Home

Rechtbank Limburg, 13-09-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5388, C/03/308428 / HA ZA 22-364

Rechtbank Limburg, 13-09-2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5388, C/03/308428 / HA ZA 22-364

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13 september 2023
Datum publicatie
7 november 2023
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2023:5388
Zaaknummer
C/03/308428 / HA ZA 22-364

Inhoudsindicatie

Schorsing buiten ontzetting en opzegging lidmaatschap vereniging, nietige of vernietigbare besluitvorming?

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/308428 / HA ZA 22-364

Vonnis van 13 september 2023

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. N.T.C. Vuik te Venlo,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

E.L.K.K.S. LIMBURGIA,

gevestigd te Sint Odiliënberg,

gedaagde,

advocaat mr. H.G.M. Hilkens te Echt.

Partijen zullen hierna [eiser] en Limburgia worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 de dagvaarding met producties;

 de conclusie van antwoord met producties;

 de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 9 mei 2023, door [eiser] overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Limburgia is een (schietsport)vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met ruim 200 leden. Limburgia heeft in totaal drie schietbanen waarop onder meer de discipline Militair Pistool (“MP”) wordt beoefend.

2.2.

[eiser] is sinds 2015 lid van Limburgia en sinds 2019 begeleider van de MP-groep.

2.3.

Op 6 juni 2021 heeft het bestuur van Limburgia aan [eiser] een e-mail gestuurd:

“Bij het bestuur is een klacht ingediend tegen uw persoon hier over wil het bestuur met u in gesprek gaan.

Wij willen u dan ook uitnodigen om donderdag 10 - 6 - 2021 om 19.30 u op de vereniging te komen om een en ander duidelijk te stellen.

Het bestuur ELKKS Limburgia.”

2.4.

[eiser] is niet ingegaan op de uitnodiging omdat volgens hem niet duidelijk wordt gemaakt wat er aan de hand is maar sprake is van pestgedrag door het bestuur. De daaropvolgende correspondentiewisseling tussen het bestuur van Limburgia en [eiser] heeft daar geen verandering in gebracht.

2.5.

Op 28 juni 2021 was [eiser] in het clubgebouw aanwezig om de MP-groep te begeleiden. Bij die gelegenheid is op initiatief van [persoon 1] en [persoon 2] ( [functienaam] van Limburgia) tweemaal met [eiser] gesproken.

2.6.

Daaropvolgend heeft het bestuur van Limburgia op 16 juli 2021 aan [eiser] een brief gestuurd waarin zij hem in kennis heeft gesteld van haar schorsingsbesluit:

Geachte heer [eiser] ,

Het bestuur van SV E.L.K.K.S. Limburgia heeft u tot op heden tot 4 maal toe voor een gesprek uitgenodigd, te weten 3 keer middels een brief en de laatste keer via een mondeling verzoek.

Als bestuur vinden wij dat uw negeren en minachting naar het bestuur toe ontoelaatbare vormen aanneemt en derhalve hebben wij helaas het besluit moeten nemen om u voor de duur van 5 weken te schorsen, ingaande dinsdag 20 juli 2021.

Wij verzoeken u om club eigendommen die in uw bezit zijn en die collega schutters nodig hebben voor het uitoefenen van hun schietsport in te leveren bij de voorzitter. De voorzitter is hiervoor op het clubgebouw aanwezig op maandag 19 juli om 19.00 uur.

Gedurende de periode van schorsing is het voor u verboden om onze accommodatie en/of perceel te betreden. Tevens zullen we als bestuur gedurende de schorsingsperiode een communicatiestilte in acht nemen met als doel om de situatie te de-escaleren. Aan het eind van de schorsingsperiode zal het bestuur u uitnodigen voor een gesprek waarbij we er van uitgaan dat u alsmede aan de communicatiestilte gevolg zult geven.

Het gesprek hebben we ingepland op maandag 30 augustus 2021 om 20.00 uur in ons clubgebouw.

Indien u het met bovenstaande niet eens bent, kunt u via het secretariaat contact opnemen met de commissie van beroep.”

2.7.

[eiser] heeft bij brief van 19 juli 2021 beroep ingesteld tegen het schorsingsbesluit bij de commissie van beroep van Limburgia (“commissie van beroep”).

2.8.

Bij brief van 17 augustus 2021 heeft de advocaat van [eiser] aan Limburgia medegedeeld dat het bestuur handelt in strijd met de statuten die geen grondslag bieden voor een schorsing en verzocht uiterlijk 20 augustus 2021 zodanige informatie aan [eiser] te verstrekken dat hij in staat is inhoudelijk verweer te voeren tegen de klacht en de schorsing, bij gebreke waarvan de schorsing als niet opgelegd dient te worden beschouwd.

2.9.

Bij e-mail van 20 augustus 2021 heeft het bestuur van Limburgia [eiser] bericht dat de klacht ziet op smaad, laster, bedreiging en valse beschuldigingen jegens een ander lid van Limburgia en [eiser] uitgenodigd om daar op 30 augustus 2021 met het bestuur over te spreken.

2.10.

Op 23 augustus 2021 was [eiser] aanwezig in het clubgebouw van Limburgia als begeleider van de MP-groep. Het bestuur van Limburgia heeft hem gelet op diens schorsing gesommeerd het clubgebouw te verlaten en de politie gebeld. Op verzoek van de politie heeft [eiser] vervolgens het clubgebouw verlaten.

2.11.

Het bestuur van Limburgia heeft de schorsing van [eiser] op 24 augustus 2021 verlengd tot 7 september 2021 vanwege het opzettelijk negeren van de opgelegde schorsing.

