Home

Rechtbank Midden-Nederland, 28-12-2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:7045, 4589586

Rechtbank Midden-Nederland, 28-12-2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:7045, 4589586

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 december 2016
Datum publicatie
5 januari 2017
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2016:7045
Formele relaties
Zaaknummer
4589586

Inhoudsindicatie

Brandschade aan een motorjacht door non-conformiteit airconditioning. De schade aan het jacht is transactieschade en geen zaakschade: er is geen sprake van productaansprakelijkheid en de verkoper van het jacht kan worden aangesproken.

Uitspraak

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4589586 UC EXPL 15-17520 KdM/1150

Vonnis van 28 december 2016

inzake

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verder ook te noemen [eiser sub 1] ,

eisende partij,

procederend in persoon,

2. de vennootschap naar Duits recht

Mannheimer Versicherung AG,

gevestigd te Mannheim, Duitsland,

verder ook te noemen Mannheimer,

eisende partij,

gemachtigden: mr. P.J. Hoepel en mr. T. Mentink,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M.H.J. Langerak.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

­ het tussenvonnis van 6 juli 2016,

­ de brief van Mannheimer van 16 november 2016 met producties,

­ de akte van Mannheimer van 24 november 2016 met producties, tevens houdende vermeerdering van eis,

­ de comparitie van partijen van 24 november 2016, waarvan aantekening is gehouden.

1.2.

[gedaagde] heeft in de conclusie van antwoord bezwaar gemaakt tegen het nalaten door [eiser sub 1] en Mannheimer om een vertaling in te brengen van de bij dagvaarding overgelegde Duitstalige processtukken. Bij haar brief van 16 november 2016 heeft Mannheimer alsnog Nederlandse vertalingen van deze processtukken ingebracht. Daartegen en tegen de bij diezelfde brief ingebrachte Engelse vertaling van een nader rapport is door [gedaagde] op de comparitie geen bezwaar meer gemaakt. De kantonrechter zal deze – hierna te noemen – rapporten beoordelen aan de hand van de vertalingen.

1.3.

[gedaagde] heeft een beroep gedaan op producties die zij heeft overgelegd bij haar incidentele conclusie van 20 januari 2016. Dit is besproken op de comparitie en daartegen is geen bezwaar gemaakt. Deze producties worden daarom geacht onderdeel uit te maken van deze procedure.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 14 juni 2012 hebben [eiser sub 1] en [gedaagde] een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiser sub 1] van [gedaagde] een motorjacht heeft gekocht.

2.2.

Op de overeenkomst zijn door [gedaagde] gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing. Deze voorwaarden sluiten aansprakelijkheid van [gedaagde] voor door de wederpartij geleden schade uit. Voorts wordt deze aansprakelijkheid in de voorwaarden beperkt voor zover een beroep op uitsluiting van de aansprakelijkheid niet mogelijk is.

2.3.

Het jacht is in opdracht van [gedaagde] gebouwd door de vennootschap naar Italiaans recht Ferretti S.P.A. (hierna: Ferretti). Het jacht is op 11 juli 2012 door [gedaagde] geleverd aan [eiser sub 1] . Met ingang van diezelfde datum heeft [eiser sub 1] het jacht verzekerd bij Mannheimer.

2.4.

Het jacht heeft aan de achterkant aan beide zijden een crewcabine, die met elkaar in verbinding staan. De crewcabine aan de bakboordzijde is een slaapruimte. Aan één van de uiteinden van de cabine bevonden zich twee uitblaasopeningen, met daarboven het bedieningspaneel van de airconditioning. De uitblaasopeningen en het bedieningspaneel waren weggewerkt in een houten lambrisering die als wandbekleding van deze zijde van de cabine functioneerde. Aan het andere uiteinde van de cabine was een halogeenlamp in het plafond gemonteerd.

2.5.

Op 7 oktober 2012 heeft er brand gewoed in de hiervoor omschreven crewcabine aan de bakboordzijde van het jacht, dat toen in de haven van Saint-Tropez, Frankrijk lag. Tijdens de brand lag er een stapel handdoeken en/of kussens in de crewcabine, aan het andere uiteinde ervan dan het uiteinde met het bedieningspaneel van de airconditioning. Er is brandschade ontstaan aan het jacht.

2.6.

Op 11 maart 2016 heeft [eiser sub 1] een e-mail gestuurd aan [gedaagde] . Daarin staat onder meer:“De schade aan mijn boot heeft zich voorgedaan in oktober 2012 in Saint Tropez. De brand in de crew cabin deed zich voor op de laatste dag van mijn verblijf op het schip. Ik zou later die dag gaan vliegen en heb daarom ’s-ochtends voor het ontbijt alle handdoeken, lakens, kussen e.d. opgeborgen in de crew cabin. Daarna ben ik met mijn tenderbootje aan wal gegaan. Tijdens mijn ontbijt zag ik vanaf de kade opeens rookontwikkeling op mijn boot. De brandweer heeft het schip toen naar de kade getrokken en met schuim geblust.

Het is mijn overtuiging dat de brand is ontstaan door een leeslampje in de crew cabin dat ongelooflijk heet wordt als het brandt. Ik heb mijn lijf al eens gebrand aan het lampje en bij Ferretti geklaagd dat zij eens led verlichting moeten gaan gebruiken, omdat deze lampjes veel te heet worden. Ik denk dat bij het opruimen van de crew cabin het lampje per ongeluk is aangezet met de spullen die ik naar binnen bracht of het lampje heeft al aangestaan. Dat kun je niet goed zien bij daglicht. De kussens en andere spullen hebben tegen het lampje aangestaan en zijn door de hitte van het lampje gaan smeulen, net als de papieren die er lagen. Na het blussen ben ik gaan kijken in de crew cabin en zag dat de rook vooral kwam door het smeulen van de opgeslagen spullen.

2.7.

De vereniging naar Duits recht Institut für Schadenverhütung und Schadenforschung der öffentlichen Versicherer e.V. (hierna: IFS) heeft in opdracht van Mannheimer onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand op het jacht. IFS heeft de heer K. Günther (hierna: Günther) belast met dit onderzoek.

2.8.

Op 17 oktober 2012 heeft Günther het jacht en de brandschade onderzocht in de haven van Beaulieu-sur-Mer, Frankrijk.

2.9.

Op 19 oktober 2012 heeft [eiser sub 1] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de brandschade.

2.10.

Op 31 oktober 2012 heeft Günther namens IFS een onderzoeksrapport uitgebracht. Bij het rapport zijn foto’s gevoegd. De conclusie van het onderzoek is dat de brand in het jacht is ontstaan door een elektrotechnisch defect in het gebied van het bord van het bedieningspaneel van de airconditioning in de crewcabine aan de bakboordzijde van het jacht. In het rapport staat verder het volgende (vertaald vanuit het Duits):“Directe brandschade is enkel aanwezig in de crewcabine aan bakboordzijde met de kooi. Na de brand zijn er alleen hete rookgassen van de crewcabine aan bakboord via de kier naar de crewcabine aan stuurboord getrokken. De brand is ontstaan in de crewcabine aan bakboord.

[...]

Wat betreft de locatie van de cabine blijkt dat de directe brandschade zover reikte als de bovenkant van de in de kooi opgeslagen voorwerpen. De intensiteit van de brandschade aan de voorwerpen in de kooi neemt toe richting de airconditioning. Een overeenkomend beeld van de brandsporen kan worden vastgesteld bij de houten plafondbekleding van de slaapplaats. In de ruimte van de airconditioning is deze in tegenstelling tot in de andere ruimten volledig verband.

[...]

De houten lambrisering laat in het gebied boven het bedieningspaneel van de airconditioning het grootste verlies van stoffen zien, oftewel de zwaarste verbranding.

De houten lambrisering met het bedieningspaneel, waarachter zich de airconditioning bevindt, kan worden geopend. Een 230 V-aansluitkabel leidt direct naar het paneel. De kunststofafdekking met de drie aansluitklemmen van het bedieningspaneel van de airconditioning aan de achterkant is losgekomen van de werkelijke besturingskaart met de voormalige bedienings- en weergave-elementen.

Aan de binnenkant van de houten lambrisering zijn alleen boven het bedieningspaneel van de airconditioning brandsporen te ontdekken. In het installatiegebied van de airconditioning zelf zijn geen directe brandsporen te ontdekken. De filtermatten op de uitblaasopeningen zijn nagenoeg volledig behouden, zodat een oververhitting bij de uitblaasopeningen kan worden uitgesloten.

[...]

Het bord van de bedieningsmodule laat een zeer hoge mate van vernieling zien. Dit geldt ook voor de bedienings- en weergave-elementen op het bord. De mate van vernieling die op het bord te zien is, kan niet als gevolg van de brand zijn ontstaan als de brand van buiten op het bedieningspaneel inwerkt. De brand moet zijn ontstaan in het gebied van het bord van het bedieningspaneel van de airconditioning.

Aan de hand van de brandvlekken ter plaatse kan met zekerheid worden gesteld dat de brand in het bedieningspaneel van de airconditioning is ontstaan. Het kan worden uitgesloten dat de brand is ontstaan in de lampen aan het andere uiteinde van de kooi, omdat deze zich buiten het gebied bevinden waarvan is vastgesteld dat daar de brand is ontstaan.

2.11.

Op 22 januari 2013 is de brandschade opnieuw onderzocht in de haven van Beaulieu-sur-Mer. Hierbij waren onder meer aanwezig Günther en een vertegenwoordiger van Ferretti.

2.12.

Op 28 februari 2013 heeft elektrotechnisch onderzoek plaatsgevonden naar onderdelen van het jacht, in het laboratorium van IFS in Kiel, Duitsland. Hierbij waren onder meer aanwezig Günther en vertegenwoordigers van [gedaagde] , Ferretti en van de fabrikant van de airconditioning.

2.13.

Op 7 maart 2013 heeft Günther namens IFS een nader onderzoeksrapport uitgebracht. Ook bij dit rapport zijn foto’s gevoegd. De conclusie van het nadere onderzoek is dat daarmee de in het rapport van 31 oktober 2012 vastgestelde brandoorzaak wordt bevestigd. In het rapport staat verder het volgende (vertaald vanuit het Duits):

De brandvlekken op de houten armaturen van de crewcabine aan bakboord zijn besproken [...]. In het gebied boven de kooi waar voorheen de halogeenlampen aan het uiteinde aan de stuurboordzijde waren gemonteerd, is de houten lambrisering gespaard gebleven. Boven het uiteinde van de kooi aan de bakboordzijde, waarop het bedieningspaneel van de airconditioning was gemonteerd, is de bovenste houten lambrisering daarentegen volledig verbrand.

[...]

De brandtest heeft aangetoond dat een vermogen van 3,8 W (bij een aangelegde spanning van 13,6 V) voldoende is om een brand te veroorzaken. Dit vermogen ligt 27% onder het vermogen van 5,2 W dat maximaal duurzaam op de locatie van de storing kan worden toegepast zonder dat de zekering van het apparaat op het moederbord wordt geactiveerd.

[...]

Kort samengevat, de zeer hoge mate van vernieling in en aan de achterkant van het bedieningspaneel gezien het vastgestelde beeld van de brandvlekken ter plaatse bevestigt dat de brand op bord moet zijn ontstaan. Als er buiten het bedieningspaneel brand was ontstaan, zou bij het bord ook secundaire schade te zien moeten zijn geweest die beduidend minder zou zijn als het bord buiten de directe plaats van de brand zou zijn gemonteerd.

[...]

Enkel op grond van het beeld van de brandvlekken kan het ontstaan van een brand bij de halogeenlampen worden uitgesloten. Een brand breidt zich primair naar boven uit en veroorzaakt bij een gelijke opbouw op de locatie waar de brand ontstaat de hoogste mate van vernieling omdat hier de brand het langst duurt. Bij ontstaan van een brand bij de lampen zou er geen verklaring zijn voor de stapsgewijze geringe mate van vernieling in dit gebied en de hiermee vergeleken zeer hoge mate van vernieling in de nis aan het uiteinde van de kooi met het bedieningspaneel van de airconditioning. Aan de hand van het beeld van de brandvlekken kan eenduidig worden vastgesteld dat het bedieningspaneel de enige elektrisch aangesloten component is op de locatie waar de brand is ontstaan.

Verder kan worden uitgesloten dat de brand is ontstaan door de halogeenlampen, omdat in het gebied van de 20 W-halogeenlampen en bij de resten van het glas van de lampen sporen van rookgas zijn waar te nemen. Als de lampen brand hadden veroorzaakt, hadden deze moeten zijn ingeschakeld. Als dit het geval was geweest, waren er in het gebied van de lamp en het beschermglas op grond van het hele oppervlak weinig sporen van rookgassen geweest.

[...]

Vastgesteld kan worden dat een vermogen van 5,2 Watt bij een storing van het bord van het bedieningspaneel van de airconditioning kan worden toegepast zonder dat de zekering van het apparaat op het moederbord wordt geactiveerd.

Tests hebben aangetoond dat een vermogen van 3,8 W (bij een aangelegde spanning van 13,6 V) voldoende is om een brand te veroorzaken. Dat vermogen ligt 27% onder het vermogen van 5,2 W dat duurzaam op de locatie van de storing kan worden toegepast zonder dat de zekering van het apparaat op het moederbord wordt geactiveerd.

2.14.

De vennootschap naar Italiaans recht Imasco International Marine Service & Consulting S.R.L. (hierna: Imasco) heeft in opdracht van Ferretti eveneens onderzoek gedaan naar de brandschade op het jacht. Imasco heeft op 11 maart 2013 daarover rapport uitgebracht. De conclusie van het onderzoek is dat de brand in het jacht is ontstaan doordat handdoeken en/of kussens te dicht bij de halogeenlamp in de crewcabine zijn gelegd. In het rapport staat het volgende:“In case of short circuit on Display, it would have burnt the fuse (400 milliamperes) on the Transformer: it did not happen.

[...]

As clearly showed from the photo, the fire burned up by the area around the light on the Starboard side of the Cabin.

All the stuffs, towels, garments, textiles were too close to the source of heat and they started to burn.

From there the fire blazed upward and in direction of the Air Conditioning vents where there was more oxygen.

The flames arrived tot he panel where the vents were installed and started to burn the Air Conditioning control from outside to inside.

2.15.

In een memo van 3 mei 2016 heeft de heer [A] , werkzaam als monteur bij [gedaagde] (hierna: [A] ), gereageerd op de rapporten van IFS.

2.16.

Bij brief van 10 mei 2016 heeft de heer K. Coers van Scheepwerktuigkundig Expertiseburo Coers (hierna: Coers) gereageerd op de rapporten van IFS.

2.17.

Op 29 september 2016 heeft Günther namens IFS een nader rapport uitgebracht, waarin hij heeft gereageerd op de inhoud van het rapport van Imasco en op de bevindingen van [A] en Coers.

2.18.

Namens Mannheimer heeft de vennootschap naar Duits recht GSM Gesellschaft für Service-Management mbH (hierna: GSM), een dochterbedrijf van Mannheimer, [gedaagde] aansprakelijk gesteld op 1 november 2013 en op 2 juni 2014 voor de brandschade.

2.19.

GSM heeft op grond van de verzekeringsovereenkomst tussen Mannheimer en [eiser sub 1] geldbedragen uitgekeerd.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing