Home

Rechtbank Midden-Nederland, 19-04-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3097, C/16/393714 / HA ZA 15-490

Rechtbank Midden-Nederland, 19-04-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3097, C/16/393714 / HA ZA 15-490

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 april 2017
Datum publicatie
3 juli 2017
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2017:3097
Zaaknummer
C/16/393714 / HA ZA 15-490

Inhoudsindicatie

aanbestedende dienst heeft deskundige opdracht gegeven haar bij te staan in het kader van een aanbesteding en verwijt die deskundige in datg kader een beroepsfout te hebben gemaakt. ook de toepasselijkheid van algemene voorwaarden is in geschil.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/393714 / HA ZA 15-490

Vonnis van 19 april 2017

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[eiseres] N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaten mr. P.B.J. van den Oord en mr. R.W. La Gro,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

procesadvocaat voorheen mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, thans mr. J.A. Dullaart,

behandelend advocaten mr. L.C. van den Berg en mr. L. Knoups.

Partijen zullen hierna [eiseres] en HaskoningDHV genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 7 oktober 2015,

-

het proces-verbaal van de comparitie van 8 december 2015,

-

de conclusie na comparitie van [eiseres] ,

-

de antwoordconclusie na comparitie van HaskoningDHV.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een publiekrechtelijke rechtspersoon die diensten verleent op het gebied van afvalbeheer en van het beheer van de openbare ruimte ten behoeve van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Kaag en Braassem, Krimpenerwaard, Nieuwkoop, Waddinxveen en Zuidplas. [eiseres] is een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingswet 2012.

2.2.

HaskoningDHV is een advies-, ingenieurs- en projectmanagementbureau.

2.3.

In 2008 heeft (een rechtsvoorgangster van) HaskoningDHV op verzoek van [eiseres] een locatiestudie verricht voor de door [eiseres] gewenste nieuwe huisvesting, waarna [eiseres] heeft gekozen voor de locatie [naam locatie] in [vestigingsplaats] . Vervolgens heeft [eiseres] in 2012 aan HaskoningDHV verzocht om haar te adviseren en te begeleiden bij de uitwerking en realisatie van haar nieuwbouwplannen.

2.4.

Bij brief van 2 november 2012 heeft [eiseres] de door HaskoningDHV uitgebrachte offerte geaccepteerd:

Onder verwijzing naar uw offerte (...) d.d 17 oktober 2012, verlenen wij u hierbij opdracht voor het uitvoeren van de in de offerte genoemde werkzaamheden m.b.t. de nieuwbouw van [eiseres] .

2.5.

In de bedoelde offerte van 17 oktober 2012 heeft HaskoningDHV het volgende vermeld:

Onze werkzaamheden

Wij zijn reeds in onderling overleg gestart met verschillende werkzaamheden. Om te komen tot bovengenoemd eindresultaat verrichten wij de volgende werkzaamheden:

(...)

Stap 4 – Aanbesteding

(...)

Wij zullen u verder begeleiden in de selectie- en gunningsfase. De begeleiding van de selectiefase omvat het Publicatie documenten, Beantwoording vragen, Opstellen nota van inlichtingen, Controle aanmeldingen, Beoordelen aanmeldingen i.o.m. opdrachtgever, Opstellen brieven selectievoornemen, Beantwoording vragen n.a.v. selectievoornemen.

Werkzaamheden tijdens de gunningsfase zijn: verzenden documenten, Beantwoording vragen, Opstellen nota van inlichtingen, Individuele vragenronde bijwonen, Controle inschrijvingen (volledigheid, indieningsvereisten), Bijwonen presentaties + beoordelingen kwalitatief i.o.m. opdrachtgever, Beoordeling inschrijvingen kwantitatieve criteria, Opstellen proces verbaal + gunningsvoornemen, Beantwoording vragen n.a.v. gunningsvoornemen en gereedmaken basisovereenkomst.

Advisering bij eventuele juridische procedures valt buiten onze werkzaamheden.

(...)

Advieskosten

Wij ramen onze advieskosten per stap zoals in het onderstaande schema is weergegeven.

Stap 1 – Update uitgangspunten/opstellen vraagspecificatie 57.250,-

Stap 2 – Ontwerp 19.500,-

Stap 3 – Aankoop grond 29.375,-

Stap 4 – Aanbesteding 57.500,-

Stap 5 – Vergunningen 20.500,-

Stap 6 – Bouwbegeleiding 70.000,-

(...)

Voorwaarden en uitgangspunten

Op de overeenkomst tussen Haskoning Nederland B.V. [de betrokken rechtsvoorgangster van HaskoningDHV, toevoeging rechtbank] en [eiseres] N.V. zijn de Haskoning Nederland Voorwaarden, zoals deze op 4 september 2009 zijn gedeponeerd bij de kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland te Arnhem, alsmede de bepalingen van de “Rechtsverhouding Opdrachtgever – architect, ingenieur en adviseur DNR 2011”, hierna te noemen “DNR” van toepassing. Een exemplaar van de Haskoning Nederland Voorwaarden is bijgevoegd. Een exemplaar van DNR kunnen wij u indien gewenst toezenden.

2.6.

In artikel 2 van de Haskoning Nederland Voorwaarden, die op 4 september 2009 zijn gedeponeerd, (hierna: Haskoning-Voorwaarden) is het volgende bepaald:

Indien op de opdracht tevens andere algemene voorwaarden van toepassing zijn, zoals de RVOI 2001, de SR 1997 of de DNR 2005, gelden deze andere algemene voorwaarden voorzover hiervan in de Haskoning Nederland-Voorwaarden 2009 niet wordt afgeweken. De Haskoning Nederland-Voorwaarden 2009 prevaleren altijd boven andere toepasselijke voorwaarden.

2.7.

In “De Nieuwe Regeling 2011, Rechtsverhouding opdrachtgever – architect, ingenieur en adviseur DNR 2011” (hierna: DNR 2011) is het volgende opgenomen:

Artikel 1

Begripsbepalingen

Verstaan wordt onder:

(...)

toerekenbare tekortkoming

een tekortkoming die te wijten is aan schuld, of krachtens wet, rechtshandeling of volgens in het verkeer geldende opvattingen, voor rekening van de schuldenaar komt. Onder in het verkeer geldende opvattingen wordt verstaan: een tekortkoming die een goed en zorgvuldig handelend adviseur of opdrachtgever onder de betreffende omstandigheden en met inachtneming van normale oplettendheid – en waar het de adviseur betreft: met de voor de opdracht vereiste vakkennis en middelen uitgerust – had kunnen en behoren te vermijden;

(...)

Artikel 13

Aansprakelijkheid van de adviseur voor toerekenbare tekortkomingen

1. De adviseur is jegens de opdrachtgever aansprakelijk voor zijn toerekenbare tekortkoming. Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, vindt dit lid slechts toepassing met inachtneming van de wettelijke regeling van verzuim van de schuldenaar.

(...)

Artikel 16

Aansprakelijkheidsduur en vervaltermijnen

(...)

2. De rechtsvordering uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming vervalt en is niet ontvankelijk indien de opdrachtgever niet binnen bekwame tijd nadat hij de tekortkoming heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, schriftelijk en met redenen omkleed bij de adviseur ter zake heeft geprotesteerd.

(...)

2.8.

Op 1 november 2012 heeft [eiseres] een Europese niet-openbare aanbesteding aangekondigd betreffende het ontwerpen en realiseren van haar nieuwe bedrijfshuisvesting, met gunning van de opdracht aan de economisch meest voordelige inschrijver. De aanbestedingsdocumenten zijn opgesteld door HaskoningDHV.

2.9.

In de selectiefase van de aanbesteding heeft [eiseres] met hulp van HaskoningDHV vijf partijen geselecteerd, waaronder Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling Holding B.V. (hierna: Ballast Nedam) en [bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 1] ).

2.10.

In de gunningsfase heeft [eiseres] de geselecteerde partijen de Gunningleidraad Europese Aanbesteding Ontwerp en Realisatie Huisvesting [eiseres] [naam locatie] (hierna: Gunningleidraad) verstrekt. Daarin is het volgende vermeld:

4.3 Inhoud van de inschrijving

De Inschrijving bestaat uit 6 (zes) onderdelen, zoals weergegeven in tabel I.

(...)

Inhoud van de Inschrijving

1

Algemene gegevens

2

Eigen verklaringen en bewijsstukken

3

Voorontwerp

4

Projectmanagementplan

5

Energieprestatie

6

Inschrijfprijs (aparte afgesloten envelop)

Tabel I: inhoud van de Inschrijving

(...)

4.3.5

Energieprestatie

De inschrijver dient een EPC-berekening te verstrekken bij de Inschrijving. Kunt u de EPC-waarde, zoals voorgeschreven in het bouwbesluit, verder verbeteren binnen het vastgestelde budget? Geef, onderbouwd met maatregelen en berekeningen, aan met hoeveel punten u de EPC-waarde kunt verbeteren en wat de te verwachte terugverdientijd en onderhoudsgevoeligheid is van de maatregelen. De voorkeur van [eiseres] gaat uit naar een korte terugverdientijd en lage onderhoudsgevoeligheid.

De verstrekte uitwerking van de EPC-berekening is niet vrijblijvend, de Inschrijving van opdrachtnemer maakt onderdeel uit van de Aanbieding en daarmee ook van de contractdocumenten. De te verrichten Werkzaamheden dienen hiermee in overeenstemming te zijn.

(...)

5.2

Beoordelingsmethode

(...) De (...) beoordelingscommissie (...) bestaat uit vertegenwoordigers van [eiseres] (...) en (...) HaskoningDHV.

Voor de onderdelen 5 (Energieprestatie) en 6 (inschrijfprijs) vindt een kwantitatieve beoordeling plaats, conform de rekenmethoden die in paragraaf 6.3 [kennelijk wordt bedoeld paragraaf 5.3, toevoeging rechtbank] zijn opgenomen voor het betreffende onderdeel. (...).

5.3

Beoordeling op de gunningscriteria

(...)

5.3.3

Energie prestatie

Voor het beoordelen van duurzaamheid/ energie prestatie wordt gekeken naar de Energie prestatie coëfficiënt (EPC) van het kantoorgebouw (...). Beoordeling van de Energie prestatie vindt plaats op grond van het aantal punten waarmee de EPC-waarde kan worden verbeterd. Deze onderbouwing dient te bestaan uit een concrete beschrijving van de maatregelen en een EPC-berekening voor het gehele project.

De punten voor het onderdeel Energie prestatie worden als volgt bepaald:

- Aan een EPC van 1,100, overeenkomend met de maximale EPC voor het Werk, wordt 0 punten toegekend;

- Voor iedere 0,0275 punt dat de EPC lager is dan de maximale EPC, wordt één punt toegekend;

- Voor tussenliggende EPC-waarden wordt de score lineair bepaald op grond van de volgende formule:

Score (Energie prestatie) = (Maximale EPC – Aangeboden EPC) / (0,0275)

- De punten worden afgerond op 1 decimaal;

- Er is maximaal 10 punten ter verdienen op het onderdeel EPC.

Rekenvoorbeeld

Aangeboden EPC = 0,850

Score = (1,100 – 0,850)/0,0275 = 9,1

Voor het verlagen van de EPC-waarde mag u gebruik maken van energieopwekking echter deze energieopwekking dient op het [eiseres] terrein te worden gerealiseerd en moet passen binnen de kaders van de Vraagspecificatie.

Indien tijdens de ontwerp- en/of uitvoeringsfase blijkt dat de gerealiseerde EPC-waarde afwijkt van de aangegeven waarde in de Inschrijving van Opdrachtnemer geldt de in de Basisovereenkomst (art. 16) opgenomen boetclausule.

Opdrachtgever behoudt zich het recht voor nadere informatie met betrekking tot de gegeven onderbouwing te vragen en de score aan te passen indien de maatregelen volgens Opdrachtgever niet aannemelijk zijn. Op basis van de opgegeven terugverdientijd en onderhoudsgevoeligheid van de maatregelen wordt een correctiefactor toegepast op de punten die zijn behaald volgens onderstaande tabel.

Correctiefactor EPC

Beoordeling

Correctiefactor

Goed

1,00

Gemiddeld

0,75

Onder gemiddeld

0,50

Slecht

0,25

Tabel IV: Correctiefactor

Rekenvoorbeeld

Score voor EPC = 9,1

Correctiefactor is beoordeeld als gemiddeld

Eindscore (Energieprestatie) = 9,1 x 0,75 = 6,825

(...)

5.3.5

Berekenen totaal score

De scores voor de verschillende onderdelen worden gewogen zoals weergegeven in tabel III, met als resultaat een maximale score van 100 punten voor de totale inschrijving. De scores worden afgerond op 1 decimaal. De Inschrijving met de hoogste totaal score wordt gezien als de Economisch meest voordelige inschrijving.

Onderdeel

Maximum punten

Wegings-factor

Ontwerp

10,0

4

40,0

Projectmanagementplan

10,0

2

20,0

Energieprestatie

10,0

3

30,0

Prijs

10,0

1

10,0

Totaal score

100,0

Tabel V: berekening totaal score

(...)

6 Gunning

6.1

Gunningsbeslissing

De gunning geschiedt op basis van het gunningscriterium van de Economisch meest voordelige inschrijving (EMVI). De Economisch meest voordelige inschrijving wordt bepaald aan de hand van de gunningscriteria zoals weergegeven in paragraaf 5.3. De Inschrijving met de hoogste score (conform de berekening in paragraaf 5.3.5) wordt aangemerkt als meest gerede Inschrijving. (...)

2.11.

In de tweede Nota van Inlichtingen is het volgende vermeld:

Vraag

nummer

Document

(...)

Citaat-tekst

Vraag

Antwoord

(...)

(...)

(...)

(...)

(...)

(...)

57.

Gunning-leidraad

EPC

T.a.v. de duurzame maatregelen, worden deze beoordeeld op terugverdientijd en onderhoudsvriende-lijkheid. Kunt u aangeven hoe deze aspecten gewogen en beoordeeld zullen worden?

Bij het bepalen van de correctie-factor wordt over het algemeen gekeken naar de:

- Terugverdientijd

- Exploitatiekosten

Het saldo van energiebesparing en exploitatiekosten, dient te leiden tot een (reële) terugverdientijd van 10 jaar.

Geldt dit voor alle voorgestelde maatregelen (boven wettelijk) = goed.

Geldt dit voor het merendeel = gemiddeld. Geldt dit voor de een beperkt deel = onder gemiddeld. Geldt dit voor geen van de maat-regelen = slecht.

(...)

(...)

(...)

(...)

(...)

(...)

2.12.

Vier partijen, waaronder Ballast Nedam en [bedrijfsnaam 1] , hebben ingeschreven op de opdracht.

2.13.

Op 25 juni 2013 heeft HaskoningDHV namens [eiseres] het voornemen tot gunning aan Ballast Nedam geuit. In de brief aan [bedrijfsnaam 1] is in dat verband volgende vermeld:

De beoordelingscommissie heeft de Inschrijvingen beoordeeld op; ontwerp, projectmanagementplan (PMP), energieprestatie (EPC) en prijs. In de onderstaande tabel is (unanieme) beoordeling per onderdeel weergegeven.

Totaal beoordeling

Ontwerp

PMP

EPC

Prijs

(...)

(...)

Score uit EPC (max. 10)

Wegingsfactor

Score x weging

(...)

Totaal

X

(...)

(...)

9,5

3

28,6

(...)

69,6

[bedrijfsnaam 1] (...)

(...)

(...)

2,7

3

8,2

(...)

53,4

X

(...)

(...)

8,3

3

25,0

(...)

62,0

Ballast Nedam

(...)

(...)

10,0

3

30,0

(...)

75,0

In de tabel is te zien dat de hoogste score is behaald door Ballast Nedam. [eiseres] is voornemens Ballast Nedam het werk te gunnen.

Onderstaand worden de belangrijkste overwegingen van de beoordelingscommissie gegeven bij het bepalen van de score van uw Inschrijving op de kwalitatieve beoordelingscriteria.

(...)

EPC:

- terugverdientijden en exploitatie zijn onderbouwd;

- er is in berekening geen rekening gehouden met energie gebruik voor koeling;

- onduidelijkheid over het gebruik van een open of gesloten WKO systeem in berekening.

2.14.

[bedrijfsnaam 1] , die als vierde was geëindigd, kon zich niet verenigen met dit gunnings-voornemen en heeft [eiseres] op 9 juli 2013 in kort geding gedagvaard om te verschijnen voor de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag. Ballast Nedam is tussengekomen.

2.15.

[eiseres] heeft zich, vanaf het moment waarop [bedrijfsnaam 1] aankondigde tot dagvaarding over te gaan, laten bijstaan door haar raadslieden.

2.16.

Op 10 juli 2013 hebben [eiseres] , haar raadslieden en HaskoningDHV de door [bedrijfsnaam 1] geuite bezwaren onderling besproken. Ten behoeve van dit gesprek heeft de betrokken projectleider van HaskoningDHV, de heer [A] , op 9 juli 2013 een vertrouwelijk memo opgesteld. In dit memo, waarin HaskoningDHV wordt aangeduid als RHDHV, is het volgende vermeld:

Gunningfase

(...)

De beoordeling van het onderdeel EPC voor [bedrijfsnaam 1] is op de volgende wijze tot stand gekomen:

[bedrijfsnaam 1] schrijft in met een EPC van 0,80, de formule uit paragraaf 5.3.3 van de gunningleidraad levert de volgende formule:

(1,100-0,800)/0,0275 = 10,9

Voor het bepalen van de correctiefactor zijn de volgende zaken in acht genomen:

▫ correctie voor niet aannemelijke EPC als gevolg achterwegen laten van koeling in berekening;

▫ correctie voor niet aannemelijke EPC als gevolg van open WKO systeem in berekening;

▫ correctie aangezien het niet duidelijk is welke maatregelen de wettelijk minimalen EPC (1,1) verlagen tot de EPC van Inschrijven (0,80). Daardoor zijn maatregelen en terugverdientijden niet te controleren;

▫ correctie voor niet aannemelijke terugverdientijden naar aanleiding van de (onvolledige) onderbouwing van LED-verlichting en zonneboilersysteem.

De score op het onderdeel EPC is naar aanleiding van bovenstaande punten gecorrigeerd met de correctiefactor 0,25. (...)

(...)

Telefoongesprekken

(...)

• Telefoongesprek 26 juni met Mevrouw [B] :

Mevrouw [B] belt namens [bedrijfsnaam 1] , omdat zij niet snapt dat de punten voor EPC in mindering zijn gebracht. (...) Ik meld haar dat onze expert op het gebied van EPC berekening 2 fouten in haar berekening had ontdekt, te weten geen energie voor koeling en gesloten systeem beschreven en open systeem in berekening opgenomen. Mevrouw [B] geeft aan dat volgens [bedrijfsnaam 1] beide onderdelen niet anders opgenomen kunnen worden in de EPC-berekening. (...)

Het bespreken van de onderbouwing van mevrouw [B] levert volgens de expert (RHDHV) geen herziene beoordeling op.

Telefoongesprek 28 juni met Mevrouw [B] gesproken voor een toelichting.

Naar aanleiding van het overleg met de expert belt [A] met mevrouw [B] om de beoordeling nogmaals toe te lichten. [bedrijfsnaam 1] snapt niet waarom zij niet de volledige score heeft gekregen. (...) Mevrouw [B] heeft uit de brief geconcludeerd op basis van ‘terugverdientijden en exploitatie zijn onderbouwd’ dat de onderbouwing goed is. [A] geeft aan dat dit niet het geval is (...).

2.17.

Op 17 juli 2013 heeft de heer [C] (hierna: [C] ), werkzaam bij HaskoningDHV en expert op het gebied van de Energieprestatiecoëfficiënt (hierna: EPC), de volgende schriftelijke verklaring afgelegd:

(...) Alvorens nader toe te lichten op welke wijze ik de beoordelingscommissie heb geïnformeerd, zal ik eerst in zijn algemeenheid ingaan op de wijze van beoordeling van de inschrijvingen en de toepassing van de EPC-systematiek.

In het Bouwbesluit artikel 5.2, lid 1, is vastgelegd dat een nieuw te bouwen gebouw moet voldoen aan een maximale energieprestatiecoëfficiënt, bepaald volgens NEN7120. (...). Hoe lager deze coëfficiënt, hoe energiezuiniger het gebouw.

In het Bouwbesluit is per gebruiksfunctie vastgelegd wat de maximale waarde van deze energie-prestatiecoëfficiënt mag zijn. Voor het door [eiseres] aan te besteden werk geldt de maximale Energieprestatiecoëfficiënt behorende bij een kantoorfunctie. Deze maximale waarde bedraagt 1,1.

Een energieprestatiecoëfficiënt van lager dan 1,1 kan beschouwd worden als een bovenwettelijke prestatie. In de gunningleidraad artikel 5.3.3 is aangegeven dat een bovenwettelijke prestatie op het gebied van energiezuinigheid wordt gewaardeerd door middel van een puntentelling.

Deze puntentelling wordt in drie stappen vastgesteld:

1. de door de inschrijver vastgestelde energieprestatiecoëfficiënt wordt vertaald in een score;

2. de score wordt gecorrigeerd op basis van de onderbouwing door de inschrijver;

3. de score wordt vastgesteld, waarbij een maximum wordt gehanteerd. Indien de score op basis van stap 1 en 2 hoger is dan het maximum, geldt de maximale score.

(...)

Beoordeling inschrijving [bedrijfsnaam 1] (...)

Ten aanzien van de inschrijving van [bedrijfsnaam 1] (...) heb ik de beoordelingscommissie als volgt geadviseerd:

Stap 1:

[bedrijfsnaam 1] (...) geeft in haar inschrijving aan, te komen tot een energieprestatiecoëfficiënt van 0,80. Hiervoor is een NEN7120 berekening aangeleverd. Op basis van deze energieprestatiecoëfficient is voor stap 1 een score vastgesteld van (1,1-0,8)/0,0275 = 10,9 punten.

Stap 2:

In de inschrijving van [bedrijfsnaam 1] (...) is in zijn algemeenheid een aantal zaken geconstateerd:

1. de NEN7120 berekening komt niet overeen met het ingediende ontwerp. De energieprestatiecoëfficiënt van het ingediende ontwerp is daarmee onduidelijk;

2. er is geen berekening van het wettelijk niveau bijgevoegd (energieprestatiecoëfficiënt van 1,1). Daardoor is het niet duidelijk welke maatregelen bovenwettelijk zijn en welke nodig zijn om het wettelijk niveau te halen;

3. de terugverdientijden per maatregel zijn niet berekend maar alleen genoemd. De terugverdientijden en exploitatie worden hiermee wel onderbouwd maar niet aannemelijk gemaakt. Het is niet duidelijk ten opzichte waarvan deze terugverdientijden zijn bepaald. Niet alle genoemde terugverdientijden worden aannemelijk en/of realistisch geacht;

4. meer in detail: er is in de berekening geen rekening gehouden met energie gebruik voor koeling en er is onduidelijkheid over het gebruik van een open of gesloten WKO systeem.

Op basis van deze constateringen is voor geen enkele voorgestelde energiebesparende maatregel vast te stellen of deze bovenwettelijk is of niet. Als een maatregel niet bovenwettelijk is, dan is er ook geen sprake van een terugverdientijd. Alle besparingen zijn namelijk ten opzichte van het minimale wettelijk vereiste niveau.

Het wettelijk vereiste niveau is niet vastgesteld op basis van een NEN7120 berekening. Ook in de bepaling van de terugverdientijd per afzonderlijke maatregel wordt niet aan een wettelijk niveau gerefereerd. Ook daar is dus niet duidelijk ten opzichte waarvan de terugverdientijd is bepaald.

Concluderend is dus voor geen van de afzonderlijke maatregelen aannemelijk gemaakt dat de terugverdientijd ten opzichte van het wettelijk vereiste niveau korter is dan 10 jaar. De onderbouwing is daarom als slecht beoordeeld.

De correctiefactor bedraagt daarom 0,25. De score wordt dan 0,25x10,9 = 2,7 punten.

Stap 3:

De score uit stap 1 en 2 bedraagt 2,7 punten. Dit is minder dan het maximum van 10. De uiteindelijke score bedraagt dus ook 2,7 punten.

Op grond van stap 1 tot en met 3 heb ik de beoordelingscommissie geadviseerd aan de inschrijving van [bedrijfsnaam 1] (...) een totaal van 2,7 punten toe te kennen voor het onderdeel Energieprestatie.

2.18.

Op 29 juli 2013 heeft de heer [D] (hierna: [D] ), werkzaam bij [eiseres] en lid van de beoordelingscommissie, de volgende schriftelijke verklaring afgelegd:

(...) Als beoordelingscommissie hebben wij de inschrijvingen beoordeeld conform de gunningsleidraad. In dat kader hebben wij ons op onderdelen laten bijstaan door experts, zoals ook omschreven staat in de gunningsleidraad. Voor wat betreft het onderdeel EPC, hebben wij ons laten adviseren door de heer [C] van (...) HaskoningDHV.

Hetgeen staat opgenomen in de verklaring van (...) [C] betreft een correcte weergave van het advies dat wij als beoordelingscommissie hebben ontvangen.

(...)

Op basis van het door ons als beoordelingscommissie ingewonnen advies, de geconstateerde gebreken, het ontbreken van onderscheid tussen wettelijke en bovenwettelijke maatregelen, onvoldoende controleerbaarheid van de onderbouwing en/of dat deze irreëel werd geacht, hebben wij geconstateerd dat er gelet op de wijze van inschrijving geen sluitend oordeel kon worden gegeven omtrent de door [bedrijfsnaam 1] voorgestelde maatregelen. Vervolgens hebben wij in lijn met de gunningsleidraad een correctiefactor van 0,25 toegepast op de puntenscore van [bedrijfsnaam 1] , hetgeen heeft geleid tot een score van 2,7.

(...) Wij hebben als beoordelingscommissie unaniem geoordeeld dat een correctiefactor van 0,25 geïndiceerd was.

Voor wat betreft de motivering van het voornemen tot gunning, bevestig ik dat deze op het onderdeel EPC mogelijk onvoldoende duiding geeft aan de achtergrond van het toepassen van de correctiefactor. Ik beschouw het voornoemde als een afdoende toelichting op onze motivering van de gunningsbeslissing.

2.19.

Op 31 juli 2013 heeft HaskoningDHV namens [eiseres] een aanvullende brief gestuurd aan [bedrijfsnaam 1] , met de volgende inhoud:

4. Voor de goede orde lichten wij graag toe hoe de beoordeling is verlopen. De beoordeling van het onderdeel EPC is in opdracht van de beoordelingscommissie uitgevoerd door de EPC-deskundige van (...) HaskoningDHV. Dit is conform de aanbestedingsleidraad geschied. De EPC-deskundige heeft de beoordelingscommissie geadviseerd tot een correctie van 0,25 (conform de aanbestedingsleidraad) op uw EPC-score. De beoordelingscommissie heeft dit oordeel overgenomen. Bijgaand treft u aan de verklaring van de EPC-deskundige (bijlage 1) [= de verklaring van [C] , toevoeging rechtbank], waarin hij aangeeft op welke wijze hij de beoordelingscommissie heeft geadviseerd en de verklaring van de beoordelingscommissie (bijlage 2) [= de verklaring van [D] , toevoeging rechtbank] ter bevestiging van deze beoordeling.

5. Wij constateren dat de verwoording van de motivering van uw beoordeling op het onderdeel EPC mogelijk onvoldoende duiding geeft en een nadere toelichting behoeft (voor zover dit niet reeds telefonisch is geschied). Wij verwijzen in dat kader naar de verklaring van de beoordelingscommissie en citeren:

“Op basis van het door ons als beoordelingscommissie ingewonnen advies, de geconstateerde gebreken, het ontbreken van onderscheid tussen wettelijke en bovenwettelijke maatregelen, onvoldoende controleerbaarheid van de onderbouwing en/of dat deze irreëel werd geacht, hebben wij geconstateerd dat er gelet op de wijze van inschrijving geen sluitend oordeel kon worden gegeven omtrent de door [bedrijfsnaam 1] voorgestelde maatregelen. Vervolgens hebben wij in lijn met de gunningsleidraad een correctiefactor van 0,25 toegepast op de puntenscore van [bedrijfsnaam 1] , hetgeen heeft geleid tot een score van 2,7.”

(...)

6. Wij beschouwen dit voor zover nodig als een nadere toelichting op de motivering van het gunningsvoornemen bij brief d.d. 25 juni 2013. Wij bevestigen voor de goede orde dat geen sprake is van een nieuwe beoordeling en/of een herbeoordeling. De beoordeling, alsmede de grondslag van de beoordeling is ongewijzigd.

(...)

2.20.

De verklaringen van [C] en [D] alsmede de brief van 31 juli 2013 zijn tot stand gekomen in overleg met de raadslieden van [eiseres] .

2.21.

De brief met bijlagen van 31 juli 2013 heeft niet geleid tot intrekking van de vordering door [bedrijfsnaam 1] . Zij heeft haar vordering gehandhaafd.

2.22.

Bij vonnis van 4 september 2013 heeft de voorzieningenrechter de subsidiaire vordering van [bedrijfsnaam 1] toegewezen en [eiseres] tot een herbeoordeling van de inschrijvingen veroordeeld. De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen:

4.2. Blijkens de Gunningleidraad en de tweede nota van inlichtingen (vraag 57) wordt de toe te passen correctiefactor slechts bepaald aan de hand van de opgegeven terugverdientijd en onderhoudsgevoeligheid c.q. exploitatiekosten van de maatregelen. In de gunningsbeslissing heeft [eiseres] aan [bedrijfsnaam 1] kenbaar gemaakt dat de “terugverdientijden en exploitatie zijn onderbouwd”. Gelet hierop en nu niet (voldoende gemotiveerd) is gesteld dat de twee overige in de gunningsbeslissing vermelde opmerkingen voor wat betreft het onderdeel EPC – betreffende het energiegebruik voor de koeling en het (soort) WKO-systeem – daarmee in relatie staan, kan op grond van de (motivering van de) gunningsbeslissing niet anders worden geconcludeerd dan dat [bedrijfsnaam 1] de terugverdientijden en de onderhoudsgevoeligheid/exploitatie van de maatregelen goed, althans voldoende heeft onderbouwd. In het andere geval had het op de weg van [eiseres] gelegen om duidelijk aan te geven, welke concrete bezwaren/klachten zij dienaangaande heeft, hetgeen zij dus heeft nagelaten.

4.3.

In de brief van 31 juli 2013 heeft [eiseres] als concrete gebreken tegen de inschrijving van [bedrijfsnaam 1] en ter rechtvaardiging van de gegeven eindscore van 8,2 met betrekking tot het onderdeel EPC – kort gezegd – nog aangevoerd dat (i) het onderscheid tussen wettelijke en bovenwettelijke maatregelen ontbreekt, (ii) de verstrekte onderbouwing onvoldoende controleerbaar is en (iii) de onderbouwing irreëel is, hetgeen volgens haar meebrengt dat geen sluitend oordeel kan worden gegeven over de door [bedrijfsnaam 1] aangeboden maatregelen. In het kader van de onderhavige procedure heeft [eiseres] die bezwaren herhaald, waarbij Ballast zich heeft aangesloten. Die argumenten moeten echter buiten beschouwing blijven om de navolgende reden(en).

4.4.

Artikel 6 lid 1 van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (‘Wira’) luidt: “De mededeling aan iedere inschrijver of gegadigde van een gunningsbeslissing bevat de relevante redenen voor die beslissing (...).” Deze bepaling – die ondanks het feit dat zij inmiddels is vervallen, nog van toepassing is op de onderhavige aanbesteding – dient aldus te worden uitgelegd dat een latere aanvulling van de in de gunningsbeslissing bedoelde relevante redenen in beginsel niet mogelijk is. Een uitzondering daarop kan slechts worden aanvaard in geval van door de aanbestedende dienst aannemelijk te maken bijzondere redenen of omstandigheden. De mogelijkheid van aanvulling van de motivering zou namelijk in strijd komen met de strekking van artikel 6 lid 1 Wira, te weten het openstellen van de mogelijkheid van een effectief beroep tegen de gunningsbeslissing. Voorts verlangen de beginselen van gelijke behandeling en transparantie dat door de motivering aan de inschrijvers voldoende inzicht wordt gegeven in de relevante redenen die aan de gunningsbeslissing ten grondslag liggen, teneinde zich geïnformeerd te kunnen beraden op eventueel daartegen – in of buiten rechte – te ondernemen stappen (HR 7 december 2012; LJN BW9231 en LJN BW9233).

4.5.

Anders dan [eiseres] en Ballast stellen kunnen de onder 4.3 vermelde argumenten niet worden beschouwd als een nadere toelichting op de in de gunningsbeslissing opgenomen motivering. Zoals hiervoor al overwogen, volgt uit die beslissing immers dat [bedrijfsnaam 1] de terugverdientijden en de onderhoudsgevoeligheid/exploitatie van de maatregelen goed, althans voldoende heeft onderbouwd. Daaruit blijkt niet van enig bezwaar aangaande die kwesties, zodat van een nadere toelichting daarop ook geen sprake kan zijn en [bedrijfsnaam 1] daarmee ook geen rekening heeft behoeven en kunnen houden bij de bepaling van haar rechtspositie. Daar komt bij dat [eiseres] geen bijzondere omstandigheden of redenen heeft aangevoerd die een uitzondering op het onder 4.4 vermelde uitgangspunt zouden kunnen rechtvaardigen.

4.6.

Het vorenstaande betekent dat de in geschil zijnde argumenten buiten beschouwing moeten blijven. Nu de gunningsbeslissing kennelijk (mede) daarop is gegrond, kan deze niet in stand blijven, wegens strijd met artikel 6 lid 1 Wira.

4.7.

Daarmee is aan de orde de vraag welke consequenties dat moet hebben. Mede gelet op de standpunten van [eiseres] en Ballast dienaangaande, heeft de voorzieningenrechter onvoldoende informatie om op basis van de thans voorhanden zijnde stukken te concluderen dat [bedrijfsnaam 1] de aanbesteding zou hebben gewonnen indien de ‘nieuwe’ redenen buiten beschouwing worden gelaten. De primaire vordering – er toe strekkend dat de opdracht aan [bedrijfsnaam 1] moet worden gegund – zal dan ook worden afgewezen. De subsidiaire vordering komt wel voor toewijzing in aanmerking, echter niet in die zin dat – zoals gevorderd – enkel de inschrijving van [bedrijfsnaam 1] wordt herbeoordeeld. Met het oog op de rechtsgelijkheid en -bescherming van de andere inschrijvers dienen alle inschrijvingen te worden herbeoordeeld (...). Vanzelfsprekend dienen ‘nieuwe’ bezwaren/argumenten, waaronder de onderhavige, buiten beschouwing te blijven bij de herbeoordeling van de inschrijvingen.

2.23.

[eiseres] en Ballast Nedam hebben ieder afzonderlijk hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 4 september 2013. Daarnaast is [eiseres] , althans de beoordelingscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van [eiseres] en HaskoningDHV, overgegaan tot herbeoordeling van de inschrijvingen.

2.24.

Namens [eiseres] heeft HaskoningDHV op 19 september 2013 een nieuw gunningsvoornemen geuit. De brief aan [bedrijfsnaam 1] luidde als volgt:

De beoordelingscommissie heeft de Inschrijvingen beoordeeld op; ontwerp, projectmanagementplan (PMP), energieprestatie (EPC) en prijs. In de onderstaande tabel is de (unanieme) beoordeling per onderdeel weergegeven.

Totaal beoordeling

Ontwerp

PMP

EPC

Prijs

(...)

(...)

Score uit EPC (max. 10)

Wegingsfactor

Score x weging

(...)

Totaal

X

(...)

(...)

9,5

3

28,6

(...)

69,6

[bedrijfsnaam 1] (...)

(...)

(...)

8,2

3

24,5

(...)

69,7

X

(...)

(...)

8,3

3

25,0

(...)

62,0

Ballast Nedam

(...)

(...)

10,0

3

30,0

(...)

75,0

In de tabel is te zien dat de hoogste score is behaald door Ballast Nedam. [eiseres] is voornemens Ballast Nedam het werk te gunnen.

Onderstaand worden de belangrijkste overwegingen van de beoordelingscommissie gegeven bij het bepalen van de score van uw Inschrijving op de kwalitatieve beoordelingscriteria.

(...)

EPC:

- terugverdientijden en exploitatie zijn voldoende onderbouwd;

- er is in berekening geen rekening gehouden met energie gebruik voor koeling;

- in het ontwerp staat een gesloten WKO systeem, terwijl in berekening een open WKO systeem is opgenomen. De berekening komt dus niet overeen met het ingediende ontwerp.

Naar het oordeel van [eiseres] is, met in achtneming van bovenstaande, van het merendeel van de voorgestelde maatregelen (bovenwettelijk) een reële terugverdientijd van 10 jaar (gelet op het saldo van energiebesparing en exploitatiekosten) aannemelijk gemaakt, hetgeen heeft geleid tot toepassing van een correctiefactor van 0,75 op het onderdeel EPC.

2.25.

[bedrijfsnaam 1] kon zich ook met dit gunningsvoornemen na herbeoordeling niet verenigen, en heeft [eiseres] nogmaals in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag. Ballast Nedam is wederom tussengekomen.

2.26.

Bij brief van 3 oktober 2013 heeft [eiseres] HaskoningDHV aansprakelijk gesteld voor haar schade:

Zoals u bekend, is ons bedrijf (...) betrokken geraakt in diverse juridische procedures. Deze procedures vinden geheel of ten dele hun grondslag in de door HaskoningDHV uitgevoerde werkzaamheden (aanbesteding en begeleiding) betreffende onder meer de inhoud van het bestek, de wijze van beoordeling en de motivering van de beoordeling.

Ter behoud van rechten stellen wij uw bedrijf bij deze aansprakelijk voor de in dat kader door [eiseres] geleden en te lijden schade.

2.27.

Bij vonnis van 20 november 2013 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van [bedrijfsnaam 1] afgewezen, daarbij het volgende overwegend:

4.3. Gelet op al het voorgaande is naar voorlopig oordeel onvoldoende gebleken dat [eiseres] de EPC-score op een onjuiste wijze, dan wel in strijd met het bepaalde in de Gunning-leidraad heeft berekend. Immers, zowel uit paragraaf 5.3.3 van de Gunningleidraad als uit de door [eiseres] voldoende aannemelijk gemaakte ratio achter deze wijze van berekenen, blijkt genoegzaam dat de EPC-score dient te worden berekend door eerst (op basis van de door de inschrijver gegeven onderbouwing) een correctie op de EPC-score toe te passen en het resultaat vervolgens waar nodig te maximeren. (...) Voor zover [bedrijfsnaam 1] zich op het standpunt stelt dat de wijze van berekening van de EPC-score onduidelijk is, dat deze voor haar niet kenbaar was en niet op ondubbelzinnige wijze uit de aanbestedingsstukken kan worden afgeleid, had het op haar weg gelegen om hierover vragen te stellen, hetgeen zij heeft nagelaten, ook na de eerste beoordeling van haar inschrijving en in het kader van het vorige kort geding. (...) Het primaire standpunt van [bedrijfsnaam 1] wordt verworpen.

4.4.

Subsidiair heeft [bedrijfsnaam 1] zich op het standpunt gesteld dat op haar score correctiefactor 1 had moeten worden toegepast. Volgens [bedrijfsnaam 1] volgt dit uit rechtsoverweging 4.2. in het vonnis van 4 september 2013. (...) [eiseres] heeft in het kader van de herbeoordeling op de score van [bedrijfsnaam 1] de correctiefactor 0,75 toegepast, hetgeen naar voorlopig oordeel niet onbegrijpelijk voorkomt. Enerzijds niet, omdat de inhoud van het vonnis van 4 september 2013 daarvoor de ruimte biedt en anderzijds niet, nu [eiseres] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordelingscommissie (namens [eiseres] ) met inachtneming van het vonnis van 4 september 2013 een herbeoordeling heeft uitgevoerd en van mening is dat de onderbouwing van [bedrijfsnaam 1] niet als goed kan worden aangemerkt. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat (de beoordelingscommissie namens) [eiseres] – gelet op haar discretionaire bevoegdheid – op goede gronden tot het oordeel heeft kunnen komen dat op de inschrijving van [bedrijfsnaam 1] de correctiefactor 0,75 dient te worden toegepast. Het subsidiaire standpunt van [bedrijfsnaam 1] wordt daarom eveneens verworpen.

4.5.

Een en ander leidt tot de slotsom dat niet valt in te zien dat [eiseres] de Opdracht niet zou mogen gunnen aan Ballast Nedam, noch waarom een (nieuwe) herbeoordeling gerechtvaardigd zou zijn. (...)

2.28.

[eiseres] heeft begin december 2013 met [bedrijfsnaam 1] en Ballast Nedam een regeling getroffen. Daarbij is het gunningsvoornemen aan Ballast Nedam in stand gebleven.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing