr. Caron van 16 mei 2023,

-

de reactie per brief van de griffier op voormelde brieven van 17 respectievelijk 22 mei 2023.

1.2.

Na het sluiten van de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 8 januari 2019 is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam failliet] (verder: ‘ [naam failliet] ’) opgericht. Bestuurder en enig aandeelhouder is vanaf de oprichting [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van wie [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de enig bestuurder en aandeelhouder is.

2.2.

De bedrijfsactiviteiten van [naam failliet] bestonden uit het verrichten van diensten op het gebied van kraamzorg. Daartoe zijn drie kraamverzorgenden per 1 februari 2019 in dienst genomen. Met deze werknemers zijn arbeidsovereenkomsten voor de duur van één jaar en voor minimaal 120 uur per maand overeengekomen.

2.3.

Op 28 februari 2019 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] namens [naam failliet] een e-mail aan de drie werknemers van [naam failliet] gezonden. Daarin stond onder meer het volgende:

[naam 1] & [naam 2]

Ik heb gereageerd op de klacht en een bloemetje opgestuurd met een kaartje. Ga er daarmee vanuit dat het is opgelost. (...)

Contracten

Ik heb zelf heel veel vertrouwen in jullie om de toekomst tegemoet te gaan als [naam failliet] . Alles gaat misschien nog niet helemaal perfect, maar daar moeten we aan werken. Jullie hebben op dit moment een contract van 12 maanden. Omdat we op het moment niet heel ver kunnen kijken in de toekomst en in de (tussentijd) verlies draaien, wil ik contract aanpassen van 12 maanden naar 2 maanden vanaf 1 maart 2019. Daarna volgt een contract van 6 maanden en daarna een contract voor onbepaalde tijd. Het bericht volgt vandaag omdat formeel gezien de proeftijd eindigt.’

2.4.

Bij e-mailbericht van 1 maart 2019 hebben de werknemers van [naam failliet] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gemeld niet akkoord te gaan met de aanpassing van hun arbeidsovereenkomst. Daarop heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] namens [naam failliet] per e-mailbericht van 2 maart 2019 het volgende aan de werknemers bericht:

‘Omdat er geen overeenstemming is bereikt over de overeenkomst en arbeidsduur vervallen deze van rechtswege per 28 februari 2019.’

Daarop hebben de drie werknemers zich ziekgemeld.

2.5.

Op 5 maart 2019 hebben de werknemers een op 28 februari 2019 gedateerde brief van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] namens [naam failliet] ontvangen waarin, met een beroep op de overeengekomen proeftijd van één maand, de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten wordt aangezegd. Volgens de poststempels op de enveloppen, zijn de brieven verstuurd op 4 maart 2019.

2.6.

Vervolgens hebben de drie werknemers via hun rechtsbijstandverlener aan [naam failliet] laten weten dat zij zich onder meer op het standpunt stellen dat de opzegging van de arbeidsovereenkomsten vernietigbaar is.

2.7.

Op 17 mei 2019 heeft [naam failliet] haar eigen faillissement aangevraagd. Het faillissement is uitgesproken op 21 mei 2019, met aanstelling van de curator tot curator.

2.8.

Voorafgaand aan de indiening van de faillissementsaanvraag van [naam failliet] hebben haar werknemers zich tot de kantonrechter gewend met onder andere het verzoek om de opzegging van de arbeidsovereenkomsten te vernietigen. Bij beschikkingen van 4 juni 2019 zijn de verzoeken toegewezen, waarbij de kantonrechter heeft overwogen dat de werknemers geen opzegging binnen de proeftijd hebben ontvangen. Vanwege het faillissement van [naam failliet] is door [naam failliet] geen verweer gevoerd.

2.9.

Het totaal van de ingediende vorderingen van de boedel- en faillissementscrediteuren in het faillissement van [naam failliet] bedraagt € 41.351,47 exclusief het salaris van de curator. Het betreft de, deels door het UWV overgenomen, loonbetalingsverplichting jegens de werknemers van [naam failliet] , die over de duur van hun dienstverband geen loon hebben ontvangen.

2.10.

De curator heeft, na daartoe verkregen verlof, ten laste van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] conservatoir beslag gelegd op een auto, appartementsrecht en bankrekening.

3 Het geschil in conventie en reconventie

3.1.

De curator vordert in conventie samengevat - dat de rechtbank:

Primair

voor recht verklaart dat de bestuurders hun taken als bestuurders van [naam failliet] in de periode van drie jaren voorafgaand aan het faillissement van [naam failliet] kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement van [naam failliet] ;

Subsidiair

voor recht verklaart dat de bestuurders hun taken als bestuurders van [naam failliet] onbehoorlijk hebben vervuld als bedoeld in artikel 2:9 BW;

Primair en subsidiair

de bestuurders hoofdelijk veroordeelt om aan de curator te betalen:

- een bedrag ter hoogte van het faillissementstekort in het faillissement van [naam failliet] ,

- € 60.000,00 bij wijze van voorschot op voormelde veroordeling,

- € 1.188,51, te vermeerderen met wettelijke rente, ter zake van buitengerechtelijke incassokosten,

- de proceskosten inclusief beslagkosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De bestuurders vorderen in reconventie samengevat - veroordeling van de curator om de door hem ten laste van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gelegde conservatoire beslagen op te heffen op straffe van een dwangsom, met veroordeling van de curator in de proceskosten.

3.3.

Partijen voeren verweer tegen de vorderingen van de ander. Op hun stellingen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en reconventie

5 De beslissing