2.12.

Op 25 augustus 2021 heeft de korpschef van de politie de wapens van [eiser] in bewaring genomen als bedoeld in artikel 8 van de Wet wapens en munitie.

2.13.

Op 26 augustus 2021 heeft het bestuur van Limburgia aan [eiser] bericht dat zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang wordt beëindigd. Hiertegen heeft [eiser] op 9 september 2021 beroep ingesteld bij de algemene ledenvergadering van Limburgia (“algemene ledenvergadering”) en de commissie van beroep. De commissie van beroep heeft het beroep niet in behandeling genomen en [eiser] is evenmin uitgenodigd voor een algemene ledenvergadering ter behandeling van zijn beroep.

2.14.

De statuten van Limburgia bepalen – voor zover relevant – als volgt:

Artikel 7 – Einde lidmaatschap

1. Het lidmaatschap van de vereniging eindigt door de door van het lid of

door opzegging en ontzetting (royement).

...

4. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen tegen het einde van het boekjaar. ... Voorts kan de vereniging het lidmaatschap met onmiddellijke ingang door

opzegging doen eindigen wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet

kan worden verlangd het lidmaatschap te laten voortduren.

...

6. Ontzetting uit het lidmaatschap (royement) geschiedt door het bestuur

wanneer een lid in ernstige mate in strijd handelt met de statuten,

reglementen en besluiten van de vereniging, dan wel de vereniging op

onredelijke wijze benadeelt. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk

van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Het lid kan

binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit tot

royement in beroep gaan bij de algemene vergadering.

2.15.

Bij brief van 14 september 2021 heeft de commissie van beroep schriftelijk advies uitgebracht aan het bestuur van Limburgia inzake het beroep van [eiser] tegen het schorsingsbesluit:

“Het komt ons voor dat de door het bestuur gekozen route, te weten het aangaan van een gesprek en daartoe een uitnodiging te verzenden, niet in strijd is met de

statuten, reglementen en de redelijkheid.

Ook het door het bestuur opleggen van een schorsing, vanwege het negeren van de

verzoeken om te komen tot een gesprek, is naar onze mening niet in strijd met

statuten, reglementen en de redelijkheid.”

2.16.

Bij brief van 20 oktober 2021 heeft de korpschef van politie aan [eiser] het voornemen kenbaar gemaakt zijn verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie in te trekken wegens vrees voor misbruik. Ter onderbouwing van die vrees wijst de korpschef onder meer op informatie die hij heeft verkregen uit een op 8 juli 2021 door leden van Limburgia met Korpscheftaken gevoerd gesprek omdat zij zich zorgen maakten over zijn gedrag op de vereniging en de daaruit voortgekomen klacht die [eiser] heeft ingediend:

“Uw gedrag zou bestaan uit intimidatie en (be)dreigen naar leden. De intimidatie

en dreiging zou bestaan uit onder meer uw twee rottweilers meenemen naar de vereniging en deze dreigen op leden af te sturen.”

Daarnaast is de vrees gegrond op ambtshalve bekende informatie inhoudende de aanwezigheid van [eiser] in het clubgebouw ten tijde van diens schorsing en het niet gevolg geven aan de sommatie van het bestuur het clubgebouw te verlaten zodat de politie diende te worden ingeschakeld.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] is van mening dat de schorsing en de daarop volgende beëindiging van zijn lidmaatschap ongegrond en daarmee nietig dan wel vernietigbaar zijn.

3.2.

[eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. verklaring voor recht dat het lidmaatschap van [eiser] niet per 26 augustus 2021 is geëindigd;

II. veroordeling van Limburgia om [eiser] als lid en [functie] van de MP groep op te nemen in het ledenbestand van Limburgia en hem ook zodanig – zonder enige beperking – te behandelen tot zijn lidmaatschap rechtsgeldig eindigt;

III. veroordeling van Limburgia om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,- per dag dat niet wordt voldaan aan de veroordeling onder II;

IV. veroordeling van Limburgia om aan [eiser] een schadevergoeding te betalen ter hoogte van € 26.297,90;

V. veroordeling van Limburgia om binnen vijf dagen na dagtekening van dit vonnis de goede naam van [eiser] te zuiveren bij de leden van Limburgia en Korpscheftaken in die zin dat:

A. Limburgia haar leden per e-mail met [eiser] in cc aangeeft, dat negatieve mededelingen door het bestuur van Limburgia over [eiser] ten onrechte in strijd met de waarheid zijn gedaan waarvoor Limburgia haar excuses aanbiedt aan [eiser] ; en

B. Limburgia bij Korpscheftaken per e-mail met [eiser] in cc aangeeft dat zij ten onrechte in strijd met de waarheid [eiser] heeft verweten dat hij leden zou intimideren en bedreigen, dat hij zou hebben gedreigd om twee rottweilers op leden af te sturen en dat hij in camouflagekleding in de struiken bij Limburgia zou zijn gezien en dat Limburgia ten onrechte hiermee heeft geprobeerd te bewerkstelligen dat [eiser] zijn wapenverlof zou worden ingetrokken;

VI. veroordeling van Limburgia om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,- vanaf de zesde dag na dagtekening van dit vonnis per dag dat niet wordt voldaan aan de veroordeling onder V;

VII. veroordeling van Limburgia om te stoppen met het verspreiden van negatieve/schadelijke opmerkingen aangaande [eiser] , op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per keer dat dit gebeurt;

VIII. althans een andere door de rechtbank in goede justitie vast te stellen voorziening te treffen;

IX. veroordeling van Limburgia in de proceskosten en nakosten met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis.

3.3.

Limburgia voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing