Rechtbank Limburg, 10-07-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:5401, C/03/309750 / HA ZA 22-431
Rechtbank Limburg, 10-07-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:5401, C/03/309750 / HA ZA 22-431
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 10 juli 2024
- Datum publicatie
- 22 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2024:5401
- Zaaknummer
- C/03/309750 / HA ZA 22-431
Inhoudsindicatie
Civiel recht. Bodemzaak. De curator is van mening dat de bank ten onrechte de financieringsmogelijkheden van Beta NL gelimiteerd heeft en later de financieringsovereenkomst met Beta NL heeft opgezegd. Beta NL is als gevolg daarvan in staat van faillissement geraakt volgens de curator. De rechtbank is van oordeel dat de bank de financieringsmogelijkheden niet had mogen limiteren op de wijze als de bank gedaan heeft. De rechtbank stelt verder vast dat voldaan is aan de contractuele opzeggingsmogelijkheden en dat de bank daarmee in beginsel bevoegd was om over te gaan tot beëindiging van de financieringsovereenkomst. Op grond van het bepaalde in artikel 6:248 lid 2 BW is de beëindiging door de kredietverlener op grond van een contractuele bevoegdheid niet rechtsgeldig indien gebruikmaking van die bevoegdheid, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929, ING/De Keijzer Beheer). Na weging van de door partijen over en weer aangedragen argumenten is de rechtbank van oordeel dat de bank geen gebruik had mogen maken van haar contractuele beëindigingsbevoegdheid. De rechtbank verwerpt het beroep van de bank op rechtsverwerking en schending van de klachtplicht.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/309750 / HA ZA 22-431
Vonnis van 10 juli 2024
in de zaak van
[eiser] ,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BETA DISTRIBUTION B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de Curator,
advocaat: mr. M.C.J. Peeters,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
LLOYDS BANK PLC.,
te EC2V 7HN London (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Lloyds,
advocaat: mr. L.J. Böhmer.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de akte overlegging producties 1 tot en met 42 van de Curator
- de akte overlegging producties 43 tot en met 45, alsmede uitlating ex artikel 15 Haags Betekeningsverdrag- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 15 - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte rectificatie tevens overlegging producties 16 en 17 van Lloyds
- de akte overlegging productie 46 van de Curator - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 oktober 2023 met de daarbij gevoegde spreekaantekeningen en de producties 47 en 48 van de Curator - de akte overlegging schriftelijke spreekaantekeningen en producties 18 en 19 van Lloyds
- de akte uitlating producties van de Curator.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 26 juni 2014 is Beta Distribution B.V. (hierna: Beta NL) opgericht. De aandelen van Beta NL worden voor 90% gehouden door het Beta Distribution Plc. (hierna: PLC) en voor 10% door [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Alle aandelen van PLC worden gehouden door Beta Services UK Limited (hierna: Beta UK). Beta NL is gevestigd in Nederland terwijl PLC en Beta UK zijn gevestigd in Engeland. Al deze rechtspersonen maken deel uit van de zogenoemde Beta Group, die zich bezighield met de distributie van IT-gerelateerde kantoorbenodigdheden.
De aandelen van Beta UK zijn in handen van [naam 2] (75%) en [naam 3] (25%). [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is enig bestuurder van Beta NL en, met anderen, bestuurder van PLC en Beta UK.
Lloyds is een bankinstelling die Beta UK en PLC vanaf 2008 heeft gefinancierd. Ook Beta NL is na haar oprichting door Lloyds gefinancierd. Daartoe is tussen Lloyds en Beta NL op 5 februari 2015 een financieringsovereenkomst gesloten, de zogenoemde ‘Receivables Finance Agreement’ (hierna: RFA, productie 12 van de Curator). In de RFA is opgenomen dat daarop het Nederlands recht van toepassing is. De Nederlandse rechter is (mede) als bevoegde rechter aangewezen voor geschillen die voortvloeien uit de RFA.
De financiering op basis van de RFA vond plaats middels bevoorschotting gekoppeld aan de openstaande vordering op debiteuren van Beta NL. Deze vorderingen werden door Beta NL aangemeld bij Lloyds, waarna Lloyds deze beoordeelde. Bevoorschotting vond vervolgens plaats tot 90% van de omvang van de door Lloyds akkoord bevonden (‘approved’) vorderingen op debiteuren.
Onderdeel van de afspraken in de RFA was dat de debiteuren van Beta NL moesten betalen op een geblokkeerde rekening bij Lloyds (‘Collection Account’). Bevoorschotting aan Beta NL vond plaats op een andere rekening bij Lloyds, waar Beta NL toegang toe had en die zij kon gebruiken voor het doen van betalingen (‘Current Account’). Al hetgeen Lloyds op enig moment uit hoofde van de bevoorschotting te vorderen had, kon zij verrekenen met creditsaldi op het Collection Account en het Current Account. Daarnaast verkreeg Lloyds een pandrecht op de vorderingen van Beta NL op haar debiteuren, tot zekerheid van terugbetaling van - kort gezegd - hetgeen Lloyds op grond van de RFA van Beta NL te vorderen had. Ook waren PLC en Beta UK jegens Lloyds hoofdelijk verbonden voor de verplichtingen van Beta NL ten opzichte van Lloyds.
Artikel 4.7 van de Operating Conditions - Part II van de (Engelstalige) RFA luidt, voor zover hier relevant, als volgt:
‘We may at any time, by written notice to you, with immediate effect vary (...) any Review Limit or Approval Limits (...)’.
Artikel 10.1 van de Operating Conditions - Part II van de RFA vermeldt de zogenoemde ‘Termination Events’, zijnde de gevallen waarin Lloyds de RFA mag beëindigen. In aanvulling daarop bepalen de artikelen 7.3.1. en 7.3.2. van de RFA dat ook als Termination Event geldt het geval dat zich in de Receivables Finance Agreement tussen Lloyds en PLC een Termination Event voordoet alsook - kort gezegd - het geval waarin enige groepsmaatschappij tekortschiet in de nakoming van financiële verplichtingen jegens (onder andere) Lloyds.
Op grond van de artikelen 10.2.9. en 10.2.11. van de Operating Conditions - Part II van de RFA heeft Lloyds het recht om, indien zich een Termination Event voordoet, een vaste kostenvergoeding te claimen (de zogenoemde ‘Charge’) alsook om op kosten van Beta NL accountants of andere professionals onderzoek te laten verrichten.
Op verzoek van PLC heeft KRE Corporate Recovery LLP (hierna: KRE) op 27 september 2018 een rapport uitgebracht over de financiële positie van PLC (productie 13 van de Curator, hierna: het KRE Rapport). Na het uitbrengen van het KRE Rapport is Deloitte door de Beta Group als externe adviseur ingeschakeld.
Vanaf begin oktober 2018 heeft Lloyds ten opzichte van Beta NL een zogenoemde ‘Payment Hold’ ingesteld, inhoudende dat Beta NL slechts met voorafgaande toestemming van Lloyds betalingen kon verrichten vanaf de Current Account. De Payment Hold wordt door partijen ook de ‘Ontzegging Toegang’ genoemd.
Op 15 oktober 2018 is in Engeland een insolventieprocedure gestart ten aanzien van PLC en Beta UK. In dat kader zijn twee ‘administrators’ benoemd, die werkzaam zijn bij Deloitte. Onder verwijzing naar deze insolventieprocedure heeft Lloyds Beta NL bij brief van 7 november 2018 onder meer het volgende bericht:
‘Given these recent events the Bank (lees: Lloyds, toevoeging rechtbank) is monitoring ongoing trade of Beta carefully. In these circumstances, and particularly the appointment of the administrators to Plc and Services (lees: UK, toevoeging rechtbank), the Bank reserves all of its rights in connection with the RFA’.
Bij brief van 16 november 2018 heeft Lloyds aan Beta NL bericht dat zij de financiering met onmiddellijke ingang beëindigt (door partijen ook ‘de Beëindiging’ genoemd). Daartoe wordt verwezen naar de artikelen 7.3.1. en 7.3.2. van de RFA (zie 2.7. hiervoor) in combinatie met de insolventieprocedure waar PLC en Beta UK in zijn verwikkeld. Lloyds had op dat moment uit hoofde van de financiering € 161.147,21 van Beta NL te vorderen. Daarnaast heeft Lloyds de vaste kostenvergoeding (de Charge) en de kosten voor onderzoek bij Beta NL in rekening gebracht. Het totaal van deze bedragen heeft Lloyds middels verhaal op basis van de aan haar verleende pandrechten geïncasseerd.
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 december 2018 is de voorlopige surseance van betaling aan Beta NL verleend (productie 1 van de Curator). De Curator is benoemd tot bewindvoerder. Bij beschikking van 21 december 2018 is de voorlopige surseance ingetrokken en is Beta NL in staat van faillissement verklaard (productie 2 van de Curator). De Curator is aangesteld tot curator. Vanaf september 2019 heeft de Curator met (de advocaten van) Lloyds gecorrespondeerd over - kort gezegd - de rechtmatigheid van de Ontzegging Toegang en de Beëindiging.
3 Het geschil
De Curator vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. Ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de Ontzegging Toegang en de
Beëindiging
1. voor recht verklaart dat (a) de Ontzegging Toegang en/of de Beëindiging door Lloyds
naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn/is en/of Lloyds
heeft gehandeld in strijd met haar zorgplicht jegens Beta NL, (b) dat Lloyds hierdoor
toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de RFA dan wel onrechtmatig jegens
Beta NL heeft gehandeld en (c) dat Lloyds uit dien hoofde aansprakelijk is voor de schade die Beta NL dientengevolge heeft geleden,
2. Lloyds veroordeelt tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat, te vermeerderen
met wettelijke rente,
3. Lloyds bij wijze van voorschot op de bij schadestaat te begroten schadevergoeding
veroordeelt tot betaling van € 200.000,- dan wel een door de rechtbank in goede
justitie te bepalen voorschotbedrag, te vermeerderen met wettelijke rente, te berekenen
vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
B. Ten aanzien van de Charge en de Kosten
Primair
4. voor recht verklaart dat Lloyds vanwege de niet-rechtsgeldige Ontzegging Toegang en
Beëindiging niet bevoegd was de Charge en/of de Kosten op Beta NL te verhalen, althans de
Charge en/of de Kosten onverschuldigd door Beta NL aan Lloyds zijn voldaan, althans Lloyds ongerechtvaardigd is verrijkt met de Charge en/of de Kosten,
5. Lloyds veroordeelt tot betaling aan de Curator van € 293.551,20 (Charge) en/of € 409.270,58 (Kosten), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf de dag
van de onverschuldigde betaling respectievelijk ongerechtvaardigde verrijking tot aan de
dag der algehele voldoening,
Subsidiair
6. voor recht verklaart dat het beroep van Lloyds op het contractuele beding tot
vergoeding c.q. verhaal van de Charge en/of Kosten naar maatstaven van redelijkheid en
billijkheid onaanvaardbaar is,
7. voor recht verklaart dat Lloyds hierdoor niet bevoegd was de Charge en/of de Kosten
op Beta NL te verhalen, althans de Charge en/of de Kosten onverschuldigd door Beta aan
Lloyds zijn voldaan, althans Lloyds ongerechtvaardigd is verrijkt met de Charge en/of de Kosten,
8. Lloyds veroordeelt tot betaling aan de Curator van € 293.551,20 (Charge) en/of € 409.270,58 (Kosten), te vermeerderen met wettelijke rente te berekenen vanaf de dag van de onverschuldigde betaling respectievelijk ongerechtvaardigde verrijking tot aan de dag der algehele voldoening,
Meer Subsidiair
9. De Charge en/of de Kosten matigt tot nihil dan wel tot de hoogte van door de
rechtbank te begroten wettelijke schadevergoeding, dan wel een door de rechtbank in
goede justitie te bepalen bedrag,
10. Lloyds veroordeelt tot betaling van het bedrag waarmee de Charge en/of de Kosten
door de rechtbank is gematigd, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van
dagvaarding tot de dag der algehele voldoening,
Zowel ten aanzien van de vorderingen onder A. en B.:
11. Lloyds veroordeelt in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen
na dagtekening van het vonnis, en, indien voldoening binnen die termijn uitblijft, te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het
vonnis.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.