Home

Rechtbank Limburg, 03-04-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:1478, 10644878 \ CV EXPL 23-3731

Rechtbank Limburg, 03-04-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:1478, 10644878 \ CV EXPL 23-3731

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
3 april 2024
Datum publicatie
5 april 2024
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:1478
Zaaknummer
10644878 \ CV EXPL 23-3731

Inhoudsindicatie

Voetbalvereniging huurt kleedkamers van gemeente: 2 of 4 kleedkamers?

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 10644878 \ CV EXPL 23-3731

Vonnis van 3 april 2024

in de zaak van

SPORTVERENIGING ALTWEERTERHEIDE,

te Weert,

eisende partij,

hierna te noemen: de Sportvereniging,

gemachtigde: mr. A.J.T.M. Hendriks,

tegen

GEMEENTE WEERT,

te Weert,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de Gemeente,

gemachtigde: mr. B. van Duijn.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13 - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 14 - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald

- de brief d.d. 9 februari 2024 van de Gemeente met productie 15

- de mondelinge behandeling van 21 februari 2024 - de spreekaantekeningen zijdens de Sportvereniging - de door mr. Hendriks ter zitting overgelegde notulen van de Sportvereniging.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat het om

2.1.

Tussen partijen is verschil van mening over de omvang van het huurobject. Volgens de Sportvereniging betreft het huurobject (in elk geval) vier kleedlokalen, terwijl dit er volgens de Gemeente twee zijn.

3 De feiten

3.1.

De Sportvereniging is een voetbalvereniging gelegen op het Sportpark “Op den Das” in Altweerterheide (gemeente Weert). De Gemeente verhuurt aan de sportvereniging een aantal kleedlokalen op het sportpark.

3.2.

In de tussen partijen gesloten (ongedateerde) huurovereenkomst is – voor zover hier van belang – opgenomen:

“De verhuurder verhuurt aan de huurder, die in huur aanneemt de kleedaccommodatie aan de [adres] te [plaats] , in oranje aangegeven op de aan deze overeenkomst gehechte plattegrond, beide partijen bekend, wordende daarvan geen nadere omschrijving verlangd, zulks voor onbepaalde tijd, ingaande 1 mei 1998 onder bepaling: (..)”.

3.3.

Vanaf het moment van ingaan van de huurovereenkomst in 1998 heeft de Sportvereniging altijd het exclusieve gebruik gehad van 2 kleedlokalen terwijl zij het gebruik van nog eens twee kleedlokalen moest delen met andere verenigingen, die ook gebruik maken van het sportpark.

3.4.

In 2004 en/of 2005 hebben partijen gesproken over (onder meer) het gebruik van de kleedlokalen, omdat de sportvereniging behoefte had aan meer (kleed)ruimte. Dat heeft niet geleid tot een andere verdeling van de beschikbare ruimte.

3.5.

Bij brief van 29 april 2022 heeft de gemachtigde van de Sportvereniging (kort gezegd) aan de Gemeente gevraagd om in overleg te treden over (onder meer) het gebrek aan kleedlokalen. Tevens is (onder meer) aangegeven dat de Sportvereniging niet beschikt over een schriftelijke huurovereenkomst. Op 17 juni 2022 heeft het gesprek tussen partijen plaatsgevonden. De Gemeente heeft de tussen partijen gesloten schriftelijke huurovereenkomst aan de Sportvereniging overhandigd.

3.6.

Na bestudering van de huurovereenkomst heeft de Sportvereniging aan de Gemeente laten weten dat de Sportvereniging op basis van de schriftelijke huurovereenkomst recht heeft op het exclusieve gebruik van vier kleedlokalen. De Gemeente is het hier niet mee eens.

3.7.

Partijen hebben geprobeerd om het geschil op te lossen, hetgeen niet is gelukt.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing