Rechtbank Limburg, 10-01-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:133, 10614202 \ CV EXPL 23-3050
Rechtbank Limburg, 10-01-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:133, 10614202 \ CV EXPL 23-3050
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 10 januari 2024
- Datum publicatie
- 17 januari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2024:133
- Zaaknummer
- 10614202 \ CV EXPL 23-3050
Inhoudsindicatie
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming
Uitspraak
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10614202 \ CV EXPL 23-3050
Vonnis van 10 januari 2024
in de zaak van
WONINGSTICHTING SERVATIUS,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Servatius,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.M.B. Lukassen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 november 2023.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[gedaagde] huurt van Servatius de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna ook: het gehuurde), tegen een huurprijs van thans € 764,36 per maand. Volgens de bepalingen van de huurovereenkomst moet de huur per vooruitbetaling worden voldaan.
[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Deze bedroeg ten tijde van de dagvaarding (tot en met de maand april 2023) € 3.390,29.
Servatius heeft [gedaagde] een zogenoemde veertiendagenbrief doen toekomen op 6 april 2023. In die brief heeft Servatius [gedaagde] gewezen op de huurachterstand en heeft zij hem de buitengerechtelijk incassokosten ad € 568,41 inclusief btw in het vooruitzicht gesteld.
Partijen zijn verschillende betalingsregelingen overeengekomen, maar [gedaagde] is die niet nagekomen.
Na dagvaarding heeft [gedaagde] de huurtermijnen tot en met november 2023 (tijdig) voldaan en een aantal bedragen extra betaald. De huurachterstand tot en met november 2023 bedroeg daardoor € 2.373,36.
3 Het geschil
Servatius vordert - samengevat - ontbinding en ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning en betaling van de huurachterstand en van huur dan wel een gebruikersvergoeding tot aan de ontruiming, alles met rente en kosten.
Servatius legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de huurovereenkomst. Hij is vanaf 8 februari 2022 in verzuim. Ter terechtzitting heeft Servatius zich bereid verklaard om (opnieuw) het gesprek met [gedaagde] aan te gaan, maar zij wil toch graag een ontruimingsvonnis als stok achter de deur. Servatius heeft toegezegd het vonnis niet te executeren als [gedaagde] zich aan de regels houdt.
[gedaagde] voert verweer. Hij erkent de bestaande huurachterstand, maar die is volgens hem door persoonlijke omstandigheden ontstaan. Hij was vanuit Rotterdam naar [woonplaats] verhuisd, woonde voor het eerst zelfstandig, raakte werkloos en had te kampen met schulden en verslavingen. Hij heeft pas nadat Servatius zijn zus, die eerder bij Servatius werkte, had ingeschakeld begrepen dat hij daadwerkelijk in de problemen zat. Met hulp van zijn zussen heeft [gedaagde] orde op zaken kunnen stellen. Hij vraagt om een terme de grâce.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.