Home

Rechtbank Midden-Nederland, 05-04-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1676, C/16/399029 / HA ZA 15-724

Rechtbank Midden-Nederland, 05-04-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1676, C/16/399029 / HA ZA 15-724

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 april 2017
Datum publicatie
5 april 2017
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2017:1676
Formele relaties
Zaaknummer
C/16/399029 / HA ZA 15-724

Inhoudsindicatie

Op 31 oktober 2006 heeft eiser met ASAM N.V., een dochtermaatschappij van ASR Nederland N.V. (hierna: ASR), een vaststellingsovereenkomst (schikking) gesloten waarbij eiser tegen betaling van een bedrag van € 700.000,-- afstand heeft gedaan van mogelijke vorderingen die hij heeft of zal hebben in verband met diverse geschillen tussen partijen die zijn ontstaan tijdens en na de verkoop in 2003 door eiser van zijn aandelen in PSL Financiële Adviesgroep B.V. en PSL Groep B.V. aan P&K Holding B.V. (welke vennootschap handelde onder de naam Hestia).

In deze procedure vordert eiser vernietiging van deze vaststellingsovereenkomst wegens dwaling en misbruik van omstandigheden, en vergoeding door ASR van de schade die hij door het onrechtmatig handelen van ASR heeft geleden.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot vernietiging is verjaard. Dit heeft tot gevolg dat de vaststellingsovereenkomst als geldig moet worden aangemerkt, en dat eiser geen vordering kan instellen terzake van beweerdelijk onrechtmatige handelingen die onder de vaststellingsovereenkomst vallen. Dat is alleen anders als - zoals eiser heeft gesteld - een beroep door ASR op de vaststellingsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar dat is volgens de rechtbank niet het geval. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser dan ook af.

ASR heeft een tegenvordering van € 140.000,-- ingediend bestaande uit contractuele boetes die eiser verschuldigd zou zijn wegens het 14 keer overtreden van het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen verbod om zich publicitair of anderszins negatief uit te laten terzake van de geschillen die vallen onder de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst. De rechtbank concludeert dat deze vordering niet is verjaard, en dat eiser zich in 9 gevallen niet aan dit verbod heeft gehouden, zodat hij een contractuele boete van € 90.000,-- verschuldigd is. Voor matiging van deze boete is geen grond. De rechtbank wijst de tegenvordering van ASR derhalve toe tot een bedrag van € 90.000,--.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/399029 / HA ZA 15-724

Vonnis van 5 april 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] (België),

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. N.F. Bruinsma te Eindhoven,

tegen

de naamloze vennootschap

ASR NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. L.J. Böhmer te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en ASR genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de conclusie van antwoord in conventie en van (deels voorwaardelijke) eis in reconventie

-

de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

-

de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens houdende wijziging van eis in reconventie

-

de conclusie van dupliek in reconventie van [eiser]

-

de conclusie van dupliek in (voorwaardelijke) reconventie van ASR

-

de beslissing van de rolrechter tot het weigeren van het nemen van een antwoordakte door [eiser]

-

de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is aandeelhouder en directeur geweest van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] B.V. Deze vennootschap was de moedermaatschappij van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid PSL Financiële Adviesgroep B.V. (hierna: PSL Advies) en PSL Groep B.V. (hierna: PSL Groep), alsmede houdster van een deel van de aandelen in PSL Employee Services B.V. Deze vennootschappen zullen, tezamen met de dochtermaatschappijen daarvan, ook wel aangeduid worden als: de vennootschappen. De vennootschappen zijn actief geweest op het gebied van assurantiebemiddeling en financiële advisering.

2.2.

Op 3 maart 2003 heeft de naamloze vennootschap ASAM N.V. (hierna: ASAM), zowel optredend voor zich als voor de andere tot de AMEV Stad Rotterdam Verzekeringsgroep (ASR) N.V. en of Fortis Bank (Nederland) N.V. behorende vennootschappen, een lening verstrekt van € 1,3 miljoen aan PSL Advies. Bij de totstandkoming van deze lening is ASAM vertegenwoordigd door haar statutair directeur, de heer [A] (hierna: [A] ).

2.3.

Bij overeenkomst van 4 april 2003 heeft [eiser] zijn aandelen in de vennootschappen verkocht aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid P&K Holding B.V., handelende onder de naam Hestia (hierna te noemen: Hestia). De koopsom bestaat uit een bedrag van € 1, alsmede een nabetalingsregeling (hierna: de nabetalingsregeling). Deze overeenkomst zal hierna ook wel aangeduid worden als: de overname-overeenkomst.

2.4.

Op 14 december 2004 en 10 maart 2005 heeft [eiser] een bod gedaan op de aandelen van Hestia in PSL Advies, respectievelijk de verzekeringsportefeuille van PSL Advies. Deze biedingen hebben niet geleid tot het overdragen van deze aandelen of portefeuille aan [eiser] .

2.5.

Hestia is op 22 maart 2005 failliet verklaard.

2.6.

Omstreeks 31 oktober 2006 heeft [eiser] met ASAM en de heer [B] , voormalig bestuurder van Hestia (hierna: [B] ), een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: de vaststellingsovereenkomst) die, voor zover relevant, luidt als volgt:

“(...)

Overwegende:

A. dat tussen de heer [eiser] enerzijds en Fortis en Asam anderzijds geschillen zijn ontstaan in verband met de verkoop, bij overeenkomst gedateerd 4 april 2003, aan P&K Holding B.V. (“Hestia”) van aandelen in het kapitaal van [bedrijf] B.V. en/of PSL Groep B.V. (de “Vennootschappen”), de door [eiser] gestelde betrokkenheid van Asam en de heer [B] bij die verkoop en nadien bij de verkochte onderneming en bij Hestia, alsmede in verband met de uitvoering van die overeenkomst en het faillissement van de Vennootschappen en van Hestia, geschillen die door [eiser] nader zijn beschreven in het partijen bekende verzoekschrift van de heer [eiser] aan de rechtbank ‘s-Hertogenbosch tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, een brief van de raadsman van de heer [eiser] aan Asam d.d. 17 oktober 2005 en een brief van de raadsman van de heer [eiser] aan de heer [B] van 18 oktober 2006);

B. Partijen zijn bereid de geschillen op de voorwaarden en condities van deze overeenkomst minnelijk te regelen, voor wat betreft Asam en [B] zonder daarmee enige aansprakelijkheid jegens [eiser] in verband met de Geschillen te erkennen of de stellingen in genoemd verzoekschrift en in genoemde brieven van zijn raadsman te onderschrijven.

Komen overeen als volgt:

Artikel 1 - Betaling

1.1

Asam zal uiterlijk op woensdag 1 november 2007, 12.00 uur € 700.000,- voldoen aan de heer [eiser] (...).

Artikel 2 - Kwijting

2.1

De heer [eiser] verleent hierbij kwijting aan Asam en aan alle huidige en voormalige commissarissen, bestuurders, werknemers en adviseurs van Asam terzake van alle vorderingen op Asam en/of op (één of meer van) genoemde personen, ongeacht of die thans opeisbaar of toekomstig zijn en ongeacht of de heer [eiser] thans met die vorderingen bekend is.

2.2

Voorts verleent de heer [eiser] hierbij kwijting aan alle huidige en voormalige groepsmaatschappijen van Asam en hun huidige en voormalige commissarissen, bestuurders, werknemers en adviseurs terzake van alle (opeisbare en toekomstige, bekende en onbekende) vorderingen die op enige wijze verband houden met of voortvloeien uit enige betrokkenheid van de (rechts)personen waaraan aldus kwijting wordt verleend bij Hestia en/of de Vennootschappen en/of de in de considerans beschreven omstandigheden en/of de omstandigheden die beschreven worden in de aldaar bedoelde documenten, daaronder begrepen vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met de in het verleden voorgenomen overdracht van de vordering van (o.m.) PSL Employee Services op Stichting Amsterdam Thuiszorg.

2.3

De heer [eiser] verleent hierbij kwijting aan de heer [B] terzake van alle vorderingen op de heer [B] , ongeacht of die thans opeisbaar of toekomstig zijn en ongeacht of de heer [eiser] thans met die vorderingen bekend is.

2.4

Voorts verleent de heer [eiser] hierbij kwijting aan alle rechtspersonen die direct of indirect, middelijk of onmiddellijk thans of ten tijde van het ontstaan van dergelijke vorderingen, door de heer [B] (mede) worden of werden beheerst, alsmede aan alle huidige en voormalige commissarissen, bestuurders, werknemers en adviseurs terzake van alle (opeisbare en toekomstige, bekende en onbekende) vorderingen die op enige wijze verband houden met of voortvloeien uit enige betrokkenheid van de (rechts)personen waaraan aldus kwijting wordt verleend bij Hestia en/of de Vennootschappen en/of de in de considerans beschreven omstandigheden en/of de omstandigheden die beschreven worden in de aldaar bedoelde documenten, daaronder begrepen vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met de in het verleden voorgenomen overdracht van de vordering van (o.m.) PSL Employee Services B.V. op Stichting Amsterdam Thuiszorg.

2.5

De in artikel 2.2 en 2.4 opgenomen kwijtingen hebben tevens betrekking op vorderingen op derden terzake van de aldaar beschreven onderwerpen, indien het redelijkerwijze mogelijk is dat een zodanige derde in verband met een dergelijke vordering regres kan nemen op Asam of de heer [B] of op een partij waaraan volgens artikel 2.2 of 2.4 kwijting wordt verleend of een zodanige partij in vrijwaring zou kunnen oproepen. Onder de derden waaraan volgens dit artikel kwijting wordt verleend zijn in ieder geval alle natuurlijke personen begrepen die in het bovenbedoeld verzoekschrift als getuigen worden genoemd, waaronder de heer [C] .

2.6

Voor zover met de voorgaande bepalingen kwijting wordt verleend aan anderen dan Asam en de heer [B] gelden deze bepalingen als onherroepelijk derdenbeding en als verplichting van de heer [eiser] jegens Asam respectievelijk de heer [B] .

2.7

De heer [eiser] verklaart niet bekend te zijn met enige vordering op Asam, de heer [B] of enige van de in artikel 2.2., 2.4 en 2.5 bedoelde (rechts)personen, anders dan de vorderingen waarvoor bij deze overeenkomst kwijting wordt verleend.

2.8

De heer [eiser] zal vorderingen die hij ter verificatie van het faillissement van Hestia of van de Vennootschappen heeft ingediend op eerste verzoek van de heer [B] intrekken.

2.9

Door met de in dit artikel 2 opgenomen kwijtingen zal de heer [eiser] “het boek Hestia “ sluiten. De heer [eiser] zal zich onthouden van iedere (direct of indirecte) betrokkenheid bij de (eventuele) vorderingen die derden jegens Asam en/of [B] pretenderen.

(...)

Artikel 3 – Overige bepalingen

3.1

Partijen zullen zich vanaf de datum van deze overeenkomst noch publicitair noch anderszins negatief over elkaar uitlaten terzake van gebeurtenissen die verband houden met de Geschillen, het faillissement van Hestia, de Vennootschappen en hun dochtermaatschappijen daaronder begrepen.

(...)

3.3

Partijen doen over en weer voor zo ver rechtens mogelijk afstand van elk recht om deze overeenkomst te ontbinden of te vernietigen en om de ontbinding of vernietiging daarvan in rechte te vorderen.

3.4

De heer [eiser] zal de Rechtbank ervan in kennis stellen dat hij afziet van het aangevraagde getuigenverhoor. (...)

3.5

Indien de heer [eiser] in strijd handelt met het bepaalde in deze overeenkomst verbeurt hij een direct opeisbare boete van € 10.000 alsmede, bij een voortdurende overtreding, € 1.000 voor elke dag dat een dergelijke overtreding voortduurt.

(...)

3.7

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

(...)”

2.7.

Bij beschikking van 5 september 2013 heeft deze rechtbank het verzoek van [eiser] toegewezen tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. De getuigenverhoren hebben plaatsgevonden in 2013 en 2014. Daarbij zijn onder meer [eiser] zelf gehoord, [B] , [A] , alsmede de heer [D] , voorzitter van de raad van bestuur van ASR.

2.8.

Bij dagvaarding van 14 augustus 2015 heeft [eiser] de onderhavige procedure aanhangig gemaakt.

2.9.

ASAM is op dit moment een dochtermaatschappij van ASR.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - dat de rechtbank:

- de vaststellingsovereenkomst vernietigt wegens dwaling en/of misbruik van omstandigheden, althans voor recht verklaart dat het beroep van ASR op (artikel 2 en 3.3 van) de vaststellingsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is,

- voor recht verklaart dat ASR jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade, begroot op € 6.011.999,- (in verband met het forceren van de verkoop van de vennootschappen), € 2.892.179,91 (in verband met de instructie aan Hestia om de nabetalingsregeling niet na te komen) en voor het overige (ten aanzien van het frustreren van de overname van de aandelen in PSL Advies door [eiser] ) te begroten in de schadestaatprocedure,

- ASR veroordeelt tot vergoeding van de schade van [eiser] , eventueel op te maken bij staat,

- ASR veroordeelt in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

ASR voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

ASR vordert samengevat - in reconventie na eiswijziging dat de rechtbank:

- ( onder de voorwaarde dat de rechtbank de vordering tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst toewijst:) [eiser] veroordeelt tot betaling aan ASR van het bedrag van € 700.000,--, vermeerderd met wettelijke rente,

- [eiser] veroordeelt tot betaling aan ASR van een bedrag van € 140.000,--, vermeerderd met wettelijke rente,

- [eiser] veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.5.

[eiser] voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing