Rechtbank Limburg, 02-05-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:2275, ROE 22/37
Rechtbank Limburg, 02-05-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:2275, ROE 22/37
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 2 mei 2024
- Datum publicatie
- 14 mei 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2024:2275
- Zaaknummer
- ROE 22/37
Inhoudsindicatie
Eiser heeft het college verzocht om rectificatie van een persoonsgegeven. Eiser heeft zijn verzoek gebaseerd op artikel 16 van de AVG. Het college heeft het verzoek afgewezen. Volgens het college is geen sprake van een persoonsgegeven en kon eiser het rectificatierecht daarom niet inroepen. De rechtbank is van oordeel dat wel sprake is van een persoonsgegeven. Het persoonsgegeven komt echter niet voor rectificatie in aanmerking omdat het een opvatting van het college betreft. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard onder instandlating van de rechtsgevolgen.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 22/37
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het college van 23 november 2021 (aan eiser bekendgemaakt op 24 november 2021). Met dat besluit heeft het college beslist dat de afwijzing van het rectificatieverzoek van eiser van 15 september 2021 terecht was. Eiser heeft het college verzocht om rectificatie van het onjuiste gegeven dat er naar hem een onderzoek naar bijstandsfraude of een strafrechtelijk onderzoek loopt in het besluit van 21 juni 2021 ( [nummer] ) en alle andere berichten waarin dit staat. Eiser heeft zijn verzoek gebaseerd op artikel 16 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het college heeft het rectificatieverzoek afgewezen omdat de gegevens “bijstandsfraude” en “strafrechtelijk onderzoek” geen persoonsgegevens zijn en daarom niet onder het toepassingsbereik van de AVG vallen.
Naast het beroep beoordeelt de rechtbank het verzoek van eiser om vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden wegens overschrijding van de redelijke termijn.
2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 17 januari 2024 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben eiser en zijn gemachtigde deelgenomen. Het college heeft de rechtbank vóór de zitting schriftelijk laten weten dat het zich op de zitting niet laat vertegenwoordigen.