Home

Rechtbank Limburg, 27-11-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:8669, ROE 24 / 3525

Rechtbank Limburg, 27-11-2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:8669, ROE 24 / 3525

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
27 november 2024
Datum publicatie
29 november 2024
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:8669
Zaaknummer
ROE 24 / 3525

Inhoudsindicatie

Verzoeksters hebben de voorzieningenrechter gevraagd om in afwachting van het besluit op bezwaar een voorlopige maatregel te treffen die afscherming van persoonsgegevens inhoudt. Verzoeksters hebben er bezwaar tegen dat CZ Zorgkantoor niet overgaat tot het wissen van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 17 van de AVG in de zin dat CZ Zorgkantoor deze gegevens niet meer deelt met anderen. De voorzieningenrechter vindt de stukken die verzoeksters hebben overgelegd onvoldoende om de gevraagde voorlopige maatregel te kunnen treffen en wijst het verzoek af.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 24/3525

[namen] , beiden uit [woonplaats] , verzoeksters

(gemachtigde: mr. M.H.J.M. Stassen),

en

CZ Zorgkantoor B.V. (CZ Zorgkantoor)

(gemachtigde: mr. A.J.H.W.M. Versteeg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeksters om een voorlopige voorziening. Verzoeksters vragen de voorzieningenrechter om een maatregel te treffen die voorkomt dat derden nog kennis kunnen nemen van hun persoonsgegevens die zij aan CZ Zorgkantoor hebben verstrekt. Dit in afwachting van een besluit op hun bezwaar tegen de afwijzing van CZ Zorgkantoor om hun persoonsgegevens te wissen. De persoonsgegevens waar het verzoek op ziet worden verwerkt in het portaal dat door de overheid is ontwikkeld voor de administratie van persoonsgebonden budget (pgb).

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 14 oktober 2024 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben verzoekster [naam] , de gemachtigde van verzoeksters, de gemachtigde van CZ Zorgkantoor, E.C.A.M. Daal, Functionaris Gegevensbescherming bij CZ Zorgkantoor en M. Hassel, werkzaam bij CZ Zorgkantoor deelgenomen.

3. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting geschorst. Zij had nog onvoldoende informatie om uitspraak te kunnen doen en heeft CZ Zorgkantoor opgedragen haar meer informatie te geven. CZ Zorgkantoor heeft dat gedaan en verzoeksters hebben op die informatie gereageerd. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter het onderzoek op verzoek van partijen nog twee weken aangehouden. CZ Zorgkantoor heeft vastgesteld dat de reactie van verzoeksters voor een deel gaat over verwerkingen van persoonsgegevens ten aanzien waarvan niet CZ Zorgkantoor verwerkingsverantwoordelijke is maar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en dit aan verzoeksters gemeld. Verzoeksters wilden de melding onderzoeken. Verzoekers hebben hun verzoek daarna aangepast. Omdat zij hun persoonsgegevens aan CZ Zorgkantoor hebben verstrekt, vinden zij dat als hun persoonsgegevens ook door de SVB worden verwerkt, CZ Zorgkantoor ervoor moet zorgen dat ook die persoonsgegevens niet meer moeten kunnen worden ingezien.

4. De voorzieningenrechter heeft hierna geen aanleiding gezien om nog een zitting te houden en het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Conclusie en gevolgen

Beslissing