Home

Rechtbank Limburg, 17-02-2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:1471, 11475698 CV EXPL 25-284

Rechtbank Limburg, 17-02-2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:1471, 11475698 CV EXPL 25-284

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17 februari 2025
Datum publicatie
25 februari 2025
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:1471
Zaaknummer
11475698 CV EXPL 25-284

Inhoudsindicatie

Verhuurder vordert in kort geding onder andere ontruiming van het gehuurde op de grond dat huurder de huur niet heeft betaald en de drankafnameverplichting niet nakomt. Vorderingen toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11475698 \ CV EXPL 25-284

Vonnis in kort geding van 17 februari 2025

in de zaak van

BRAND BIERBROUWERIJ B.V.,

te Wijlre,

eisende partij,

hierna te noemen: Brand,

gemachtigde: mr. H.J. Heynen,

tegen

[gedaagde] ,handelend onder de naam [handelsnaam],

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het exploot van dagvaarding van 17 januari 2025 met producties 1 tot en met 6;- de mondelinge behandeling van 3 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij akte van indeplaatsstelling onderverhuurt Brand aan [gedaagde] met ingang van 1 juli 2022 het horecapand gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: het gehuurde). Het gehuurde bestaat uit een café, een bovenwoning – waar [gedaagde] woont – en het voor het gehuurde gelegen terras. De huurprijs van thans € 3.611,88 per maand moet telkens worden voldaan vóór of op de eerste van iedere maand.

2.2.

[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan van – per 6 januari 2025 – € 14.049,67 inclusief btw.

2.3.

In de akte van indeplaatsstelling is voor [gedaagde] een drankafnameverplichting met betrekking tot tapbier overeengekomen.

2.4.

Brand heeft [gedaagde] bij brief van 23 april 2024 gesommeerd tot betaling van de huurachterstand en tot nakoming van de drankafnameverplichting. Daarna zijn er betalingsafspraken gemaakt die door [gedaagde] niet zijn nagekomen.

2.5.

Bij brief van 20 december 2024 heeft Brand [gedaagde] een laatste keer gesommeerd de huurachterstand te voldoen en schriftelijk te verklaren de drankafnameverplichting te zullen nakomen. Tevens is een kortgedingprocedure aangezegd.

2.6.

Ten tijde van de mondelinge behandeling op 3 februari 2025 had [gedaagde] de openstaande huurpenningen niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

Brand vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen:

  1. om het gehuurde binnen acht dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking aan Brand te stellen;

  2. om tegen behoorlijke bewijs van kwijting aan Brand te betalen € 14.464,47 aan huurachterstand inclusief contractuele rente per stand 6 januari 2025, te vermeerderen met primair de contractuele rente of subsidiair de wettelijke handelsrente;

  3. om vanaf 1 februari 2025 tot aan de ontruiming tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Brand te betalen de maandelijkse huurprijs van € 3.611,88 inclusief btw, te vermeerderen met primair de contractuele rente of subsidiair de wettelijke handelsrente;

  4. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  5. in de nakosten.

3.2.

Brand legt aan haar vorderingen de stelling ten grondslag dat [gedaagde] de op hem rustende verplichting om de huurpenningen volledig en tijdig te voldoen en de drankafnameverplichting niet nakomt.

3.3.

[gedaagde] erkent de huurachterstand. Ten aanzien van de gevorderde ontruiming voert [gedaagde] verweer dat strekt tot afwijzing daarvan.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing