Home

Rechtbank Midden-Nederland, 27-09-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4899, C/16/442557 / KG ZA 17-528

Rechtbank Midden-Nederland, 27-09-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4899, C/16/442557 / KG ZA 17-528

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27 september 2017
Datum publicatie
10 oktober 2017
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2017:4899
Zaaknummer
C/16/442557 / KG ZA 17-528

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Ongeldige inschrijving. Gebrek leent zich niet voor herstel.

Uitspraak

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/442557 / KG ZA 17-528

Vonnis in kort geding van 27 september 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging,

advocaat mr. R.H.E. Pruim te Groningen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

WATERSCHAP ZUIDERZEELAND,

zetelend te Lelystad,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging,

advocaat mr. M.J. Mutsaers te Zwolle,

in welke zaak wenst tussen te komen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging,

advocaat mr. J. Haest te Den Haag.

Partijen zullen hierna [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] , het Waterschap en [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 17 juli 2017

-

het herstelexploot/hernieuwde oproeping van 21 juli 2017

-

de incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst (subsidiair voeging) van [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging]

-

de producties van de zijde van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging]

-

de producties van de zijde van het Waterschap

-

de producties van de zijde van [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging]

-

de mondelinge behandeling van 13 september 2017

-

de pleitnota van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging]

-

de pleitnota van Waterschap

-

de pleitnota van [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het incident

2.1.

[verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] vordert primair haar toe te staan tussen te komen in het kort geding tussen [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] en het Waterschap en subsidiair haar toe te staan zich te voegen aan de zijde van het Waterschap in dit kort geding, met veroordeling van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] en/of het Waterschap in de kosten van het incident.

2.2.

[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] en het Waterschap hebben tegen de vordering in het incident geen verweer gevoerd.

2.3.

De primaire incidentele vordering van [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] strekkende tot tussenkomst in het geding tussen [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] en het Waterschap is op de wet gegrond. [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] heeft bij haar vordering tot tussenkomst voldoende belang. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] en het Waterschap hebben ter zitting te kennen gegeven tegen deze incidentele vordering geen bezwaar te hebben. Deze vordering zal daarom worden toegewezen en [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] wordt toegelaten als tussenkomende partij. De proceskosten in het incident zullen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij haar eigen kosten in het incident zal hebben te dragen.

3 De feiten

3.1.

Het Waterschap heeft op 24 mei 2017 een onderhandse aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor baggerwerk en onderhoud beschoeiingen in Lelystad. Als gunningscriterium geldt de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de laagste prijs. Op deze procedure zijn het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (hierna: ARW 2012) en de Standaard RAW Bepalingen 2015 van toepassing.

3.2.

In artikel 2.15.6 ARW 2012 is bepaald dat een inschrijving slechts geldig is, indien het inschrijvingsbiljet en alle gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijving uiterlijk op het tijdstip voor de ontvangst van de inschrijvingen zijn ingediend.

Ingevolge artikel 2.22.1 ARW 2012 is een inschrijving die niet voldoet aan de eisen gesteld in dit reglement, de aankondiging en de voor de inschrijving relevante stukken ongeldig.

3.3.

Via het platform van [bedrijfsnaam] is door het Waterschap een vragenlijst gepubliceerd met daarin de omschrijving van de opdracht en de contractvoorwaarden. In deze vragenlijst is onder meer het volgende bepaald:

Beoordelingsprocedure

1.2.4.

Wijze van beoordeling

De beoordeling van de Inschrijvingen geschiedt aan de hand van de onderstaande stappen. Na elke stap worden de overgebleven Inschrijvingen meegenomen naar de volgende stap. Inschrijvingen die gedurende het beoordelingsproces terzijde worden gelegd, worden niet verder beoordeeld.

Stap 1; Controle vormvereisten en voorschriften

In deze eerste stap wordt beoordeeld of de Inschrijving van Inschrijver voldoet aan de criteria zoals deze gesteld zijn in de vragenlijst in [bedrijfsnaam] . Indien een Inschrijving niet aan de gestelde vormvereisten en voorschriften voldoet of niet volledig is, dan wordt deze ter zijde gelegd en niet meegenomen in de verdere beoordeling.

(...)

Inschrijvingsbiljet en inschrijvingsstaat

1.4.1.

Beoordeling - Prijs

 De inschrijver dient de prijs in te vullen in de inschrijvingsstaat en het inschrijvingsbiljet van bestek ZZL-2017.23.1/WBH-Z.”

3.4.

[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] en - onder anderen - [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] hebben op 22 juni 2017 op deze aanbesteding ingeschreven.

3.5.

Op 23 juni 2017 heeft het Waterschap het proces-verbaal van aanbesteding bekend gemaakt. Hieruit blijkt dat [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] met de laagste inschrijvingssom heeft ingeschreven.

3.6.

Bij brief van 28 juni 2017 heeft het Waterschap [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] meegedeeld dat haar inschrijving ongeldig is, omdat er in de door [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] ingevulde inschrijvingsstaat bij de besteksposten 701440 en 704010 onjuistheden zijn geconstateerd. Het Waterschap heeft daarbij toegelicht dat bij bestekspost 701440, waarbij kosten moesten worden begroot voor de verwerking van de baggerspecie, een bedrag van € 0 is opgenomen. Verder is bestekspost 704010, waarbij kosten moesten worden begroot van controlepeilingen van dwarsprofielen, niet conform de 1e Nota van Inlichtingen aangepast, nu de eenheid van deze bestekspost van ‘EUR’ niet is gewijzigd in stuks. Door het niet gebruiken van de juiste inschrijvingsstaat is er volgens het Waterschap sprake van een onjuiste inschrijving. Het Waterschap heeft aangekondigd dat zij voornemens is het werk aan [verzoekster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] op te dragen.

3.7.

[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] heeft bij brief van 5 juli 2017 bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving en heeft het Waterschap verzocht om ten aanzien van bestekspost 704010 zo nodig een herstelmogelijkheid te bieden.

3.8.

Op 6 juli 2017 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] en het Waterschap over de door [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] ingediende inschrijvingsstaat. Het Waterschap heeft [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident tot tussenkomst en subsidiair tot voeging] vervolgens bij brief van 13 juli 2017 bevestigd dat in deze bespreking is vastgesteld dat de door het Waterschap gestelde omissie met betrekking tot bestekspost 701440 onjuist was en dat het invullen van € 0 conform het bestek is geweest. De in de brief van 28 juni 2017 meegedeelde ongeldigheidsreden met betrekking tot bestekspost 704010 wordt echter wel gehandhaafd. Het bieden van een herstelmogelijkheid is volgens het Waterschap niet aan de orde, omdat dit zou leiden tot het doen van een (deels) nieuwe inschrijving.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing